Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman (Duluth (Minnesota), 24 mei 1941) is een Amerikaans singer-songwriter en kunstenaar. Hij wordt beschouwd als een van de grootste songwriters van de Verenigde Staten in de twintigste eeuw. Op 13 oktober 2016 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend omdat hij "de grootse Amerikaanse liedtraditie met nieuwe dichterlijke expressiemogelijkheden heeft uitgebreid".The Nobel Prize in Literature 2016, nobelprize.org, 13 oktober 2016. Gearchiveerd op 13 augustus 2018.

Plaatsbepaling Dylan heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, dat door sommigen op één lijn wordt gesteld met dat van Stephen Foster, Irving Berlin, Woody Guthrie en Hank Williams, die deel uitmaken van het Amerikaanse culturele erfgoed. Vanwege zijn grote betekenis voor de Noord-Amerikaanse muziekcultuur werd hem in 2012 de Presidential Medal of Freedom toegekend door president Barack Obama. Erkenning als dichter volgde in 2016 door de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur. Omdat hij in 2001 een Academy Award won voor Things have changed, de titelsong van de film Wonder Boys, is Dylan samen met George Bernard Shaw de enige persoon die zowel een Oscar als een Nobelprijs heeft gewonnen. links|miniatuur|Obama hangt Dylan de "Medal of Freedom" om. Dylans carrière begon al tijdens zijn middelbareschooltijd in het midden van de jaren 1950, maar kreeg vorm vanaf 1961 toen hij zich in de New Yorkse wijk Greenwich Village begon te manifesteren als folksinger in het idioom van artiesten als Woody Guthrie. Op zijn tweede album bleek zijn talent in het schrijven van liedteksten, hetgeen toen uitzonderlijk was: muziek werd geschreven door professionele liedjesschrijvers (Tin Pan Alley) en niet door muzikanten zelf,Chuck Berry was een van de eerste popartiesten, die zijn eigen nummers schreef. folkmusici konden putten uit een rijk arsenaal van traditionals. De onderwerpen van Dylans liedjes waren naast liefde, mensenrechten, burgerrechten, oorlog en sociale misstanden, meestal aangeduid als protestlied. Al snel annexeerden de beweging voor de burgerrechten en de vredesbeweging zijn liedjes als "Blowin' in the Wind", "Masters of War" en "A hard rain's a-gonna fall". Niet veel later omarmden miljoenen jongeren zijn "The Times They Are a-Changin'" (1964). Deze nummers zijn voorbeelden van Dylans vermogen om de tekst zodanig abstract te houden dat het lied een algemene zeggingskracht krijgt. Dat was nog maar het begin van een carrière die hem wereldroem bracht.

Met de toename van zijn muzikale en literaire faam ontwikkelde Dylan echter een krachtige weerzin tegen pogingen hem te bestempelen tot "stem van een generatie", "boegbeeld van de onrust in de Amerikaanse samenleving" en soortgelijke etiketten. Zijn carrière is doortrokken van die aversie: hij is de confrontatie aangegaan met zijn bewonderaars door al hun pogingen om hem op een voetstuk te plaatsen dwars te zitten. In zijn oeuvre heeft dit geleid tot tientallen liedjes waarvan het ontstaan mede uit deze weerzin kan worden verklaard. Dit is als het ware een nieuw genre in de liedkunst, waarop Dylan het patent heeft en dat vóór hem eenvoudig niet bestond. Dylans dubbeltalent van tekstschrijver en muzikant, maar ook zijn persoonlijk leven is in hoge mate beïnvloed door dit zelfverkozen verzet tegen de bewieroking die hem ten deel viel. Het is wel als zijn tragiek beschouwd dat hij de confrontatie verloren heeft. Achteraf gezien kón hij die alleen maar verliezen. Voor een goed begrip van de man en zijn werk lijkt het vermoeden gewettigd dat hijzelf de strijdbijl pas na een forse creatieve impasse omstreeks 1989 begraven heeft. Daarmee heeft hij de verschrikking van de wereldroem definitief aanvaard. Het lijkt geen toeval dat hij sindsdien wereldwijd met méér dan graagte uit zijn omvangrijke oeuvre voordraagt tijdens de circa tachtig tot meer dan honderd optredens per jaar sinds hij in 1988 is gestart met wat Dylan gewoonlijk zijn Never Ending Tour noemde.

