Heythuysen () (Limburgs: Heitse) is een kerkdorpANWB Topografische Atlas Limburg (2005) - kaart 39 191-362, . en voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. De plaats telt 6.625 inwoners (2023). Het is een van de grotere dorpen van Midden-Limburg en ligt tussen de twee grotere steden Weert en Roermond. Per 1 januari 2007 maakt Heythuysen deel uit van de gemeente Leudal.

Geschiedenis Prehistorie/Romeinse tijd De eerste mensen die leefden in het gebied waar nu Heythuysen ligt waren jager-verzamelaars van de Federmessercultuur aan het einde van de laatste IJstijd (13.900 tot 12.850 jaar geleden).

Deze nomadische volken bleven maar kort op een plek. De eerste overblijfselen van permanente bevolking van het gebied zijn van Neolithische boeren die 3.000 jaar geleden in het nabijgelegen natuurgebied Leudal woonde. Zij begroeven de as van hun doden in grafvelden, die nu nog steeds te zien zijn.

Over de geschiedenis van het gebied in de tijd van de Romeinen is weinig bekend. Bij Baexem werd in 2004 wel een damconstructie uit de Romeinse tijd aangetroffen die mogelijk als voorde door de Haelense Beek heeft gediend. Ook zijn er in het Leudal Romeinse munten gevonden.

Middeleeuwen Midden-Limburg was tot jaar 1.000 een zeer woest en onontgonnen heide- en moerasgebied met maar weinig nederzettingen. In de vroege middeleeuwen begon men met het temmen van het heide. Zo ontstond op een zandrug tussen de Bevelandse Beek en de Tungelroyse Beek het dorp Heythuysen. Deze oorsprong is ook terug te zien in de naam van het dorp. "Heyt" verwijst naar heidegrond, terwijl "huysen" nederzetting betekent.

Het is onduidelijk wanneer Heythuysen precies gesticht is, maar een eerste verwijzing is te vinden in een beleningsoorkonde uit 1243. In deze oorkonde geeft de graaf van Horn dat hij het gezag heeft over bepaalde dorpen. Een daarvan is Hamescheim (Heythuysen). In hetzelfde document geeft de graaf van Horn ook aan dat hij een vazal is van de graaf van Loon.

Toen omstreeks het jaar 1360 de mannelijke linie van het graafschap Loon uitstierf, kwam dit graafschap toe aan de prinsbisschop van Luik. Het graafschap Horn, en dus ook Heythuysen, hoorde daarom nu ook bij Luik.

Een oude perkamenten brief met zegel uit 1485, toont aan dat het dorp toen al de zetel was van een schepenbank.

Vroegmoderne tijd/Franse tijd In 1540 erfde Filips van Montmorency het graafschap Horn van graaf Jan van Horne, de tweede echtgenoot van zijn moeder Anna van Egmont. Filips is een van de bekendste figuren uit de Tachtigjarige Oorlog.

Filips belastte zijn graafschap met grote schulden en haalde bij zijn onderdanen flink sommen om al zijn uitgaven te betalen. Zo hadden de inwoners van Heythuysen en Roggel hem 5.000 Carolusgulden gegeven, bovenop de 626 gulden, 13 stuivers en 2 cent die ze hem als belasting al schuldig waren.

Op 5 juni 1568, werd Filips in Brussel onthoofd door de Spanjaarden. De titel van graaf ging over op zijn broer Floris. Toen Floris in 1570 - zonder mannelijke erfgenaam - werd vermoord kwam het graafschap Horn, en Heythuysen, weer in het bezit van het Prinsbisdom Luik.

Rondom Heythuysen zijn verschillende overblijfselen van boerenschansen te vinden, zoals de Grote Schans en de Maxetschans. In de 16de en 17de eeuw werden zulke kleinschalige verdedigingswerken door de lokale bevolking gebouwd als plek waar men zich in kon terugtrekken voor plunderende legers, muiters en roversbenden.

Circa 1680 werd Heythuysen door de bisschop van Luik verheven tot een heerlijkheid en verpacht aan Rubert van der Meer, Heer van Grissart. In het jaar 1698 kwam de heerlijkheid in het bezit van het geslacht Horion, een oude Luiks adelfamilie dat vanaf 1540 veel bezittingen had verworven in het huidige Limburg. In 1783 verkoopt de familie Horion de heerlijkheid Heythuysen aan Jean Theodore Rome, advocaat en raadslid van de prins-bisschop van Luik. Hij zou de laatste heer van Heythuysen zijn.

