miniatuur|J.J. Orlers: 'Beschrijvinge der Stad Leyden' (1614), p. 67 thumb|Pieterskerk in de Atlas de Wit, 1698 De Pieterskerk is een laatgotische kerk in de Nederlandse stad Leiden. Van oudsher is het de hoofdkerk van die stad.

Aan de patroonheilige, Sint-Pieter, tot wie Jezus in het Evangelie volgens Matteüs zegt "Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen (..)"Matt. 16:19 (vertaling: NBG, 1951) heeft de stad haar wapen te danken, alsmede haar bijnaam Sleutelstad.

In 1121 werd een kapel voor de graven van Holland gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. In haar huidige vorm kwam de Pieterskerk gedurende ongeveer 180 jaar vanaf 1390 tot stand. Het gebouw werd in 1971 als kerk buiten gebruik gesteld en in 1976 overgedragen aan een particuliere stichting. Sinds een ingrijpende restauratie, die tussen 1978 en 1982 plaatsvond, wordt de Pieterskerk voor allerlei evenementen verhuurd. Tussen 2001 en 2010 vond opnieuw een ingrijpende restauratie plaats.

Afmetingen interieur thumb|Pieterskerk door Johannes Bosboom (Collectie Kunstmuseum Den Haag) De inwendige maten van de Pieterskerk:Zie Dröge en Veerman in De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 16. Grootste lengte81 meterBreedte schip met zijbeuken40,40 meterBreedte schip (pilaren hart op hart)11,45 meterLengte dwarsschip10,90 meterBreedte koor met omgang25,10 meterBreedte van het koor (pilaren hart op hart)11,45 meterHoogte kruin houten tongewelf29 meterHoogte sluitstenen kruisgewelven13 meter

Geschiedenis Bouwgeschiedenis (1121 - circa 1570) left|thumb|Floris V is gedoopt in de Pieterskerk De vroegste geschiedenis van de (voorlopers van de huidige) Pieterskerk is allerminst zeker.Zie voor de huidige visie hierop het artikel van Jan Dröge en John Veerman in: De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 13 e.v. In dit artikel is het bouwhistorisch onderzoek uit 2001-2011 verwerkt. Aan de huidige kerk gingen wellicht verschillende bouwsels vooraf. Rond 1100 stond op deze plaats de grafelijke kapel van de Graven van Holland. Volgens J.J. OrlersBeschrijvinge der stadt Leyden, 1614, p. 67 e.v. werd in 1121 de kapel gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. De wijding vond plaats door Godebald, de 24e bisschop van Utrecht, op 11 september, de eerste zondag na Maria Geboorte. In deze kapel vond de doop plaats van graaf Floris V. In 1268 verhuisde Floris zijn hof naar het nabijgelegen 's Gravenhage; de kapel werd bestemd als parochiekerk. De commandeur van de ridderlijke Duitse Orde te stede kreeg het patronaatsrecht, dat wil zeggen het recht om de priester van de Pieterskerk te benoemen: tot de alteratie (1572) benoemde hij altijd zichzelf. De 'dienstwoning' van de commandeur, de "commanderij", was waarschijnlijk gevestigd in het pand dat nu met Kloksteeg 25 wordt aangeduid. Het steegje "Commanderijpoort", in de aangrenzende Herensteeg, alsmede de naam "Herensteeg" zelf, herinnert nog hieraan. Vanaf 1440 was aan de kerk een zeven-getijdencollege verbonden met betaalde en professionele zangers. Het was het eerste getijdencollege in de Noordelijke Nederlanden.

Al snel ontstond er behoefte aan een groter gebouw. Er werd een nieuwe kerk gebouwd, die omstreeks 1350 werd voorzien van een toren, bijgenaamd Coningh der Zee, volgens Orlers omdat de schippers op zee de toren als baken gebruikten. De toren kwam in fasen tot stand en werd uiteindelijk ca. 70 meter hoog.Zie John Veerman in "Den thorn valt", in: De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 72 e.v.

Vanaf 1390 werd de kerk geleidelijk vervangen door de huidige kerk. In 1391 werd Rutger van Kampen als loodsmeester aangesteld,Merlijn Hurx: "Het koor van de Pieterskerk: experimenten met bouwpakketten", in: De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 91 die aan het hoofd stond van de bouwloods van de Bovenkerk te Kampen. Hij was een zoon van Michael van Keulen. Onder zijn leiding kwam allereerst een nieuw koor tot stand. Dit koor werd om het oude heen gebouwd, zodat tijdens de bouwperiode de diensten konden doorgaan.

