miniatuur|Getijden van Boucicaut f38v, de Boucicaut-meester, Jean Le Meingre in gebed voor de H. Catharina.
Jean II Le Meingre, ook Boucicaut genoemd, (Tours, 1366De geboortedatum van Jean II Le Meingre is niet exact gekend, er worden data opgegeven tussen 1364 en 1368. Voortgaande op het gegeven dat hij volgens 'Le livre des fais' twee jaar was op het ogenblik dat zijn vader stierf in 1368 en dat hij net 25 jaar was geworden toen hij in 1391 tot maarschalk van Frankrijk werd benoemd, neemt men tegenwoordig 1366 aan als geboortejaar. Zie Denis Lalande, 1988, p. 5, voetnota 13.Andere Wikipedia's geven een exacte geboortedatum maar zonder enige referentie. – Yorkshire, 1421Ook van de exacte overlijdensdatum blijkt niet gekend te zijn en nergens vernoemd te worden in de wetenschappelijke literatuur.) was maarschalk van Frankrijk van 1391 tot 1421. Op zijn twaalfde maakte hij als page zijn eerste veldslag mee, op zijn zestiende werd hij geridderd en op zijn achttiende ging hij op kruisvaart. Hij was een befaamd toernooistrijder en een gedreven militair die op zijn vijfentwintigste werd benoemd tot maarschalk van Frankrijk en op zijn vijfendertigste tot gouverneur van Genua. Zijn militaire carrière eindigde toen hij door de Engelsen gevangengenomen werd in de slag bij Azincourt. De bijnaam Boucicaut erfde hij van zijn vader Jean I Le Meingre, die eveneens maarschalk van Frankrijk was.Volgens de auteur van ‘Le songe du vergier’ uit 1377 betekent een ‘boucicaut’ een man zonder scrupules, weinig geïnteresseerd in roem zonder geldgewin, die nooit zijn eigen belangen uit het oog verliest. Denis Lalande, 1988, p. 5. Hij trouwde boven zijn stand en werd geprezen door koningen, keizers en pausen maar ook door de bekendste vrouwelijke schrijver van de middeleeuwen, Christine de Pizan.Oeuvres Poétiques de Christine de Pizan, ed. Maurice Roi, 2 vols., Paris 1886-1896, pp. I. 302-03, 220.
Biografie Jeugd Jean werd geboren als oudste zoon van Jean I Le Meingre en Florie de Lignières.Historici situeren de geboorte tussen 1364 en 1368, maar uit gegevens in een anonieme eigentijdse biografie ‘Le livre des fais du bon messire Jehan Le Maingre, dit Boucicaut’ kan men de datum van 1366 afleiden. Zo wordt specifiek gezegd dat hij 25 jaar oud was toen hij op 2 december 1391 tot maarschalk benoemd werd. Denis Lalande, 1988, p.7.Le Livre des fais BnF Ms. ff. 11432, 1409 zou geschreven zijn in opdracht van een aantal vrienden en supporters.David S. Hoornstra, 201, p. 109. Zijn vader stierf in 1368 en de jonge Jean werd opgevoed door zijn moeder. Later werd hij op school gestuurd en vervolgens aangesteld als erepage van Karel V van Frankrijk en opgevoed samen met de dauphin, de toekomstige Karel VI, en de zoons van een aantal andere edelen verwant met de koninklijke familie of van ridders die zich bijzonder onderscheiden hadden in de dienst van de koning.Denis Lalande, 1988, p. 8.David S. Hoornstra, 2013, p.114-118. In 1378, nauwelijks 12 jaar oud, kreeg Boucicaut van de koning de toelating om hertog Lodewijk II van Bourbon te vergezellen als page bij een strafexpeditie tegen Karel II van Navarra. Het leger stond onder de leiding van de hertog van Bourgondië, Filips de Stoute, en behaalde een serie van eclatante successen. Tijdens de campagne overleed Karel V en op 4 november 1380 werd Boucicauts jeugdvriend Karel VI tot koning gekroond.Denis Lalande, 1988, p. 10-15.
Adolescentie In 1381 vertrok hij voor een nieuwe campagne naar Guyenne onder de leiding van maarschalk Sancerre, een wapenmakker van zijn vader. Bij de belegering van Montguyon liet Boucicaut zich opmerken door zijn moed en uithoudingsvermogen.
Het volgende jaar, 1382, vertrok hij met het leger van Karel VI op een veldtocht naar Vlaanderen om de revolte van Gent tegen Lodewijk van Male onder de leiding van Filips van Artevelde neer te slaan. Op de vooravond van de slag bij Westrozebeke, op 26 november 1382, werd Jean Le Meingre tot ridder geslagen door de hertog van Bourbon; hij was 16 jaar oud. De Vlaamse steden kregen dan de hulp van koning Richard II van Engeland en Henry le Despenser, bisschop van Norwich, leidde een bijzonder succesvolle campagne waarmee hij een groot deel van Vlaanderen veroverde in 1383. Karel VI lanceerde daarop een nieuwe campagne tegen Vlaanderen en verdreef de Engelsen. In de winter van 1383-1384 voegde Boucicaut zich bij het garnizoen van Olivier V de Clisson in Terwaan om de grenzen te bewaken.
Begin 1384 voegde hij zich bij Zöllner van Rothenstein, grootmeester van de Duitse Orde, om deel te nemen aan een ‘kruistocht’ tegen Jagiello, een heidense prins van Litouwen. Boucicaut nam deel aan deze campagne tegen de ‘Saracenen’ aan de zijde van de Ridders van de Duitse orde. In de lente van 1384 keerde hij terug naar Frankrijk en vergezelde de hertogen Jan van Berry en Filips de Stoute van Bourgondië naar Boulogne voor vredesgesprekken met de Engelsen. Datzelfde jaar in september nam hij voor een tweede keer deel aan een ‘kruistocht’ met de Duitse Orde die afgesloten werd met de vrede van Koningsbergen; in januari 1385 keerde hij terug naar Parijs.Denis Lalande, 1988, p. 17-26.
