Het Atlantisch orkaanseizoen 2006 begon op 1 juni 2006 en eindigde op 30 november 2006. Tropische stormen, die zich in 2006 vormen buiten dit tijdsbestek, zullen toch benoemd worden als behorende tot het seizoen 2006. Eén tropische cycloon, tropische storm Zeta vormde zich op 30 december 2005 en loste op op 6 januari 2006. Zeta is samen met orkaan Alice II uit 1954, een van de twee orkanen die bestond in twee kalenderjaren.
Hoewel Alice II sterker was, zij werd een orkaan voor de jaarwisseling 1954/1955, bleef Zeta wel langer bestaan dan Alice II. Doordat deze storm in 2005 ontstond, behoort de storm tot het seizoen 2005. Daarom wordt voor meer informatie over Zeta verwezen naar het seizoen 2005. Na het waanzinnige seizoen 2005 vreesde men het ergste. Echter een sterk ontwikkelende El Niño en een hardnekkige Calima; een oostenwind, die droge lucht uit de Sahara over de Atlantische Oceaan blaas, onderdrukten de tropische activiteit en na 2 oktober was het seizoen afgelopen.
Tropische storm Zeta thumb|Tropische storm Zeta op 2 januari boven de Atlantische Oceaan. Zeta was de laatste tropische cycloon van het seizoen 2005. Tropische storm Zeta behoort tot het seizoen 2005. Omdat zij de jaarwisseling overleefde staat zij hier toch vermeld in een aparte paragraaf.
Op 29 december ontstond tropische depressie 30 boven de Atlantische Oceaan uit een trog van lage druk langs een stationair front. Aanvankelijk werd tropische depressie 30 genegeerd en de eerste waarschuwingen en voorspellingen werden pas door het National Hurricane Center in Miami uitgegeven op 30 december, toen tropische depressie 30 al was gepromoveerd tot tropische storm (het seizoen 2005 kwam ook de meteorologen de neus uit). Zeta trok aanvankelijk noordwestwaarts, maar draaide rond de jaarwisseling bij naar het westen en zuidwesten. Zeta handhaafde zich in een vijandige omgeving met veel schering en dreef de meteorologen tot wanhoop; zij voorspelden telkens dat Zeta zou verdwijnen, om vervolgens op hun voorspelling terug te moeten komen, net als vier weken daarvoor met orkaan Epsilon. Op 2 januari verzwakte Zeta iets, maar kwam de volgende dag veel sterker terug en had bijna orkaankracht bereikt.
Zeta beleefde op dat moment zijn hoogtepunt met windsnelheden tot 102 km/uur en een minimale druk van 994 mbar. Dr. Lixion Avila schreef in zijn voorspelling en discussie, dat hij sprakeloos was. Op 4 januari zette de neergang in voor Zeta, maar het National Hurricane Center onderschatte Zeta en degradeerde Zeta onterecht op 5 januari. Zes uur later moest dit worden recht gezet, maar 24 uur later, op 6 januari was het gebeurd, Zeta was definitief een tropische depressie, die een paar uur later oploste. Zeta is samen met orkaan Alice II uit 1954, een van de twee tropische cyclonen, die bestonden in twee kalenderjaren. Hoewel Alice II sterker was; zij werd een orkaan voor de jaarwisseling 1954/1955, bleef Zeta wel langer bestaan als Alice II. Voor meer informatie over Zeta wordt verwezen naar het seizoen 2005.
Voorspelling +Voorspellingen activiteit tropische cyclonen in het Atlantisch basinBronDatumTropischestormenOrkanenMajeureorkanenUniversiteit van Colorado (CSU)Langjarig gemiddelde (1950–2000)9.65.92.3NOAALangjarig gemiddelde6–144–81–3Recordwaarden28158CSU5 december 20051795CSU4 april 20061795NOAA22 mei 200613–168–104–6Activiteit tot nog toe 10 5 2
Op 5 december 2005 kwam een groep Amerikaanse wetenschappers met de voorspelling van een zeer actief seizoen met 17 tropische stormen (het gemiddelde is 9.6), waarvan er 9 zullen uitgroeien tot een Orkaan (gemiddelde is 5.9), waarvan er 5 de derde categorie of hoger zullen bereiken (gemiddelde is 2.3). Men voorspelde ook dat er een kans zal zijn van 81% dat een orkaan van de derde categorie of hoger de Amerikaanse kust zal treffen De kans op een actief seizoen wordt groter, omdat de NOAA (Amerikaanse Meteorologische Dienst) begin februari heeft bevestigd dat er zich een la Niña heeft gevormd. Dit fenomeen houdt meestal sterke stromingen in de atmosfeer uit het gebied boven de Atlantische Oceaan, waar tropische cyclonen zich ontwikkelen. Dit is gunstig voor de formatie van tropische cyclonen. Of de La Niña ook aanhoudt tot aan het begin van het orkaanseizoen is nog niet geheel duidelijk. In april bevestigde de Universiteit van Colorado, (CSU) haar voorspelling. Op 22 mei publiceerde de NOAA haar voorspelling, die ruwweg met die van de CSU overeenkwam.
