De Tweede Wereldoorlog was de escalatie van de Tweede Chinees-Japanse Oorlog die begon in 1937 en een Europese oorlog begonnen in 1939 tot een militair conflict dat van 1941 tot 1945 op wereldschaal werd uitgevochten tussen twee allianties: de asmogendheden en de geallieerden. In het westen worden meestal de jaren 1939 en 1945 aangehouden als begin en eind van de oorlog.

De Eerste Wereldoorlog eindigde op 11 november 1918 met een militaire overwinning van de drie grote westelijke democratieën: het Verenigd Koninkrijk, de Derde Franse Republiek en de Verenigde Staten. Die vormden daarna echter geen formeel militair bondgenootschap. Het VK en de VS ontbonden het grootste deel van hun strijdmachten. Daardoor kon weinig tegenwicht geboden worden aan de opkomst van agressieve autoritaire regimes: in 1918 de communistische Sovjet-Unie, in 1922 het fascistische Italië, na 1926 een Japanse militaire dictatuur en in 1933 Nazi-Duitsland.

Op 7 juli 1937 viel Japan China binnen. Nadat het noordoosten van dat land veroverd was, volgde een slepende oorlog die miljoenen slachtoffers eiste. In de zomer van 1939 versloeg de Sovjet-Unie Japan toen het Mongolië wilde veroveren. Japan besloot zich hierna op de verovering van Zuidoost-Azië te richten. De nationaalsocialistische dictator van Duitsland, Adolf Hitler, liet in 1936 het gedemilitariseerde Rijnland bezetten. In 1938 annexeerde Duitsland in de Anschluss Oostenrijk. In het Verdrag van München moest Tsjecho-Slowakije het Duitstalige Sudetenland afstaan. Toen Tsjecho-Slowakije in maart 1939 geheel werd onderworpen, beloofden het VK en Frankrijk om Polen bij te staan in het geval van een Duitse aanval. Ze hoopten dat Hitler nu van een invasie zou afzien omdat het Duitse leger zijn opbouw nog lang niet voltooid had. Op 23 augustus sloot hij echter het Molotov-Ribbentroppact met de Sovjet-Unie, waardoor hij meende dat een internationaal ingrijpen ook deze keer zou uitblijven.

De Duitse Wehrmacht en de SS vielen op 1 september 1939 Polen binnen. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk verklaarden op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland. Polen werd na een maand veroverd. De Sovjet-Unie bezette het oosten van het land. Britten en Fransen begonnen een overmacht aan manschappen en materieel te verzamelen om Duitsland in 1941 te verslaan. In april 1940 echter veroverden de Duitsers Denemarken en Noorwegen. In mei 1940 werden de Lage Landen en Frankrijk verslagen door een verrassende opmars van tankeenheden door de Ardennen naar Het Kanaal. In juni 1940 verklaarde Italië de oorlog aan Frankrijk en het VK. De Britten wisten een invasie af te weren in de Slag om Engeland. Duitsland poogde in de jaren daarna vergeefs het VK te breken via een duikbootoorlog. De VS begonnen materiële steun aan het VK te leveren, sinds maart 1941 via de Leen- en Pachtwet. Mislukte Italiaanse aanvallen op Egypte en Griekenland dwongen Duitsland zich te mengen in een onderwerping van de hele Balkan en een langdurige Noord-Afrikaanse Veldtocht.