In 1412 kwam dit deel van de kerk gereed. Bouwmeester Rutger was toen al overleden en opgevolgd door Aernt van de Dom, die was verbonden aan de bouwloods van de Utrechtse Dom. De wisseling van bouwheer is in de kerk nog goed waar te nemen, onder andere aan de aansluiting van de kapitelen op de scheibogen in het koor. Onder leiding van meester Aernt werd het schip met zijbeuken gebouwd. Deze zijbeuken werden na 1465 onder leiding van Evert Spoorwater in breedte verdubbeld. Bij die gelegenheid is de binnenste zijbeuk iets vergroot (zie de foto hieronder, uit 2008).

thumb|Bouwstadia van de PieterskerkBron: Architektenburo Veldman | Rietbroek | Smit miniatuur|390x390px|De Pieterskerk Leiden voor 1512 (anoniem schilderij) Inmiddels was men aan de bouw van het hoge transept begonnen. Nadat in de nacht van 4 op 5 maart 1512 de toren was ingestort, werd het schip verlengd tot aan de huidige westgevel van de kerk; de pilaren en bijbehorende bogen uit het transept werden verplaatst naar de plek waar de toren had gestaan. Met de sloop van de oostmuur van de toren werd dit proces pas na 1540 voltooid. Het transept werd voltooid in 1565 (het jaartal is vermeld op de nokbalk van het zuidtransept), hoewel de aanzet van de oorspronkelijke bogen in het schip zijn gehandhaafd. Bij de laatste restauratie (2001-2010) is geconstateerd dat de oorspronkelijke trekbalk (circa 1425), die tot de instorting van de toren ter hoogte van het dwarsschip in het schip lag, is hergebruikt als nokbalk van het noordtransept.

Oorspronkelijk was het Spoorwaters bedoeling om het koor van een kapellenkrans te voorzien. Daartoe werden de pilaren op de hoeken van de kooromgang met het dwarsschip al in de toekomstige vorm uitgevoerd en ook de scheibogen tussen het transept en de eerste travee van de nieuwe kooromgang werden al aangebracht (zie de foto hieronder) – aan de noordzijde van het koor is al een fragment van de nieuwe muur aanwezig. In afwachting van de voltooiing werden de openingen van de scheibogen gedicht met baksteen. Ook andere plannen, waartoe de dragende pilaren van de viering zijn verviervoudigd (zie tekening hieronder) en de oostelijke tot bovenaan zijn opgetrokken, werden door de reformatie doorkruist en zijn niet voltooid. Of het hier ging om de kerk te sieren met een lantaarn op de viering, of met een triomfboog aan de ingang van het hoogkoor, is niet zeker.

Beeldenstorm en Reformatie thumb|Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden, op het nippertje van de beeldenstorm gered.(Foto: Stedelijk Museum de LakenhalWebsite Stedelijk Museum De Lakenhal) Op 25 augustus 1566 en enkele dagen daarna werd de Pieterskerk getroffen door de beeldenstorm, waarbij veel vernielingen werden aangericht.W. Moll & N.C. Kist: "De Beeldenstorm in Leiden", in: Kerkhistorisch Archief, nr. 3 (1862), p. 438 e.v. (bij: Elizabeth den Hartog: "De verdwenen interieurs voor de beeldenstormen van 1566 en 1572", in: De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 147) Het schilderij Het laatste Oordeel van Lucas van Leyden werd daarbij door burgemeester Isaac Claesz. van Swanenburg op het nippertje gered door het van de beeldenstormers te kopen en naar het Stadhuis te laten overbrengen. Sinds 1874 bevindt het zich in het Museum De Lakenhal. In de Pieterskerk hangt een kopie.

De veranderingen in en aan de kerk kregen uiteindelijk hun beslag toen de stad in 1572 de zijde van Willem van Oranje koos, en alle kerken in Leiden daarmee in handen van de protestanten kwamen. De Pieterskerk werd op 7 juli van dat jaar gesloten; op 5 oktober werd de eerste protestantse eredienst gevierd.Elizabeth den Hartog: "De verdwenen interieurs voor de beeldenstormen van 1566 en 1572", in: De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 150 Ook in dat jaar werd nog eens "goed uitgehaalt".Elizabeth den Hartog, ibid.