Cyclonen Tropische storm Alberto thumb|Alberto op 11 juni met het centrum ten noorden van het schiereiland Yucatán. Duidelijk is te zien hoe de zuidwestelijke schering de convectie weggeblazen heeft en zich alleen concentreert ten oosten van het centrum. De volgende dag zou Alberto een nieuw, oostelijker gelegen centrum krijgen, waardoor Alberto zich beter kon organiseren en aanzienlijk aan kracht kon toenemen. thumb|Het traject dat Alberto aflegde. Op 2 juni dreef vanuit het oosten een tropische onweersstoring over het zuidwesten van de Caraïbische Zee, waaruit de volgende dag een lagedrukgebied boven Honduras ontstond, dat naar het noorden trok en zich niet verder ontwikkelde, omdat er schering over het lagedrukgebied heerste. Toen de condities licht verbeterden, schampte het lagedrukgebied Belize en het schiereiland Yucatán, dat de ontwikkeling van het lagedrukgebied vertraagde. Op 7 juni kwam het lagedrukgebied op een oostelijke koers, weg van het vasteland en kon zich toen wel ontwikkelen, mede doordat er op grote hoogte een hogedrukgebied opbouwde boven het noordwesten van de Caraïbische Zee. Op dat moment bracht het systeem al wel grote hoeveelheden regen boven het westen van Cuba en boven Jamaica tot plaatselijk meer dan 500 mm. Op 9 juni draaide het lagedrukgebied naar het noordnoordwesten, richting de Straat Yucatan. Het lagedrukgebied ontbeerde op dat moment nog een duidelijk centrum en goed georganiseerde diepe convectie.
Op 10 juni waren aan deze voorwaarden voldoende voldaan om te promoveren tot tropische depressie 1. De tropische depressie trok richting de Straat Yucatan en vertraagde, maar bleef ongeorganiseerd. Bovendien kreeg zij meer en meer te maken met een zuidwestelijke stroming op grote hoogte, die door het bovengenoemde hogedrukgebied boven het noordwesten van de Caraïbische Zee werd veroorzaakt. Hetzelfde hogedrukgebied dat tropische depressie 1 liet vormen bracht nu schering over tropische depressie 1, toen zij verder van het hogedrukgebied vandaan, naar het noordwesten liep. Bovendien zoog zij droge lucht aan, die boven het westen van de golf van Mexico lag. Ondanks deze omstandigheden promoveerde tropische depressie 1 tot tropische storm Alberto op 11 juni boven het zuidoosten van de Golf van Mexico op basis van scheepswaarnemingen en data van een verkenningsvliegtuig, omdat het uiterlijk op satellietbeelden geen uitsluitsel gaf; Alberto leek een zeer gedesorganiseerde cycloon.
Op zeeniveau had Alberto een goed georganiseerde circulatie, maar op grotere hoogte werd de convectie weggeblazen (dit is op het satellietbeeld goed te zien). Op 13 juni verlegde Alberto zijn koers naar het noordnoordoosten en nu werden de omstandigheden iets beter. Nu Alberto in de richting van de schering (van zuidwest naar noordoost) meeliep, kon er ook ten westen van het centrum zich convectie ontwikkelen. Er vormde zich een nieuw centrum 110 km ten noordoosten van het oude centrum. Ook werd Alberto's uitstoot bevorderd door een trog van lage druk op grote hoogte ten noordwesten van hem. Nu Alberto zich daardoor veel beter kon organiseren, kon hij profiteren van de warme golfstroom en sterk in kracht toenemen tot net onder de orkaandrempel. Alberto bereikte zijn hoogtepunt met windsnelheden van 110 km/uur op 12 juni en een minimale druk van 996 mbar. Alberto landde op 13 juni op de kust van Florida nabij Adams Beach met windsnelheden tot 80 km/uur.