Hitler dacht in 1941 dat een "onoverwinnelijke" Wehrmacht de idealen van de nazi-ideologie kon verwezenlijken: het uitroeien van de Joden en het onderwerpen van de Slavische Untermenschen aan een bovenlaag van Germaanse kolonisatoren. Op 22 juni 1941 viel Duitsland de Sovjet-Unie binnen. Na grote terreinwinst liep dit offensief in de herfst vast in de modder. Op 7 december 1941 voerden vliegkampschepen van het Japans Keizerrijk een verrassingsaanval uit op de United States Pacific Fleet te Pearl Harbor. Hitler verklaarde vier dagen later de VS de oorlog, de grootste economie ter wereld. Zo raakten de Asmogendheden betrokken in een mondiaal conflict tegen een coalitie waarvan de militaire productie de hunne al in 1942 vele malen overtrof zodat hun nederlaag slechts een kwestie van tijd was. Dat jaar boekten ze nog successen die echter eindigden in pijnlijke echecs. Japan veroverde grote delen van Azië maar leed een beslissende nederlaag in de Slag bij Midway. Duitse legers rukten op in Egypte en naar de olievelden van de Kaukasus maar werden vernietigd in de Tweede Slag bij El Alamein en de Slag om Stalingrad. Van 1942 af voerden de Britten en Amerikanen steeds zwaardere bombardementen uit die wel de Duitse steden zouden verwoesten maar slechts een beperkt effect hadden op de industriële productie. Juli 1943 mislukte een laatste groot Duits offensief aan het Oostfront in de Slag om Koersk. Dezelfde maand landden de Britten en Amerikanen in Italië. De Italiaanse dictator Benito Mussolini werd ten val gebracht. De Duitsers bezetten het noorden van Italië. Tot mei 1944 kon het Rode Leger de Oekraïense sovjetrepubliek heroveren omdat Hitler beval een belangrijk deel van zijn pantserreserves in Frankrijk op te stellen. Desalniettemin lukte het de westelijke geallieerden op D-Day, 6 juni 1944, in Normandië te landen om uiteindelijk uit te breken en een groot deel van het Duitse leger te vernietigen. Ze bevrijdden Frankrijk en België. Tegelijkertijd vernietigde het Rode Leger de Duitse Legergroep Midden in Operatie Bagration. Finland, Roemenië en Bulgarije gingen over naar de geallieerde zijde. De Wehrmacht kon zich van de geleden verliezen niet meer herstellen. De geallieerde opmars werd echter vertraagd door bevoorradingsproblemen, het mislukken van Operatie Market Garden en het Duitse Ardennenoffensief. In 1944 gebruikten de Amerikanen hun materieel overwicht om de Japanse marine definitief te verslaan, eerst in de Slag in de Filipijnenzee tijdens de verovering van de Marianen, en vervolgens tijdens de herovering van de Filipijnen in de Slag in de Golf van Leyte. Vanaf de Marianen bombardeerden Amerikaanse zware bommenwerpers het Japanse vasteland. Januari 1945 verpletterde het Weichsel-Oderoffensief de Duitse troepen in Polen. De geallieerden trokken in het westen de Rijn over om in mei bij de Elbe contact te leggen met het Rode Leger dat Berlijn veroverd had. Hitler had zelfmoord gepleegd. Op 8/9 mei 1945 capituleerde Duitsland. In augustus 1945 vernietigden de Amerikanen Hiroshima en Nagasaki met een atoombom en verklaarde de Sovjet-Unie de oorlog aan Japan. Op 2 september capituleerde Japan.

Er ontwikkelde zich een samenwerking tussen de Sovjet-Unie enerzijds en de Britten en Amerikanen anderzijds, die gekenmerkt werd door veel wederzijdse onwennigheid en wantrouwen, waarop door de Duitsers werd ingespeeld. Deze samenwerking zou na het einde van de Tweede Wereldoorlog al gauw omslaan in een nieuwe periode van conflict, bekend als de Koude Oorlog. Belangrijke, deels op de ervaringen terug te voeren ontwikkelingen na de oorlog waren de oprichting van de Verenigde Naties – die in de plaats kwam van de machteloos gebleken Volkenbond – en de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Benaming Reeds in 1939 na de Brits-Franse oorlogsverklaring aan Duitsland wegens het binnenvallen van Polen werd de term Tweede Wereldoorlog (Second World War) gebezigd door de Britse conservatieve politicus Duff Cooper, die in 1940 door de nieuwe premier Winston Churchill zou worden benoemd tot Minister van Voorlichting (Minister of Information). Pas na 1945 zou deze aanduiding algemeen gangbaar worden, evenals de aanduiding Eerste Wereldoorlog voor de voorheen als Grote Oorlog (Great War) aangeduide gebeurtenissen van 1914-1918, hoewel die reeds in 1918 was gebezigd door Charles à Court Repington.

België en Nederland

België en Nederland werden op 10 mei 1940 door Duitsland aangevallen. Op 14 mei gaf het Nederlandse leger zich over. De capitulatieovereenkomst werd getekend op 15 mei. De capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar nog enkele dagen strijd werd geleverd. België capituleerde na achttien dagen verzet op 28 mei. De daaropvolgende bezetting duurde in België tot 17 september 1944 en in Nederland ten noorden van de grote rivieren tot 6 mei 1945. Japan viel Nederlands-Indië binnen op 10 januari 1942 en capituleerde op 15 augustus 1945. Nederland zou nooit meer volledige controle over het eilandenrijk verkrijgen, dat in 1949 onafhankelijk werd.

