Siddeburen (Gronings: Sibboern) is een kerkdorp in de gemeente Midden-Groningen, in de Nederlandse provincie Groningen. In telde het dorp inwoners. Het was daarmee qua inwoneraantal het grootste dorp in het gebied van de voormalige gemeente Slochteren.
Siddeburen behoorde vanouds tot de landstreek Duurswold. Van 1811 tot 1826 was Siddeburen de hoofdplaats van een afzonderlijke gemeente, waarna het opging in de gemeente Slochteren, sinds 2018 in Midden-Groningen.
Siddeburen ligt tussen de dorpen Hellum en Wagenborgen. Aan de noordkant liggen Steendam en Tjuchem, die tot de 20e eeuw tot Siddeburen werden gerekend. Aan de zuidkant loopt het Ringmaar (vroeger Siepsloot of Sijpe genoemd), die vanouds de grens vormt tussen Fivelingo en het Oldambt. Deze watergang vormt tevens een taalgrens. Ten zuiden daarvan wordt de Oldambtster variant van het Gronings gesproken, aan de noordkant een variant van het Fivelingoër Gronings.
Geschiedenis Vondsten uit de prehistorie tonen aan dat in Siddeburen al ongeveer 4500 jaar geleden mensen geweest zijn en gewoond hebben. In totaal werden in Siddeburen en in de directe omgeving 79 voorwerpen uit de Steentijd gevonden, waarvan veertien binnen een straal van ongeveer 800 meter direct aan de zuidkant van het dorp.Dorpen: Siddeburen (Gemeente Slochteren) Het toponiem Hondswarf of Hanebulten bij Wilderhof verwijst mogelijk naar een verdwenen hunebed.
Siddeburen is - net als het nabijgelegen Wagenborgen - ontstaan in de achtste, negende of tiende eeuw als een randveenontginning. In tegenstelling tot de rest van Duurswold ontbraken in de dorpskern de kilometerslange opstrekkende heerden. In plaats daarvan bevonden zich hier meerdere ontginningsblokken achter elkaar, met een esachtige verkaveling, zoals ook in Wagenborgen.
Van noord naar zuid vinden we in Siddeburen meerdere landschappelijke zones:Tegenwoordig onderscheidt men op de topografische kaart van west naar oost: Akkereinden, Het Geerland (een verbastering van Gaarland), Huisweeren, De Zanden, Oosterweeren en Wilderhof. Tjuchem en De Hole, met de Steendammerpolder Weereweg langs de voormalige Borgwatering het lage gebied tussen het Afwateringskanaal van Duurswold en de voormalige Molenwijk (nu een aftakking van de Damsterweg), met het Schildland (Ruigsterpolder), het Gaarland en de verdwenen buurtschap De Hole de lage zandrug van Akkereinden, Huisweeren of Siddeburen-Noordzijde (nu: Akkereindenweg), met verder oostelijk de Zanden, Oosterweeren en Wilderhof (deze zandrug zet zich door naar Opmeeden, Schaapbulten en Ideweer) het hoger gelegen gebied tussen Oudeweg en Hoofdweg (Siddeburen-Zuidzijde); het oostelijke deel wordt ook wel Leentjer genoemd het hoger gelegen gebied ten zuiden van de Hoofd- of Nieuweweg, tot aan de voormalige Dwarswatering, met ten oosten daarvan Oostwold Siddebuursterveen met de verdwenen buurtschap Veendijk en Eelshuis.
Siddeburen wordt in de 13e-eeuwse kloosterkroniek van Bloemhof te Wittewierum vermeld als Sigerdachurke. Deze Oudfriese naam betekent 'de kerk van Sigerd'. In de 14e eeuw werd de plaats ook wel aangeduid met de naam Syerdeberth (1385), hetgeen 'de buurt van Sierd' betekent. Later komt daarvoor in de plaats de uitgang '- buren'. Parochielijsten vermelden het dorp als Siardeberch (ca. 1475), Sidtburen (1501) en Zydtburen (1559); we vinden het verder als Sydeberch, Sydebert (1412), Sirdeberth, Sijrdeburen (1445), Sydeburen, Sydebuyren (1481), Sydeburen (1579), Siddebuiren (ca. 1660), Siddeburen (1721).G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018. De parochielijst van 1559 noemt het dorp twee keer, namelijk als Smedeberch Zydtburen. De Cock (in: Groningse Volksalmanak (1964), p. 175) speculeert dat Smedeberch misschien een verdwenen steenhuis bij Tjuchem was, in plaats van een verschrijving voor Sierdeberth.
