thumb|De charge van de Lichte Brigade wordt nog steeds door militaire historici en studenten bestudeerd als een voorbeeld van hoe het mis kan gaan als militaire inlichtingen ontoereikend en orders onduidelijk zijn. Een militaire catastrofe is het onverwachte en overtuigende verlies van een van de partijen in een veldslag of oorlog, waardoor vaak de loop van de geschiedenis is veranderd.
Een militaire catastrofe kan uiteenlopen van een sterk leger dat een belangrijke slag verliest van een duidelijk zwakkere tegenstander, tot een leger dat verrast en verslagen wordt door een duidelijk sterkere tegenstander, of een zeer eenzijdige uitkomst in geval van twee schijnbaar gelijkwaardige tegenstanders. Een militaire catastrofe kan het gevolg zijn van slechte voorbereiding, slechte uitvoering, slecht weer, een algemeen gebrek aan kunde of mogelijkheden, het falen van nieuwe technologie, een ernstige blunder, een briljante zet van de tegenstander, of simpelweg de onverwachte aanwezigheid van een overmachtige vijand.
Oudheid
De Slag bij Salamis was een zeeslag tijdens de Tweede Perzische Oorlog tussen de Griekse stadstaten en Perzië onder Xerxes die plaatsvond in september 480 v.Chr. in de zee-engte tussen Piraeus en Salamis. Het was een keerpunt in de oorlog waarmee de Perzische opmars gestuit werd. De Siciliaanse Expeditie was een Atheense expeditie naar Sicilië van 415 v.Chr. tot 413 v.Chr., die na een succesvol begin uitliep op een totaal fiasco. De Slag bij Changping was een militaire campagne van 262 v.Chr. tot 260 v.Chr. gedurende de Periode van de Strijdende Staten in China, waarbij 400.000 manschappen van de Zhao levend werden begraven nadat hun bevelhebber Zhao Kuo zich liet misleiden door de bevelhebber van Qin. De beslissende overwinning van Qin over Zhao leidde er uiteindelijk toe dat Qin heel China veroverde en tot één staat kon samenvoegen. De Slag bij Cannae was een belangrijke veldslag tijdens de Tweede Punische Oorlog, waarbij de Carthaagse veldheer Hannibal op 2 augustus 216 v.Chr. de zestien Romeinse legioenen onder leiding van Lucius Aemilius Paullus en Gaius Terentius Varro een verpletterende nederlaag toebracht. De oorzaak van de nederlaag was de strategische blunder van de Romeinse consul en bevelhebber Gaius Terentius Varro om een open veldslag tegen Hannibal te wagen, waardoor Hannibal een in de militaire strategie klassiek geworden tangbeweging kon toepassen. Volgens Livius sneuvelden er 48.000 Romeinen. De Slag bij Julu in 207 v.Chr. waarbij het leger van Chu onder leiding van Xiang Yu een veel grotere krijgsmacht van de Qin-dynastie wist te verslaan. De verliezen van de Qin-dynastie waren meer dan 100.000 man. De dynastie kwam kort daarna ten val. De Slag bij Mobei in 119 v.Chr. leidde tot de totale vernietiging van het leger van Xiongnu van 100.000 man door het Hanleger. Deze veldslag en zijn gevolgen betekende de suprematie van de Chinezen over de noordelijke barbaarse volkeren gedurende de volgende paar eeuwen. De Slag bij Carrhae vond plaats in 53 v.Chr. tussen de Romeinen onder leiding van Marcus Licinius Crassus en de Parthen onder leiding van Surenas. De 40.000 Romeinen verloren de slag doordat ze al te optimistisch kozen voor de directe route dwars door de woestijn in plaats van door de Noordelijke bergen. De slechts 9.000 Parthen wisten ze vernietigend te