De nervus oculomotorius, in het Nederlands ook wel oogbewegingszenuw, CN. III is de derde van de twaalf hersenzenuwen. De zenuw innerveert de musculus levator palpebrae superioris en alle uitwendige oogspieren met uitzondering van de musculus obliquus superior en de musculus rectus lateralis. De oogbewegingszenuw speelt ook een rol in het parasympathische zenuwstelsel: de zenuw kan de pupil verkleinen en innerveert de musculus ciliaris om dichtbij te kunnen zien.
De drie oogzenuwen, de nervus oculomotorius CN. III, nervus trochlearis CN. IV en nervus abducens CN. VI sturen samen de oogbeweging aan.
De nuclei van de nervus oculomotorius liggen in de middenhersenen en de zenuw verlaat de hersenstam aan de ventrale kant in de fossa interpeduncularis. Samen met de andere zenuwen die oogbewegingen aansturen, de nervus trochlearis en de nervus abducens, verlaat de nervus oculomotorius de schedel via de bovenste oogkasspleet.
De preganglionische parasympathische zenuwcellen van de nervus oculomotorius liggen in de kern van Edinger-Westphal in de middenhersenen en lopen met de oogbewegingszenuw mee naar het ganglion ciliare, een kern die vlak achter het oog ligt. Van daar worden de musculus ciliaris en musculus sphincter pupillae aangestuurd. Deze spieren worden gebruikt om dichtbij te kunnen zien en de pupil te verkleinen.
Schade aan een van de drie oogzenuwen kan de beweging van de oogbal aantasten. Eén of beide ogen kunnen worden aangetast, maar in beide gevallen treedt waarschijnlijk diplopie, dubbelzien op omdat de bewegingen van de ogen niet meer synchroon zijn. Wanneer de ogen niet samenwerken, komt dit waarschijnlijk door schade aan een hersenzenuw of aan de bijbehorende nuclei. Schade aan de oogbewegingszenuw kan tot het afhangen van één of beide oogleden leiden, tot ptose en tot pupilverwijding of mydriase. Verder kunnen laesies leiden tot het onvermogen om het oog te openen, doordat de musculus levator palpebrae superioris verlamd is geraakt. Mensen die een laesie hebben aan de oogbewegingszenuw compenseren daar soms voor door hun hoofd te draaien.
Innervatie Somatomotorische vezels: uitwendige oogspieren Ramus superior: m. levator palpebrae superioris m. rectus superior bulbi Ramus inferior: m. rectus inferior bulbi m. rectus medialis bulbi m. obliquus inferior bulbi Visceromotorisch deel: inwendige oogspieren m. ciliaris m. sphincter pupillae
Categorie:Anatomie van het oog Categorie:Zenuwstelsel