De Sidecar TT is de zijspanrace die wordt georganiseerd tijdens de Isle of Man TT op het eiland Man. Hoewel de eerste Sidecar TT al in 1923 werd georganiseerd, maakte de wedstrijd pas tussen 1954 en 1976 deel uit van het wereldkampioenschap wegrace. Voorgeschiedenis De Isle of Man TT werd al vanaf 1907 georganiseerd en stond tot in de jaren veertig te boek als de belangrijkste wegrace ter wereld. In de jaren twintig wilden een aantal coureurs en ook de organiserende Auto-Cycle Union een zijspanklasse invoeren, maar de motorfietsfabrikanten waren daar tegen. Zij betwijfelden of hun motorfietsen bestand zouden zijn tegen racen met een zijspan. Jaren twintig Zijspannen waren in die tijd populair als vervoermiddel maar de fabrikanten vonden ze niet geschikt om mee te racen. Toch kwamen in 1923 18 zijspancombinaties aan de start voor een race over drie ronden op de 60 km lange Snaefell Mountain Course, toen al een zeer gevaarlijk stratencircuit. Freddie Dixon was een ervaren coureur, die al sinds 1912 op Man geracet had, maar ook een aantal successen had geboekt op het hogesnelheidscircuit van Brooklands. Hij won de eerste Sidecar TT samen met zijn bakkenist Walter Denny. Ze gebruikten daarvoor een speciale Douglas zijspancombinatie die kon kantelen, zodat ze in bochten kon overhellen zoals een normale motorfiets. Ze haalden een gemiddelde snelheid van 85,5 km/h, terwijl de winnaar van de snelste soloklasse (Tom Sheard, eveneens met een Douglas) 89,4 km/h gemiddeld reed, minder dan 4 km/h sneller. In 1924 verschenen er echter slechts 10 starters. Dixon leidde de race opnieuw, tot hij in de laatste ronde uitviel. De overwinning ging nu naar George Tucker met een "normale" Norton Model 18, die aanmerkelijk trager was; zijn gemiddelde lag op 82,6 km/h. In 1925, toen er weer met 18 combinaties gestart werd, reed Dixon een nieuw ronderecord van 92 km/h, maar de race werd gewonnen door Douglas-rijder Len Parker met een racegemiddelde van 88,9 km/h. Hierna werd de Sidecar TT, tegelijk met de ook nog jonge Ultra-Lightweight TT, afgeschaft. Bij beide klassen waren slechts weinig inschrijvingen, maar de Sidecar TT leed ook nog steeds onder de druk van de fabrikanten die racen met zijspannen geen reclame vonden. Resultaten jaren twintig Jaar Klasse Circuit inhoud 1e 2e 3e1923Sidecar TTMountain CoursevrijFreddie Dixon/Walter Denny, DouglasGraham Walker/Tony Mahon, NortonGeorge Tucker/Walter Moore, Norton1924Sidecar TTMountain CoursevrijGeorge Tucker/Walter Moore, NortonHarry Reed/?, DOTA. Tinkler/?, Matador1925Sidecar TTMountain CoursevrijLen Parker/K. Horstman, DouglasA. Taylor/?, NortonG. Grinton, Tony Mahon, Norton

Jaren vijftig In 1949 werd het wereldkampioenschap wegrace ingesteld en al in 1950 maakte de zijspanklasse daar deel van uit, maar in de eerste jaren reden de zijspannen nog lang niet op alle circuits. In 1953 was de Ulster Grand Prix al aan het wereldkampioenschap toegevoegd en de Britse zijspancombinaties waren toen nog toonaangevend, vooral Eric Oliver die met zijn Norton/Watsonian combinatie al vier keer wereldkampioen was geworden. De Isle of Man TT maakte al vanaf het begin deel uit van het wereldkampioenschap en het was dan ook logisch dat daar ook zijspannen reden. In 1954 besloot men ook de Sidecar TT weer in te voeren, maar omdat die slechts een beperkt aantal ronden reed was de Mountain Course daarvoor te lang. Hoewel de race 180 km lang was, zagen de toeschouwers de zijspannen immers slechts drie keer passeren. Daarom werd voor de Ultra-Lightweight TT en de Sidecar TT gekozen voor een ander, korter circuit, de Clypse Course, uitgezet op delen van de Mountain Course, maar slechts 17,6 km lang. Hier werden aanvankelijk 10 ronden gereden. Dat duurde tot en met 1959, daarna verhuisden alle klassen weer naar de Mountain Course. In 1954 wist Eric Oliver met zijn passagier Les Nutt nog te winnen, maar ze werden al gevolgd door de BMWs van Fritz Hillebrand/Manfred Grunwald en Wilhelm Noll/Fritz Cron. In 1955 werd de Sidecar TT ingekort tot negen ronden en begon BMW aan een lange zegereeks. Walter Schneider won, maar de andere BMW-combinaties vielen uit, waardoor Bill Boddice/Wally Storr met een Norton tweede werden en Pip Harris/Ray Campbell met een Matchless derde. In de openingsfase van de Sidecar TT van 1956 ging het nog tussen de BMW-combinaties van Noll/Cron, Hillebrand/Grunwald en Schneider/Strauss, maar uiteindelijk nam Hillebrand drie ronden voor het einde de leiding om ze niet meer uit handen te geven. De anderen vielen uit, waardoor Harris/Campbell en Boddice/Storr met hun Nortons tweede en derde werden. In 1957 kenden de Duitse en Zwitserse coureurs het circuit intussen en de betrouwbaarheid van de BMWs was ook verbeterd. De drie gestarte BMWs bezetten dan ook alle podiumplaatsen. In 1958 wonnen Schneider/Strauß vóór Camathias/Cecco, maar de derde plaats was voor Jackie Beeton/Bulgin met een Norton. Dat kwam ook doordat Fath/Rudolf met de BMW waren uitgevallen. Oudgediende Eric Oliver werd tiende met een standaard Norton Dominator die voorzien was van een gewoon Watsonian toerzijspan waarin bakkeniste Pat Wise redelijk comfortabel kon zitten. In 1959, het laatste jaar op de Clypse Course, waren de eerste vijf plaatsen voor BMW: 1. Schneider/Strauss, 2. Camathias/Cecco en 3. Scheidegger/Burkhardt Resultaten jaren vijftig Jaar Klasse Circuit inhoud 1e 2e 3e1954Sidecar TTClypse Course500ccEric Oliver/Les Nutt, NortonFritz Hillebrand/Manfred Grunwald, BMWWilli Noll/Fritz Cron, BMW1955Sidecar TTClypse Course500ccWalter Schneider/Hans Strauß, BMWBill Boddice/Wally Storr, NortonPip Harris/Ray Campbell, Matchless1956Sidecar TTClypse Course500ccFritz Hillebrand/Manfred Grunwald, BMWPip Harris/Ray Campbell, NortonBill Boddice/Wally Storr, Norton1957Sidecar TTClypse Course500ccFritz Hillebrand/Manfred Grunwald, BMW Walter Schneider/Hans Strauß, BMWFlorian Camathias/Jules Galliker, BMW1958Sidecar TTClypse Course500ccWalter Schneider/Hans Strauß, BMWFlorian Camathias/Hilmar Cecco, BMWJackie Beeton, E. Bulgin, Norton1959Sidecar TTClypse Course500ccWalter Schneider/Hans Strauß, BMWFlorian Camathias/Hilmar Cecco, BMWFritz Scheidegger/Horst Burkhardt, BMW Jaren zestig