Aan het einde van achttiende eeuw deed de Franse Revolutie Europa op zijn grondvesten schudden. De Franse legers veroverden in 1794 het Prinsbisdom Luik waar Heythuysen toebehoorde. Het Prinsbisdom werd opgeheven en Heythuysen werd samen met andere delen van Limburg onderdeel van het departement Nedermaas. Het dorp was nu onderdeel van de Eerste Franse Republiek en de Heythuysenaren waren nu Franse staatsburgers.

De bestuur van Heythuysen werd heringericht naar Frans model. Tussen 1795 en 1802 was Heythuysen zelfs de hoofdplaats van een kanton wat zich uitstrekte van Meijel in het noorden tot Ittervoort in het zuiden. De flatteuze bijnaam voor het dorp “Klein Paries” lijkt uit deze tijd afkomstig.

In 1804 werd de Franse Republiek een keizerrijk onder Napoleon. In 1810 werden de noordelijke Nederlanden ook onderdeel van het Franse Keizerrijk. Voor het departement Nedermaas, en Heythuysen, veranderde er weinig totdat aan het einde van 1813 de Franse legers over de Rijn werd teruggedrongen. In het voorjaar van 1814 verdween het Franse bewind na twintig jaar eindelijk uit Heythuysen.

Moderne tijd Na het vertrek van de Fransen kwam Heythuysen onder het gezag van het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederland. Deze unie van Nederland, België en Luxemburg hield niet lang stand, want in 1830 kwamen de zuidelijke delen (ook Limburg) in opstand en scheidden zich af van Nederland. In 1839 werd het conflict beëindigd met het Verdrag van Londen. Hierin werd overeengekomen dat het noordelijke deel van Limburg, inclusief Heythuysen, weer onderdeel werd van Nederland.

In 1835 werd door Maria Catharina Daemen in Heythuysen de zustercongregatie Franciscanessen van Heythuysen gesticht. Het moederhuis van de congregatie is het Sint-Elisabethklooster in Heythuysen.

Halverwege de negentiende eeuw was de helft van het grondgebied van Heythuysen nog woeste grond. Door de toepassing van nieuwe technieken (bijvoorbeeld drainage) en vooral door de verbreiding van kunstmest werd cultivering van onontgonnen gronden mogelijk en rendabel gemaakt. Het omzetten van woeste grond in bos werd ook in Heythuysen door de overheid gestimuleerd door middel van subsidies, omdat de vraag naar hout, dankzij de groeiende mijnbouw, sterk was toegenomen.

Ook al bleef het voornamelijk een agrarische gemeenschap, er ontwikkelde in de negentiende en twintigste eeuw ook wat industrie in Heythuysen. Zo vestigde zich er een stoomboterfabriek, een landbouwwerktuigenfabriek en de bekende orgelmakerij Verschueren.

Nederland was neutraal in de Eerste Wereldoorlog. Toch heeft Heythuysen wel wat gemerkt van deze oorlog. Er was schaarste aan veel producten en veel vluchtelingen vanuit België waren de grens over getrokken. Daarnaast waren er grensbewakende afdelingen gelegerd in het nabijgelegen Grathem. Deze bewaakten een gedeelte van de honderden kilometers prikkeldraad die de Duitsers langs de grens optrokken. Deze draad, die onder dodelijke elektrische spanning stond, heeft menig leven geëist.

Heythuysen had in de jaren 1930 ook te lijden onder de economische depressie. Veel inwoners moesten gebruik maken van de werkverschaffingsprojecten zoals de aanleg van rioleringen, het rooien van bossen en het kanaliseren van beken in Midden-Limburg.

Tweede Wereldoorlog De eerste oorlogsjaren van de Tweede Wereldoorlog verliepen betrekkelijk rustig voor het dorp. Er waren wel inwoners betrokken bij het verzet en in het Leudal waren onderduikers gehuisvest.

In 1942 vestigde zich in het St. Elisabethklooster de Reichsschule Heythuysen voor meisjes, een door de SS opgericht opleidingsinstituut en internaat dat tot doel had Nederlandse meisjes op te leiden tot levenspartner voor SS'ers.

Vanaf 1944 had Heythuysen meer te lijden onder de oorlog. In juni werden twee Joodse families en hun helpers gearresteerd door rechercheurs van het Bureau Joodsche Zaken. Enkelen overleefden de oorlog, maar de anderen overleden in concentratiekampen. In 2022 werden in de Dorpsstraat struikelstenen geïnstalleerd om de slachtoffers te herinneren.

