De staat Israël, niet te verwarren met het Koninkrijk Israël (930-722 v.Chr.), werd in 1948 na de Tweede Wereldoorlog gesticht. Na de oprichting van de Zionistische Wereldorganisatie eind 19de eeuw en met name nadat de Britten het mandaat over Palestina hadden verkregen, emigreerden steeds meer mensen van Joodse afkomst vanuit allerlei landen naar Palestina. De grootste zionistische immigratiegolf vond plaats in 1949, na het uitroepen van de zelfstandige Joodse staat Israël.total immigration to Israel by year jewishvirtuallabrary.org. Gearchiveerd op 18 april 2023. Eind april 2020 woonde 47% van alle Joden in de wereld in Israël, van wie 43% zichzelf als seculier beschouwt. Onder religieuze joden neemt het percentage ultra-orthodoxen langzamerhand toe door hun naar verhouding hogere geboortecijfer. Zo'n 21% van de Israëlische bevolking is Arabisch; dit zijn onder meer moslims, christenen, druzen en bedoeïenen.Latest Population Statistics for Israel 28 april 2020. Gearchiveerd op 8 juni 2023.
Voorgeschiedenis In de 19e eeuw ontstond onder seculiere Joden van Oost-Europa het zionisme, wat een antwoord was op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Het zionisme was sterk geïnspireerd door etnisch nationalisme en de romantiek, stromingen die gedurende de 19e eeuw in zwang waren. De ontwikkelingen begin 20ste eeuw in landen in Oost-Europa, waaronder de Russische Revolutie, het uitbreken van de Russische Burgeroorlog en de gebeurtenissen die leidden tot de Eerste Wereldoorlog, gaven voeding aan deze ideologie. Als locatie voor dit zionistische project werd na andere overwegingen gekozen voor de regio Palestina, aangezien men dit zag als de geboortestreek van het jodendom.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1916, werd tussen westerse landen het Sykes-Picotverdrag overeengekomen waarin door westerse landen afspraken werden gemaakt over de verdeling van het Midden-Oosten wanneer het Ottomaanse Rijk zou zijn verslagen. In de Balfour-verklaring in 1917 zegde het Verenigd Koninkrijk steun toe bij het tot stand brengen van een tehuis voor Joden in Palestina, wat in het Mandaatgebied Palestina zou worden gerealiseerd. Vanwege de Russische Revolutie en de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland vertrokken vele Joden uit Europa naar het Palestijnse Mandaatgebied, maar velen ook naar de Verenigde Staten. In 1947 werd door de VN een Verdelingsplan voor het Mandaatgebied opgesteld. Ondanks het feit dat daarover tussen de zionistische en Arabische leiders geen overeenkomst was bereikt, werd door de zionistische leiders eenzijdig de staat Israël uitgeroepen, waarna de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 uitbrak.
Israëlische onafhankelijkheidsverklaring 14 mei 1948
thumb|Vlag van Israël thumb|David Ben-Goerion roept de staat Israël uit op 14 mei 1948 in Tel Aviv. Op de achtergrond het portret van Theodor Herzl. Op 15 mei 1948 liep het Britse mandaat voor Palestina af. In anticipatie hierop riep het Jewish Agency een dag eerder de staat Israël uit.Bregman, Ahron: "Israel's Wars: A History Since 1947", Routledge, 2002, blz. 22 De Amerikaanse president Truman erkende Israël binnen een half uur; de formele erkenning zou tot 1949 op zich laten wachten. De Sovjet-Unie en vrijwel al haar satellietstaten alsook Zuid-Afrika en Ierland erkenden Israël vrijwel meteen. Tsjecho-Slowakije had in april 1948 grootscheeps wapens aan de zionistische troepen geleverd die de komende strijd tussen Joden en Arabieren in het voormalige Mandaatgebied Palestina mede zouden beslissen.
