Otto Gebühr (Kettwig, 29 mei 1877 – Wiesbaden, 13 maartIMDb geeft als enige als sterfdag 14 maart. 1954) was een Duitse acteur, die zowel op het toneel als in films optrad. Hij was beroemd door zijn rol als koning Frederik II van Pruisen. Hij speelde deze rol tussen 1920 en 1942 in twaalf films.
Levensloop Gebührs ouders waren de koopman Otto Gebühr en diens echtgenote Fanny Mathilde Moll. Hij groeide op in Hülsenbusch, een stadsdeel van Gummersbach (Noordrijn-Westfalen), en na de dood van zijn vader in Keulen. Daar volgde hij middelbaar onderwijs en kreeg hij een praktijkopleiding in de handel bij M. Michels & Co, groothandel in wol.
In 1896 trad Gebühr als correspondent in dienst bij de firma Hergersberg & Co. in Berlijn. In zijn vrije tijd volgde hij een theateropleiding. Al spoedig zei hij zijn baan op en werd hij freelance toneelspeler. Hij kreeg een vaste baan bij de stadsschouwburg in Görlitz. Tussen 1898 en 1908 werkte hij bij het Schauspielhaus am Zwinger in Dresden, daarna bij het Lessingtheater in Berlijn.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Gebühr als oorlogsvrijwilliger bij het 3. Garde-Feldartillerieregiment, waar hij het tot luitenant bracht. Tussen 1917 en 1919 werkte hij onder Max Reinhardt bij het Deutsches Theater Berlin. In die tijd begon ook zijn filmcarrière, toen de regisseur Paul Wegener hem polste of hij daarvoor belangstelling had.
In 1919 speelde Gebühr voor het eerst de rol van Frederik II van Pruisen, in de film Die Tänzerin Barbarina, die in 1920 uitkwam. In dat jaar begonnen al de opnamen voor de tetralogie Fridericus Rex, vier films over het leven van de koning, die in de jaren 1921-1923 werden uitgebracht en veel publiek trokken. Hoewel Gebühr ook andere rollen speelde, kwam men steeds bij hem uit als er een film met Frederik II moest worden gemaakt. Er volgden nog tien films waarin hij die rol speelde.
In de tijd van het Derde Rijk gold hij als ‘unabkömmlicher Kulturschaffender’ (‘onvervangbare cultuurschepper’). In 1938 kreeg hij de eretitel Staatsschauspieler, de hoogste titel die een acteur in die tijd kon krijgen. In 1942 speelde hij, alweer als Frederik II, de hoofdrol in de propagandafilm Der große König onder regie van Veit Harlan. Frederik, verslagen in de Slag bij Kunersdorf, besluit toch door te vechten. Dankzij sergeant Paul Treskow, die de bevelen van hogerhand negeert en toch aanvalt, wint hij de Slag bij Torgau. Treskow wordt gestraft wegens insubordinatie; Frederik had hem na het ondergaan van zijn straf willen bevorderen tot luitenant, maar uit wrok blijft Treskow zich ondisciplinair gedragen, dus de bevordering blijft achterwege. Treskow ziet echter tijdig zijn fouten in en sterft voor de ogen van zijn koning de heldendood bij de belegering van Schweidnitz. De film kwam uit op een moment dat het Duitse offensief in de Sovjet-Unie dreigde dood te lopen en Engeland was begonnen Duitse steden te bombarderen, en was bedoeld om het moreel van de Duitse bevolking op te vijzelen.
In 1944 zette Joseph Goebbels Gebühr op de Gottbegnadeten-Liste van onvervangbare kunstenaars.Ernst Klee: Das Kulturlexikon zum Dritten Reich. Wer war was vor und nach 1945, Edition Fischer, Frankfurt am Main, 2009, blz. 157.
Na de Tweede Wereldoorlog mocht Gebühr tot 1947 niet meer optreden. Daarna werkte hij opnieuw als toneelspeler, te beginnen met De kersentuin van Tsjechov. Al spoedig speelde hij ook weer in amusementsfilms, soms weer onder regie van Veit Harlan. Hij stierf in 1954 kort voor de afronding van de film Rosen-Resli aan een hartinfarct.
Gebühr trouwde in 1910 met Cornelia Bertha Julius. Ze kregen een dochter, Hilde Gebühr (1910-1945), die ook actrice werd. In 1942 hertrouwde hij met de actrice Doris Krüger (1913–1950). Uit dit huwelijk werd in 1942 een zoon Michael Gebühr (1942–2021) geboren, die archeoloog werd.