verslaan. Crassus werd gevangengenomen en gedood. Van de 35.000 Romeinse legionairs, 4.000 cavaleristen en 4.000 lichte infanteristen werden er 20.000 gedood, 10.000 gevangengenomen en 4.000 raakten gewond. Het Beleg van Alesia vond plaats in 52 v.Chr. bij het Gallische Oppidum Alesia. Het Romeins leger van ongeveer 50.000 man, onder leiding van Julius Caesar, vocht tegen het Arvernische leger onder leiding van Vercingetorix. Ondanks dat de Galliërs een groot overwicht hadden, aanvankelijk zelfs vijf keer zoveel manschappen, konden zij het voordeel niet uitbuiten. Caesar maakte gebruik van een circumvallatielinie om zo de stad uit te hongeren en tot overgave te dwingen en behaalde hier een van zijn grootste overwinningen. De Slag bij het Teutoburgerwoud (ook Varusslag of door contemporaine Romeinse geschiedschrijvers clades Variana ("varusramp") genoemd) vond waarschijnlijkheid van 9 tot 11 september van het jaar 9 n.Chr. plaats bij de plaats Kalkriese. De Germanen vernietigden hier drie Romeinse legioenen. De veldslag leidde een zevenjarige oorlog in, waarna de Rijn voor een periode van een kleine 400 jaar als grens van het Romeinse Rijk bleef bestaan. De Slag tussen Boudicca en Paulinus, ook bekend als de Slag bij Watling Street of de Slag bij Paulerspury, was een veldslag in Britannia in 60 of 61 n.Chr. waarbij een krijgsmacht van slechts 10.000 Romeinen onder leiding van Gaius Suetonius Paulinus erin slaagde om tussen de 100.000 en 250.000 Britten onder leiding van koningin Boudicca vernietigend te verslaan. De slag betekende het einde van het verzet tegen de Romeinse overheersing in het zuidelijke deel van Britannia tot 410 n.Chr. De Slag bij Guandu vond plaats in het jaar 200 tussen de Chinese krijgsheren Cao Cao en Yuan Shao. Het sterkere leger van Yuan Shao verloor doordat het naliet zijn voorraden te beschermen. De Slag bij Chi Bi was een vlootslag op de rivier de Yangtze in China in het jaar 208. De slag werd gevoerd tussen de bondgenoten Sun Quan en Liu Bei en hun tegenstander Cao Cao. Dankzij Liu Bei's adviseur Kong Ming en Sun Quan's adviseur Zhou Yu werd Cao Cao's veel grotere vloot met vuur vernietigd. De slag bij Edessa vond in 259 of 260 plaats tussen een 70.000 man sterk Romeins leger onder bevel van keizer Valerianus I Perzië binnentrok om een einde te maken aan de Perzische invallen op Romeins grondgebied. Het Sassanidische leger onder leiding van de koning der koningen (shahanshah) Shapur I behaalde een beslissende overwinning waarbij het gehele Romeinse leger werd gedood of gevangengenomen. De Perzen leden slechts minimale verliezen. De Slag bij Adrianopel werd op 9 augustus 378 uitgevochten in de buurt van de stad Adrianopel tussen een Romeins leger onder leiding van de Romeinse keizer Valens en Gotische rebellen (grotendeels Tervingi, maar ook Greutungen, niet-Gotische Alanen, enige Hunnen en diverse lokale rebellen) onder leiding van Fritigern. De veldslag vond plaats ongeveer 13 kilometer ten noorden van Adrianopel (het moderne Edirne in de Europese deel van Turkije, vlak bij de huidige grens met Griekenland en Bulgarije) in de toenmalige Romeinse provincie Thracië en eindigde met een overweldigende overwinning voor de Goten. De Romeinse nederlaag was dusdanig, dat er al gauw vergelijkingen werden getrokken met de 'Slag bij Cannae' bijna zeshonderd jaar eerder.