Pan-Arabische invasie 15 mei 1948 en daaropvolgende oorlog Direct na beëindiging van het Britse mandaat vielen 23.500 soldaten uit vijf Arabische landen (Egypte met onder meer Gamal Abdel Nasser als officier, Jordanië, Irak, Syrië en Libanon met vrijwilligers uit Soedan) de nieuwe staat aan.Bregman, Ahron: "Israel's Wars: A History Since 1947", Routledge, 2002, p.24. Zie ook het boek 1948 van Benny Morris
De Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 (door Israël ook wel Onafhankelijkheidsoorlog genoemd) werd een feit. Israël had weliswaar nog geen officieel leger − het Israëlisch defensieleger (IDF) werd pas na deze oorlog opgericht − maar beschikte over bewapende milities, zoals de Hagana, Lechi, Etzel en de Palmach. Tussen 1947 en 1949 waren wapens uit Europa gesmokkeld (Operation Balak) en in 1948 kreeg Israël belangrijke wapenleveranties uit Tsjecho-Slowakije. De weinige tanks die Israël weet te gebruiken zijn grotendeels buitgemaakt op de Arabieren. De Arabische landen zijn beter bewapend met het zwaar materieel voornamelijk afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk (Egypte en Jordanië) en Frankrijk (Syrië).Concord Publications Tank Battles of the Mid. East wars part 1
De oorlogsdoelen van Israël waren: 1. overleven 2. zo ruim mogelijke en goed verdedigbare grenzen 3. zo min mogelijk Palestijnen binnen de grenzen, om politieke en militaire redenen (democratie met Joods overwicht, geen vijfde colonne binnen de grenzen). In de praktijk bleek het van lokale Israëlische commandanten af te hangen, of Palestijnsen mochten blijven (Morris, 1948). Sommige Palestijnse Arabieren, Druzen, streden aan de zijde van de Israëli's. De oorlogsdoelen van de Arabische legers, die niet onderling samenwerkten, waren 1. vernietiging van de staat Israël 2. verdrijving van de Israëli's (Morris, 1948).
De oorlog bestond uit verschillende perioden van strijd, onderbroken door staakt-het-vuren bevolen door de Verenigde Naties: 15 mei - 11 juni 1948: Arabische legers vielen binnen, boekten successen - vooral het Jordaanse leger - maar werden tot staan gebracht door de Israëlische IDF. Het Egyptische leger kwam tot staan bij Isdud, ten zuiden van Tel Aviv. Libanon stuurde geen soldaten, Syrië boekte enkele kleine successen in Galilea, terwijl de Irakezen rond Jenin met moeite standhielden. 11 juni - 9 juli 1948: Eerste wapenstilstand. De VN kondigde een wapenembargo af voor alle partijen. Alleen Israël wist dit te ontduiken en ging zodoende versterkt de volgende periode in, terwijl ook de organisatie en omvang van de IDF verbeterd was. De andere strijdende partijen kregen tekort aan munitie. 8 juli - 18 juli 1948: de Tien Dagen: Egypte schond het bestand op 8 juli en viel aan, een dag voor het einde. Israël veroverde onder meer Nazareth, Lydda en Ramla, maar slaagde er niet in de Syriërs uit het noorden te verdrijven. 18 juli - 15 oktober 1948: Tweede wapenstilstand, waarin Israël toch gebieden ten zuiden van Haifa en Tel Aviv wist te bezetten. De VN-bemiddelaar Folke Bernadotte werd vermoord door de Joodse terreurgroep Lechi, onder leiding van de latere premier Shamir. Israël weerhield de Palestijnse vluchtelingen bij wet om terug te keren. 15 oktober - 4 november 1948: Israël veroverde Beersheba en daarmee de Negev-woestijn op het Egyptische leger, dat terug werd gedreven tot in de Gazastrook. In het noorden werd de rest van Galilea veroverd op de Syriërs en de Arab Liberation Army. Vele burgers kwamen om tijdens de strijd. (zie Morris, 1948). november - december 1948: in een laatste ronde gevechten bezette Israël een strook van Zuid-Libanon en bezette tijdelijk Egyptisch gebied, totdat Groot-Brittannië en de VS protesteerden. Israël zond twee expedities naar de Golf van Aqaba en bemachtigde een uitgang naar de Rode Zee.
Israël had gewonnen en ongeveer 4500 soldaten en 1500 burgers (1% van Israëls bevolking) hadden hun leven verloren. De Arabische legers waren vooral teruggeslagen en Israël had ruim 500 van de 800 Palestijnse dorpen en steden veroverd, die daarna met de grond gelijk waren gemaakt. De oorlog en hun verdrijving wordt door Palestijnen omschreven als de Al-Nakba (de Ramp). De massale verdrijving van Palestijnen wordt door historici over het algemeen gezien als een etnische zuivering.