In het centrum van het dorp staat de hervormde kerk van Siddeburen, gebouwd in romaanse stijl en gewijd aan de heilige Bartholoneus.O.D.J. Roemeling, Patroonheiligen, priesters en predikanten in Groningen en Drenthe tot omstreeks 1640 (zeer voorlopige versie), Leeuwarden 2019, p. 779. Het oudste gedeelte van deze kerk dateert uit het begin van de dertiende eeuw en is te herkennen aan de grijze tufstenen. Later in de dertiende en misschien begin veertiende eeuw werd de kerk uitgebreid en werden er rode bakstenen gebruikt.
De buurtschap Oostwold had aanvankelijk een eigen parochiekerk, die omstreeks de vijftiende eeuw is verdwenen. In het begin van de negentiende eeuw zijn aan de Oudeweg de restanten van een grote romanogotische kerk gevonden. Het voormalige dorp bleef ook later een zelfstandig kerspel en had een eigen schooltje aan de Veendijk. Mogelijk heeft de buurtschap Tjuchem eveneens een eigen kerk gehad.
Siddeburen en Oostwold waren bedekt met hoogveen en hadden vermoedelijk al in de 13e of 14e eeuw te kampen met bodemdaling en wateroverlast. In 1544 werd daarom de Dwarswatering (1606: Dwarssloet) aangelegd, die zijn water via de Schipsloot op het Schildmeer loosde. Hierdoor konden de leege landen of vennen (weilanden) ten zuiden van het dorp beter ontwaterd worden. Helemaal aan de zuidkant van het kerspel lag het hooge veen.Ligtendag, De Wolden en het water, p. 221-222. Rechtelijke Archieven Wagenborgen, 1606. Nog ten tijde van de Allerheiligenvloed van 1570 raakte in de omgeving van Siddeburen een veenakker met een huis erop op drift."...sint wechdreven, oeck een huesz mitten grondt to Siddeburen”, Rengers, Werken, dl. 1, p. 347-348.
In het dorp Siddeburen hebben minstens twee borgen gestaan, namelijk het steenhuis van de familie Ewens (Hoofdweg 91), reeds vermeld in 1558, en het latere Ufkenshuis, dat in 1705 werd gesloopt (Hoofdweg 99).W.J. Formsma, R. A. Luitjens-Dijkveld Stol en A. Pathuis, De Ommelander borgen en steenhuizen, Groningen 1987, p. 361. De eerste was mogelijk het steenhuis van de hoofdeling Heylke Johans, dat in 1500 door de stad Groningen werd veroverd. Ook op een omgracht perceel aan de Hoofdweg 191 heeft misschien een steenhuis gestaan. Of Oostwold een of meer steenhuizen heeft gehad, is niet bekend.
Het dorp had verder twee kloostervoorwerken: een voorwerk van Oldenklooster Feldwerd bij Holwierde, dat rond 1600 bestond uit twee boerderijen die vlak bij de beide borgen stonden, en het voorwerk Eelshuis van het klooster Oosterwierum bij Heveskes.
Op het Siddebuursterveen werd in het begin van de 19e eeuw en opnieuw rond 1900 baggerturf gewonnen. De baggerputten werden later drooggelegd met behulp van een tjasker, die omstreeks 1926 is gebouwd en weer is afgebroken omstreeks 1950. Het molentje stond in de buurt van de Zandelaan.De baggerputten verschijnen in 1908 op de topografische kaart. Het molentje staat op de kaart van 1934 tot 1952.
Buurtschappen Het kerspel Siddeburen kende vanouds minstens vier buurtgilden: Westerklauw, Uiterbuursterklauw, Mentedaklauw en Ooster- of Hofsterklauw (cluft oostzijdt Sijdebuirster kerkhoff). De naam Menteda verwijst vermoedelijk naar een van de borgen, waarschijnlijk het steenhuis van de familie Ewens. Uiterburen omvatte tevens de Akkereinden ten noordwesten van het dorp en een smalle strook land langs de Woldweg tot Laskwerd. Ook de landerijen aan de overzijde van De Groeve hoorden daar nog bij.
De vier buurtgilden fungeerden tevens als onderdelen van het Woldzijlvest. Oostwold vormde een afzonderlijk kerspel en tevens een eigen zijlvest, het Oostwoldzijlvest. De rechtstoel Siddeburen werd omstreeks 1470 samengevoegd met Oostwold. Men verbond de heerlijke rechten toen aan drie edele heerden: Menteda (ten oosten van het kerkhof) en Doënga, beide in Siddeburen, verder aan de heerd Wysinghe te Oostwold die in het bezit was van de familie Rengers van Scharmer.Redmer Alma, 'Adel en recht in Siddeburen', in: Bie 't Schild 2 (2002), nr. 1, p. 10-15. In de 18e eeuw bestonden er nog twee edele heerden: Ewens en Ufkeshuis, waarvan de rechten eveneens in handen waren geraakt van de familie Rengers op het Huis te Farmsum.Ytko Ewens, in 1558 redger te Siddeburen, zal een afstammeling zijn van Yteko Dothinge en Tette, die in 1449 worden vermeld. Aangezien het Ufkeshuis echter op dezelfde heerd als het omgrachte huis Ewens stond, zal het - in tegenstelling tot Ewens - mogelijk niet uit de middeleeuwen stammen. Mogelijk hebben de eigenaren de rechten van een andere borg elders in het dorp verkregen.
