Geertruida (Truus) Wijsmuller-Meijer (Alkmaar, 21 april 1896 – Zandvoort, 30 augustus 1978) was een Nederlandse verzetsvrouw die voor en in de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen en volwassenen in veiligheid bracht. Ze ontving van Yad Vashem de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren. Samen met anderen die voor het vooroorlogse Kindertransport werkten, heeft ze de levens van meer dan 10.000 Joodse kinderen, op de vlucht voor antisemitisme, gered.
Levensloop
Jeugd Truus Meijer werd geboren in Alkmaar aan de Mient nr. 14 als eerste kind in het gezin Meijer. Haar vader, Jacob Meijer, werkte in een drogisterij annex apotheek; haar moeder, Bertha Hendrika Boer, was zelfstandig modiste.
Truus kwam uit een hervormd-liberaal gezin. Ze herinnerde zich dat haar ouders haar leerden om altijd, als het nodig is, op te komen voor de mensen die het meest verdrukt zijn. Daarom was ze naar eigen zeggen van huis uit gewend om op te komen voor mensen die het verdienen en nodig hebben.NIOD Archiefcollectie 299A G.Wijsmuller-Meijer, pag, 7, 36,5767,69,73,92 "Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek van Mw. Wijsmuller-Meijer" Haar ouders voegden de daad bij het woord door bijvoorbeeld in 1919 een Oostenrijkse jongen in huis op te nemen om aan te sterken. Truus volgde in Alkmaar twee jaar de handelsschool. De leraren beschreven haar aanvankelijk als "een wanhopig geval", "ook al is zij ijverig".Regionaal Archief Alkmaar, Archief Handelsschool (Hogere) HBS-A. Notulen1911-1912 Gaandeweg ging het beter.
In 1913 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Het jaar daarop kreeg Truus haar eerste baan bij een bank. Later leerde ze Johannes (Joop) Franciscus Wijsmuller (geboren in Amsterdam op 25 februari 1894), bankier bij de Javaansche Bank, kennen. Ze trouwden in 1922 en betrokken een verdieping van een huis aan de Nassaukade. Truus stopte met werken, zoals toen verplicht was voor gehuwde vrouwen. Toen het huwelijk kinderloos bleef, besloot ze sociaal werk te gaan doen.
Van haar man zou ze steeds ondersteuning en aanmoediging ondervinden. Ze konden altijd rekenen op hun inwonende huishoudelijke hulp Cietje Hackmann. Zij voerde het huishouden, deed de administratie van Truus Wijsmuller, en zorgde mede voor de Joodse kinderen die vóór mei 1940 bij de Wijsmullers logeerden.
Sociaal en politiek werk Wijsmuller werd bestuurslid en coördinator voor instellingen op neutrale grondslag. Zo was ze coördinator bij de Vereniging van Huiszorg en beheerder van een bewaarplaats voor kinderen van werkende vrouwen. Het werk was onbezoldigd. Door haar sociale werk kwam ze in contact met Joodse vrouwen. Ze was ook bestuurslid/directielid van sanatorium Beatrixoord in het Oosterpark. Ze werd lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap. De latere verzetsvrouw Mies Boissevain-van Lennep was er voorzitter. Voor de Liberale Staatspartij stond Wijsmuller in 1935 als nummer 6 op de kandidatenlijst voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen.
Vanaf 1933, toen Hitler in Duitsland aan de macht kwam, reisde Wijsmuller naar Duitsland om familieleden van Joodse kennissen op te halen naar het toen veilige Nederland. In 1938 richtte ze in verband met de dreigende oorlogssituatie het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers op; het secretariaat was bij haar thuis gevestigd. Wijsmuller bouwde een uitgebreid netwerk op en had contacten in alle lagen van de bevolking.
Enkele dagen na de Kristallnacht reisde ze naar de Nederlands-Duitse grens om te zien wat zich daar afspeelde. Onder haar rokken nam ze een Jiddisch sprekende Poolse jongen mee naar Amsterdam. Haar eerste groep van zes kinderen nam ze na 17 november 1938 mee uit de overvolle wachtkamer van het Nederlandse consulaat in Hamburg. De douane wilde de kinderen uit de trein zetten, maar Wijsmuller dreigde met het zestal naar prinses Juliana te stappen, die in de coupé naast haar bleek te zitten. Dat was afdoende.
