Stichting AVS Proefdiervrij is een Nederlandse stichting die zich inzet voor het overbodig maken van het gebruik van proefdieren bij wetenschappelijk onderzoek. Daarmee zijn zij de enige organisatie in Nederland die zich volledig richt op het voorkomen en vervangen van proefdieren in wetenschappelijk onderzoek.
Sinds 2010 legt de stichting de nadruk op het stimuleren en invoeren van proefdiervrije onderzoeksmethoden.
Proefdiergebruik in Nederland In Nederland worden jaarlijks nog altijd honderdduizenden dierproeven uitgevoerd. Volgens het jaaroverzicht Zo Doende van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werden in 2023 in totaal 413.746 dierproeven geregistreerd. Naast de dieren die in experimenten worden gebruikt, worden er ook veel dieren speciaal gefokt voor onderzoek. Een deel van deze dieren blijkt uiteindelijk niet geschikt voor een experiment en wordt gedood zonder ooit in een proef te zijn gebruikt; dit wordt ook wel het fokoverschot genoemd.
Daarnaast maken wetenschappers regelmatig gebruik van dierlijke materialen, zoals organen, bloed of weefsels van dieren die voor onderzoek zijn gefokt of gedood. Deze vormen van diergebruik worden niet altijd volledig zichtbaar in de cijfers over uitgevoerde dierproeven, maar maken wel onderdeel uit van het bredere gebruik van dieren binnen de biomedische wetenschap.
Missie en visie Proefdiervrij streeft naar een wereld zonder proefdieren. De stichting is ervan overtuigd dat proefdieren op een dag overbodig zullen worden door de ontwikkeling en implementatie van proefdiervrij onderzoek.
Om deze ontwikkeling te versnellen financiert Proefdiervrij wetenschappelijk onderzoek naar mensgerichte onderzoeksmethoden die dierproeven kunnen vervangen. Dit gebeurt onder meer via het Fonds Proefdiervrij Onderzoek, dat in 2009 werd opgericht. Vanuit dit fonds worden onderzoeksprojecten ondersteund die gebruikmaken van mensgerichte methoden, zoals onderzoek met menselijke cellen en weefsels, computermodellen en zogenoemde organ-on-a-chip-technologie.
Naast het financieren van onderzoek werkt Proefdiervrij samen met wetenschappers, bedrijven en beleidsmakers om de toepassing van proefdiervrije innovaties te versnellen. De organisatie ziet zichzelf als een aanjager en verbinder in de transitie naar een wetenschap waarin dierproeven niet langer nodig zijn.
Proefdiervrij is daarnaast actief in nationale en internationale samenwerkingen op het gebied van dierproefvrije innovatie. Zo werkt de stichting samen met onderzoeksinstellingen en gezondheidsfondsen en is zij aangesloten bij het Europese netwerk Eurogroup for Animals, een koepelorganisatie van dierenwelzijnsorganisaties die zich inzet voor verbeterde Europese wetgeving en beleid voor dieren.
Door onderzoek te financieren, kennis te delen en samen te werken met partners in wetenschap, politiek en maatschappij wil Proefdiervrij bijdragen aan de overgang naar proefdiervrije biomedische en biotechnologische wetenschap. Volgens de organisatie levert proefdiervrije wetenschap beter vertaalbare resultaten voor mensen op. Zo komt 9 op de 10 medicijnen die op mensen worden getest, niet op de markt. Dit komt voornamelijk omdat dierstudies niet vertalen naar de menselijke situatie. Daarom bestempelt de stichting het loslaten van dierproeven niet alleen als beter voor het dier, maar ook voor de mens.
Geschiedenis Proefdiervrij kent verschillende voorlopers. In 1897 werd de Nederlandschen Bond tot Bestrijding der Vivisectie (NBBV) opgericht door een groep mensen die opkwamen voor de belangen van proefdieren. De bond werkte vooral met artsen en publiceerde artikelen over de medische wereld en dierproeven.
Nadat er in 1929 onenigheid binnen het bestuur over de werkwijze ontstond, verliet de Haagse huisarts Pieter Pijl de NBBV en richtte in 1931 de Anti Vivisectie Stichting op (AVS). Dit deed hij omdat hij niet alleen met ethische argumenten dierproeven wilde bestrijden, maar ook met wetenschappelijke argumenten.
