Feerwerd (Gronings: Fiwwerd) is een dorp in de gemeente Westerkwartier in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt ruim inwoners, van wie er ongeveer 170 in het dorp zelf wonen. De overigen wonen in Aduarderzijl en de Feerwerdermeeden.
Geografie Feerwerd ligt in de landstreek Middag, tussen Ezinge, Garnwerd en Aduarderzijl. Het dorp ligt op een dubbelwierde, die doorsneden wordt door het Oldehoofsch kanaal. De meeste woningen staan ten noorden van dit kanaal en dateren vooral uit het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Deze dicht op elkaar staande bakstenen huizen langs de Valgeweg, Aldringaweg en Oosterweg, veelal met schilddaken of wolfsdaken, vormen samen het compacte oude dorpscentrum. Het hele dorp is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.
Rondom het dorp liggen een aantal gehuchten die onder het dorp vallen. Een viertal hiervan ligt langs het Aduarderdiep ten oosten van het dorp. Van noord naar zuid zijn dit Aduarderzijl, Schifpot, Bolshuizen en Brillerij. In de laaggelegen polder Feerwerdermeeden ten zuiden van het dorp liggen de gehuchten Beswerd en Joeswerd, die tot 1900 onder buurdorp Garnwerd vielen en daar kerkelijk nog steeds toe behoren.Duinkerken (1977), p. 134 Ten noordwesten van het dorp ligt het Lucaspad, de oude wegverbinding naar Ezinge, die in de jaren 1930 werd verbeterd tot fietspad in opdracht van de toenmalige Ezinger burgemeester Lucas Wildervanck de Blécourt. Ten westen van het dorp liggen restanten van de stroombedding van de vroegere Middagster Riet, die onderdeel vormde van het Peizerdiep, maar na de doorbraak van de Kliefsloot rond 800 langzamerhand dichtslibde.
Vervoer thumb|left|Fragment van de plankaart uit 1825 voor het aan te leggen Oldehoofsch kanaal met de bestaande situatie. De nieuw aan te leggen houten brug is hier ingetekend bij de oude noordelijke brug. Later werd echter besloten om deze in het midden te plaatsen bij de bestaande voetbrug.
De doorgaande wegen door Feerwerd liepen tot begin 19e eeuw hoofdzakelijk langs de hogere plekken in het landschap en omzeilden waar mogelijk de waterlopen. Dit waren de Meedenerweg naar het zuidelijker gelegen Aduard, het Lucaspad en de Allersmaweg naar Ezinge en de Zijlsterweg via Aduarderzijl en de Antumerweg naar Garnwerd. Deze kleiwegen werden volgens de regels van het Aduarderzijlvest onderhouden door de eigenaren van de landerijen aan deze wegen.
Waar vanaf 1825 het Oldehoofsch kanaal gegraven werd, stroomde de Feerwerdertocht. Deze afwateringssloot werd ook wel gebruikt voor het vervoer van goederen, maar in 1757 werd geschreven dat het vervoer was gestopt omdat de bewoners hun goederen toen via Het Schoor overzetten op schepen over het Reitdiep.Delvigne (1994), pp. 20, 97-100, 103-107 Over deze waterloop lagen de westertil en de oostertil, bruggen aan weerszijden van de buitenrand van de wierde. Dit is nog zichtbaar aan de loop van de wegen aan weerszijden van het huidige kanaal. Bij het graven van het Oldehoofsch kanaal werden beide bruggen vervangen door een houten brug in het centrum van het dorp, die tevens een voetbrug op deze plek verving. In 1885 werd deze vervangen door een stenen brug.
Verbindingen Er werd tot de Tweede Wereldoorlog een vervoersdienst (beurtveer) uitgevoerd over het kanaal van Ezinge via Feerwerd en Garnwerd naar Groningen. Lange tijd was dit per snik, vanaf 1910 per stoomboot en later met een dieselboot. Langs de zuidzijde van het kanaal werd bij het graven met grond uit het kanaal het talud versterkt en een verbreed jaagpad met rolpalen aangelegd, dat tussen Saaksum en Feerwerd al snel uitgroeide tot puinweg. In 1859 werd deze weg verbeterd tot grindweg, gevolgd door de overige wegen tussen 1870 en 1880, die met geld uit de in 1862 (in 1875 definitief) geliquideerde Ommelander kas werden bekostigd. Doordat in 1933 een brug over het Reitdiep bij Garnwerd en in 1939 een brug over het Aduarderdiep bij Schifpot was gelegd, kreeg Feerwerd een kortere wegverbinding met het oosten. Naast de brug in Feerwerd staat nog een oud kilometerpaaltje dat herinnert aan de tijd dat Feerwerd nog aan het einde van een westelijke wegverbinding naar Groningen lag, die twee kilometer langer was dan de huidige oostelijke wegverbinding.
