Het Kasteel van Logne is een voormalig kasteel, gelegen in de plaats Logne binnen het dorp Vieuxville in de Belgische gemeente Ferrières. Het kasteel is gebouwd op een smalle rots van 60 meter hoog, tussen de rivieren de Ourthe en de Lembrée, die iets verder uitmondt in de Ourthe. Deze strategische plaats maakte dat het kasteel goed te verdedigen viel.

Geschiedenis De versterking in Logne ligt op een anticline die al sinds de prehistorie wordt bewoond. Het castrum wordt voor het eerst vermeld in 862. De oudste vermelding van de naam Logne stamt uit 1105. De burcht behoorde tot het Abdijvorstendom Stavelot-Malmedy en vormde de zetel van het graafschap Logne daarbinnen. De kasteelheer was een ministeriaal die militaire en gerechtelijke taken uitoefende. Onder abt Wibald van Stavelot werd het kasteel van Logne in 1138 versterkt om de westgrens te beveiligen.

Als gevolg van de afnemende macht van de abten vanaf de 13e eeuw, werd Logne in 1427 in pand gegeven aan de Everhart II van der Marck. De schuld werd niet terugbetaald en Logne viel definitief toe aan de familie La Marck. Zij maakten er een militaire uitvalsbasis van, die herhaaldelijk werd belegerd. Willem I van der Marck verloor het kasteel in 1480 aan troepen van keizer Maximiliaan I geleid door Jan IV van Chalon-Arlay,Heer van Canteraine, prins van Oranje maar twee jaar later wist hij het garnizoen weer te verdrijven. Hij installeerde er zijn schoonzoon Jeannot le Bâtard, onder wie het een centrum van rooftochten werd. Ook werd er aan valsmunterij gedaan.Jean-Luc Dengis, "Logne, siège d'un atelier de faux-monnayeurs" in: Revue belge de Numismatique et de Sigillographie, 1998, p. 79-97 Na diens dood in 1514 werd Willem van der Marck de nieuwe kastelein. Vermoedelijk onder zijn bewind werd het kasteel verbouwd om het bestand te maken tegen eigentijds geschut.Bragard 2018, p. 458

Nadat Robert II van der Marck op 12 februari 1521 in dienst was getreden van koning Frans I van Frankrijk en strooptochten begon te houden in de Habsburgse Nederlanden, liet keizer Karel V het beleg van Logne slaan door troepen onder het bevel van Hendrik III van Nassau-Breda. De enkele tientallen verdedigers werden op 1 mei 1521 overmeesterd na twaalf dagen beschietingen. De 12 of 22 overlevenden werden opgehangen. Keizer Karel liet het kasteel ontmantelen en gaf het terrein terug aan het abdijvorstendom Stavelot-Malmedy.

Sindsdien is het kasteel een ruïne. De bijna 56 m diepe waterput, waarin zich een dikke betonlaag had gevormd, is archeologisch onderzocht. Pas op een diepte van ruim 49 m bereikten de drilboren eind 2002 interessant materiaal. Onder de aardewerken, metalen en houten voorwerpen bevonden zich ook de resten van een groot hijswiel.

Zie ook Lijst van kastelen in België Lijst van kastelen in Luik

Literatuur Pierre Leclercq, Festin au Château de Logne. Manières de table et Quinze recettes pour bien manger en 1521, Éditions de la Province de Liège, 2021

Benoît Wéry, "Logne" in: Stavelot - Wellin - Logne. Une abbaye et ses domaines, Marche-en-Famenne, Musée de la Famenne, 1997, p. 99-111 Patrick Hoffsummer, Anne Hoffsummer en Benoît Wéry, Naissance, transformations et abandon de trois places-fortes des environs de Liège: Chèvremont, Franchimont et Logne (= Études de castellologie médiévale, vol. 13), 1987, p. 63-80 Jean Yernaux, Histoire du comté de Logne. Étude sur le passé politique, économique et social d'un district ardennais, Liège-Paris, 1937. Online tekst Jules Freson, "Le château de Logne et la tour de Poulseur" in: Annales du Cercle Hutois des Sciences et des Beaux-Arts, XIV, 1910

Voetnoten

Categorie:Kasteelruïne in Luik (provincie) Categorie:Ferrières