Grote mormoonvlinder (Papilio memnon) is een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae) onder het geslacht Papilio. Het is een grote, opvallende dagvlinder uit Oost-Azië, dat bekend staat om diens extreme mate van seksuele polymorfie.

Verspreiding en leefgebied Deze vlindersoort komt van nature voor in Oost-Azië van India tot Australazië tot Japan.

Waardplanten De waardplanten van de rupsen zijn soorten uit het geslacht Citrus.

Taxonomie Ondersoorten literatuur Voorgestelde ondersoorten in de literatuur zijn onder anderen:

Ondersoorten fylogenie Aan de hand van moleculair fylogenetisch onderzoek (2023) kan de grote mormoonvlinder worden ingedeeld als de memnon-soortgroep onder het ondergeslacht Menelaides (Hübner, 1819). De indeling van de memnon-soortgroep met bijhorende typelocaties op moleculaire basis is:

miniatuur|upright|Papilio agenor thunbergii (boven ♀, onder ♂)

Papilio agenor (Linnaeus, 1758) • Continentale grote mormoonvlinder — Regio: Vasteland Oost-Azië ssp. agenor (Linnaeus, 1758) — Guangzhou (Regio: Vasteland Zuidoost-Azië) ssp. heronus (Fruhstorfer, 1902) — Formosa (Taiwan) ssp. iriomotensis (Fujioka, 2012) — Komi-Yubu, Iriomote, Okinawa-eilanden, Zuidwest Japan (Japan) ssp. nicobarensis (Hachitani, 1986) — Groot-Nicobar, Nicobaren (India) ssp. parinda (Moore, 1881) • Sri Lankaans blauwe mormoonvlinder — Sri Lanka ssp. polymnestor (Cramer, 1775) • Indiaas blauwe mormoonvlinder — Coromandelkust (India) ssp. singkepensis (Manguin, 1997) — Singkep ssp. thunbergii (Siebold, 1824) — Dejima

Papilio deiphobus (Linnaeus, 1758) ssp. rumanzovia (Eschscholtz, 1821) • Rode mormoonvlinder — Manilla (Filipijnen)

Papilio diophantus (Grose-Smith, 1883) — Sumatra (Indonesië)

Papilio janaka (Moore, 1857) — Darjeeling (India)

Papilio memnon (Linnaeus, 1758) • Grote mormoonvlinder — Regio: Zuidoost-Aziatische eilanden ssp. anceus (Cramer, 1779) — Westkust van Sumatra (Indonesië) ssp. babimemnon (Hachitani, 1993) — Babi-eiland ssp. bunguranomemnon (Hachitani, 1989) — Ranai, Bunguran-eiland ssp. caeruleus (van Eecke, 1914) — Udjung Laukè, Matan-Amurèn, Sinabang, Simalur ssp. christianae (Manguin, 1996) — Belitung ssp. eos (Hachitani, 1991) — Kangean-eilanden ssp. extremus (Tsukada & Nishiyama, 1980) — Alor ssp. clathratus (Rothschild, 1896) — Sumbawa ssp. kalaomemnon (Hachitani, 1987) — Kalao-eiland, Indonesië ssp. lowii (Druce, 1873) • Grote gele mormoonvlinder — Borneo ssp. mayo (Atkinson, 1874) — Andamanen ssp. memnon (Linnaeus, 1758) — Java ssp. merapu (Doherty, 1891) — Koloki, Pada Dalung, Sumba ssp. oceani (Doherty, 1891) — Enggano ssp. perlucidus (Fruhstorfer, 1903) — Sapit, Lombok ssp. subclathratus (Fruhstorfer, 1903) — Flores (Indonesië) ssp. suisei (Hachitani, 1985) — Jemaja-eiland, Anambaseilanden ssp. tambelanomemnon (Hachitani, 1987) — Tambelan-eiland

Kenmerken De grote mormoonvlinder is het hele jaar door waarneembaar en vliegt meestal op een hoogte van 2 tot 4 meter. De spanwijdte van de soort bedraagt tot 120–150 mm.

Mannetjes zijn monomorf en worden in de natuur vaker aangetroffen dan de vrouwtjes. Ze zijn fluweelzwart met een blauwgroene glans en vertonen aan de onderzijde van de vleugels een rode oogvlek bij de basis. Soms is er ook een kleine rode langwerpige vlek bij de vleugelbasis aan bovenzijde. In tegenstelling tot de vrouwtjes bezitten mannetjes geen zwaluwstaart aan de achtervleugel. Ook zijn zij donkerder van kleur.

De vrouwtjes tonen een aanzienlijke variatie in morfologie en kleurpatronen, waarbij veel exemplaren mimicry vertonen van andere, vaak giftige, vlinders (desondanks zijn ze niet giftig voor de mens). De morfologische verschillen uiten zich in de aan- of afwezigheid van een opvallende zwaluwstaart aan de achtervleugel, het patroon op de achtervleugel en voorvleugel, de kleur van de basale driehoek op de voorvleugel en de kleur van het lijf.

Bij de vrouwtjes van P. agenor zijn de flanken van het achterlijf geel. De bovenzijde van de vleugels is grijsbruin met zwarte aders en langwerpige strepen. Daarnaast vertonen ze een rode oogvlek aan de basis van de vleugel (boven- en onderzijde), een zwarte vlek aan de basis van ader 1 en 2 met witte strepen eromheen, en een rode vlek in de onderhoek van de achtervleugel met een grote zwarte vlek. Tussen de aders is een rij rode eindpunten te zien.

Polymorfie Er bestaan bij de vrouwtjes verschillende mimicry- en polymorf-variaties van de soortgroep (tot wel 26), dit uit zich in verschillende fenotype van het vrouwtje binnen eenzelfde (onder)soort, regio en seizoen. De mannetjes zijn monomorfisch en niet-mimetisch. Mimetische vrouwtjes vertonen zwaluwstaarten en aposematische kleuring (rood of geel) op de achtervleugels en achterlijf, terwijl niet-mimetische vrouwtjes en mannetjes deze eigenschappen missen. De voorgestelde vrouwtjesmorfen in de literatuur zijn o.a.:

miniatuur|upright|Boven: agenor, onder: alcanor.

Galerij

Zie ook

Papilio (geslacht) Lijst van vlindernamen die ooit een combinatie in Papilio hebben gehad

memnon Categorie:Dier uit het Oriëntaals gebied