Christiaan Vincent Gradwell (Chris) van Oosterzee (Weltevreden (Batavia), 20 maart 1922 – Amsterdam, 18 april 1989) was Engelandvaarder en militair.
Familie Van Oosterzee was een zoon van Carl Friedrich van Oosterzee (1890–1982) en Frances Mabel Oakes (1890–1992). Van vaderszijde behoorde hij tot het Nederlandse patriciërsgeslacht Van Oosterzee, dat is opgenomen in het genealogische naslagwerk Nederland's Patriciaat. Ds. Christiaan Mari van Oosterzee (1854–1912)Historische Vereniging Sliedrecht – Sliedrechtse kwestie, ds. C.M. van Oosterzee. was zijn grootvader en de theoloog en hoogleraar prof. dr. Johannes Jacobus van Oosterzee (1817–1882) zijn overgrootvader.
Zijn Engelse moeder was afkomstig uit het mijnwerkersdorp Scot Hay bij Stoke-on-Trent. Zijn Duitse grootmoeder was een dochter van een bouwondernemer uit Barmen, tegenwoordig onderdeel van Wuppertal.DBNL – Cola Debrot, Verzameld werk 6, „Benadering van de chromosomen” (1988), p. 119–120. De beide vrouwen hadden radicaal tegengestelde politieke overtuigingen over de Europese verhoudingen van die tijd. Hun uiteenlopende opvattingen beïnvloedden zijn kijk op de wereld en wakkerden zijn patriottisme aan.
Van Oosterzee groeide samen met zuster ‘Kieks’ en broertje ‘Keini’ op in voormalig Nederlands-Indië, waar zijn vader werkte bij de Bataafse Petroleum Maatschappij. Het gezin verhuisde vanwege de crisisjaren op 16 maart 1935 met de MS Christiaan Huygens van Belawan naar Nederland.
Biografie Eerste oorlogsjaren Als op 10 mei 1940 nazi-Duitsland het land binnenvalt en Nederland betrekt bij de Tweede Wereldoorlog, is Van Oosterzee 18 jaar en woont bij zijn ouders op Talinglaan 14 in Den Haag. Een maand na de inval slaagt hij voor zijn eindexamen HBSChristelijk College De Populier. en start begin september met een studie werktuigkunde aan de Technische Hogeschool in Delft. Als student raakt hij op 2 november 1940 verwikkeld in een gewelddadige confrontatie tussen leden van de Nederlandsche Unie en een combinatie van de WA en NSB.Nationaal Archief - Reizen van Engelandvaarders, Achternaam: Oosterzee, van. Tijdens het handgemeen wordt hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd en als politieke gevangene geïnterneerd in het ‘Oranjehotel’. Daar is hij getuige van wreedheden die door de bezetters in naam van het ‘Derde Rijk’ worden begaan. Deportatie naar een Duits werkkamp wordt voorkomen dankzij interventie van een Duitse oudneef. Op 1 februari 1941 komt hij door collectieve gratie vrij. Vanwege razzia’s op de Delftse hogeschool wordt het voor Van Oosterzee vrijwel onmogelijk zijn studie weer op te pakken. Ook vertikt hij het om voor 10 april 1943 de zogenaamde loyaliteitsverklaring te tekenen en als represaille dreigt hij opgepakt en voor arbeitseinsatz afgevoerd te worden. Om tewerkstelling in Duitsland te ontlopen, duikt hij op 6 mei 1943 onder bij groenteconservenfabrikant Hak in Dussen, samen met Hans Roelink en Jan Hak, zoon van de familie. Het drietal is betrokken bij riskante verzetsactiviteiten in en rond het Land van Altena. Van Oosterzee raakt hierdoor gemotiveerd om zich in een professionele vorm voor het vaderland in te zetten bij het bestrijden van de vijand. Begin november 1943 keert hij terug naar huis om zich voor te bereiden naar Engeland te vluchten en dienst te nemen bij de geallieerde krijgsmacht. Roelink en Hak worden na verraad op 15 juni 1944 in een val gelokt en overleven de oorlog niet.