Het is vaker gezegd: Elvis gaf de popmuziek een lichaam, Bob Dylan schonk haar de geest. In dat opzicht werd hij spoedig nagevolgd door Joni Mitchell, Cat Stevens, Ray Davies en vele anderen. In zijn eerste jaren introduceerde hij sociaal en politiek commentaar, vaak gekruid met absurdistische humor, toen velen nog over bloemetjes en bijtjes zongen. Vanaf 1964 opende hij nieuwe wegen in zijn meer persoonlijke teksten voor de weergave van het complexe gevoelsleven van de mens, door gebruik te maken van beeldspraak, maar ook van losse gedachten en invallen. Deze literaire techniek wordt wel stream of consciousness genoemd: het noteren van een veelvoud aan indrukken die zich spontaan opdringen aan het bewustzijn. Dylans teksten, waaruit ook nogal eens een somber levensgevoel blijkt, onttrekken zich aldus vaak aan een eenvoudige omschrijving of uitleg. Zij kunnen op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Over sommige regels en zelfs hele liedjes breken kenners zich al jaren het hoofd. Hoewel Dylan over zijn werk eens kernachtig gezegd heeft "I am my words", heeft het er alle schijn van dat ook hijzelf van sommige frasen de oorsprong of feitelijke betekenis niet (meer) weet. Hoe dan ook: dergelijke teksten waren tot begin 1965 volstrekt onbekend in de popmuziek, die door Dylans talent en zeer eigen muziekopvatting dan ook voorgoed is veranderd en sindsdien als waarachtige kunstvorm kan worden beschouwd.

Dylans tekstuele vernieuwing stoelt op een geheel eigen combinatie van twee pijlers. De ene is zijn zeer brede belangstelling voor de rijke tradities van het Amerikaanse lied, van folk en countryblues tot rock-'n-roll en rockabilly, tot aan Keltische balladen, zelfs jazz, swing en Broadway. De andere is zijn literaire belezenheid, waardoor zijn teksten vol met allusies zitten naar onder meer de bijbel en Shakespeare, Dante en Melville, en hij zich bedient van middeleeuwse structuren tot modernistische stream-of-consciousness procedés. Het resultaat is een gevarieerd oeuvre, uiteenlopend van protestsong en teksten die niet meer dan een opsomming van een lijst zijn (Rainy day women nos 12 & 35, Gotta serve somebody), via parabels (All Along the Watchtower) en surrealistische teksten (Changing of the Guards) tot volledige short stories in liedvorm (Hurricane, Tangled Up in Blue).

Levensloop en werk Jeugdjaren miniatuur|Het huis waar Bob Dylan opgroeide in Hibbing, Minnesota Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman in St. Mary's Hospital in Duluth, Minnesota op 24 mei 1941. Zijn vader was Abe Zimmerman, zijn moeder Beatrice Stone, door iedereen Beatty genoemd.Down the Highway blz 24 Acht dagen na zijn geboorte werd hij naar Joods gebruik besneden en kreeg hij zijn Joodse naam Shabtai Zisel ben Avraham.Down the Highway blz 25 Zijn grootouders van vaderskant waren aan het eind van de 19e eeuw uit Trabzon in het huidige Turkije naar Odessa in Oekraïne verhuisd, maar moesten in 1905 vluchten voor de pogroms van de tsaar.Chronicles, Volume One. Bob Dylan, Simon & Schuster 204, 92-93 Zij vestigden zich in Duluth, een havenstadje aan het Bovenmeer. Zijn moeder kwam uit de vooraanstaande Joodse familie Edelstein uit Hibbing, een mijnstadje gelegen honderd kilometer ten noordwesten van Duluth en 160 kilometer van de Canadese grens. Háár grootouders waren Litouwse Joden, die in 1902 emigreerden.

Begin 1946 kreeg Abe Zimmerman poliomyelitis, waardoor hij zijn werk bij Standard Oil verloor. Zonder werk was het gezin Zimmerman gedwongen te verhuizen naar Hibbing waar Abe's broers Paul en Maurice sinds 1941 een winkel in witgoed hadden.Micka Electric, dat later Zimmerman Furniture and Electric werd. Abe werd in 1947 partner.Down the Highway blz 26. In Hibbing bracht Bob zijn jeugd door. Als tiener luisterde hij vaak naar alle mogelijke radiomuziekstations die vanuit de zuidelijke staten hun blues en country, en later in de jaren vijftig rock-'n-roll, uitzonden en die in de avond in het noorden ontvangen konden worden. Dankzij zijn fabelachtige geheugen voor tekst en melodie zou hij een encyclopedische kennis ontwikkelen. Jaren later, in 2022, publiceerde hij de neerslag hiervan in een boek, The Philosophy of Modern Song.Bob Dylan, The Philosophy of Modern Song, Simon & Schuster, 2022. . Uit het Engels vertaald door Robert Neugarten, Het Spectrum, .