Oorzaken van de oorlog in Europa

De strijd om de Europese hegemonie 1866 – 1918

thumb|Door het Duitse Rijk afgestane gebieden na de Eerste Wereldoorlog Na de totstandkoming van het Duitse Keizerrijk in 1871 nam de Duitse militaire en economische macht snel toe, ondersteund door een verder voortschrijdende bevolkingsgroei en industriële ontwikkeling. De Duitse Bond en Noord-Duitse Bond hadden onder Pruisische leiding al de Tweede Duits-Deense Oorlog (1864) en de Oostenrijks-Pruisische Oorlog (1866) gewonnen. De snelle nederlaag van Frankrijk in de Frans-Duitse Oorlog in 1870-71, waarna Duitsland het grootste deel van Elzas en Lotharingen annexeerde, maakte duidelijk dat de machtsverhoudingen in Europa sinds de Napoleontische oorlogen grondig gewijzigd waren. De annexatie veroorzaakte een blijvend ernstig territoriaal geschil tussen Duitsland en Frankrijk.

De buitenlandse politiek van Wilhelm II van Duitsland schiep ook spanningen tussen het Duitse Keizerrijk en zowel het Verenigd Koninkrijk als het Russische keizerrijk. Voor de Britten speelde mee dat Duitsland zich steeds meer ontwikkelde tot een maritieme en industriële rivaal. Men vreesde vooral de dumping van Duitse goederen op de Britse markt. Voor de Russen was de steen des aanstoots de Duitse steun aan Oostenrijk-Hongarije in de Balkan, waar de Dubbelmonarchie ook Slavische volkeren overheerste. Britten, Fransen en Russen begonnen een anti-Duits blok te vormen, de Triple Entente. Dat versterkte de gevoelens van achterstelling in Duitsland waar een steeds virulenter nationalisme, militarisme en expansionisme voor het land een hegemonie opeiste die overeenkwam met zijn positie als sterkste landmacht ter wereld.

Toen de oplopende spanningen in 1914 leidden tot de Eerste Wereldoorlog bleek de Duitse militaire superioriteit niet afdoende voor een snelle overwinning. Aan het Westfront ontstond een bloedige patstelling. Een geallieerde blokkade van Duitsland veroorzaakte ernstige tekorten aan grondstoffen voor de industrie en hongersnood. Het voeren van een oorlog op twee fronten was een te grote belasting. De Duitsers waren echter niet bereid vrede te sluiten zonder territoriale winsten. De Duitse geheime dienst zond Lenin naar Rusland. Zijn nieuwe Sovjetregime sloot de Vrede van Brest-Litovsk. Met het Lenteoffensief van 1918 hoopte de Duitse generale staf nu in het westen de overwinning te behalen voordat de te hulp geschoten Amerikanen in 1919 een oppermachtige strijdkracht konden opbouwen. Tegelijkertijd bezette men Oekraïne om de voedselvoorziening te verbeteren. Deze uiterste krachtsinspanning leidde slechts tot een snelle totale uitputting van het Duitse leger, gevolgd door de Novemberrevolutie. Op 11 november 1918 zag Duitsland zich gedwongen een wapenstilstand te sluiten. Op dat moment liep de frontlijn nog door België en dat zou voer geven aan de dolkstootlegende, dat de fronttroepen verraden zouden zijn door defaitistische politici.

De Vrede van Versailles schiep in 1919 geen stabiele situatie. De Duitse bevolking voelde zich onbillijk behandeld vanwege enorme herstelbetalingen en territoriale verliezen. Ten dele Duitssprekende gebieden vielen toe aan Frankrijk (Elzas en Lotharingen) of het sinds 1793 weer onafhankelijke Polen. Oost-Pruisen raakte geïsoleerd van de rest van Duitsland door de corridor van Danzig. Dit leidde tot revanchisme en irredentisme. De geallieerden kregen geen dwingende garanties om een Duitse wederopstanding te voorkomen. Het Duitse leger werd in omvang en bewapening beperkt maar niet opgeheven. Alleen het Rijnland werd bezet en tegen de wens van Frankrijk niet permanent maar slechts voor vijftien jaar. De Franse maarschalk Ferdinand Foch omschreef het Verdrag van Versailles dan ook als "geen vrede, maar een wapenstilstand van twintig jaar".Forczyk (2017), p. 25

Duitse instabiliteit 1918 – 1929