Gedurende de jaren 1980 werden enkele kleinere organisaties aan de NBBV toegevoegd en in 1994 veranderde de naam van de NBBV in ‘Vereniging Proefdiervrij’. In het jaar 2000 besloten de Vereniging Proefdiervrij en de Anti Vivisectie Stichting te fuseren en in 2010 werd de organisatie een stichting. Vanaf toen heette ze officieel 'Stichting AVS Proefdiervrij'.
Verandering in strategie Gedurende het bestaan van de stichting, heeft zij deelgenomen aan veel demonstraties en protesten. De stichting ging de straat op om te protesteren tegen onder andere proefdierenonderzoek ten behoeve van cosmetica of sigaretten. Deze protesten trokken de nodige aandacht, maar op den duur groeide de overtuiging dat demonstraties weinig betekenden voor het vermindering van het proefdiergebruik op lange termijn. In 2010 besloot Proefdiervrij daarom hun strategie over een andere boeg te gooien. In plaats van demonstreren tegen dierproeven, ging de stichting zich inzetten voor onderzoek dat dierproeven overbodig maakt.
Dit deden zij door focus op het stimuleren van proefdiervrije innovaties te leggen. De organisatie ging intensiever samenwerken met wetenschappers, beleidsmakers en andere partners om mensgerichte onderzoeksmethoden te ontwikkelen die dierproeven kunnen vervangen. Deze aanpak sluit aan bij de overtuiging dat dierproeven het snelst verdwijnen wanneer er betrouwbare en mensgerichte onderzoeksmethoden beschikbaar zijn.
Door wetenschappelijk onderzoek naar proefdiervrije onderzoeksmethoden te stimuleren en te financieren, wil de stichting bijdragen aan de overgang naar een vorm van biomedisch onderzoek waarin dierproeven niet langer nodig zijn.
Werkzaamheden Als onderdeel van de verandering in strategie financiert de stichting proefdiervrij onderzoek, onder andere validatie-onderzoeken. Daarnaast brengt de stichting verschillende partijen samen, waaronder wetenschappers, bedrijven en beleidsmakers. Proefdiervrij organiseert hiervoor onder meer bijeenkomsten en netwerkevenementen, zoals het jaarlijkse Proefdiervrij Event, waar onderzoekers, bedrijven en andere betrokkenen kennis uitwisselen over proefdiervrije innovaties en samenwerkingen.
Daarnaast ondersteunt Proefdiervrij ondernemerschap rond proefdiervrije innovaties via de Proefdiervrij Venture Challenge, een programma dat wetenschappelijke doorbraken helpt vertalen naar een solide businesscase. Hiermee wil de organisatie bijdragen aan de ontwikkeling en implementatie van nieuwe technologieën die dierproeven kunnen vervangen. Proefdiervrij werkt dus op verschillende manieren aan het bereiken van een proefdiervrije wereld:
Financieren van proefdiervrij onderzoek Proefdiervrij gelooft dat dierproeven pas echt overbodig worden, als er alternatieve testmethoden ontwikkeld worden. Daarom financiert Proefdiervrij wetenschappers die onderzoek zonder dierproeven doen. Hiervoor hebben zij in 2009 het Fonds Proefdiervrij Onderzoek in het leven geroepen. Het Fonds Proefdiervrij Onderzoek wordt mogelijk gemaakt dankzij de steun van donateurs van de stichting, die worden geworven dankzij verschillende fondsenwervende activiteiten zowel online als offline.
Daarnaast werkt Proefdiervrij ook samen met de politiek en met gezondheidsfondsen. Door te lobbyen bij de politiek, willen zij ervoor zorgen dat de overheid meer geld in proefdiervrij wetenschappelijk onderzoek investeert. En door haar krachten te bundelen met gezondheidsfondsen, wil Proefdiervrij de ontwikkeling van onderzoeksmethoden, die proefdieren overbodig maken én mensen gezonder maken, stimuleren.
Voorlichtingen en colleges Met publieke campagnes online en offline, creëert Proefdiervrij een beweging van mensen die hetzelfde doel nastreven: een betere wereld voor mens én dier. Daarnaast geeft Proefdiervrij ook colleges op universiteiten door heel Nederland, om studenten die (mogelijk) later met proefdieren gaan werken, te informeren over proefdiervrije mogelijkheden.