In 1949 werden wapenstilstanden (geen vredesakkoorden) afgesloten tussen enerzijds Israël en anderzijds de Arabische landen, uitgezonderd Irak, dat formeel nog steeds op voet van oorlog verkeert met Israël. Staatshoofden die later vrede probeerden te sluiten - koning Abdullah van Jordanië en Anwar Sadat van Egypte - werden vermoord.
Israël had aan het eind van de oorlog Palestijns grondgebied in handen dat 22% groter was dan wat oorspronkelijk door de VN aan een Joodse staat zou worden toegekend. Zevenhonderdduizend Palestijnen waren voor en tijdens de oorlog verdreven of gevlucht naar onder meer de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook, Jordanië en Libanon, waar zij in vluchtelingenkampen terechtkwamen. Israël bood aan slechts een (klein) deel van de vluchtelingen terug te nemen. Inmiddels vormen de gebleven Palestijnen zo'n 20% van de Israëlische bevolking (Morris, 1948, Pappe: A history of modern Palestine). De meerderheid van de burgers van Jordanië is van Palestijnse afkomst.
Uit veel landen in het Midden-Oosten migreerden, dan wel vluchtten vijf- tot zeshonderdduizend Joden naar Israël, enerzijds door de dreigende toespraken van onder andere Egyptische en Iraakse leiders en pogroms,George Gruen: The Other Refugees: Jews Of The Arab World 1 juni 1988 . Gearchiveerd op 6 juni 2023.Why Jews Fled the Arab Countries, Middle East Quarterly September 1995 Jewish Refugees from Arab Countries. Gearchiveerd op 19 mei 2022.Jewish Refugees anderzijds vanwege verdrijving en etnische zuiveringen op Joden in deze landen.Weinstock, Nathan: "Le sionisme contre Israël", Parijs, 1969Marmorstein, Emile: "Hakham Sasson in 1949" in Middle Eastern Studies, mei 1988, p. 367Isn't it a fair 'population exchange' between Palestinian refugees and Jewish refugees from many Arab countries?
Op 11 december 1948 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties resolutie 194 aangenomen waarin onder meer bepaald wordt dat de Palestijnse vluchtelingen die in vrede met hun buren willen leven het recht hebben om terug te keren naar hun huizen (Artikel 11). De terugkeer van de verdreven Palestijnen is echter door Israël in 1950 bij wet verhinderd.
Lid van de Verenigde Naties Op 11 mei 1949 verleende de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met resolutie 273VN-Resolutie 273 het lidmaatschap van de VN aan Israël als 59ste lidstaat. Daarbij accepteerde Israël de verplichtingen zoals die beschreven staan in het Handvest van de Verenigde Naties, met inachtneming van de implementatie van de resoluties 181 en 194. Bij de stemming hierover stemden 37 (westerse) staten voor, 12 (islamitische) staten tegen en 9 staten onthielden zich van stemming, waaronder Groot-Brittannië.PLENARY MEETINGS OF THE GENERAL ASSEMBLY SUMMARY RECORDS OF MEETINGS 5 APRIL—18 MAY UN, 11 mei 1949 Van 14 mei 1948 tot 11 mei 1949 werd Israël door 54 landen (voornamelijk niet-islamitische landen) erkend, waaronder 45 leden van de Verenigde Naties.Israel International Relations: International Recognition of Israel, jewishvirtuallibrary.org. Gearchiveerd op 27 maart 2023. Turkije erkende Israël in maart 1949. Nederland erkende Israël de facto in mei 1949, maar de jure pas in januari 1950.
Wetgeving In 1950 nam het Israëlische parlement, de Knesset, de Wet op de Terugkeer aan dat alle Joden, van waar ook ter wereld, het recht verschaft zich in Israël te vestigen. Dit maakte grootschalige immigratie van Joden uit Azië en Afrika mogelijk.
In hetzelfde jaar 1950 nam de Knesset de eerste van een reeks wetten aan die gaan over eigendom van afwezige eigenaren (WEAE). Internationaal bekend onder hun Engelse naam: Absentee's Property Law. Tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog waren veel oorspronkelijke - Palestijnse - bewoners van het land verdreven en gevlucht; 531 van hun dorpen waren verwoest en 11 van hun wijken in steden waren ontvolkt.The ethnic cleansing of Palestine, Ilan Pappé, Oneworld, Oxford, Engeland, 2006, Preface/Voorwoord