In 1920 werd de NV Autobus Onderneming 'Noordelijk Westerkwartier Groningen' (A.N.W.G.) opgericht in Ezinge, waarvan een bus werd gestald in Feerwerd in een nieuw busdepot aan de Valgeweg 4. Deze bus reed vanaf Feerwerd via Oldehove naar Groningen. In 1922 volgde garagebedrijf Huizinga uit Groningen met Huizinga's Auto Bus Onderneming (HABO), die vanaf Ezinge via Feerwerd en het Aduarderdiep naar Groningen reed. Na nog een aantal wisselingen werden alle busdiensten in 1944 verplicht opgenomen in de GADO en vanaf 1998 in de busdiensten die de concessies voor het noordelijk busvervoer uitvoeren. Vanaf 2018 wordt de lijndienst alleen nog door de week uitgevoerd naar het treinstation Winsum. In 1968 werd het busdepot in Feerwerd opgeheven. Geschiedenis Naam De eerste vermelding van Feerwerd dateert waarschijnlijk uit 820, waar een zekere Diederik een deel van zijn erfgoed Feerwerd (Federwrt of Federfurt) schenkt aan het klooster van Fulda, bij zijn intreding in dit klooster. Diederik is de eerste graaf die wordt genoemd in het gebied tussen de Lauwers en de Eems.D.J. Henstra, Friese graafschappen tussen Zwin en Wezer, pag. 43-44 Werd komt van het Oudfriese wrt (" wierde"), maar de herkomst van Feer- is onbekend. Het wordt net als Fer- bij Ferwerd wel gezien als de onverbogen vorm van de mansnaam Feder, identiek aan het Oudfriese feder ("vader"). Een oudere hypothese van Kuhn (1968) als zou het teruggaan op het Oudfriese faþr en daarmee verwant zou zijn met de riviernamen Pader en Po, liet hij later zelf weer vervallen.
Wierde
thumb|left|Gezicht op Feerwerd (Aart Schouman, 1772)
Feerwerd is gebouwd op meerdere wierden. Vaak wordt uitgegaan van een dubbelwierde: een noordelijke wierde tussen de Zijlsterweg en de Aldringaweg en een zuidelijke tussen de Aldringaweg en de samenloop van de Meedenerweg en de Onnesweg. De zuidelijke wierde wordt dan doorsneden door het Oldehoofsch kanaal en zijn voorloper de Feerwerdertocht. Volgens een andere theorie is deze Feerwerdertocht echter de scheiding tussen de centrale dorpswierde tussen de Aldringaweg en het water en de zuidelijke wierde ten zuiden van het water. Er zijn dan dus drie wierden te onderscheiden. De centrale wierde is met 2,6 meter boven NAP het hoogst. Volgens Ter Laan zou de (dubbel)wierde ongeveer 12 hectare groot zijn geweest.
Het wierdecomplex behoort met Ezinge en Oostum tot de oudste wierden in het gebied. Deze liggen op een kwelderwal die loopt van Panser naar Wierum. De noordelijke wierde kent de oudste bewoningssporen; tussen 600 en 400 v.Chr. Resten van menselijke aanwezigheid zijn op de zuidelijke wierde aangetroffen vanaf ca. 400 v.Chr. (midden-ijzertijd) en op de centrale wierde vanaf ca. 200 v.Chr. In de 15e eeuw wordt een 'Feerwerder falch' genoemd. Deze valge lag vermoedelijk op de oostelijke oever van de Feerwerdertocht tussen Feerwerd en Aduarderzijl.Delvigne (2012), p. 63
Het landschap Middag waarin Feerwerd ligt werd in de 12e eeuw (hoge middeleeuwen) bedijkt. Het dorp kwam toen samen met Ezinge en Garnwerd op een schiereiland te liggen.