In september kwam het front dankzij Operation Market Garden dichterbij. Op 8 oktober 1944 omsingelden de Duitsers de kerk en pikken er alle mannen uit tussen 16 en 60 jaar. Deze werden naar Duitsland gestuurd om in de fabrieken te werken.

Op 15 november 1944 werd Heythuysen door Engelse soldaten bevrijd. In tegenstelling tot de meeste andere kerktorens en vele molens bleven die van de Nicolaaskerk en de St. Antoniusmolen gespaard. Toen de geallieerden naderden wilden de Duitsers de kerktoren opblazen. Dit mislukte doordat verzetsmensen een boobytrap hadden aangebracht.

Recente geschiedenis In de naoorlogse periode groeide Heythuysen langzaam uit tot een dorp met een streekfunctie. Tientallen winkels, een bank, een bioscoop en andere voorzieningen trokken mensen aan vanuit de omliggende kernen. Heythuysen profileerde zich vooral op het gebied van verzorging en onderwijs. De scholen voor het voortgezet onderwijs trokken steeds meer leerlingen van buitenaf: in 1968 bezochten 1000 leerlingen van buiten Heythuysen de scholen in het dorp.

Tot en met de jaren ‘60 was tussen de buurtgemeenschappen Heide en Hollander een werkkamp voor Ambonezen gevestigd.

In 1964 haalde Heythuysen de regionale en landelijke kranten omdat op diverse huizen nog leuzen stonden die de terugtrekkende Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog op de gevels hadden geverfd. De leuzen waren niet verwijderd door onenigheid over de vraag wie verantwoordelijk was. Sommige inwoners wilden van de leuzen af, terwijl ze volgens anderen een toeristische waarde zouden hebben. De leuzen hebben tot aan het begin van de jaren ‘80 op de gevels gestaan.

Heythuysen groeide snel vanaf de jaren ‘60. In de jaren ‘70 en ‘80 werd het gebied tussen Heythuysen en de Tungelroyse Beek ten zuiden van het dorp volgebouwd. Waar eerst akkers en weilanden lagen, ontstonden in rap tempo woonbuurten zoals Zuiderhook en Kloosterstraat-Op De Kouk. Vanaf de jaren ‘90 is veel gebouwd ten noorden van de Dorpsstraat, zoals de St. Antoniusbuurt en Vlasroot. In de 21e eeuw breidt Heythuysen zich verder uit ten noorden van de Noorderbaan, rondom het Sint-Elisabethklooster.

Geografie Geologie Heythuysen wordt in het noorden begrensd door de Bevelandse Beek welke uitmondt in de Roggelse Beek. Aan de zuidkant van Heythuysen stroomt de Tungelroyse Beek. Al deze beken stromen oostwaarts naar het natuurgebied Leudal, dat zich ten oosten van Heythuysen uitstrekt. Ten zuiden van de Tungelroyse Beek ligt het Landgoed Beijlshof, dat dicht bij het dorp ligt, maar tot Haelen behoort. In het noorden vindt men, naast landbouwgebieden, de Asbroekerheide, een boscomplex.

In Heythuysen zijn twee bodemtypes te vinden: hoger gelegen zandgronden en lager gelegen zandgronden. Over het algemeen bevinden de hoger gelegen zandgronden zich in het zuiden en oosten van het grondgebied van Heythuysen, terwijl de lager gelegen zandgronden zich in het noorden en westen bevinden.

Heythuysen zelf ligt op een hoogte tussen ongeveer 27 en 32 meter boven N.A.P. en het watert af richting de Maas.Gemeentebeschrijving Heythuysen (https://020apps.nl/mip/beschrijvingen/Heyt-Huysen.pdf)

Topografie miniatuur|Kaart van Heythuysen (2022), inclusief buitengebied Heythuysen is een dorp in de provincie Limburg, in de regio Midden-Limburg. Tot en met 2006 was het een zelfstandige gemeente. Tegenwoordig is het onderdeel van de gemeente Leudal. Heythuysen is de grootste kern van de gemeente en is ook de plaats waar het gemeentehuis van Leudal staat.

Aan Heythuysen grenzen verschillende andere dorpen. Dit zijn: Baexem (ten zuiden), Roggel en Heibloem (ten noorden), Leveroy (ten westen) en Haelen (ten oosten).

Onder Heythuysen vallen ook 9 buurtschappen:

Aan de Bergen Aan het Broek Achter het Klooster Caluna Heide Hollander Karreveld (deels) Maxet (grotendeels) Roligt (deels)

Klimaat