thumb|Militaire begraafplaats van Ramskapelle. Een Belgische militaire begraafplaats is een begraafplaats voor Belgische oorlogsslachtoffers, die ontstaan is tijdens de Eerste Wereldoorlog en waarbij de Belgische staat betrokken is.

Voor de Eerste Wereldoorlog Nog tijdens de Frans-Pruisische Oorlog (1870) werden, zoals voorheen gebruikelijk, gesneuvelde soldaten in massagraven verzameld. Alleen officieren werden gebeurlijk gerepatrieerd en individueel begraven. Toch waren tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1864) door de Union reeds begraafplaatsen ingericht waar gesneuvelden individueel begraven werden. Tijdens de Boerenoorlogen (tussen 1880 en 1902) in Afrika hadden ook de Britten dat al gedaan.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog Bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog bleek dat geen enkele natie schikkingen getroffen had om graven te registreren en begraafplaatsen in te richten. Gesneuvelden werden door hun kameraden begraven waar ze gevallen waren, zo mogelijk in een individueel graf.

Bij de Britten waren, op vraag van naastbestaanden, vrijwilligers van het Rode Kruis occasioneel gesneuvelden gaan zoeken om hen te repatriëren. Later gingen ze op systematische wijze graven van gesneuvelden registreren. Vanaf 1915 werden hun activiteiten geofficialiseerd onder leiding van een Graves registration Commission. Die commissie zou later uitgroeien tot de Imperial War Graves Commission, vanaf 1961 de Commonwealth War Graves Commission.

De Graves Registration Commission stelde een aantal regels vast. Repatriëring van gesneuvelden werd verboden. Er mocht geen onderscheid gemaakt worden tussen officieren en lagere rangen. Persoonlijke grafstenen werden verboden. Het uitzicht van de begraafplaatsen en de gedenktekens werd vastgelegd. Het materiaal van de grafstenen, de opschriften en symbolen werden in detail bepaald.

Naderhand gingen alle oorlogvoerende naties de graven van de gesneuvelden registreren en militaire begraafplaatsen inrichten.

Britse en Franse graven België vaardigde op 5 september 1917 een wetsbesluit uit om de kwestie te regelen van de Britse en Franse graven en begraafplaatsen op Belgisch territorium en van individuele graven op gemeentelijke begraafplaatsen. Het wetsbesluit bepaalt dat de Belgische Natie altijddurende begraafplaatsen aan de in België overleden militairen der Belgische en geallieerde legers toezegt. Deze begraafplaatsen vielen onder het toezicht van het Ministerie van Oorlog.Luc Schepens p. 66 Referentiedocument kamp-vogelsang.be (gearchiveerd)

Belgische begraafplaatsen in België Tijdens de bewegingsoorlog werden Belgische gesneuvelden door hun kameraden begraven op gemeentelijke kerkhoven, op inderhaast aangelegde begraafplaatsen of gewoon ergens te velde, waar ze gevallen waren. Tijdens de loopgravenoorlog ontstonden achter het front nabij medische installaties gemengde militair-burgerlijke begraafplaatsen zoals in Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne.

De graven en begraafplaatsen van de bewegingsoorlog lagen in het bezette deel van België en ontsnapten aan het gezag van de Belgische regering. Het niet bezette deel van België viel totaal onder Belgisch militair gezag. De Belgische regering en administratie verbleven in Le Havre, Frankrijk. Dat verklaart wellicht dat België pas in februari 1918 een Ministerieel Besluit uitvaardigde omtrent de administratieve schikkingen inzake doden en vermisten, gravenregistratie en militaire begraafplaatsen.Ministerieel besluit van 19 februari 1918; Moniteur belge van 9-16 maart 1918 in Luc Schepens, p.66

Na de wapenstilstand op 11 november 1918 was het de eerste zorg van de bevolking en de besturen het leven in het bezette en geplunderde deel van België en in de Verwoeste Gewesten (De streek van Nieuwpoort, Diksmuide, Ieper) te hervatten. Begin van de jaren twintig pas werd over gegaan tot de daadwerkelijke aanleg van officiële militaire begraafplaatsen.