Middeleeuwen thumb|De Slag bij Poitiers op een schilderij van Charles de Steuben De Slag bij de Salsu vond plaats in 612, gedurende de tweede Goguryeo-Suioorlog, tussen het Koreaanse koninkrijk Goguryeo en de Chinese Sui-dynastie. De cavalerie van Goguryeo versloeg het veel grotere Suileger bij de rivier de Salsu (Chongchon). De Slag bij de Jarmuk was een veldslag tussen het Arabische Rijk en het Byzantijnse Rijk over een periode van zes dagen in augustus 636. De slag vond plaats bij de Jarmuk, een zijrivier van de Jordaan, en is van historisch belang omdat ze symbool staat voor de eerste golf van islamitische veroveringen buiten het Arabisch schiereiland. Byzantium verloor Syrië aan de Arabieren en Khalid ibn Walid vestigde met deze slag zijn reputatie als militair strateeg en cavaleriecommandant. De Slag bij al-Qādisiyyah in 636, waarbij het Arabische moslimleger het grotere leger van de Sassaniden overtuigend versloeg met de islamitische verovering van Perzië als gevolg. De Slag bij Poitiers in oktober 732 of 733 tussen de Frankische hofmeier Karel Martel en een islamitisch leger onder emir Abdul Rahman. De laatsten trokken door Frankrijk op om pas bij Tours op tegenstand te stuiten. Ondanks hun militaire overwicht leden ze daar een beslissende nederlaag tegen de Franken. De uitkomst van deze veldslag bracht de noordwaartse expansie van de islam uit Spanje tot staan en wordt traditioneel geassocieerd met het begin van de reconquista. De Slag bij de Acheloos in 917. Een kleine Bulgaarse strijdmacht was een enorm Byzantijns leger van 110.000 man te slim af, in een van de bloedigste veldslagen van de middeleeuwen met 90.000 dodelijke slachtoffers, waarvan 70.000 Byzantijnen. De botten van de slachtoffers waren 75 jaar later nog steeds zichtbaar op het slagveld. De slag bij Hastings werd op 14 oktober 1066 uitgevochten tussen een Normandisch-Frans leger onder leiding van hertog Willem II van Normandië en een leger onder leiding van de Angelsaksische koning Harold II. De slag is vernoemd naar de Engelse plaats Hastings, maar vond in werkelijkheid ongeveer tien kilometer ten noordwesten daarvan plaats, waar nu de plaats Battle ligt. De uitkomst van de slag bij Hastings was een beslissende Normandische overwinning, de eerste en belangrijkste stap in de Normandische verovering van Engeland. De Slag bij Manzikert was een veldslag die plaatsvond op vrijdag 26 augustus 1071 in het uiterste oosten van het Byzantijnse Keizerrijk, nabij Manzikert (het huidige Malazgirt), ten noorden van het Vanmeer. Een Byzantijns leger onder aanvoering van keizer Romanus IV Diogenes confronteerde er een Seltsjoeks leger onder aanvoering van Alp Arslan. De strijd eindigde in een vernederende nederlaag voor de Byzantijnen en de gevangenneming van hun keizer. In de jaren na de slag veroverden de Seltsjoeken het grootste deel van Anatolië. Deze slag markeerde het begin van het einde voor het Byzantijnse Rijk als een militair levensvatbare staat. Hij was ook de directe aanleiding voor de aanvang van de kruistochten. De Slag bij Hattin vond plaats op 4 juli 1187, vlak bij het Meer van Tiberias. De naam van de slag verwijst naar de twee heuvels – de Horens van Hattin – waar een overmoedig kruisvaardersleger vast kwam te zitten in een waterloos woestijngebied en daardoor een makkelijke prooi werd voor de Saraceense strijdmacht van Saladin. Dit leidde grotendeels tot de val van het Koninkrijk van Jeruzalem. De Slag bij Stirling Bridge tijdens de eerste Schotse onafhankelijkheidsoorlog vond plaats op 11 september 1297 nabij Stirling. De slechts met speren bewapende Schotten, onder leiding van Andrew Moray en William Wallace behaalden een belangrijke overwinning op de Engelsen, die onder leiding stonden van John de Warenne, de zevende Earl van Surrey, en Hugh de Cressingham door de Engelse zwaarbewapende cavalerie na het oversteken van de smalle brug de terugweg af te snijden en de Engelse ruiters vervolgens massaal af te slachten. Eén groep Engelse ridders, onder leiding van Sir Marmaduke Tweng, wist zich de weg terug te vechten over de brug; meer dan honderd anderen, waaronder Cressingham, lieten het leven. John de Warenne intussen had aan de zuidzijde van de brug nog voldoende mankracht om stand te houden tegen de Schotten, echter gebrek aan zelfvertrouwen deed hem bevelen de brug te vernietigen en zich terug te trekken naar Berwick-upon-Tweed. De Slag bij Nicopolis op 25 september 1396 markeerde het einde van een korte kruistocht tegen het Osmaanse rijk in 1396 en eindigde met een verpletterende nederlaag van de verbonden kruisvaarders. De veldslag vond plaats bij Nicopolis, het huidige Nikopol in Bulgarije. Het was de laatste grootschalige kruistocht van de middeleeuwen. De Slag bij Azincourt (door de Engelsen Agincourt genoemd) werd geleverd op 25 oktober 1415 tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen het leger van koning Hendrik V van Engeland en dat van Karel VI van Frankrijk. Het veel kleinere Engelse leger triomfeerde over het grote Franse leger met een groot contingent zwaar geharnaste ridders te paard. Deze laatsten gleden uit in de modder en leden zware verliezen in de storm van pijlen die op hen neer regende.