Rond 1894 werd begonnen met de afgraving van de noordelijke wierde van Feerwerd. In 1905 werd ook de zuidelijke wierde 'aan snee gebracht' zoals dat toen werd genoemd. Deze afgravingen liepen in elk geval door tot 1917. De onbewoonde grootste delen van beide wierden werden hierbij bijna volledig afgegraven.Delvigne (2012), p. 69 Beide wierden behielden echter wel hun ossengang; de Oosterweg en het noordelijke deel van de Valgeweg bij de noordelijke wierde en de Meedenerweg en Onnesweg bij de zuidelijke wierde. De daaraan grenzende ringsloten zijn echter grotendeels verdwenen. In 2002 werd de steilrand van de noordelijke wierde deels aangevuld. Er werd toen ook een meidoornhaag langs de ossengang aangeplant.Delvigne (2012), pp. 88-89 Tot een verdere geopperde wierdeaanvulling van beide wierden kwam het echter niet. In 2018 werd de drie hectare grote zuidelijke wierde aangekocht door Stichting Het Groninger Landschap, die er een bloemrijk grasland van wil maken.
Borgen In 1449 komt in een ruilakte de Abyngeheert (in 1455 Abyngehuus genoemd) voor met een steenhuis, waarvan de ligging verder niet genoemd wordt.Formsma geeft aan dat de ligging af te leiden valt uit het bezit van het klooster Selwerd, maar geeft verder niet aan waar dit is. Het goed werd in dit jaar overgedragen aan het klooster van Selwerd. Hierdoor is dit huis nooit uitgegroeid tot een borg. Dit gold wel voor twee andere adellijke woningen: De Aldringaborg of 'grote borg' van Feerwerd ten noordwesten van het dorp en de Luursemaheerd of 'kleine borg' van Feerwerd ten zuiden van het dorp. De eigenaren van deze borgen kregen het in de 17e eeuw meerdere malen met elkaar aan de stok alvorens de Aldringaborg door verkoop in de handen van dezelfde familie kwam. Beide borgen werden in de 18e eeuw op afbraak verkocht. Alleen de borgstee van de Aldringaborg is nog terug te zien. Hier is sinds 2012 het kantoor van stierenspermabedrijf Koepon gevestigd.
Ontwikkeling van het dorp Feerwerd vormde een van de rechtstoelen in Groningen. Het rechtsgebied telde vijftien ommegangen.De gerichtsplaats van de buurrechtstoel Garnwerd bevond zich enkele kilometers ten zuiden van het dorp; ten oosten van de huidige Meedenerweg, waar het fietspad naar het Aduarderdiep en de Oostumerweg aftakt. Daar staat deze Gerigtsplaats van Garrewert ingetekend op de 18e-eeuwse kaart van Johann Heinrich Hottinger. Het dorp was ook een van de schepperijen van het Aduarderzijlvest. Later werd het onderdeel van de schepperij van Ezinge, waarbinnen het de middelkluft vormde, die afwaterde via de Feerwerdertocht op het Aduarderdiep. Tot de schepperij behoorde ook Schilligeham.
Het dorp ontstond oorspronkelijk op het zuidelijk deel van de noordelijke wierde, waar het dorpscentrum met de kerk zich bevindt. Met het ontstaan van de gemeente Ezinge in 1811 kwam het midden in deze nieuwe gemeente te liggen. Vanaf het begin werden er dan ook (tevergeefs) meerdere pogingen gedaan om het gemeentehuis vanuit Ezinge te verplaatsen naar Feerwerd: in 1832, 1866, 1898, 1899 en 1915.Delvigne (1994), pp. 32-34
Het dorp is sinds de 19e eeuw weinig veranderd. De belangrijkste wijziging was het graven van het Oldehoofsch kanaal in 1827, waardoor er een wegverbinding ten zuiden van het dorp ontstond, waaraan een molen en een café werd gebouwd. Met de aanleg van bruggen over het Aduarderdiep en het Reitdiep in de jaren 1930 werd dit ook de doorgaande weg.
Feerwerd is in de laatste eeuwen ook weinig gegroeid. Van der Aa schreef in 1843: "Men vindt er geen straat en zeer weinig doortogt van voertuigen". In de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw werd de kern wel wat verdicht en vond wat uitbreiding plaats langs de Onnesweg ten zuiden van het kanaal. In 1922 werd het dorp aangesloten op het elektriciteitsnet, in 1924 werd bestrating aangelegd en werd het noordelijke deel van het dorp aangesloten op het riool, gevolgd door het zuidelijke deel in 1927.
Met de uittocht uit de landbouw vertrokken veel bewoners op zoek naar werk elders, waarna de leegkomende goedkope woningen met name in de jaren 1970 in gebruik werden genomen door 'import' uit de stad. Lang niet iedereen kon er echter aarden: In de jaren 1980 wilden veel van hen weer terug, al zijn een aantal van hen uiteindelijk toch gebleven.