thumb|Robert van Genechten voor de rechter (oktober 1945) Robert van Genechten (Antwerpen, 25 oktober 1895 – Scheveningen, 13 december 1945) was een Vlaams-Nederlands jurist, econoom, auteur en bestuurder. Zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog collaboreerde hij met de Duitse bezetters van respectievelijk België en Nederland. "Hij heeft twee vaderlanden verraden".Friedman-van der Heide 1946, p. 35

Van België naar Nederland Van Genechten werd geboren in Antwerpen. Hij was de zoon van Maria Rosalia Mariën en Fredericus Lambertus Hubertus Van Genechten, onderwijzer te Antwerpen. Hij voltooide zijn gymnasiumopleiding in 1914,De Jong 1972, p. 589 toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Hij studeerde een jaar rechten in Utrecht. Van 1916 tot 1918 vervolgde hij die studie aan de Vlaamsche Hoogeschool in Gent. Die instelling was door de Duitse bezetter in het leven geroepen en zeer omstreden.Ten Dam 2007 Hij verbond zich met het 'activistische' deel van de Vlaamse Beweging, dat ijverde voor samenwerking met de Duitsers. Hij werd redacteur van het studententijdschrift Aula. In 1918 behaalde hij zijn kandidaatsexamen in de Wijsbegeerte en de Letteren. Vanwege zijn collaboratie met de Duitsers moest hij onmiddellijk na de oorlog zijn land ontvluchten. Hij week uit naar Nederland. In 1920 werd hij door het hof van assisen te Antwerpen bij verstek veroordeeld tot "8 jaar opsluiting en 20 jaar berooving zijner burgerrechten".Geciteerd bij Gielen 1998, p. 14

Op 23 oktober 1922 trouwde Robert van Genechten in Amersfoort met Popkje Hiemstra. Uit dit huwelijk werden twee zoons geboren.

Aan de Rijksuniversiteit Utrecht rondde Van Genechten zijn doctoraalstudie Nederlands recht af. In 1924 behaalde hij cum laude de meesterstitel. Hij vestigde zich in 1925 in Utrecht als advocaat en associeerde zich met Anton Johan van Vessem. Hij bleef actief betrokken bij de Vlaamse Beweging, want in hetzelfde jaar publiceerde hij Wat willen de Vlamingen?. Ook later zou hij nog verschillende keren over Vlaamse kwesties schrijven: in 1926 verscheen van zijn hand De slechte oneindigheid van het Vlaamsche belgicisme en in 1928: Vlaanderens economische ontwikkeling na den oorlog.

Van Genechten ging zich echter steeds intensiever met andere zaken bezighouden. Zo vroegen economische vraagstukken zijn aandacht. Dat resulteerde in een proefschrift met een economisch onderwerp, De ontwikkeling der waardeleer sinds 1870, waarop hij in 1927, alweer cum laude, promoveerde bij professor C. A. Verrijn Stuart.De Jonge 1979; zie ook An. z.j.

Bij wet van 14 juni 1930 werd Van Genechten genaturaliseerd tot Nederlander.An. z.j.

Universitair docent economie In 1928 was hij aangesteld als privaatdocent in het algemene deel van de theoretische staathuishoudkunde (de oude naam voor '(algemene) economie') aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Zijn aandacht richtte zich enige tijd op de 'Wet van de toe- en afnemende meeropbrengsten', waaraan hij op 15 oktober 1928 zijn openbare les wijdde. Hij schreef hierover in 1932 Verminderende meeropbrengsten. In het tijdschrift De Economist verschenen van zijn hand over het onderwerp verschillende artikelen. Jan Tinbergen schreef in 1933 in De Economist een recensie van Verminderende meeropbrengsten.Tinbergen 1933

"Zijn kwaliteiten als wetenschapsman vonden veel waardering en ook wel erkenning, ofschoon een hoogleraarschap in Utrecht hem ontging."De Jonge 1979 Hij kreeg in 1938 wel een aanbod om hoogleraar te worden in Lausanne, maar dat weigerde hij, omdat hij inmiddels met hart en ziel de NSB was toegedaan. Van juli 1941 tot mei 1943 was hij wel bijzonder hoogleraar volkshuishoudkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden, vanwege de Stichting tot Bevordering van de Studie van het Nationaal-Socialisme en daarna ook enige tijd gewoon hoogleraar in het strafrecht en de strafvordering aan diezelfde universiteit.

