Het Iwema-steenhuis (ook wel Iwemastins) is een van oorsprong laat-middeleeuws steenhuis aan 't Pad in Niebert in de Groningse gemeente Westerkwartier. Het steenhuis werd rond 1850 ingrijpend verbouwd en maakt sindsdien deel uit van een kop-rompboerderij. In de schuur is het molen- en bakkerijmuseum 't Steenhuus gevestigd.
Geschiedenis Het steenhuis in Niebert is het enige gebouw in de provincie Groningen dat het karakter van steenhuis heeft behouden. Het steenhuis is nooit door een adellijke familie bewoond.Schroor, M. & Meijering, J. (2007). Golden Raand - Landschappen van Groningen. Assen: In Boekvorm. Dit biedt een verklaring voor het feit dat het steenhuis nooit tot borg uitgroeide.Heemkundekring Vredewold-West (2020). Niebert. [online] Beschikbaar via: Historischmarum.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Gearchiveerd op 6 juni 2023. Steenhuizen waren woontorens die op een heuvel gebouwd werden. Een voorbeeld van een dergelijke heuvel, ook wel stinswier, vormt de bult in het naburige Marum. Wanneer gevaar dreigde, trok men zich middels een ladder terug op de verdieping van de woontoren. Eind 19e eeuw wisten oude inwoners van Niebert nog te vertellen dat het steenhuis aan de zuidkant een buitentrap had.Kamphuis, H. (1986). Iwema's steenhuis staat al zes eeuwen in Niebert. Nieuwsblad van het Noorden, [online] 27 december. Beschikbaar via: Delpher.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Op basis van de constructie wordt het steenhuis omstreeks het jaar 1400 gedateerd.Formsma, W.J., Luitjens-Dijkveld Stol, R.A. & Pathuis, A. (1987). De Ommelander Borgen en Steenhuizen. Assen/Maastricht: Van Gorcum. De voormalige woontoren is 10 meter lang en 7 meter breed en heeft een muurdikte van zo'n 65 centimeter.Vos, K. & Olijve, C. (2019). Van Westerdeel naar Westerkwartier. Afscheid van de gemeente Marum. Marum: Gemeente Marum. In de westgevel zijn nog sporen aanwezig van drie nissen en twee dichtgezette vensters. Deze gevel zal puntvormig zijn geweest.Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2020). Monumentnummer: 28289 't Pad 15 9365 TA te Niebert. [online] Beschikbaar via: Monumentenregister.cultureelerfgoed.nl [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Gearchiveerd op 20 juni 2021. Eerder was aan de noordkant een schuur tegen het steenhuis gebouwd. Sinds een verbouwing van omstreeks 1850 is het steenhuis opgenomen in een witgepleisterde kop-rompboerderij met de schuur aan de westkant.Stenvert, R., Kolman, C., Broekhoven, S., Olde Meierink, B., Broekhoven, S. & Alma, R.H.(1998). Monumenten in Nederland. Groningen. Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg/Zwolle: Waanders Uitgevers. Hierbij is de woontoren een kleine meter verlaagd en werden grote vensters geplaatst. Wel is de oude indeling nog te herkennen. Het souterrain en de hoge zaal daarboven worden bewoond. De verdieping is echter verdwenen.Vleer, W.T. & Kroes, H. (1972). Gemeente Marum door de eeuwen heen - Stelling Trimunt in oorlogstijd. Marum: Rabobank. Ook zijn er nog middeleeuwse gebinten van eikenhout aanwezig met telmerken.Eijk, A. van der (2010). Coendersborch: eerst opknappen, dan openstellen. Golden Raand, 26(4), pp.6-7. Het gebouw werd in 1976 aangemerkt als rijksmonument.
Het gebouw is gelegen aan het Malijksepad, ter plaatse 't Pad geheten. Dit pad toont een secundaire bewoningsas nadat bodemdaling de mensen vanaf het Ouddiep naar hoger gelegen gronden in het zuiden dwong. Dit maakte Niebert tot een streekdorp met langerekte percelen haaks op de weg. Zo strekte het bezit van het steenhuis zich uit van het Ouddiep tot in de venen rond Zevenhuizen. Dit complex was in 1832 nog intact. Direct rond het steenhuis lagen een boomgaard, een eikenbos, een tuin en een weiland.Fryske Akademy (2019). HisGIS Groningen. [online] Beschikbaar via: Hisgis.fa.knaw.nl [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Gearchiveerd op 10 augustus 2023. In de tweede helft van de 19e eeuw zou de bewoning weer concentreren rond de eerder verlaten bewoningsas. Hierdoor kwam het steenhuis uit het gelid te staan, gelijk de Coendersborg.Commissie Gemeentelijke Monumenten Leek (2008). Voorheen het Holmerpad. Op weg naar een tweede 'leven'? [pdf] Beschikbaar via: Gemeentelijkemonumentenleek.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020].
