De vrijmetselarij en de Rooms-Katholieke Kerk staan sinds het ontstaan van de vrijmetselarij op gespannen voet met elkaar.
Op het einde van de 19e eeuw en gedurende de eerste driekwart van de 20e eeuw bereikte deze spanning in België, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Latijns-Amerika een hoogtepunt. Terwijl de vrijmetselarij steunde op de moderne rechten van de mens en de vrijheden van de burger – zoals verworven na de Engelse (1689), Amerikaanse (1776) en Franse (1789) revolutie – ijverde de kerk voor de restauratie van haar godsdienstige en wereldlijke macht. In Italië kreeg de strijd een bijzondere dimensie door het verzet van de kerk tegen de politieke vereniging van het land.
Door de toenemende secularisatie in het laatste kwartaal van de 20e eeuw, stellen vrijmetselaars dat deze spanning in Europa als een grotendeels achterhaald debat mag worden beschouwd.Pieyns, René, Encyclopedie van de blauwe vrijmetselarij, Fonds Marcel Hofmans, Brussel, 2004, p. 32
Standpunten De officiële standpunten van enerzijds de Rooms-Katholieke Kerk en anderzijds de georganiseerde vrijmetselarij zijn als volgt.
Vrijmetselarij thumb De vrijmetselarij accepteert katholieke kandidaten op dezelfde voorwaarden als andere kandidaten, namelijk het onderschrijven van de beginselen van de vrijmetselarij. De kandidaten hoeven slechts een bepaalde invulling te kunnen geven aan de vrijmetselaarssymbolen, zoals de Opperbouwmeester van het Heelal of het Boek der Heilige Kennis. Dat kan de rooms-katholieke invulling van God zijn, maar evengoed andere interpretaties betreffen, zoals Allah, JHWH, Atman of zelfs een abstract en naar grotere orde strevend principe in de natuur.
Hierin bestaan wel verschillen tussen de reguliere en irreguliere vrijmetselarij en er zijn ook nationale verschillen. Binnen de reguliere vrijmetselarij, met name die in Noord-Amerika, Zweden en de Britse eilanden, is het aanhangen van een vorm van deïsme of theïsme een gemeengoed en de aanvaarding van het bestaan van een opperwezen en een geopenbaard boek een verplichting. Maar in de irreguliere vrijmetselarij en veel reguliere ordes van het Europese continent is het aanhangen van een vorm van agnosticisme of atheïsme een gemeengoed, dan wel toegestaan.
De officiële organen van de vrijmetselarij kanten zich dus a priori niet tegen geopenbaarde godsdiensten of andere religieus-filosofische stelsels, ook niet tegen de Rooms-Katholieke Kerk. Ze ontkennen echter wel dat om het even welke kerk of godsdienst, als énige, aanspraak maakt op de volheid van de waarheid met uitsluiting van alle andere. Binnen de vrijmetselarij wordt geen unieke waarheid opgelegd.
Binnen de irreguliere vrijmetselarij wordt daarenboven gepleit voor een absolute scheiding van kerk en staat. Radicale stemmen hierin zijn de Grand Orient de France en het Grootoosten van België. In hun rijen zijn militante, vrijzinnige vrijmetselaars te vinden, een gevolg van de vele botsingen met de katholieke kerk die dominant was in deze cultuurgebieden.
Het grote aantal prominente leden dat gedurende de 18e, 19e en 20e eeuw lid was van de vrijmetselarij versterkte het wantrouwen tegen de georganiseerde vrijmetselarij als geheime organisatie, niettegenstaande dat het gehoorzamen aan de wetten van het land sinds de stichting in 1717 een officiële grondregel van de vrijmetselarij is.
De irreguliere vrijmetselarij speelde in de Latijnse landen van het Europese continent, en in hun diverse kolonies, een belangrijke rol in het antiklerikalisme vanaf de negentiende eeuw. Tijdens de Franse Revolutie (1789-1796) werden ideeën van vrijmetselaars zoals vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid door velen omgezet in gewelddadigheden tegen de heersende elite en de behoudende geestelijkheid. Ook vrijmetselaars zoals de toenmalige grootmeester van het Grootoosten van Frankrijk, Filips, hertog van Orléans, en de mathematicus Nikolaas, markies van Condorcet werden het slachtoffer van de revolutie, met andere woorden, aan beide zijden van de guillotine trof men vrijmetselaars aan. Vanaf de negentiende eeuw vormden de ideeën van de vrijmetselaars de voedingsbodem van de opkomende democratische en liberale partijen.