"Volkse" gedachte en aansluiting bij de NSB In 1934 sloot Van Genechten zich aan bij de NSB, de Nationaal-Socialistische Beweging. Zijn compagnon Van Vessem was daar al vanaf de oprichting in 1931/32 intensief bij betrokken. Van Genechten kreeg de leiding van het politieke vormingswerk in de NSB.De Jong 1972, p. 590; volgens De Jonge 1979 werd hij pas in 1938 door Mussert belast met de 'vorming' van de NSB-leden In januari 1936 werd hij lid van de redactie van het theoretisch orgaan van de NSB, Nieuw Nederland: maandblad voor economie, staatkunde en cultuur. Vanaf januari 1938 was hij de enige redacteur. Dat is hij gebleven tot het moment dat het blad niet meer verscheen, in september 1944. Hij heeft in het blad veel geschreven over economische, historische, algemeen-culturele en algemeen-politieke onderwerpen.

Steeds duidelijker nam Van Genechten stelling tegen het humanisme, dat volgens hem "den mens maakt tot middelpunt van het heelal".Geciteerd bij Friedman-van der Heide 1946, p. 35 Daartegenover stelde hij: niet de mens, maar het volk staat in het centrum, is het belangrijkste in de samenleving.

Dat Van Genechten ook uitdrukkelijk racistische opvattingen koesterde, bleek onder andere uit zijn 'eigentijdse' bewerking van Reintje de Vos in Nieuw Nederland in 1937.

Zijn aandacht voor de Vlaamse kwestie verminderde geleidelijk. Maar in 1938 schreef hij voor de NSB nog wel de brochure Dietsche verbondenheid.

thumb|Voor Joden verboden - De procureur-generaal fungeerend gewestelijk directeur van politie Van Genechten Rol tijdens de Tweede Wereldoorlog In het najaar van 1940 werd Van Genechten benoemd tot procureur-generaal als opvolger van Antoni Brants bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Hij stelde zich in de openbaarheid bepaald niet terughoudend op. Lou de Jong voert als meest sprekende getuigenis hiervan aan het optreden van Van Genechten op woensdag 11 sept. 1940, bij de begrafenis van WA-man Peter Ton, die door een kogel gedood werd tijdens een opstootje in Den Haag. Namens Mussert werd op de begrafenis het woord gevoerd door Van Genechten, "één der meest vooraanstaande NSB'ers, (...) hoofd van de afdeling vorming van het hoofdkwartier en pas benoemd tot procureur-generaal in Den Haag". Hij roept woordelijk uit: "Wij zullen de macht overnemen."De Jong 1972, p. 584/5, zie ook p. 591, 805, 827, 834

Zijn houding riep scherpe reacties op. Zo kreeg hij bijvoorbeeld twee maanden na zijn benoeming te horen dat zijn lijk, "wanneer de tijd eenmaal daar is … niet de trappen af maar door het raam naar buiten zal worden gesmeten".Geciteerd bij De Jong 1972, p. 588 Als in november Rudolph Cleveringa, decaan van de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden, in het openbaar een vurig pleidooi houdt tegen de ontheffing van Eduard Meijers uit zijn hoogleraarsfunctie, bemoeit Van Genechten zich intensief met zijn arrestatie en verhoor.De Jong 1972, p. 798/9

Vanaf juli 1941 was Van Genechten bijzonder hoogleraar in de economie ('volkshuishoudkunde') vanwege de Stichting tot Bevordering van de Studie van het Nationaal-Socialisme aan de Rijksuniversiteit Leiden. Dat hield niet veel in, omdat de universiteit eigenlijk niet meer functioneerde.De Jong 1975, p. 576 e.v. en De Jonge 1979

Van Genechten was binnen de NSB "een van de meest opgewonden doordravers".De Jong 1975, p. 647 Vermoedelijk was hij de belangrijkste persoon die pleitte voor de invoering van de 'vrederechtspraak' en de instelling van het 'vredegerechtshof'.De Jong 1975, p. 648/650 "Hij richtte zich met de 'vrederechtspraak' met name op landgenoten die zich in de meidagen zouden hebben misdragen tegen partijgenoten. Daarnaast vervolgde hij mensen die zich openlijk uitspraken tegen het nationaalsocialisme."Ten Dam 2010 In het 'Verordeningenblad' van 16 augustus 1941 wordt gemeld dat bij de gerechtshoven in Amsterdam, Den Haag, Arnhem, Den Bosch en Leeuwarden vrederechters zullen worden benoemd, die de bevoegdheid kregen misdrijven en overtredingen "welke de politieke vrede binnen de volksgemeenschap in gevaar brengen" aan te pakken. Hoger beroep was mogelijk bij een bijzondere kamer van het Haagse gerechtshof, het vredegerechtshof, waar Van Genechten zelf procureur-generaal was. Dit vredegerechtshof deed in laatste instantie uitspraak, dat wil zeggen dat beroep bij de Hoge Raad niet was toegestaan. Bovendien kon dit hof zaken die eerder voor de rechter waren geweest en waar in de ogen van NSB'ers te lage straffen waren uitgesproken, opnieuw berechten. Het is geen wonder dat de instelling van dit vredegerechtshof binnen de rechterlijke macht grote deining veroorzaakte. Door het Vredegerechtshof werd feitelijk de Nederlandse rechterlijke macht buiten spel gezet.