Iwema Het steenhuis dankt zijn naam aan het vooraanstaande eigenerfde geslacht Iwema dat uit Niebert afkomstig is. De familie had verder takken in Doezum, Noordhorn, Zuidhorn, Okswerd, Hoogemeeden en Lagemeeden.Feenstra, H. & Oudman, H.H. (2004). Een vergeten plattelandselite. Eigenerfden in het Groninger Westerkwartier van de vijftiende tot de zeventiende eeuw. Leeuwarden: Fryske Akademy. De Iwema's waren onder meer geparenteerd aan de geslachten: Bensema, Bousema, Fossema, Harckema, Renkema en Siccama. Daarnaast zou er een verwantschap zijn met de uit Tolbert afkomstige familie Auwema. Deze familie bewoonde aldaar het Auwemahuis. Hoewel er genealogisch nog geen verwantschap gevonden is, stelde Harcke Iwema wel het huwelijkscontract op voor Auwema. Dit wijst meestal op familierelaties. Daarnaast komt in beide families de voornaam "Ywe" voor, lijken de geslachtsnamen Iwema en Auwema sterk op elkaar en voeren beide families een doorkruist hart als wapen.Martinus, L. (2013). Auwema, eigenerfden in Tolbert. Stadskanaal: eigen beheer. Een symbool dat tevens voorkomt in het wapen van de vooraanstaande familie Wyema uit Marum.Brongers, G.A., Bultsma, P. & Dull, A.B. (2000). Familiewapens in Noord-Nederland. Drenthe, Friesland, Groningen. Uithuizermeeden: Roorda. In de kerk van Niebert bevinden zich meerdere 17e-eeuwse grafzerken van de familie Iwema.Pathuis, A. (1977). Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814. Assen/Amsterdam: Van Gorcum.
Leden van de familie Iwema (eertijds ook wel Idema) bekleedden aanzienlijke ambten. Zo trad Harcke Iwema op als grietman van Vredewold. Hij protesteerde tevergeefs tegen het erfbare grietmanschap van de familie Van Ewsum. Tevens kwamen zij voor als landdagcomparanten namens Niebert en Tolbert. De familie had niet enkel bezit in Niebert. De Iwema's waren blijkens een geschil in 1559 ook gegoed te Noordwijk waar dan sprake is van de Zuider Uwemaheerd. Daarnaast was er in 1777 nog sprake van de boerderij Ooster Ywema te Tolbert.Jonkman, R. (2008). Genealogie Posthuma. Genealogysk Jierboek 2008, pp.151.
Het is echter allerminst zeker of de Iwema's het steenhuis gebouwd hebben dan wel of zij als bewoners aangemerkt kunnen worden in de 16e eeuw. Waarschijnlijk is het steenhuis van vader op oudste zoon vererfd.Euwema, J. (200-). Iwema stamboom - alleen in de mannelijke lijn en voorzover deze uitloopt op de familie Euwema. [pdf] Beschikbaar via: Home.kpn.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020]. In 1540 komt de eerder genoemde Harcke Iwema niet meer voor als grondeigenaar in Niebert, enkel te Lettelbert en Midwolde. Waarschijnlijk is zijn bezit reeds overgegaan op zijn zoon Lubbe die dan wel bezit heeft te Niebert. Deze komt dan voor als "Lubbe Edens". Hij bezit dan 20 roeden "up ende uutgaende landt guedt ende quaet" en 1 roede "hilligen landt", wat hij van de kerk gehuurd zal hebben. Verder komt hij nog voor met 7 "mans mat maetlandtz" en 6 "mans matt maetlandtz".Alma, R.H. (1991). Het schatregister voor de jaartax van 1540. Gruoninga. Tijdschrift voor genealogie, naam- en wapenkunde, 36, pp.58-89. Lubbe zal later naar Doezum verhuisd zijn. In ieder geval was het steenhuis eigendom van Hendrick Iwema, kleinzoon van Lubbes broer. Reeds in 1639 is er sprake van verkoop van haar erfdeel door Lucke Iwema aan haar broers Leo en Hendrick, hierbij horen landerijen te Niebert.Groninger Archieven (2017). Koopbrief, waarbij Lucke Iwema en Meint Ibema verkopen aan hun broers Leo Iwema en Hindrick Iwema het aandeel in de erfenis (landerijen enz. te Niebert) van hun ouders, 1639. 20 september. [online] Groningen: Groninger Archieven. Beschikbaar via: Groningerarchieven.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Na Hendricks overlijden werd de erfenis in 1676 verdeeld onder zijn kinderen Geertruid, Dato en Wierd. Geertruid verkocht de helft van haar erfdeel aan de kleinkinderen van haar nicht Antje Ibema. Het erfdeel van Dato ging over op zijn dochter Anneke en ook Wierds deel vererde op diens dochter Foske. Foske was getrouwd met Jan Tjeerds Ibema.Alma, R.H. (1984). Genealogie Ibema. Gruoninga. Tijdschrift voor genealogie, naam- en wapenkunde, 29, pp.92-111.