December 1938: Een verzoek uit Engeland De Britse regering besloot in november 1938 om Joodse kinderen tot zeventien jaar uit nazigebied op te nemen voor een tijdelijk verblijf. Verschillende organisaties in Engeland bundelden hun krachten in de "Refugees Children Movement" (RCM).
Op 2 december werd Wijsmuller uitgenodigd om langs te komen bij het pas opgerichte Nederlandse Kinder Comitee. Daar was Norman Bentwich uit Londen aanwezig, die haar vroeg naar Wenen te reizen om er een zekere Dr. Eichner te ontmoeten. Ze dachten toen dat Eichmann zo heette. Eichmann was de nazi die toen verantwoordelijk was voor de gedwongen "emigratie" van Joodse Oostenrijkers. Misschien zou het Wijsmuller als niet-Joodse vrouw lukken om toestemming te krijgen voor het vertrek van Joodse kinderen naar Engeland? Zij vertrok nog dezelfde dag.
Bezoek aan Eichmann Eichmann snauwde haar – een vrouw – eerst af, maar Wijsmuller trad hem onverschrokken tegemoet. "Ongelofelijk, "so rein-arisch und dann so verrückt" ("100% arisch en toch zo gek") concludeerde hij. Eichmann dacht haar voor een onmogelijke opgave te stellen door toestemming te geven om op sjabbat – de joodse rustdag – binnen vijf dagen met zeshonderd kinderen af te reizen. Direct ging Wijsmuller naar het station om treinen te reserveren. Het lukte de ouders, de Joodse organisaties en Wijsmuller om zeshonderd kinderen te laten vertrekken uit Wenen op zaterdag 10 december. Vijfhonderd kinderen reisden via Hoek van Holland naar Engeland, de andere honderd werden in een school in Den Haag opgevangen en zouden in Nederland blijven. In Engeland legde Wijsmuller contact met onder anderen Lola Hahn-Warburg van de RCM, die verbaasd opmerkte: "Ja, maar u bent toch alleen gestuurd om te praten?"NIOD Archiefcollectie 299A G. Wijsmuller-Meijer "Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek van Mw. Wijsmuller-Meijer", pag 9
In Nederland werkte Wijsmuller samen met sociaal werkster Gertrude van Tijn van het "Comité voor Bijzondere Joodse Belangen" (behorend bij het "Comité voor Joodsche Vluchtelingen"), Mies Boissevain-van Lennep en vele anderen. In Wenen was Wijsmuller getuige van de mensonterende behandeling van Joodse inwoners. In Nederland echter wilde niemand haar geloven.
December 1938-september 1939: Kindertransport Tussen december 1938 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 organiseerde Wijsmuller meerdere keren per week reizen met kinderen tot zeventien jaar vanuit nazigebied; meestal naar Engeland, maar ook naar Nederland en later naar België en Frankrijk. Een treinreis van Wenen naar Hoek van Holland duurde zo'n dertig uur. Wijsmuller regelde dat de controles van grenspolitie en douane zo mogelijk vóór de grens in de trein werden gedaan, en wel onder haar leiding, of van een van de andere Nederlandse vrijwilligsters. Dat voorkwam oponthoud."Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek met mw. Wijsmuller-Meijer", pag 12 Via Emmerik kwamen op dinsdag en woensdag de treinen uit het zuidoosten aan, via Bad Bentheim op donderdag de treinen uit het noordoosten. Bij elke reis gingen er zo'n honderdvijftig kinderen mee. Bijna tienduizend kinderen uit nazigebied bereikten voor september 1939 het veilige Engeland. In Nederland bleven ongeveer achttienhonderd kinderen uit het Derde Rijk."Jewish Refugee Children in the Netherlands during World War II: Migration, Settlement, and Survival", Miriam Keesing, Peter Tammes and Andrew J. Simpkin, Published online by Cambridge University Press, 28 August 2019
De kinderen mochten één koffer meenemen, tien Duitse marken en geen foto's of kostbaarheden. De ouders moesten vaak buiten het station afscheid nemen. Meestal – maar dat werd niet altijd toegestaan – reisden Joodse begeleidsters mee tot in Engeland, op voorwaarde dat zij allemaal terugkeerden: anders zou het afgelopen zijn met de Kindertransporten. Eenmaal reisde er een groep verzwakte kinderen en vrouwen van Sudeten-Duitsers mee.
In verschillende steden werkten de speciaal opgerichte "Kindercomités", sociaal werkers en vrijwilligers samen om de kinderen in veiligheid te brengen. Het waren vooral vrouwen die de uitvoering van reis en verblijf van de kinderen op zich namen.