Alberto trok over Florida en Georgia en degradeerde op 14 juni later tot tropische depressie boven South Carolina en verloor enkele uren later zijn tropische kenmerken. Alberto eiste twee mensenlevens; een piloot stortte met een klein vliegtuig neer nabij Tampa, Florida, door het slechte weer en in Raleigh, North Carolina verdronk een 13-jarige jongen bij een overstroming. Op Cuba werden 27.000 mensen geëvacueerd uit de provincie Pinar del Río, vanwege het overstromingsgevaar. In Florida riep Jeb Bush, gouverneur van Florida, de noodtoestand uit, waardoor 21.000 mensen verplicht geëvacueerd werden uit verschillende districten in het noordwesten van Florida.
Tropische storm zonder naam thumb|De tropische storm op zijn hoogtepunt op 17 juli. thumb|left|De weg die het systeem aflegde. Half december, twee weken na afloop van het seizoen, publiceerde het National Hurricane Center een rapport over een achteraf geïdentificeerde tropische storm. Op 13 juli geraakte een koufront stationair voor de kust van de noordoostelijke Verenigde Staten en het zuidoosten van Canada. Aan het zuidelijke uiteinde van het koufront ontstond een lagedrukgebied toen een trog van lage druk op grote hoogte vanuit het westen naderde. Nadat het lagedrukgebied was gevormd, verzwakte de trog en het lagedrukgebied trok naar het noordoosten over de warme golfstroom met watertemperaturen van 27° à 28°C. Op 16 juli loste de resten van het koufront op, maar het systeem bezat onvoldoende organisatie om als tropische depressie te worden geclassificeerd.
Op 17 juli ontstond op 380 km ten zuidoosten van Nantucket, voor de kust van Massachusetts een tropische depressie. Een paar uur later promoveerde de tropische depressie tot tropische storm en versnelde naar het noordoosten. Boven de golfstroom bereikte de tropische storm zijn hoogtepunt met windsnelheden van 83 km/uur en een minimale druk van 998 mbar op 17 juli. Spoedig daarna kwam de tropische storm ten noorden van de golfstroom terecht, zodat hij was afgesneden van zijn energiebron. Op 18 juli verloor hij snel zijn convectie en degenereerde tot een resterend lagedrukgebied, dat later die dag op Newfoundland landde. Nadat het het schiereiland was overgetrokken, loste het lagedrukgebied op 19 juli op boven de Atlantische Oceaan.
Tropische storm Beryl thumb|Beryl op haar hoogtepunt, op 20 juli. thumb|left|Het parcours van Beryl. Half juli geraakte een front stationair oostelijk van de Amerikaanse oostkust. Aanvankelijk ontwikkelde in het noordoostelijke deel enige convectie met een nieuw lagedrukgebied, maar dit trok te snel naar het noordoosten om zich te ontwikkelen; het kwam snel boven koeler water terecht en kon zich bovendien niet losmaken van de frontresten. Een ander deel, veel zuidelijker boven de Atlantische Oceaan, halverwege Bermuda en South Carolina ontwikkelde zich nu langzaam. De schering nam af en op 18 juli ontstond tropische depressie 2. Tropische depressie 2 dreef langzaam naar het noorden, richting New England, North Carolina. De uitstoot van tropische depressie 2 was niet optimaal, maar deze werd aan de zuidflank bespoedigd door een lagedrukgebied op grote hoogte ten zuidoosten van de cycloon. Enkele uren later promoveerde tropische depressie 2 tot tropische storm Beryl.
Op 20 juli bereikte Beryl haar hoogtepunt met windsnelheden tot 93 km/uur bij een minimale druk van 1001 mbar. Daarna raakten delen van haar circulatie al over koeler water en zij begon te verzwakken. Op 21 juli versnelde zij haar koers noordoostwaarts en landde op het eiland Nantucket in Massachusetts met windsnelheden tot 83 km/uur en een minimale druk van 1001 mbar. Daarna begon Beryl haar tropische kenmerken te verliezen. Dezelfde dag trokken de overblijfselen van Beryl nog over Nova Scotia.
Tropische storm Chris thumb|De koers die Chris aflegde.