Engelandvaart Een poging om met een zeilboot de Noordzee over te stekenCorrespondentie d.d. 29-07-1948, C.F. van Oosterzee - Z.K.H. Prins Bernard der Nederlanden., strandt vanwege ongunstig weer en strenge blokkades. Daarop kiest Van Oosterzee voor de zuidelijke vluchtroute, via België en Frankrijk. Op 11 januari 1944 verlaat hij Nederland dankzij bemiddeling van ds. Antoon ten Kate van het Comité tot steun van Nederlandse Oorlogsslachtoffers in België, een aangetrouwd familielid. Hij wordt voor drie dagen opgevangen op een schuiladres aan Stévinstraat 89 in Brussel en treft daar Engelandvaarder Sam Timmers Verhoeven. Het ondergrondse netwerk ‘Dutch-Paris’ verschaft het duo valse legitimatiebewijzen, vluchtroutes en reispassen. Vermomd reizen ze naar Parijs, Timmers Verhoeven als boekhouder uit Dieppe en Van Oosterzee als arbeider bij de Atlantikwall op retour van verlof naar Belleville en komen op 15 januari aan op station ‘Gare du Nord’. Het tweetal verblijft op 56, Rue Monsieur le Prince, het adres van Albert Starink en in ‘Hôtel des Mines’.Hotel des Mines. Tijdens dit oponthoud van drie weken breidt de groep uit met Engelandvaarders Roger Bureau, Gijs den Besten, Han Langeler, Johannes Sinnige en Ferry Staverman. Eerste vluchtpoging thumb|260px|Vluchtroute van Engelandvaarder Chris van Oosterzee van Den Haag naar Londen, met vertrekdata Voorzien van nieuwe instructies en valse papieren vertrekt het gezelschap op 3 februari 1944 per nachttrein vanaf station ’Gare d'Austerlitz’ richting Toulouse, met als doel om Engeland via de neutrale Spaanse Staat te bereiken. Bij aankomst op station ‘Gare de Toulouse-Matabiau’ wordt het door ’maquisards’ opgevangen en maakt tijdens het ontbijt in het etablissement 'Chez Emile'Restaurant Emile. kennis met een aantal andere vluchtelingen. Antoon Bartmann, David Blanes, Ajaan Hijmans, Vic Lemmens, Jan Pieter de Veer en John MacLaughlin,AWM65 3411 - RAAF biographical files - McLaughlin, John Geoffrey 420242. een piloot van de RAAF, versterken het gezelschap. De lokale ‘passeurs’,Ariège Pyrenees - The Freedom Trail (chemin de la Liberté), WWII escape route to Spain. "Palo" - alias van Pierre Treillet - en "Mireille" - alias van Henri Marot - begeleiden de Engelandvaarders tot de Spaanse grens. Le Chemin de la Liberté - Palo Treillet (1918-2005), Passeur Couserannais. (gearchiveerd). Nog dezelfde avond vervolgt de reis per stoptrein richting de Comminges en na een nacht te hebben doorgebracht in een leegstaand pand in Cazères, rijdt men per wagen tot vlak onder de Pyreneeën. Om niet door nazi-patrouilles te worden opgemerkt, voert het laatste deel van de vluchtroute ‘s nachts te voet over hoge en verlaten bergpassen. Voorbij Mane verdubbelt het gezelschap door aanwas van een verzameling vluchtende vliegeniers van de USAAF en RAF tot een konvooi van 26 man.Jean-Luc Cartron, Aussi hautes soient les montagnes: Filières d'évasion contre Gestapo, hoofdstuk "Une dangereuse partie de cache-cache", p. 29–33. De plaatselijke burgemeester signaleert een aantal per taxi gearriveerde vreemdelingen met hun bagage en krijgt argwaan. Zoals gebruikelijk rapporteert hij zijn observatie, in de veronderstelling dat de vijandelijke autoriteiten dit niet zouden oppikken. Vermoedelijk is het gezelschap kort daarna door de Duitse autoriteiten opgemerkt en gevolgd. Ondanks hevige sneeuwstorm start de riskante operatie op zondag 5 februari 1944 om tien uur ‘s avonds. De geplande route van ruim 50 km gaat van Arbas (407 m) via Tuc de la Casse (1.478 m), Col de Portet-d'Aspet (1.069 m), Col d'Artigascou (1.348 m), het dal van Melles (580 m) en Col de Puymaurin (1.623 m) naar de Spaanse grensplaats Canejan. Na een lange en uitputtende tocht onder zware winterse omstandigheden rusten de vluchtelingen aan het einde van de eerste etappe twee uur in een berghutGoogle Maps - Cabane des Evadés. bij Col de Portet-d'Aspet. Als de vluchtelingen de volgende morgen op 6 februari 1944 rond 11.30 uur hun tocht hervatten, worden zij door een bewapende nazi-patrouille van zes bergsoldaten op ski’s opgewacht. Een gids ziet de oren van een herdershond boven een rotsblok uitsteken en slaat alarm, waarop er geschoten wordt. In paniek vluchten de meesten terug in de hut en worden overmeesterd. Twee derde van de Engelandvaarders en de helft van de vliegeniers wordt gearresteerd. Na op 8 februari 1944 door de nazi-grenspolitie van het commissariaat Foix aan verhoor te zijn onderworpen, worden ze naar gevangenissen, krijgsgevangenen- en concentratiekampen gedeporteerd.Megan Koreman - How to Flee the Gestapo - "Searching for the Dutch-Paris Escape Line". De gidsen weten met slechts elf vluchtelingen, waaronder Den Besten, Bureau, Timmers Verhoeven en zeven piloten aan de kogels te ontkomen. Ook Van Oosterzee ontglipt door 'zigzag' de bergen in te vluchten. Terwijl "Mireille" de nazi's succesvol afleidt, verzamelt "Palo" de ontsnapte vluchtelingen en brengt een aantal van hen terug naar Cazères. Na een week worden ze in Toulouse ondergebracht op zolder van een gelegenheid die dienstdoet als bordeel voor Duitse soldaten en daardoor geen argwaan wekt. De route via de Col de Portet-d’Aspet gold vanaf dat moment als te gevaarlijk en werd door het netwerk niet langer gebruikt.