Ibema Het steenhuis kwam vervolgens in het bezit van het geslacht Ibema, verwant aan de Iwema's. In de loop van de 18e eeuw werden de Iwema's echter overvleugeld door de Ibema's.Ligterink, G.H. (1968). Tussen Hunze en Lauwers. Groningen: Niemeijer. Jan Tjeerds Ibema verkreeg het steenhuis door de aankoop van de verschillende erfdelen in de periode 1688-1709. Bij een boedelscheiding in 1736 van zijn zoons Hendrik Jans Ibema en Tjeerd Jans Ibema kwam Hendrik in het bezit van het steenhuis. Zowel hun overgrootmoeder als hun vaders eerste vrouw was een Iwema. Hendrik nam onder meer het initiatief tot het verfraaien van het interieur van de kerk van Niebert.Groningerborgen.nl (2020). Iwema-steenhuis. [online] Beschikbaar via: Groningerborgen.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Gearchiveerd op 10 augustus 2023. In deze kerk staat nog een herenbank met het wapen van het geslacht Ibema. Hendrik overleed kinderloos in 1773. Zijn broer Tjeerd overleed in 1780 al bleken ook vele schulden tot de erfenis te behoren. Tjeerds kinderen verkochten daarom hun erfdeel van de erfenis, waaronder het steenhuis, in 1781 aan Ferdinand Folef von Innhausen und Kniphausen, heer van Nienoord. Door de slechte financiële situatie van Nienoord na de Franse Tijd zag de familie Bousema, nazaten van de Iwema's, in 1816 de kans om het steenhuis weer terug te kopen.Boer-Jager, J. de (2011). Het Iwema Steenhuis. 't Olde Guet, 14, pp.23-25.
Bousema Het Iwema-steenhuis vormde een eenheid met de naastgelegen Bousemaheerd ('t Pad 17).Euwema, J. (2000). Eigen erf & eigen aard - geschiedenis van een gewest en van een geslacht. [pdf] Beschikbaar via: Home.kpn.nl. [Geraadpleegd op 28 december 2020]. Gearchiveerd op 10 augustus 2023. De familie Bousema was afkomstig van de Bousemaheerd te Tolbert. Yle Bousema uit Tolbert trouwde met Geertien Bandringe uit Lettelbert.Bousema, J. (2002). De "Bousemaheerd" ook wel "Oud Bousema"/"Old Bouwsma", Hoofdstraat 68 te Tolbert. Groningen: eigen beheer. Zij bewoonden hier de Suyderste heert, een voormalige pachtboerderij van het klooster Trimunt. Hun zoon, Pieter Yles Bousema, trouwde met Jantje Iwema. Zij erfden de Suyderste heert. De zoon van Pieter en Jantje, Drewes Iwema-Bousema, erft de boerderij vervolgens. De dochter van Drewes, Jantje, trouwde opnieuw met een Iwema, Fokke Sietzes. Alle kinderen van Fokke en Jantje zouden de naam Iwema krijgen, behalve zoon Drewes die Bousema heet. Deze Drewes Bousema was getrouwd met Ettje Beukema.Bousema, J. & Kemme, N. (2008). Lettelbert, een klein en gering dorp. Lettelbert: Stichting Dorpshuis Lettelbert. Rond 1800 verhuisde dit echtpaar van Lettelbert naar Niebert en ging hier bij Drewes tante, Geertruida Sytes Iwema, wonen op de Bousemaheerd. De boerderij te Lettelbert werd in 1801 verkocht. Drewes was onder meer bestuurder van de gemeente Marum, Rekenmeester van de Ommelanden en Gecommitteerde van het Ommelander Bestuur.Boerema, J. & Boerema, H.J. (1989). Vlijtige armoede en tonnen gouds. Twee eeuwen Gemeente Marum. Marum/De Wilp: Rabobank Marum-De Wilp. Na zijn overlijden in 1814 kochten zijn tante Geertruida en zijn weduwe het steenhuis terug van de heer van Nienoord in 1816. Het steenhuis zou echter weer verkocht worden door de erfgenamen van Ettje.
Dominee Damsté