Een goed voorbeeld van dit maçonniek antiklerikalisme is terug te vinden in de voordracht, uitgesproken door Pierre Van Humbeeck, achtbare meester van de loge Les Vrais Amis de L'Union et du Progrès Réunis Bruxelles onder het Grootoosten van België, op een zitting van 15 juli 1868:
Il ne faut point confondre le language de la Maçonnerie avec celui du monde profane... ... l'Incompatibilité des principes maçonniques avec la pratique du culte catholique, et en particulier avec les funérailles religieuses, conduit les FF:. a s'opposer aux familles des FF:. décédés qui s'en tiennent à ce type de funérailles. Il est vivement conseillé à déposer à la Loge un testament exprimant le desir de ne pas être enterré avec le concours du clergé. Des modèles de "testaments pour s'assurer un enterrement civile" ainsi que des "formules de mandat pour écarter de son lit de mort les obsessions des prêtres" sont mis à la disposition des FF:. .Libert, Philippe, Les Vrais Amis de l'Union et du Progrès Réunis, Histoire d'une loge 1, Éditions du Grand Orient de Belgique, Bruxelles, 2007, , p. 218-219
Hoewel de strijd in twintigste eeuw verminderde, traden opnieuw conflicten op tussen katholieken en vrijmetselaars in Latijns-Amerika, bijvoorbeeld in Mexico, waar in de jaren twintig katholieken tijdens de Cristero-oorlog de vrijmetselarij aanwezen als aanstichter van de antiklerikale campagnes van de Mexicaanse regering, en later in Europa.
Rooms-katholicisme thumb De Rooms-Katholieke Kerk verbood al vroeg het lidmaatschap van haar leden in elke organisatie van vrijmetselaars, op basis van de tegenstellingen tussen de dogmatische geloofsleer en de afwijkende standpunten van de vrijmetselarij. De sanctie voor haar leden is de auto-excommunicatie of eigenhandige uitsluiting van lidmaatschap van de kerk.
De eerste encyclieken daarover hadden weinig succes, want tot in het begin van de negentiende eeuw waren ook bisschoppen en geestelijken vrijmetselaar. Na de restauratie van 1815, toen het verbod op lidmaatschap door de Katholieke kerk herbevestigd werd, begon dit te verminderen (bron?) . In België verdween het vanaf 1838. Op het einde van de 19e eeuw en gedurende de 20e eeuw was er wel sprake van clandestien lidmaatschap van clerici binnen de vrijmetselarij. Een van de prominentste personen die hiervan verdacht werd is aartsbisschop Annibale Bugnini.www.ad2000.com.auwww.catholic.net
Het verbod op lidmaatschap van de vrijmetselaars werd in het begin gemotiveerd door de bezorgdheid over de politieke en maatschappelijke invloed van de vrijmetselaars en hun geheime genootschappen. Zwaartepunt van de katholieke kritiek was en is echter het afwijzen van een expliciet geloof in een persoonlijke God en Schepper als noodzaak voor verlossing, van de dogmatische en uitsluitende waarheidsaanspraken vanwege de kerk, en van de aanvaarding van andere godsdiensten op voet van gelijkheid met de katholieke Kerk zoals de diverse protestantse strekkingen, het judaïsme, de islam, het zoroastrisme en zelfs het hindoeïsme.
Dat is steeds het standpunt gebleven van de katholieke Kerk, ondanks het feit dat vanaf eind jaren zestig tot begin tachtig van de 20e eeuw er vanwege die hiërarchie niet langer gesanctioneerd werd, of individuele leden van de clerus tegengestelde uitspraken deden.