Na dit intermezzo hernam Boucicaut zijn dienst bij Bourbon. In juni 1385 trok de hertog met zijn leger naar Poitou om de strijd aan te gaan met de Engelsen. In de verschillende veldslagen en belegeringen ging Boucicaut een steeds belangrijker rol spelen. In 1387 nam hij deel aan een tweede veldtocht in Spanje op vraag van koning Johan I van Castilië, een bondgenoot van Frankrijk, die via Portugal werd aangevallen door de Engelsen. Maar toen ze met grote vertraging in juli 1387 in Burgos aankwamen had Jan van Gent, de hertog van Lancaster, zich al teruggetrokken in Portugal en keerden ze, op vraag van de koning van Castilië terug naar Frankrijk.
Volwassenheid Na de veldtocht in Spanje besloot Jean Le Meingre om met zijn wapenmakker en vriend Renaud de Roye, een expeditie naar het oosten op te zetten. Deze reis wordt alleen besproken in de ‘Livre des Fais’. Vanuit Venetië vertrokken ze naar Constantinopel waar ze in februari 1388 aankwamen. Ze verbleven daar tot op het einde van de vasten om dan door te reizen naar Gallipoli om aan sultan Murat I een vrijgeleide te vragen voor een reis door zijn gebieden. Ze verbleven waarschijnlijk van eind maart tot juni aan het hof van de sultan in Gallipoli vooraleer ze via het Europese deel van Turkije en Bulgarije verder trokken naar Hongarije. Ze werden begeleid door een escorte van Murat tot ze zijn grondgebied verlieten. Sigismund van Hongarije ontving de vrienden met open armen omdat hij op zoek was naar vrijwilligers in zijn strijd tegen de markgraaf van Moravië. Ze bleven drie maanden in Hongarije en dan vertrok Renaud de Roye naar Pruisen en Boucicaut reisde af naar Palestina dat hij wou bezoeken alvorens zijn vriend te vervoegen in Pruisen voor een nieuwe wintercampagne tegen de Baltische staten.Denis Lalande, 1988, p. 27-28.David S. Hoornstra, 2013, p.119-120.
De pelgrimage naar het Heilige Land verliep voorspoedig maar Jean Le Meingre vernam op het moment dat hij wou inschepen voor de terugreis dat Filips van Artesië, de graaf van Eu in Damascus gearresteerd was op last van Al-Malik Az-Zahir Sayf ad-Din Barquq, de sultan van Egypte. Omdat Filips van Artesië een nakomeling was van de broer van de Heilige Lodewijk voelde Boucicaut zich verplicht hem gezelschap te houden in zijn gevangenschap. Na vier maanden werden ze vrijgelaten in Caïro dankzij de tussenkomst van de Venetiaanse consul in Alexandrië. Na hun vrijlating in april 1389 vergezelde Boucicaut Filips op diens reis door Palestina. Na nieuwe moeilijkheden in Beiroet konden ze inschepen voor Frankrijk waar ze in oktober 1389 aankwamen.
De wapenstilstand van Leulinghem van 18 juni 1389 maakte een einde aan de vijandelijkheden tussen de Fransen en de Engelsen tot 16 augustus 1392. Engelse edelen konden in die periode vrij door Frankrijk reizen en door de contacten tussen Franse en Engelse ridders werd er gedebatteerd over wie dan wel het dapperste was in de strijd. Dit bracht Jean Le Meingre ertoe om samen met twee jonge ridders, Renaud de Roye en Jean de Sempy, een riddertoernooi te organiseren waarbij ze elke uitdaging zij het van Franse, Engelse of andere ridders om te vechten met vredes- of oorlogswapens zouden beantwoorden. Omdat de uitdaging voornamelijk bedoeld was voor Engelse ridders die zich in Frankrijk bevonden, werd een terrein uitgekozen bij de abdij van Saint-Inglevert tussen Calais (waar de Engelsen resideerden) en Boulogne. In de dertig dagen die voorzien waren meldden zich tussen de zestig en honderd uitdagers, meestal Engelsen.Denis Lalande, 1988, p. 31-35.David S. Hoornstra, 2013, p.121.
Maarschalk In 1391 trok Boucicaut voor de derde maal naar Pruisen om te vechten aan de zijde van de Duitse Orde, nu onder leiding van Koenraad van Wallenrode, tegen een leger van Russen, Polen en Litouwers onder het commando van Wladislaus II Jagiello van Polen. Tijdens deze campagne vochten ze samen met Hendrik, graaf van Derby, de latere koning Hendrik IV van Engeland. Boucicaut werd teruggeroepen naar Frankrijk want maarschalk Blainville was overleden en Karel VI had Boucicaut benoemd tot zijn opvolger. Met deze benoeming volgde hij de man op die in 1383 zijn vader was opgevolgd. Een van zijn eerste opdrachten bestond erin het Franse gezag in Poitou, Berry, Auvergne en alle gebieden van de hertog van Berry in Guyenne te verstevigen en de plunderende Gascogners te verdrijven.David S. Hoornstra, 2013, p. 122-123.
Nicopolis miniatuur|De Slag bij Nicopolis, Kronieken van Froissart uit de bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuuse, Bibliothèque nationale de France, Ms. fr. 2646, fol. 220)