Op de middelbare school, Hibbing High School, vormde Dylan zijn eerste bandje, The Golden Chords. School vond hij vervelend en soms deprimerend, en na zijn diploma-uitreiking zocht hij een baantje als ober in Fargo (North Dakota). Onder het pseudoniem Elston Gunnn speelde hij op proef enkele concerten mee als pianist bij Bobby Vee and the Shadows, maar Vee besloot hem niet op te nemen in zijn band.Down the Highway blz 48.

In september 1959 schreef Dylan zich aan de University of Minnesota in Minneapolis in voor de studie letteren, met als hoofdvak muziek. Hij ging wonen in een huis van de joodse studentenvereniging Sigma Alpha Mu,Down the Highway blz 49. maar na een semester staakte hij zijn studie.Jonathan Cott, Dylan. A Rolling Stone Press Book. New York: Dolphin/Doubleday & Company,Inc., 1985, p. 14. In de aan de campus grenzende wijk Dinkytown maakte hij kennis met plaatselijke folkmuzikanten, kocht een gitaar en begon de kunst af te kijken en sloeg ook ditmaal alle folk-traditionals in zich op. Hier introduceerde hij zich als Bob Dylan. Er is vaak verondersteld dat deze naam een eerbetoon was aan de Welshe dichter Dylan Thomas. Dylan heeft dit ontkend ("Ik heb het een en ander van Thomas gelezen, maar dat is toch weer anders dan wat ik doe") en zei dat hij zich genoemd had naar een oom die Dillion heette (die echter nooit bestaan heeft). In zijn autobiografie Chronicles, Vol. One (2004) erkent Dylan het belang van Dylan Thomas voor de keuze van zijn artiestennaam echter wel, maar geeft hij geen bevestiging van een invloed of eerbetoon. Hij zegt alleen dat 'Dylan' klinkt als 'Allen', zijn tweede voornaam, ook de oorspronkelijke keuze voor een klinkende artiestennaam, maar terzijde geschoven omdat er in die tijd een bekende tv-persoonlijkheid was met de naam Robert Allyn.

Begin 1960 gaf hij zijn studie op en vertrok naar New York om zijn aan het ziekbed gekluisterde idool Woody Guthrie te bezoeken en voor hem te spelen. Hij trad voor weinig geld op in kleine gelegenheden, altijd met gitaar en een mondharmonica, die aan een kleerhanger om zijn nek hing. Weldra kende hij er muzikanten en andere artiesten. Hij trok van het ene naar het andere logeeradres en verbleef van mei tot september 1961 bij het echtpaar Eve en Mac McKenzie en hun zoon Peter.Peter K. McKenzie, Bob Dylan - On A Couch & Fifty Cents A Day, 2021. Hij las daar wat hij van zijn gading kon vinden en luisterde naar hem onbekende grammofoonplaten. Op vrijdag 29 september 1961 verscheen in The New York Times een lovende kritiek van criticus Robert Shelton, met een foto van Dylan, waarvan hij het knipsel dol van trots aan iedereen liet zien. Dit artikel leidde er ook toe dat hij een contract bij Columbia Records kon tekenen. Hier kwam Dylan terecht onder de hoede van John Hammond, een zeer bekende talentscout, die eind 1961 de opnames voor Dylans eerste album produceerde, dat in maart 1962 uitkwam. Zijn latere manager Albert Grossman raakte zeer geïnteresseerd, en in juni 1962 nam Grossman een eerder managementscontract van Dylan bij Roy Silver over.Down the Highway blz 106-107. Op 30 augustus 1962 tekenden Dylan en Grossman een managementovereenkomst voor 4 jaar waarin Grossman Dylans exclusieve manager werd tegen een honorarium van 20%, met daarbovenop 25% van de omzet uit de platenverkoop.Down the Highway blz 107-108. Grossman verzorgde een contract van Dylan met muziekuitgever M. Witmark & Sons, gevestigd aan Madison Avenue, waar Dylan een groot aantal demoversies van zijn composities opnam. De opnames zijn in 2010 uitgebracht als The Bootleg Series Vol. 9: The Witmark Demos: 1962–1964.