Rond 1700 onderscheidde men volgens de kerkboeken zes of zeven afzonderlijke buurtschappen: De Akkereinden (het noordwestelijke deel van Siddeburen), ook wel Uiterburen genoemd, met deel van Laskwerd en Buxzijl, Siddeburen-noordzijde, sinds ca. 1850 Huisweeren genoemd, met het streekje Gaarland (1821) Siddeburen-zuidzijde (met het Loegh?) De Zanden (Wester- en Oosterzanden) en de Oudeweg, met Wilderhof (1476), Leentjer (1711) en Oosterweeren (1788). Nieuweweg of Oostwoldjerweg (nu Hoofdweg)
't Veen, Veendijk en Oostwold, met Eelshuis (1476) Tjuchem (Wester- en Oostertjuchem) De Hole (1555), Steendam (1772) en Weereweg (1778)
Bij de invoering van het kadaster rond 1832 werden deze buurten samengevoegd tot de secties Akker-Einden, Huisweren, Siddeburen, Tjuchem, de Zannen, Oosterweren (met De Hole en Wilderhof) en Oostwoud.
Tjuchem en het nabijgelegen Steendam ontwikkelden zich in de 19e eeuw tot zelfstandige dorpen.
Waterstaat Op het grondgebied van Siddeburen waren sinds de middeleeuwen twee waterschappen actief, het Woldzijlvest en het Oostwoldzijlvest. Beide gingen in 1871 op in het waterschap Duurswold (derde onderdeel), dat op zijn beurt in 1987 in het Eemszijlvest, en in 2000 grotendeels in Hunze en Aa's werd opgenomen. Het waterschapshuis van Duurswold stond in Siddeburen.
De streekjes rond Siddeburen gaven later hun naam aan een handvol waterschappen en molenpolders.Zie , De Wolden en het water, 1995, p. 229-250. Dat zijn chronologisch: de Groote en Kleine Oostwolderpolder (1787), Loegsterpolder (1800), (Wester) Tjuchemerpolder (1803), Noorder- (1801) en Zuiderpolder in de Oosterweeren (1807), Ooster Tjuchemer- of Zanderpolder (1806), Osseweiderpolder (1807), Ruigsterpolder (voor 1816), Veensterpolder (1818) en Holepolder (1854); verder het wegwaterschap Geerland (1951). Door fusies en splitsingen ontstonden de Noordelijke en Zuidelijke Siddebuursterpolder (1879), Steendammerpolder (1889), Veentjerpolder (1923), Holepolder (1965) en Huisweersterpolder (1966).
Aan de noordkant van Siddeburen – aan weerszijden van de Woldweg – bevonden zich twee of drie meertjes of meerstallen, Dellen genoemd, die in 1765 werden gekarteerd door Theodorus Beckeringh.Beeldbank Groningen, NL-GnGRA_1536_2240. Ze werden rond 1800 drooggelegd.
Van deze kleinschalige molenpolders en hun watergangen is in het huidige agrarische landschap nog maar weinig te herkennen. Ten gevolge van de Ruilverkaveling Slochteren (vanaf 1972) ging het hele gebied op de schop. De belangrijkste watergangen zijn nu Dwarswatering, Kraaijersmaar, Munnikesloot, Vennesloot, Weersloot en Woldsloot, die via het gemaal Wold en Weer uit 1970 uitmonden in het Afwateringskanaal van Duurswold. Het Holemaar loost zijn water via het gemaal Amsweer. Halverwege de Woldsloot staat het gemaal 't Veen (1985), dat het water van Hellum en Schildwolde afvoert. Aan de noordkant van het Afwateringskanaal loopt de Borgwatering, die via het gemaal Laskwerd (1980) te Steendam uitstroomt op het Schildmeer.
Verdwenen zijn onder andere Bolhamstersloot, Dijksloot, Gaarmaar, Kaaijensloot, Schipsloot, Siljesloot, Smalle Veensloot, Splitmaar en Tjuchemermaar (= Dijksloot).
Kerken De hervormde kerk (Hoofdweg 124) dateert uit de tijd rond 1200 en was oorspronkelijk een katholieke kerk. In Tjuchem verrees in 1928 een evangelisatiegebouw dat vanuit Siddeburen wordt bediend.