Tweede vluchtpoging Op 16 februari 1944 onderneemt Van Oosterzee een nieuwe poging via een andere route. Met een konvooi vluchtelingen, waaronder twaalf Engelandvaarders, reist hij per trein van Toulouse naar station ‘Saint-Laurent/Saint-Paul’.Spoorwegstation Saint-Laurent/Saint-Paul. Men trekt vanuit het dal van de Barousse met een wijde boog rond Bagnères-de-Luchon, waar zich het centrum van de nazi-grenspatrouille bevindt. Door hevige sneeuwval strandt dit konvooi voortijdig en keert terug naar Toulouse. thumb|260px|Massief van de Barousse en het meer van Bareilles; links Col du Lion. Van Oosterzee en Nicholas Mandell392nd Bomb Group - "What Happened to Ferrari and Roberts after their Bomber crashed", by Victor Ferrari, Navigator, 578th Squadron. besluiten in de Pyreneeën achter te blijven en vinden onderdak op een schuiladres in Ardon, een kleine agrarische nederzetting, gelegen op circa twee kilometer ten oosten van Anla in het dal van de Barousse. Ze haken aan bij een konvooi van 37 vluchtelingen, waaronder de Amerikaanse vliegenier – later kolonel – Victor Ferrari.National Archives - Escape and evasion reports - Victor J. Ferrari, 2 Lt Navigator US Army Air Corps. De leiding is in handen van gids "Charbonnier" - alias van Jean-Louis Bazerque - en twee bewapende passeurs. De route start bij Gerlé (685 m) in het rivierdal van de Nistos, voert door een ijskoude bergbeek naar Col de Sonères (1.685 m) en langs een steile bergwand naar de bergerie van Artigue-Longue (1.538 m) bij het meer van Bareilles. Onderweg raken ze door sneeuwstorm ingesneeuwd en na een verblijf van een maand onder erbarmelijke omstandigheden in verlaten herdershutten, de ‘Cabanes de Jézeau’Topopyrénées - Randonée Crête et Cabanes de Jézeau. (1.796 m), wordt de tocht op 16 maart 1944 gecontinueerd. Het pad vervolgt via Col du Lion (2.031 m) naar Saint-Aventin (824 m) in het dal van de Larboust, om vervolgens onderlangs Superbagnères (1.237 m) en het dal van de Pique (864 m) het ‘Hospice de France’Traces of War - Memorial Escape Route Hospice de France. (1.385 m) te passeren. Tijdens de circa vijf dagen durende tocht door sneeuw en ijs, waarbij de vluchtelingen zich moeizaam voortbewegen over steile hellingen en herhaaldelijk van de route raken, ontstaat door uitputting en zware omstandigheden spanningen binnen de groep. Na ruim 50 km wordt op 19 maart 1944 voorbij Col de Barèges (1.749 m) uiteindelijk de Spaanse grensplaats Bossòst bereikt.
Spanje Daar aangekomen, worden de vluchtelingen direct door de Guardia Civil gearresteerd en overgebracht naar Viella. Na nog een uitputtende bergtocht te voet van ruim 40 km naar Esterri d'Àneu en een rit per truck naar Sort, wordt Van Oosterzee in de gevangenis Gevangenismuseum ‘La Presó de Sort’.Tales of Freedom from the Former Prison of Sort. door de Guardia Civil verhoord. Dankzij bemiddeling van de Nederlandse consul krijgt hij op 31 maart 1944 een nieuw Nederlands paspoort en wordt vanwege gefingeerde minderjarigheid vrijgelaten. Dan volgt een busreis naar Lérida waar hij tijdens een verblijf van een paar weken zijn lotgenoten treft - waaronder Langeler, Lemmens en Timmers Verhoeven - die op 28 maart 1944 de grens zijn overgestoken.