Het interieur werd ingrijpend versoberd en vrijwel alle bouwkundige werkzaamheden werden gestaakt. De bouwperiode van de Pieterskerk kan dan ook in 1572 als voltooid worden beschouwd. Alleen het westportaal van de Pieterskerk werd nog in 1637-1642 verhoogd om plaats te bieden aan de balgenkamer van het orgel. In de 17e eeuw werden er huisjes tegen de kerk aan gebouwd, sommige naar een ontwerp van stadstimmermeester Arent van 's-Gravesande, die tevens de Marekerk ontwierp.

Buskruitramp (1807) thumb|1807: Leiden na de Kruitramp Bij de ramp met het kruitschip op 12 januari 1807 werd de Pieterskerk ernstig beschadigd: alle glas-in-loodramen waren kapot en de provenierswoningen om de kerk waren ontzet; de windladen en de blaasbalgen van het orgel waren gesprongen. Om geld voor de restauratie van de huisjes te verwerven werden de luiken van het orgel verkocht. Desondanks zijn alleen aan de zijde van het koor de huisjes bewaard gebleven; de overige werden in het derde kwart van de 19e eeuw gesloopt. De wapenschilden van de Kerkmeesteren die voor de restauratie van het orgel zorg hadden gedragen, werden in 1808 onder het hoofdwerk aan het orgel geplaatst.

Na de ramp werden vele noodrestauraties uitgevoerd: zo werden beschadigde ramen met houten kozijnen ingevuld. Op verzoek van koning Lodewijk Napoleon trad Jan GiudiciZie Jan Dröge en John Veerman in De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 57 op als architect.

Vanaf 1862 werd gewerkt aan de restauratie van het westportaal. Tegen 1880 werd een grondige restauratie ingezet; de campagne werd een paar maal verlengd en zou uiteindelijk voortduren tot in de jaren 40 van de 20e eeuw. Geheel in de lijn van Pierre Cuypers, wiens ideeën over restauratie in die tijd leidend waren, werden voor de ramen nieuwe, neogotische ontwerpen gemaakt door de Leidse architect Willem Cornelis Mulder. In die campagne werden in 1923 de nog resterende beschilderingen van het tongewelfZij het summier zijn deze te ontwaren op een foto van het gewelf uit 1908 van G. de Hoog. (Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, nr. 869) en de trekbalken met loog verwijderd.Zie Dröge en Veerman, a.w. p. 65

Tweede Wereldoorlog (1940-1945) thumb|Eerste dodenherdenking in de Pieterskerk na Tweede Wereldoorlog (RADIO HERRIJZEND NEDERLAND 3-7-1945)Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de Pieterskerk nog steeds in gebruik als kerk. Van de negen dominees was er één lid van de NSB. De koster daarentegen, W.K.L. Rameau, steunde het verzet. Er werden in de Pieterskerk onderduikers ondergebracht, er werden verzetsgroepen getraind, en de kostbaarheden van de universiteit (o.a. het grootzegel en de pedelstaf) werden onder de vloer, in het graf van Coccejus, verborgen.Zie De Pieterskerk in Leiden (Zwolle, 2011), p. 447 e.v.

Elk jaar werd Leidens Ontzet met de gebruikelijke eredienst herdacht. In 1941 werd de dienst geleid door dominee Hendrik Cornelis Touw. Voor een volle kerk koppelde hij de overwinning van 3 oktober 1574 op de Spaanse overheerser aan de actualiteit van de Duitse bezetting en nam het koningshuis in zijn voorbeden op. De zetel van de NSB-burgemeester De Ruijter van Steveninck, die gedreigd had de kerk te zullen verlaten als de dienst een hem onwelgevallige kant op zou gaan, was op voorhand door de koster zo ingebouwd, dat hij zijn dreigement onmogelijk ten uitvoer kon brengen.a.w. ibid. Via Radio Oranje werd vanuit Engeland melding gemaakt van 3.000 mensen die bij deze gelegenheid het WilhelmusGezang 301 uit de in 1938 in gebruik genomen kerkelijke zangbundel zongen.3 oktober 1941: ds. Hendrik Cornelis Touw, website Onderduikers.nl (Geraadpleegd 19 juli 2015)Tweede Wereldoorlog, website Pieterskerk Leiden (Geraadpleegd 19 juli 2015)

Laatste restauratie (2001-2010) thumb|Toegangsdeuren noordzijde