Beminde ongelovigen is een kort boek van Anne Provoost uit 2008, waarin deze Vlaamse schrijfster met behulp van de 'religiometer' zich beweegt tussen atheïsme en theïsme op een schaal van 1 tot 10. Ze baseert zich hiervoor op de 19e-eeuwse Charles Darwin en onderbouwt haar zienswijze in de manier waarop de mens, bewust of onbewust, keuzes wil of kan maken en zich geconfronteerd ziet in afwegingen tussen emotie versus ratio, dogma versus paradigma.
Uitgangspunt Historisch gezien is Intelligent Design een progressieve reflex. Meteen nadat Darwins theses verspreid raakten, werd zijn leer door de christenen in het hele Westen verworpen. Het principe van natuurlijke selectie ervoeren de 19e-eeuwse gelovigen als grillig en wreed, het leek niet op het model van harmonie dat ze van de god uit hun boeken verwachtten. Intelligent Ontwerp bood een uitweg voor de modernisten die wel graag de theorieën van Darwin wilden aannemen. Zij maakten van God een sturende kracht, een hogere intelligentie die – helemaal in de lijn van het harmoniemodel – goed wist waar hij naartoe wilde, ook al was dat voor de mens niet zo duidelijk. Intelligent Ontwerp was in zijn vroegste vorm dus een reactie van theologisch liberalisme. Voor de conservatieven was de ruimdenkendheid van Intelligent Ontwerp ketterij.
Gelovigheid lijkt niet te meten, maar toch wordt er een onderscheid gemaakt tussen gematigde en extreme vormen van religie. Provoost stelt zich de vraag hoe rekkelijk geloof van streng geloof kan worden onderscheiden, en wanneer gematigdheid verandert in fundamentalisme. In een poging om (on)gelovigheid in kaart te brengen heeft ze het levensbeschouwelijke spectrum onderverdeeld in schijven. Vanuit de filosofische vraag naar de aard van het universum kwam ze tot een religiometer in tien stappen. Op de twee eerste graden staan de niet-gelovigen. Eerst komt het atheïsme en daarna het adeïsme, dat zich daarvan onderscheidtdoor een non-theïstische spiritualiteit. Op de derde trap komt het agnosticisme, gevolgd door het ietsisme en het deïsme. Deïsten geloven in een god, maar denken niet dat die god verder over enig vermogen of macht beschikt. Vanaf de zesde graad is iedereen theïstisch. In de tiende graad komt de religie potentieel in conflict met burger- en/of mensenrechten.
De religiometer maakt duidelijk dat de gelovige in supermateriële kracht gelooft. Dat strikte onderscheid voorkomt dat er verwarring is met die andere betekenis van 'geloven in': vertrouwen geven of je hoop stellen op iets zoals de toekomst. Verder zal duidelijk zijn dat niet alles wat religie wordt genoemd een hoge graad haalt op de schaal. Zo manifesteert het boeddhisme zich al vanaf de tweede graad - vandaar dat velen het zien als een levensfilosofie en niet als godsdienst. Ook stromingen binnen de new age zijn lastiger onder te brengen binnen de religiometer, omdat die onder een andere noemer vallen dan de traditionele mono- en polytheïstische religies.
Religiometer van Provoost Eerste graad – atheïstisch Je staat in de wereld, maar je hebt op geen enkele manier het gevoel dat je deel uitmaakt van wat je ‘een groter geheel’ zou noemen.
Tweede graad – adeïstisch Je leeft met het gevoel dat je deel uitmaakt van een groter geheel, je voelt verbondenheid, maar je gelooft geen moment dat het grotere geheel afhangt van een kracht die buiten de wetten van de natuurkunde valt. Als in situaties van zogenaamde singulariteit de natuurwetten niet meer opgaan, is er voor jou nog altijd geen sprake van iets bovennatuurlijks, wel van andersoortige, aan relativiteit onderhevige natuurwetten.
Derde graad – agnostisch Je leeft met het gevoel dat je deel uitmaakt van een groter geheel, maar je stelt dat je niet kunt weten of de grootheid die je ervaart binnen of buiten de wetten van de natuurkunde valt.
Vierde graad – ietsistisch Je gelooft dat de grootheid die je ervaart wel degelijk iets is wat de wetten van de natuurkunde overstijgt, maar je noemt het bewust niet ‘god’ omdat dat begrip te beladen is. Je vindt geen enkel begrip goed genoeg, dus je opteert voor ‘iets’: ‘Er moet toch íéts zijn!’
Vijfde graad – deïstisch Je gelooft dat de grootheid die je ervaart een bovennatuurlijke kracht is. Je noemt die ‘God’, wat buiten de materie staat en kan alles zijn. Het is een aanwezigheid, meer is er niet van bekend.
Zesde graad – theïstisch Je gelooft in het bovennatuurlijke. De onstoffelijke kracht van de vijfde graad is verpersoonlijkt met menselijke kenmerken. Hij kan liefde voelen, aandacht geven, teleurgesteld zijn, hoop koesteren. Hij is volstrekt onmachtig, maar hij weet wel alles van je want ‘de haren op je hoofd zijn geteld’.
Zevende graad – suprakrachtig theïstisch God is meer dan de aandachtige, verpersoonlijkte aanwezigheid van de zesde graad. Hij heeft ook plannen met je, maar die zijn niet altijd even doorgrondelijk.
Achtste graad – planmatig theïstisch God heeft niet alleen plannen met jou, hij heeft ook plannen met de wereld en met de andere mensen, met alle andere mensen, of ze nu gelovig zijn of niet. Niets gebeurt zonder zijn betrokkenheid.
Negende graad – ethisch theïstisch God omschrijft zijn plannen en doelstellingen zo duidelijk dat er wetten en regels uit af te leiden zijn; meestal over menselijke ethiek. Hij bepaalt je visie op het ontstaan van hemel en aarde, leven en dood, god en mens. Er zijn straffen voor wie zich niet aan de regels houdt en de voorgeschreven visie op het universum niet aanvaard en beloningen voor wie dat wel doet. Je weet niet hoe je later zult worden verloond, maar je gaat ervan uit dat ‘God je niet zal teleurstellen’.
Tiende graad – strenggelovig, dogmatisch, fundamentalistisch theïstisch Omdat God zijn doelstellingen op aarde alleen door de mens kan bereiken, zal hij jou zijn wetten en regels openbaren (toelichten, ‘spreken in tongen’) om te implementeren en af te dwingen. In een doorgeschoten vorm kan dit betekenen dat hij jou als instrument inschakelt om op te treden wanneer iemand de door ‘God’ voorgeschreven visie en wetten niet aanvaardt.
Externe link Religiometer
Categorie:Levensbeschouwing