Wijsmuller was doordrongen van de urgentie van haar werk en gaf vaart en omvang aan het Kindertransport, zoals de evacuatiereizen gingen heten. Ze onderhield contacten met alle bij de reizen betrokken partijen in meerdere landen, waaronder de Joodse hoofdcomités in onder andere Wenen, Hamburg, Frankfurt en Berlijn en vanaf maart 1939 in Praag en Dantzig en ook met de trein- en bootondernemingen. Ze nam, wanneer ze meereisde, de verantwoordelijkheid voor de reisdocumenten op zich. In haar handtas droeg ze steeds een tandenborstel, een stuk zeep en een handdoek mee, daar ze elk ogenblik het verzoek kon krijgen op reis te gaan.
Op 24 augustus 1939 passeerde ze voor de vijftigste keer de grens bij Bentheim. Op initiatief van een Gestapodelegatie werd dit "jubileum" gevierd met blaaskapel en al. Wijsmuller zag zich genoodzaakt hieraan mee te doen. Ook anderen, zoals de Britse zakenman Nicholas Winton, en de Berlijnse Recha Freier, organiseerden evacuatiereizen voor kinderen uit het nazigebied.
Wijsmuller herinnerde zich dat de organisatie eigenlijk meteen voor elkaar was dankzij de Joodse comités in Wenen, Frankfurt, Hamburg, Breslau en Berlijn (en later Praag, Danzig en RigaHenriëtte Boas "Het begon in 1938", in NIW 12-12-1952) die de transporten met grote zorgvuldigheid voorbereidden. In haar ogen een wonder van zelfbeheersing, omdat zij bedacht hoe bang de mensen geweest moesten zijn om hun kinderen de wereld in te sturen.
Kinderen in het Burgerweeshuis Vanaf maart 1939 was Wijsmuller als bestuurder betrokken bij het Amsterdamse Burgerweeshuis (het huidige Amsterdam Museum), waar vanaf toen Duitse vluchtelingenkinderen werden ondergebracht. De kinderen noemden haar 'tante Truus'. Zowel zij als haar man toonden zich nauw betrokken bij de kinderen. Ze kwamen in groepjes bij hen thuis logeren en Joop Wijsmuller nam de kinderen mee op uitjes, bijvoorbeeld naar dierentuin Artis.
Juni-juli 1939: Schepen de St. Louis en de Dora In juni 1939 werd aan bijna duizend Joodse vluchtelingen op het schip de St. Louis door de Verenigde Staten, Canada en Cuba de toegang geweigerd. Uiteindelijk werden ze toegelaten in een aantal Europese landen. Het schip mocht binnenlopen in de haven van Antwerpen. Als lid van de Nederlandse delegatie ging Wijsmuller aan boord. Na de onderhandelingen verwelkomde ze de 181 vluchtelingen die in Nederland werden toegelaten. In juli 1939 was zij betrokken bij het vertrek van kinderen met het vrachtschip de Dora, dat met 450 vluchtelingen clandestien aan wal zou gaan in het Engelse mandaatgebied Palestina.
September-december 1939: Laatste reizen vanaf de Duitse grens De mobilisatie ontwrichtte het treinverkeer en de grens bij Bad Bentheim werd in september 1939 gesloten. Toen Wijsmuller op 31 augustus te horen kreeg dat er in Kleef een groep kinderen van de jeugdalijah was gestrand, regelde ze reisdocumenten, haalde ze de groep met bussen op en bracht ze naar de boot in Hoek van Holland. Op 1 september kreeg ze een telefoontje uit Duitsland, dat er op hetzelfde station honderdvijftig jongens van een ORT-school niet verder kwamen. De NS stelde op Wijsmullers' verzoek een trein samen bestaande uit restauratiewagens. Op het station trof ze ook een groep van driehonderd orthodoxe mannen uit Galicië aan. Wijsmuller gaf de Duitsers te verstaan dat ze niet moesten zeuren over de laatste groep: "Dit zijn tenslotte toch ook jongens.""Verslag van een gesprek met mw. Wijsmuller", NIOD Archiefcollectie 1934A, pag. 21 Het werd de laatste grote groep die via Vlissingen naar Engeland kon vertrekken.
In november en december 1939 haalde Wijsmuller geregeld gevluchte Joden, uit onder andere Wenen, die in Bentheim gestrand waren, op, die papieren hadden voor Amerika. Ze vertrokken met de Holland-Amerika Lijn uit Rotterdam.