Implementeren van proefdiervrije onderzoeksmodellen Sinds 2021 organiseert Proefdiervrij jaarlijks de Proefdiervrij Venture Challenge, een programma waarin zij deelnemende teams begeleidt bij het omzetten van een wetenschappelijke doorbraak tot een ondernemingsplan. Het doel is dat proefdiervrije modellen zo de stap kunnen maken van ontwikkeling naar daadwerkelijke toepassing.
Transitie Proefdiervrije Innovatie binnen Nederland Om Nederland voorloper te maken in het gebied van proefdiervrije innovatie, startte de Nederlandse Overheid in 2017 het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI). Proefdiervrij is sinds de start van het traject aangesloten, waardoor zij onder andere meebeslissen over de strategische keuzes die gemaakt worden.
Samen met 10 partners binnen de politiek, de wetenschap en gezondheidsfondsen, werkt Proefdiervrij in dit traject aan het proefdiervrij maken van wetenschappelijk onderzoek. Hierdoor worden niet alleen proefdieren vertegenwoordigd, maar ook de gezondheid van de mens.
Daarnaast is Proefdiervrij betrokken bij het initiatief Ombion, een nationaal centrum dat zich richt op de ontwikkeling en toepassing van proefdiervrije, mensgerichte onderzoekstechnologieën. Binnen Ombion werken universiteiten, onderzoeksinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen aan innovatieve methoden, zoals organ-on-chip-modellen en andere technologieën die menselijke organen en processen nabootsen. Het doel van dit centrum is om de ontwikkeling, validatie en implementatie van deze technieken te versnellen, zodat biomedisch onderzoek minder afhankelijk wordt van dierproeven.
Alternatieven voor dierproeven Proefdiervrij financiert wetenschappelijke onderzoeken die gebruik maken van verschillende technieken die dierproeven overbodig gaan maken:
Organoids Een organoid is een soort mini-orgaan in een petrischaaltje, dat bestaat uit een complex geheel van menselijke cellen. Deze cellen worden gekweekt doordat er materiaal wordt afgenomen van bijvoorbeeld de huid, bloed of speeksel van een patiënt. De gekweekte cellen bevatten daarom alle genetische eigenschappen van de patiënt en bootsen alle lichaamsfuncties van het orgaan dat onderzocht wordt na.
Organen-op-chips Een orgaan-op-een-chip is als het ware een plastic plaatje dat menselijke cellen bevat. Deze cellen bootsen, net als bij een organoid, op een realistische wijze de werking van een menselijk orgaan na. Anders dan bij een organoid, kan een orgaan-op-een-chip een bloedstroom of een luchtstroom hebben. Daarnaast kunnen er op één chip meerdere organen gekweekt worden.
Restweefsel Bij een medische of cosmetica ingreep blijft er vaak weefsel over, van bijvoorbeeld de buik of de huid. Omdat dit weefsel nog leeft (vitaal weefsel), kan het weefsel gebruikt worden in medicijnonderzoek. Doordat wetenschappers de medicijnen direct op het menselijk weefsel kunnen testen, maakt dit mogelijk veel proefdieren overbodig.
Plastinatie Plastinatie is een techniek waarbij een overleden dier wordt ingespoten met siliconen, waardoor het goed geconserveerd wordt. Proefdiervrij werkt samen met de Universiteit Utrecht aan het Dierdonorcodicil: een initiatief dat huisdiereigenaren toestaat hun overleden huisdier te doneren aan de wetenschap. De overleden huisdieren worden geplastineerd en vervangen op deze manier proefdieren in onder andere de opleiding diergeneeskunde.
3D-printing Door menselijke cellen te gebruiken in plaats van inkt, kunnen er met behulp van een 3D-printer onder andere menselijke organen gekweekt worden. Deze geprinte organen kunnen vervolgens gebruikt worden in het doen van medicijnonderzoek en bij het oefenen van operaties, en zo proefdieren overbodig maken.
Computersimulatie Door de data van menselijke patiënten te gebruiken, kan een computermodel ontwikkeld worden dat uitgaat van de mens. Met deze computermodellen kunnen onder andere de effecten van medicijnen in het menselijk lichaam op een veilige – en proefdiervrije – manier worden gesimuleerd.
Activiteiten en campagnes