De meest actuele verwoording vanwege de Katholieke Kerk stamt uit 1983. Toen heeft de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, Joseph kardinaal Ratzinger, nu paus emeritus Benedictus XVI, de verklaring Quaesitum est ('Er werd gevraagd') gepubliceerd.Quaesitum Est van 26 november 1983 door Joseph kardinaal Ratzinger Dit document herbevestigde de leer met betrekking tot het lidmaatschap van katholieken van een vrijmetselaarsorganisatie. Het is een verdere uitwerking van het enkele jaren voordien gepubliceerde document getiteld Clarification concerning status of Catholics becoming Freemasons (Opheldering betreffende de status van katholieken die vrijmetselaar worden) gericht aan de bisschoppenconferentie van de Verenigde Staten van Amerika uit 1981.Clarification concerning status of Catholics becoming Freemasons van 1981 door Joseph kardinaal Ratzinger
"De gelovigen, die lid worden van een vrijmetselaarsvereniging bevinden zich in een staat van doodzonde en mogen de Heilige Communie niet ontvangen."
Het document verheldert de nieuwe editie van het Kerkelijk Wetboek van 1983.Canon 1373 van de Codex Iuris Canonici van 1983 In tegenstelling tot canon 2335 van de voorgaande editie van 1917 werd vrijmetselarij niet meer afzonderlijk veroordeeld en bestraft met excommunicatie, maar werd het met andere voormalige afzonderlijke veroordelingen ondergebracht onder een algemene, meer abstracte veroordeling, nu opgenomen in canon 1374. Zowel door sommige modernisme binnen de Katholieke Kerk als door de vrijmetselarij zelf werd dit aangegrepen om te spreken van een "wijziging van het standpunt van de Kerk". Het voornoemde document stelt klaar en duidelijk dat deze interpretatie ontoelaatbaar is.www.catholicculture.org
Geschiedenis Op 21 juni 1717 verenigden zich te London vier vrijmetselaarsloges en richtten de eerste Grootloge, de latere United Grand Lodge of England, op. Vanuit Engeland verspreidde de vrijmetselarij zich snel via Frankrijk over het Europese continent en via de Engelse kolonies over de ganse aardbol.
Clemens XII Paus Clemens XII publiceerde op 28 april 1738 de pauselijke bul In Eminenti Apostolatus SpeculaIn Eminenti van 28 april 1738 van paus Clemens XII met betrekking tot de vrijmetselarij.
Daarin veroordeelt hij het lidmaatschap van katholieken van, onder andere, een vrijmetselaarsloge op basis van volgende argumentatie:
... het is Ons ter ore gekomen... dat bepaalde genootschappen... in de volksmond Liberi Muratori of Vrije Metselaren genoemd... zich dagelijks ver en breed verspreiden en groeien in kracht... en dat mannen van enerwelke godsdienst of sekte... samenkomen... in een strikte en onbreekbare eed van geheimhouding... die hen verplicht, op straffe van pijnlijke dood, tot een onbreekbare stilte aangaande wat zij in het geheim samen doen. ... aldus hebben voornoemde genootschappen... het grootste wantrouwen veroorzaakt in de hoofden van de gelovigen... want indien zij geen kwaad zouden doen zouden zij niet zo een grote haat van het licht hebben. ... en in vele landen zijn deze genootschappen reeds verboden door de burgerlijke autoriteiten wegens hun gevaar voor de publieke veiligheid..." ... Daarom, na raad ingewonnen te hebben van Onze Eerwaardige Broeders onder de Kardinalen van de Heilige Roomse Kerk en ook uit Eigen overweging, zekere kennis en rijp beraad, met de volheid van de Apostolische bevoegdheid, bepalen en decreteren Wij hierbij dat deze genootschappen... van Liberi Muratori of Vrije Metselaren... dienen te worden veroordeeld en verboden, en bij Onze actuele handeling, die voor immer geldig zal zijn, veroordelen en verbieden ze dan ook...Van den Abeele, Andries, De kinderen van Hiram, Roularta Books, Brussel, 1992, p. 245-246 De eerste reden is het bewust principiële indifferentisme van de vereniging, die openstond voor katholieken, andersgelovenden en zelfs ongelovigen. Dit stond in schril contrast met andere verenigingen die feitelijk of toevallig waren samengesteld uit katholieken en andersgelovigen, maar geen ongelovigen, zonder hiervan een principieel punt van de vereniging te maken.
De tweede reden was de eed van absolute geheimhouding betreffende de activiteiten van de vereniging, gezworen op de bijbel. Die eed, die ook de burgerlijke autoriteiten van die tijd verontrustte, luidde als volgt: