Jeffrey (Jeff) Lynne (Birmingham, 30 december 1947) is een Britse singer-songwriter, componist, arrangeur, multi-instrumentalist en producer die vooral bekend werd als voorman van Electric Light Orchestra en als bandlid van Traveling Wilburys.
Vóór ELO Lynne experimenteerde al op jonge leeftijd met muziek met behulp van een akoestische gitaar die zijn vader voor hem kocht. Toen hij zestien was vormde hij met enkele vrienden in zijn woonplaats Birmingham een groep die eerst The Rockin' Hellcats heette, vervolgens The Handicaps en ten slotte The Andicaps. Eind 1964 verliet Lynne de band om te gaan spelen bij de lokale groep The Chads.
Lynne begon zijn carrière als professioneel muzikant in september 1966 toen hij solliciteerde op een vacature bij de groep The Nightriders. Deze groep, die ontstaan was uit Mike Sheridan and the Nightriders veranderde enkele keren van naam. Na de single "It's only the dog / Your friend" koos de groep eerst voor The Idyll en daarna voor The Idle Race. Ondanks het uitbrengen van twee albums, waarvan Lynne er een zelf produceerde, bleef succes uit.
Begin 1970 sloot Jeff Lynne zich op uitnodiging van gitarist Roy Wood aan bij de band The Move. Deze band had in 1967 al het album The Move uitgebracht. Met Lynne als bandlid volgden de albums Shazam! (1970), Looking on (1971) en Message from the country (1972). Veel songs op deze albums waren door Lynne geschreven.
ELO Samen met Roy Wood en Bev Bevan (beiden eveneens afkomstig uit The Move) richtte Lynne in oktober 1970 de band Electric Light Orchestra op met als doel symfonische popmuziek te spelen met onder meer klassieke instrumenten als hobo, hoorn, cello en viool. Op het eerste album was Wood, naast Lynne, nog een van de voormannen van de band. Wood verliet de band kort na het verschijnen van het debuutalbum in 1971. Hierna werd Lynne de onbetwiste leider van de groep.
Van 1973 tot 1985 had Jeff Lynne veel succes met het Electric Light Orchestra. Hits zoals "Showdown" (1973), "Can't Get It Out of My Head" (1974), "Evil Woman" (1975), "Livin' Thing" (1976), "Rockaria!", "Turn to Stone" (1977), "Sweet Talkin' Woman", "Mr. Blue Sky" (1978), "Don't Bring Me Down" (1979), "Xanadu" (met Olivia Newton-John, 1980), "Hold On Tight (1981)" en "Rock 'n' Roll Is King (1983)" zijn nog steeds met regelmaat op de radio te horen.
In 1982 werd in de Wisseloord Studio's in Hilversum het ELO-dubbelalbum Secret messages opgenomen. De platenmaatschappij wilde het album echter als één enkele plaat uitbrengen, wat begin 1983 ook gebeurde. De opnamen verliepen gespannen: ruzie met bassist Kelly Groucutt over financiën en het artistiek monopolie van Lynne vormden het begin van het einde van ELO.
In 1985 nam Lynne met Richard Tandy en Bev Bevan het laatste ELO-album op Balance of Power om van zijn contractuele verplichtingen af te zijn. In 1998 blies Lynne nieuw leven in ELO. Dat werd pas wereldwijd bekend in 2000.
In 2001 verscheen een nieuw ELO-album getiteld Zoom. Van twee concerten in april 2001 is een live video/dvd verkrijgbaar. Hoewel ook toetsenist Richard Tandy weer van de partij is, speelt Lynne de meeste instrumenten zelf. Andere ex-ELO-leden zijn niet aanwezig. George Harrison en Ringo Starr spelen mee op Zoom. De met dit album geplande ELO-comeback mislukte. Geplande concerten moesten worden afgelast bij gebrek aan belangstelling. Mogelijk speelde ook de 9/11-ramp in New York mee.
Vanaf 2001 zijn vrijwel alle albums van ELO opnieuw uitgebracht. Op de diverse uitgaven staan extra tracks die ooit op B-kanten van singles, 12" en maxi-cd's stonden. Verder staat hierop materiaal dat nooit eerder is uitgebracht.
Een van de twee platen die in oktober 2012 verschenen is Mr. Blue Sky: The Very Best of Electric Light Orchestra. Dit album is een collectie van het beste van het Electric Light Orchestra met daarop de persoonlijke keuze van de beste nummers van ELO volgens Lynne, maar dan opnieuw opgenomen en ingezongen op de manier waarop deze nummers, volgens Lynne, oorspronkelijk opgenomen hadden moeten worden. Dit laatste album betekende een terugkeer voor Lynne/ELO in de Engelse hitlijsten: nr. 8 in de UK Album Chart en nr. 2 in de UK Top Independent Albums Chart.
Geheel onverwachts traden Lynne en Richard Tandy als surprise act op tijdens het benefietconcert op 14 november 2013 BBC Children in Need Rocks. Onder begeleiding van het BBC-orkest en het BBC-koor brachten ze Livin' Thing en Mr. Blue Sky ten gehore.
In juni 2014 gingen kaarten voor een optreden van ELO tijdens een festival in Londen in de voorverkoop. Amper een dag later waren alle kaarten uitverkocht. Op 14 september 2014, tijdens het eendaagse BBC festival A Festival In One Day gaven Lynne, Tandy en een aantal bekende sessiemuzikanten en het BBC-orkest onder de naam Jeff Lynne's ELO een openluchtoptreden in Hyde Park, Londen. Het concert trok meer dan 50.000 toeschouwers.
In de zomer van 2015 werd bekend dat het optreden van een jaar eerder in Londen in september op dvd ging verschijnen. In september, tegelijk met het verschijnen van de dvd, kondigde Lynne een nieuw ELO-album aan. Hij had een contract gesloten met Columbia Records. Het was de opmaat naar een aantal succesvolle jaren met het album Alone in the Universe, het live-album Wembley or Bust en in 2016-2017 een wereldtournee met tientallen concerten in Europa en Noord-Amerika en een nog uitgebreidere wereldtournee op beide continenten in 2018. In 2019 volgde opnieuw een tour in Noord-Amerika, in de herfst gevolgd door het album From Out Of Nowhere. Jeff Lynne's ELO maakt met dat een album een mooie klapper: From Out Of Nowhere kwam in het Verenigd Koninkrijk binnen op 1. De in september en oktober 2020 geplande From Out Of Nowhere Tour, waarvan de kaarten begin 2020 in de verkoop waren gegaan, moest vanwege de uitbraak van het coronavirus worden afgelast.
Ander werk dan ELO In de eerste helft van de jaren 70 was Lynne ook solo actief en deed hij productiewerk voor andere artiesten. Zo werd in 1974 een drieluik van Del Shannon opgenomen, geproduceerd door Lynne. Ook andere leden van ELO droegen hieraan bij. Dat jaar bracht de bekende Engelse komiek Jasper Carrott de single Funky Moped uit. Lynne produceerde de single. Carrott en Lynne/ELO bleven nog decennia vrienden.
In 1976 was Lynne (en ook Wood) te horen op de soundtrack van de film All this and World War II, een dubbelelpee met songs van The Beatles, gecoverd door een scala aan artiesten. Lynne en Wood speelden hierop mee. In 1978 bracht Jeff Lynne een solo-single uit, Doin' that crazy thing, die flopte. Ook nadien is Lynne verdergegaan met het produceren voor anderen, zoals Kiki Dee en Helen Reddy.
In 1983 schreef Lynne nummers voor het Dave Edmunds-album Information met onder meer de hit Slipping Away als resultaat. Nog meer werk met Dave Edmunds verscheen op het album Riff Raff.
In 1984 schreef en speelde Lynne de nummers Video en Let It Run voor de film Electric Dreams. Ook Richard Tandy is hierop te horen. Met Video scoorde Lynne in het buitenland een bescheiden hit. Bovendien schreef Lynne in 1984 The story of me voor The Everly Brothers, dat zij met synthesizers uitvoerden op hun album EB84 en dat op single verscheen.
In 1985 schreef en produceerde hij het nummer One Way Love voor de solo-plaat van Agnetha Fältskog, ex-zangeres van Abba. Het nummer werd ook op single uitgebracht.
In 1987 produceerde Lynne het George Harrison-album Cloud Nine. Enkele nummers schreef hij samen met George. Dit album werd een succes, met onder andere de wereldhit Got My Mind Set on You. In de clip van de single When We Was Fab is Lynne, naast onder andere Ringo Starr, nog te zien, spelend op een uitgerekte viool. Ondertussen nam Duane Eddy met Lynne ook nog eens drie nummers op die op het album Duane Eddy verschenen.
1988 werd een druk Lynne-jaar. Twee nummers waar Lynne aan meeschreef verschenen op de soundtrack Still Crazy. Het zijn Dirty Town en A Woman Like That. Mede-componist van beide nummers is Ian La Frenais en beiden schreven samen met Rosie Vela A Woman Like That.
Het zat al een paar jaar in hun hoofden, maar dat jaar werd het een feit: Bob Dylan, George Harrison, Tom Petty, Roy Orbison en Jeff Lynne vormden samen de Traveling Wilburys. Ze brachten twee albums uit: Volume 1 (1988) en Volume 3 (1990). Volume 1 werd een wereldwijd succes. Het album is voor Dylan commercieel gezien zelfs zijn grootste succes. Door de dood van zowel Roy Orbison als zijn beoogde – wat nooit is bevestigd – opvolger Del Shannon stopte de band. Tussen de beide albums in werd nog wel de single Nobody's Child uitgebracht als onderdeel van een liefdadigheidsproject voor Roemeense weeskinderen. Volume 1 en 3 werden in 2007 opnieuw uitgebracht, met een dvd over het maken van Volume 1.
In 1988 schreef en produceerde Lynne het nummer Let it shine op het Brian Wilson-soloalbum Brian Wilson. Overigens is een paar jaar later, in 1991, ook een onofficieel album (muziekcassette) verschenen – Sweet Insanity, de opnames waren gestolen volgens Wilson – met daarop het nummer The Spirit of Rock & Roll. Wilson werkte op dit nummer samen met Lynne en Bob Dylan.
In 1988 produceerde Lynne het nummer Falling in love op het Randy Newman-album Land of dreams, als bedankje voor Randy Newmans eerbetoon aan ELO in 1979 The story of a rock-'n-rollband. Lynne draagt ook bij aan de hit It's Money That Matters.
In 1988 co-componeerde en produceerde Lynne het Roy Orbison-album Mystery girl. Hij was betrokken bij de nummers You got it (een hit), A love so beautiful en California blue. Het album betekende een glorieuze terugkeer van Orbison, die er maar kort van kon genieten. Hij overleed in december 1988, kort voor het uitkomen van de plaat in januari 1989.
In 1989 co-produceerde Lynne Full Moon Fever van Tom Petty, waarop de hits Free fallin', I Won't Back Down, A Face in the Crowd en Runnin' Down a Dream staan, die Lynne samen met Petty schreef. Het album wordt beschouwd als een van Tom Petty's beste, en werd wereldwijd een groot succes.
In 1990 bracht Lynne een soloalbum uit, Armchair Theatre. Op de single Every Little Thing verscheen een extra nummer, I'm Gone.
Naast productiewerk voor bekende artiesten werkte Lynne ook met minder bekende artiesten. In 1990 verscheen van de Deense damesgroep Miss B Haven het album Noboby's Angel. Lynne produceerde het album, en speelt en zingt erop mee. Op het album Work It Out van Jim Horn dat dat jaar verscheen is het titelnummer geproduceerd door Lynne. De Jeff Healy Band had de muzikant Lynne gevonden in While My Guitar Gently Weeps. Het nummer werd uitgebracht op het album Hell To Pay.
1991 werd ook een druk Lynne-jaar. In dat jaar schreef hij samen met Tom Petty en Del Shannon het nummer Walk Away op het album Rock on!. Lynne produceerde de meeste songs van dat album. Datzelfde jaar verscheen op de soundtrack Robin Hood - Prince of Thieves het nummer Wild Times van Lynne en in oktober van dat jaar verscheen Night Calls met de gelijknamige hitsingle van Joe Cocker. Night Calls werd geschreven en geproduceerd door Lynne en hij bespeelde meerdere instrumenten. Ondertussen verscheen dat jaar ook werk met Roger McGuinn op diens album Back From Rio en verscheen de single Good Golly Miss Molly van Little Richard.
Into The Great Wide Open, een nieuw album van Tom Petty and the Heartbreakers verscheen in 1991. Het album werd geproduceerd door Lynne en leverde de band, met onder meer het titelnummer, een paar hits op.
In 1992 produceerde Jeff de songs Don't go where the road don't go en After all these years voor het Ringo Starr-album Time Takes Time. Hij speelt daarop gitaar, bas, piano en keyboards. De onbekende Amerikaanse zangeres Julianna Raye bracht het album Something Peculiar uit. Het is geproduceerd door Lynne. In 1992 verschijnt ook de single Blue Beyond The Grey van Jimmy Nail en met medewerking van Lynne.