De schietwilgbladrandmijt (Aculus magnirostris) is een mijt uit de familie Eriophyidae. De soort werd in 1892 voor het eerst wetenschappelijk beschreven door de Oostenrijkse acaroloog Alfred Nalepa. De oorspronkelijke waardplant die bij de soort werd vermeld is kraakwilg (Salix fragilis, tegenwoordig vaak tot Salix × fragilis gerekend). Naturhistorisches Museum Wien, List of Nalepa species by genus and species with hosts, geraadpleegd 16 september 2026.

De mijt leeft op wilgen (Salix) en veroorzaakt karakteristieke vervormingen van de bladrand. In Nederland draagt de soort daarom de naam schietwilgbladrandmijt. Waarnemingen gallen EIS Nederland, Plantengallen.com/EIS Nederland, geraadpleegd 16 september 2026.

Kenmerken Zoals andere galmijten is Aculus magnirostris zeer klein. De aanwezigheid van de soort valt in het veld daarom vooral op door de vervormingen die de mijten aan de bladeren van hun waardplant veroorzaken.

De gal bestaat doorgaans uit een smalle, langgerekte omrolling of verdikking van de bladrand. Een relatief lang gedeelte van de bladrand kan daarbij zijn ingerold. De gal blijft open en vormt dus geen volledig gesloten zakje. Aculus magnirostris, NatureSpot, geraadpleegd 16 september 2026. De ingerolde bladrand kan ongeveer 1–2 mm breed zijn en aan de binnenzijde bevinden zich de mijten. De binnenkant kan bezet zijn met roodachtige haren.M. Redfern, P. Shirley & M. Bloxham (2011). British Plant Galls: Identification of Galls on Plants and Fungi. Field Studies Council, Shrewsbury.

De kleur van de aangetaste bladrand varieert van groen of geelgroen tot roodachtig of bruin. Soms is slechts een klein deel van de bladrand aangetast, maar de vervorming kan zich ook over een aanzienlijk gedeelte van het blad uitstrekken.

Waardplanten De soort is vooral bekend van wilgen. Tot de genoemde waardplanten behoren onder andere:

schietwilg (Salix alba); kraakwilg (Salix × fragilis, in oudere literatuur Salix fragilis); hybriden van schietwilg en kraakwilg; bittere wilg (Salix purpurea).

Ook uit oudere literatuur zijn S. alba, S. fragilis en S. purpurea als waardplanten vermeld. K. Hellrigl (2003). Faunistik der Gallmilben Südtirols (Acari: Eriophyoidea). Gredleriana 3: 77–142. In Denemarken is de soort eveneens gemeld van deze wilgen en van hybriden tussen schietwilg en kraakwilg. K. Nielsen (2020). Galmider nye for Bornholm (Gall mites new to Bornholm). Vermelding van Aculus magnirostris op onder andere Salix purpurea, S. alba, S. fragilis en hybriden.

Gelijkende soorten De gallen kunnen worden verward met die van de verwante wilgbladrandknobbelmijt (Aculus craspedobius). Bij beide soorten wordt de bladrand ingerold. Bij A. craspedobius is de omrolling doorgaans korter, terwijl A. magnirostris langere delen van de bladrand kan aantasten. Alleen het uiterlijk van de gal is echter niet altijd voldoende voor een zekere determinatie. Voor betrouwbare scheiding kan microscopisch onderzoek van de mijten noodzakelijk zijn. Aculus craspedobius, NatureSpot, geraadpleegd 16 september 2026.

Ook andere galvormers op wilgen kunnen ingerolde bladranden veroorzaken. Sommige galmuggen veroorzaken eveneens bladrandrollen. Een onderscheidend kenmerk is dat de gal van A. magnirostris aan de binnenzijde behaard kan zijn, terwijl vergelijkbare door galmuggen veroorzaakte bladrollen niet sterker behaard zijn dan het normale bladoppervlak.

Ook de schietwilgbladrandwesp (Phyllocolpa oblita) veroorzaakt vervormingen langs de bladrand. Daarbij wordt de bladrand door de activiteit van een bladwesplarve omgevouwen. Bij determinatie is daarom niet alleen de vorm van de gal, maar ook de aanwezigheid van mijten of een insectenlarve van belang.

Verspreiding Aculus magnirostris is een Europese soort. Hij is onder andere gemeld uit Nederland, Groot-Brittannië, Oostenrijk, Denemarken, Hongarije en andere delen van Europa.

De soort komt ook in Nederland voor. Nederlandse inventarisaties vermelden de schietwilgbladrandmijt onder meer van schietwilg. Zo is de soort aangetroffen tijdens inventarisaties in het gebied De Rietputten en in de Noordelijke Oeverlanden. KNNV afdeling Waterweg-Noord, Flora en fauna van de Rietputten – monitoring 2012–2015, vermelding van Aculus magnirostris op Salix alba. Vereniging De Oeverlanden Blijven!, Spinachtigen Noordelijke Oeverlanden, geraadpleegd 16 september 2026.

Taxonomie De soort werd oorspronkelijk door Nalepa beschreven als Phyllocoptes magnirostris. Deze naam wordt in oudere literatuur nog aangetroffen. De huidige combinatie is Aculus magnirostris (Nalepa, 1892). De haakjes rond de auteursnaam geven aan dat de soort oorspronkelijk in een ander geslacht werd beschreven.

Externe links

Aculus magnirostris op NatureSpot

Categorie:Eriophyidae