Enerzijds moesten de bestaande militair-burgerlijke kerkhoven heringericht worden. Anderzijds moesten nieuwe begraafplaatsen aangelegd worden voor de verspreid begraven slachtoffers.

Herinrichting van bestaande kerkhoven De bestaande kerkhoven boden na de wapenstilstand een hallucinante aanblik. Vermogende nabestaanden hadden hier en daar individuele grafzerken laten plaatsen. De meeste graven echter waren door de kameraden van de gevallenen afgebakend en versierd geworden met bloemen en planten en voorzien van kruisen van alle mogelijke materialen en sommige van grafstenen, waaronder de heldenhuldezerkjes. Na het vertrek van de kameraden waren die graven overgelaten aan de zorgen van de gemeenten die wel andere bekommernissen hadden dan de graven netjes houden.Luc Schepens, foto's op p.71 en 75

Vooraleer begonnen werd met de herinrichting van bestaande kerkhoven en de aanleg van begraafplaatsen hadden nabestaanden op eigen initiatief en dikwijls ongeweten al een aantal begraven gevallenen terug naar huis gehaald om ze op de eigen gemeentelijke begraafplaats ter aarde te bestellen. Uiteindelijk zouden maar de helft van de 38.000 Belgische gesneuvelden een laatste rustplaats vinden op een Belgische militaire begraafplaats, de overgrote meerderheid in een graf met een standaard Belgische grafsteen. Wat er geworden is van de graven van gerepatrieerde gesneuvelden is in zijn geheel niet geweten. Vele van die graven zijn samen met de toenmalige nabestaanden verdwenen. Er zouden nog 6000 graven behouden zijn.Tweemaandelijks tijdschrift Nieuwpoort uw stad, jaargang 47, Nr 6, p.28 Om ze te vrijwaren van de vergetelheid startte het War Heritage Institute het project "Onze Vergeten Helden".

Tijdens het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog werden op die heringerichte begraafplaatsen overledenen bijgezet en speciale gedenkstenen opgericht voor oorlogsslachtoffers in de meest algemene betekenis: militairen van andere nationaliteiten, door Duitsland te werk gestelde krijgsgevangenen, slachtoffers van oorlogsgeweld, weerstanders, geëxecuteerde burgers, weggevoerden, opgeëisten, politieke gevangenen, enz... van de twee wereldoorlogen en de Koreaanse Oorlog (1950-1953).

Zo verloren die begraafplaatsen door hun complex en gevarieerd uitzicht aan kracht als symbool van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Ze werden symbool van de verschrikkingen van oorlogen in het algemeen.

Aanleg van verzamelbegraafplaatsen Waar zwaar slag geleverd was en veel gevallenen voorlopig begraven waren of achtergebleven, werden exclusief militaire begraafplaatsen aangelegd. Her en der begraven gesneuvelden werden er verzameld en teruggevonden gesneuvelden bijgezet. Het zijn verzamelbegraafplaatsen zoals de Belgische militaire begraafplaats van Ramskapelle.

Deze militaire begraafplaatsen zijn doorgaans aangelegd volgens een strak symmetrisch patroon, met een bakstenen voormuur afgewerkt met natuursteen en sierelementen, een vlaggenmast met de Belgische driekleur, soms een gedenkkruis of religieus symbool. Ze kregen later ook een houten schuilhuisje met het grondplan en register van de begraafplaats en een bezoekersboek.

thumb|Privé grafzerk Adjudant Jacques De Keyser thumb|Belgische Grafsteen thumb|Grafmonument met ingebouwd Heldenhuldezerkje voor Louis Delputte. De Belgische grafsteen In opdracht van het Ministerie van Oorlog werd een standaard eenvormige grafsteen (in het toenmalige ambtelijke Nederlands de grafzuil, door den staat geschonken) ontworpen door de Brusselse architect Fernand Simons, (ook gespeld Symons).Vermelding Fernand Simons inventaris.onroerenderfgoed.be

