De citeerwet (Latijn: lex citandi) was een onderdeel van een op 7 november 426 door keizer Valentinianus III in het Romeinse Rijk uitgevaardigde keizerlijke constitutie, overgenomen in de rechtsverzameling van Keizer Theodosius II in 438 en de eerste versie van de Codex Justinianus in 529., Prota. Vermogensrechtelijke leerstukken aan de hand van Romeinsrechtelijke teksten, Groningen: Chimaira 2008, p. 25. De constitutie was in feite uitgevaardigd door Theodosius als keizer van het Oost-Romeinse Rijk, maar omdat het imperium één en ondeelbaar was werden de constituties voorzien van de namen van beide keizers en hadden deze in beginsel ook werking in het hele rijk, zie & , Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis, 's-Gravenhage: Boom Juridische Uitgevers 2006, p. 73.
De citeerwet is onder andere te vinden in constitutie 3, titel 4, boek 1 van de Codex Theodosianus (C. Theod. 1, 4, 3) en luidde:
Met de citeerwet werd autoriteit toegekend aan de juristen Papinianus, Paulus, Ulpianus, Modestinus en (postuum) Gaius, enkele van de meest vooraanstande juristen uit de klassieke periode. Op deze manier werd gepoogd enige regels te geven voor het gebruik van de juristengeschriften (ius), wat in het Romeinse Rijk gold als een officiële bron van recht. Rechters mochten bij het nemen van beslissingen slechts nog citeren uit geschriften van de vijf genoemde auteurs, of van andere auteurs voor zover zij door een van de vijf auteurs genoemd werden en hun geschriften door vergelijking op echtheid konden worden gecontroleerd. Verschilden de vijf juristen van mening, dan moest de rechter de meerderheid volgen. Was die meerderheid er niet, dan gold de mening van Papinianus als hoogste autoriteit en pas als hij zich niet over het vraagstuk uitliet mocht de rechter zelf de knoop doorhakken. & , a.w., p. 80-81. Rechtsgeschiedenisgeleerde Alan Watson commenteert deze regeling in 1970 als volgt: "This Law of Citations marks a low point of Roman jurisprudence, since [it declares] the correct opinion is to be found by counting heads, not by choosing the best solution".Alan Watson, The Law of the Ancient Romans (Dallas: Southern Methodist University, 1970), p. 91. Ook de opvattingen van modernere juristen mochten worden gebruikt voor rechtsvinding, mits deze werd gedeeld door minstens twee andere juristen.
De citeerwet heeft gegolden tot 30 december 533. Op die datum kregen geslecteerde werken van rechtsgeleerden, waaronder van de juristen uit de Citeerwet, als Digesten kracht van wel onder keizer Justinianus I, als onderdeel van het Corpus Iuris Civilus. Daarmee verloor het ius zijn status als onafhankelijke rechtsbron, het was geïncorporeerd in het keizerrecht., a.w., p. 84. Dat betekende echter niet dat juristen en filosofen ophielden wetten, rechtspraak en rechtsbeginselen te bediscussiëren, waaronder het recht dat was opgenomen in de Justiniaanse constitutie. Rechtsontwikkelingen vanuit het Romeins recht vinden in veel landen zelfs plaats tot op de dag van vandaag.
Externe links The Roman Law Library, Universiteit van Grenoble, Frankrijk
Zie ook Romeins recht Corpus Iuris Civilis
Categorie:Romeinse wet