Films met Otto Gebühr als Frederik II de Grote 1920: Die Tänzerin Barbarina, regie: Carl Boese 1921-1923: Fridericus Rex, regie: Arzén von Cserépy aflevering 1 - Sturm und Drang aflevering 2 - Vater und Sohn aflevering 3 - Sanssouci aflevering 4 - Schicksalswende 1926: Die Mühle von Sans Souci, regie: Siegfried Philippi 1927: Der Alte Fritz – deel 1: Friede, regie: Gerhard Lamprecht 1927: Der Alte Fritz – deel 2: Ausklang, regie: Gerhard Lamprecht 1930: Das Flötenkonzert von Sans-souci, regie: Gustav Ucicky 1932: Die Tänzerin von Sans Souci, regie: Friedrich Zelnik 1933: Der Choral von Leuthen, regie: Carl Froelich 1936: Heiteres und Ernstes um den großen König, regie: Phil Jutzi 1936: Fridericus, regie: Johannes Meyer 1937: Das schöne Fräulein Schragg, regie: Hans Deppe 1942: Der große König, regie: Veit Harlan
Andere films 1917: Der Richter, regie: Hans Land 1917: Veilchen Nr. 4, regie: Conrad Wiene, Robert Wiene 1918: Die Börsenkönigin, regie: Edmund Edel 1919: Verrat und Sühne, regie: Max Mack 1919: Der Flimmerprinz, regie: Max Mack 1919: Sündiges Blut, regie: Max Mack 1920: Der Menschheit Anwalt, regie: Otto Rippert 1920: Das Wüstengrab, regie: Karl Heiland 1920: Drei Nächte, regie: Carl Boese 1920: Whitechapel. Eine Kette von Perlen und Abenteuern, regie: Ewald André Dupont 1920: Abend – Nacht – Morgen, regie: Friedrich Wilhelm Murnau 1920: Der Golem, wie er in die Welt kam, regie: Carl Boese en Paul Wegener 1923: Wilhelm Tell, regie: Rudolf Dworsky en Rudolf Walther-Fein 1924: Ich hatt' einen Kameraden, regie: Hans Behrendt 1924: Neuland, regie: Hans Behrendt 1925: Leidenschaft – Die Liebschaften der Hella von Gilsa, regie: Richard Eichberg 1926: In Treue stark, regie: Heinrich Brandt 1926: Die Sporckschen Jäger, regie: Holger-Madsen 1927: Die heilige Lüge, regie: Holger-Madsen 1928: Waterloo, regie: Karl Grune 1930: Scapa Flow, regie: Leo Lasko 1930: Der Detektiv des Kaisers, regie: Carl Boese 1931: Der Erlkönig, regie: Peter Paul Brauer en Marie-Louise Iribe 1938: Nanon, regie: Herbert Maisch 1938: Frauen für Golden Hill, regie: Erich Waschneck 1939: Die barmherzige Lüge, regie: Werner Klingler 1940: Casanova heiratet, regie: Viktor de Kowa 1940: Bismarck, regie: Wolfgang Liebeneiner 1941: Kopf hoch, Johannes!, regie: Viktor de Kowa 1942: Viel Lärm um Nixi, regie: Erich Engel 1943: Nacht ohne Abschied, regie: Erich Waschneck 1943: Wenn der junge Wein blüht, regie: Fritz Kirchhoff 1943: Fritze Bollmann wollte angeln, regie: Volker von Collande 1943: Immensee, regie: Veit Harlan 1943: Die goldene Spinne, regie: Erich Engels 1945: Der Erbförster, regie: Alois Johannes Lippl 1947: … und über uns der Himmel, regie: Josef von Báky 1949: Der Bagnosträfling, regie: Gustav Fröhlich 1950: Drei Mädchen spinnen, regie: Carl Froelich 1950: Die Lüge, regie: Gustav Fröhlich 1951: Dr. Holl, regie: Rolf Hansen 1951: Grün ist die Heide, regie: Hans Deppe 1951: Sensation in San Remo, regie: Georg Jacoby 1951: Das ewige Spiel, regie: František Čáp 1951: Wenn die Abendglocken läuten, regie: Alfred Braun 1952: Wenn abends die Heide träumt, regie: Paul Martin 1952: Des Teufels Erbe, regie: Andrew Marton 1953: Rote Rosen, rote Lippen, roter Wein, regie: Paul Martin 1953: Sterne über Colombo, regie: Veit Harlan 1953: Vati macht Dummheiten, regie: Johannes Häussler 1953: Meines Vaters Pferde, regie: Gerhard Lamprecht 1953: Straßenserenade, regie: Werner Jacobs 1953: Die Gefangene des Maharadschas, regie: Veit Harlan 1953: Die blaue Stunde, regie: Veit Harlan 1954: Der Mann meines Lebens, regie: Erich Engel 1954: Sauerbruch – Das war mein Leben, regie: Rolf Hansen 1954: Rosen-Resli, regie: Harald Reinl
Externe links Otto Gebühr bij Filmportal.de Het leven van Otto Gebühr in data Foto’s van Otto Gebühr
Categorie:Duits filmacteur Categorie:Duits toneelacteur