Hoewel hij een overtuigd en ijverig nationaalsocialist was, raakte Van Genechten over verschillende kwesties in conflict met de bezetters. Hij verzette zich onder andere tegen het Duitse optreden tegen studenten, tegen het werven van vrijwilligers voor de Waffen-SS, tegen het doden van gijzelaars voor aanslagen op NSB'ers en tegen het afleggen van de eed op Hitler door de Nederlandsche SS. Volgens De Jonge leidde deze kritische houding ertoe dat hij op 1 februari 1943 ontheven werd uit zijn functie van procureur-generaal. In plaats daarvan werd hij benoemd tot commissaris van de provincie Zuid-Holland. Hij kreeg vervolgens van alle 'bestuursraden' (gedeputeerden) te horen dat ze niet bereid waren met hem samen te werken en hij kwam nadien niet meer opdagen. Korte tijd na dit fiasco had hij volgens Lou de Jong getracht zelfmoord te plegen.De Jong 1975, p. 424; Volgens De Jong werd hij in januari tot commissaris benoemd. De Jonge 1979 noemt als datum 1 februari 1943. Ten Dam 2010 spreekt over twee zelfmoordpogingen Na deze mislukte zelfmoordpoging in begin mei 1943 werd Van Genechten door Mussert uit zijn NSB-functies ontheven. "Zijn politieke rol was nu nagenoeg uitgespeeld, al bleef hij nog artikelen publiceren in Nieuw Nederland en andere NSB-organen." Van Genechten werd verpleegd in de psychiatrische kliniek van de Universiteit Utrecht en in augustus 1943 door Seyss-Inquart benoemd tot gewoon hoogleraar in het strafrecht en de strafvordering aan de Leidse universiteit.De Jong 1975, p. 625 Aangezien de Leidse universiteit gesloten was, betekende deze benoeming in feite dat Van Genechten buiten spel gezet werd.

Na de bevrijding werd Van Genechten in zijn woning te Voorburg gearresteerd. Hij werd gevangengezet in het 'Oranjehotel', een complex van cellenbarakken op het terrein van de Scheveningse strafgevangenis.Ten Dam 2010

Een antisemitische Reinaert In 1937 publiceerde Van Genechten in Nieuw Nederland zijn versie van het klassieke verhaal Van den vos Reynaerde (p. 336-347). Raszuiverheid, antisemitisme en het belang van een sterke Führer als voortrekker van een natuurlijke orde vormen in dit werkstuk de hoofdthema's. De zondebok in het verhaal is Jodocus, een overduidelijke verwijzing naar "de jood, de sjacheraar, woekeraar, vuige en gewetenloze ondermijner van de waarden".Ryssen 1991, p. 74

In 1941 verscheen de tekst onder de titel Van den vos Reynaerde, ruwaard Boudewijn en Jodocus in boekvorm bij de nationaalsocialistische uitgeverij 'De Amsterdamsche Keurkamer'. Het boek bevatte illustraties van Maarten Meuldijk.

Van Genechtens versie van Reinaert de Vos werd ook verfilmd. Daarbij was Egbert van Putten betrokken, die van de Duitsers de opdracht had gekregen in Nederland een bedrijf voor teken- en cultuurfilms op te richten. Oorspronkelijk was het plan een tekenfilm van 10 minuten te maken, maar het uiteindelijke resultaat was tweemaal zo lang. De film was waarschijnlijk in 1943 zo goed als af; alle betrokkenen (incl. Van Genechten) waren vol lof. Maar toch verdween plotseling elk spoor van het filmpje. Een reden daarvoor is niet bekend. Rond 1990 werd tijdens een inventarisatie van de archieven van het Nederlands Filmmuseum een fragment teruggevonden.Ryssen 1991 Deze ontdekking werd wereldkundig gemaakt door Gerard Groeneveld en Egbert Barten in De Volkskrant van 25 mei 1991.