Nochtans staan op de militaire begraafplaatsen die ontstaan zijn door herinrichting van bestaande begraafplaatsen de dag van vandaag tussen de standaard Belgische grafstenen afwijkende grafzerken. Enkele van die afwijkende grafzerken zijn echte monumenten. Het zijn privé grafzerken, geplaatst op initiatief en op kosten van nabestaanden van de gevallene. Iets talrijker, zijn op bepaalde begraafplaatsen de zogenaamde heldenhuldezerkjes. De heldenhuldezerkjes waren geplaatst op initiatief en op kosten van wapenmakkers van de gevallene.

In 1920 lagen een aantal officiële grafstenen klaar bij de begraafplaatsen om op de graven te zetten. Wanneer begonnen werd met het verwijderen van de chaotische bonte verzameling van grafstenen, kruisen, gedenktekens, symbolen op de graven van de kameraden ontwikkelde zich een hoogoplopende discussie. Het IJzerbedevaartcomité wierp zich op als eigenaar van de heldenhuldezerkjes en verzette zich tegen het opruimen en vernietigen.

In augustus 1924 waren de gemoederen enigszins bedaard en de grafsteen van 1920 werd andermaal aan de pers voorgesteld, deze keer voorzien van een bronzen plaat. De nabestaanden mochten zich uitspreken over het al dan niet behouden van een bestaand grafmonument of heldenhuldezerkjes. De overgrote meerderheid koos voor de Belgische grafsteen. Ze mochten ook de taal kiezen, Nederlands of Frans, voor de opschriften en kiezen voor een kruisje of klimmende Belgische leeuw op het schildje met de Belgische driekleur.Luc Schepens, p. 70

Op de bronzen plaat staan de naam en voornaam van de gesneuvelde met zijn rang, (eventueel met de toevoeging oorlogsvrijwilliger), zijn eenheid, de plaats en datum van geboorte, en datum van overlijden. Soms komt daar de vermelding bij stierf voor België of gestorven voor België. Op de bronzen plaat staan twee eretekens afgebeeld. Helemaal onderaan staan verwijzingen naar andere decoraties: de letter V en Y en het getal 14 in een cirkeltje. De letter “V” staat voor de overwinningsmedaille. Het getal 14 in een cirkeltje staat voor de herinneringsmedaille.

De opschriften op de graven van niet geïdentificeerde militairen zijn in het Nederlands en het Frans.

Oorspronkelijk waren de nationale kleuren, zwart, geel en rood op het schildje verticaal of schuin geschikt en soms zonder kruisje of leeuw. Andere verschillen dan de keuze van het kruisje of de leeuw hadden geen symbolische betekenis. Ze waren te wijten aan de veranderingen van de verantwoordelijkheid voor de militaire begraafplaatsen: achtereenvolgens het Ministerie van Oorlog, Ministerie van Binnenlandse Zaken, het Rode Kruis, en weer Binnenlandse Zaken die elk hun eigen kijk hadden op de uitvoering van hun taak. Sedert Defensie verantwoordelijk is worden alle varianten vervangen door schildjes zonder kruis of leeuw en met verticaal geschikte kleuren, het zwart links.

De begraven slachtoffers Burgers Vierhonderd zeventien gefusilleerde burgers zijn begraven op militaire begraafplaatsen.Parlementaire vraag dekamer.be Ze behoren tot de 5500 burgers die in augustus en september 1914 standrechtelijk omgebracht werden door het Duitse leger.Sophie de Schaepdrijver, p.98 Vierenveertig van hen werden begraven in de Enclos des Fusillés de la Chartreuse (Luik) waar ze geëxecuteerd waren.

Vlamingen en Walen