Torosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Ceratopia, dat tijdens het Laat-Krijt (Maastrichtien) leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.
De eerste fossielen van Torosaurus werden in 1891 gevonden in Wyoming. Hetzelfde jaar kreeg het geslacht zijn naam, die zoiets als 'doorboorde sauriër' betekent, toen de typesoort Torosaurus latus benoemd werd. Andere soorten zijn Torosaurus gladius en Torosaurus utahensis. T. gladius is vermoedelijk hetzelfde dier als T. latus. Of dat ook voor T. utahensis geldt, is onduidelijk omdat de gevonden resten van die soort te beperkt zijn. Van T. latus is een aantal vrij volledige schedels opgegraven. Sommige geleerden denken dat Torosaurus niets anders is dan de laatste leeftijdsfase van Triceratops, een gelijkend geslacht dat min of meer in dezelfde aardlagen aangetroffen is. Bepaalde verschillen tussen Torosaurus en Triceratops kunnen hierdoor echter niet goed verklaard worden en daarom blijven andere wetenschappers geloven dat het toch om aparte soorten gaat. Ook al was Torosaurus een aparte vorm dan was hij toch nauw aan Triceratops verwant binnen de Ceratopidae en preciezer binnen de Chasmosaurinae.
De gevonden exemplaren van Torosaurus zijn allemaal grote viervoetige dieren die tussen de zeven en negen meter lang moeten zijn geweest. Ze hadden een enorm nekschild achter op hun kop met twee grote gaten in het bot. Hun schedels behoren tot de grootste die van landdieren bekend zijn. De achterrand van het schild was voorzien van tien of twaalf driehoekige uitsteeksels terwijl de fossielen die zeker aan Triceratops toebehoren er vijf of zes hebben. De twee wenkbrauwhoorns zijn gemiddeld meer naar voren gebogen en de neushoorn is gemiddeld korter dan bij Triceratops.
Vondst en naamgeving In 1891 vond een medewerker van professor Othniel Charles Marsh, John Bell Hatcher, bij de Lightning Creek in Niobrara County, Wyoming, twee grote schedels van een ceratopide. In september 1891 benoemde en beschreef Marsh op basis van één daarvan, holotype YPM 1830, de typesoort Torosaurus latus. De geslachtsnaam betekent 'doorboorde sauriër', een verwijzing naar de gaten in het nekschild, afwijkend van het gesloten nekschild van de eerder door Marsh beschreven Triceratops. Zij is afgeleid van het Oudgrieks τορέω, 'doorboren' en niet zoals soms gedacht wordt van het Spaans toro, 'stier', hoewel het natuurlijk mogelijk is dat Marsh daar impliciet een woordspeling mee maakte. De soortaanduiding latus betekent in het Latijn 'de brede' en verwijst naar de breedte van het nekschild. In hetzelfde artikel benoemde Marsh een tweede soort, gebaseerd op de tweede schedel, specimen YPM 1831: Torosaurus gladius. De soortaanduiding betekent 'zwaard' in het Latijn en is een verwijzing naar het zwaardvormige squamosum, de zijrand van het nekschild.O.C. Marsh, 1891, "Notice of new vertebrate fossils", The American Journal of Science, series 3 42: 265-269 Dit verschilde overigens niet relevant van het schild van T. latus; tegenwoordig worden beide soorten als identiek gezien en T. gladius dus als een jonger synoniem van T. latus; de eerste die ze gelijkstelde was Colbert in 1947. Beide fossielen waren gevonden in de Lanceformatie die dateert uit het Maastrichtien, ongeveer zevenenzestig miljoen jaar oud. left|thumb|350px|De in Marsh (1892) geïllustreerde schedels: links YPM 1830 en rechts YPM 1831 In de jaren na 1891 werd een groot aantal fossielen uit het Maastrichtien van Noord-Amerika aan Torosaurus toegeschreven. Bijna altijd ging het daarbij om fragmentarische vondsten waarvan weinig meer duidelijk was dan dat het een dier met een lang nekschild betrof. In 1976 hernoemde Douglas Lawson Arrhinoceratops? utahensis Gilmore 1946 in een derde soort: Torosaurus utahensis.D.A. Lawson, 1976, "Tyrannosaurus and Torosaurus, Maestrichtian dinosaurs from Trans-Pecos, Texas", Journal of Paleontology 50(1): 158-164 Ook hierbij ging het echter om fragmentarisch materiaal; het soortverschil was in wezen slechts gebaseerd op de zuidelijker herkomst uit Utah. Het holotype is een stuk nekschild, specimen USNM 15583.
In 1990 wees Catherine Ann Forster Triceratops galeus toe aan een Torosaurus sp.
In 2006 wees Andrew Farke in een revisie van het genus twee meer volledige schedels toe die in de Hell Creek Formation van Montana gevonden waren door teams van het Museum of the Rockies: MOR 981, een rechterschedelhelft opgegraven in 1998, en MOR 1122, een linkerschedelhelft gevonden in 2001. Beide waren door hem gemeld in 2002.Farke, A., 2002, "A review of Torosaurus (Dinosauria: Ceratopsidae) specimens from Texas and New Mexico", Journal of Vertebrate Paleontology, 22: 52A Farke meende dat er daarnaast de volgende specimina met enige zekerheid aan Torosaurus latus toe te wijzen waren: ANSP 15192, een kleinere schedel zonder snuit in 1944 in South Dakota opgegraven door Edwin Harris Colbert;Colbert, E.H. and J.D. Bump, 1947, "A skull of Torosaurus from South Dakota and a revision of the genus:, Proceedings of the Academy of Natural Sciences of Philadelphia, 99: 93–106 MPM VP6841, een gedeeltelijk skelet met gedeeltelijke schedel; en SMM P97.6.1, een gedeeltelijke schedel zonder snuit. Onzekerder was de identiteit van GP 245–4, een stuk wandbeen met tanden, en EM P16.1, een stuk nekschild.Farke, A.A., 2006, "Cranial osteology and phylogenetic relationships of the chasmosaurine ceratopsid Torosaurus latus", pp. 235-257 in: K. Carpenter (ed.). Horns and Beaks: Ceratopsian and Ornithopod Dinosaurs. Indiana University Press, Bloomington In 2016 werd nog een stuk nekschild toegewezen, specimen ESU 2009–6 in 2009 in Garfield County gevonden door David Lukens.McDonald A.T., Campbell C.E., Thomas B., 2016, "A New Specimen of the Controversial Chasmosaurine Torosaurus latus (Dinosauria: Ceratopsidae) from the Upper Cretaceous Hell Creek Formation of Montana", PLoS ONE 11(3): e0151453. doi:10.1371/journal.pone.0151453
In 1947 werd door Harold Jones bij de Frenchman River in Canada een groot nekschild gevonden, specimen EM P16.1. In 1986 werd dit toegewezen aan een Torosaurus sp.Tokaryk T.T. 1986. "Ceratopsian dinosaurs from the Frenchman Formation (Upper Cretaceous) of Saskatchewan". Canadian Field-Naturalist 100: 192–196 In 2005 werd het door Sullivan e.a. eerder als verwant aan Arrhinoceratops gezien maar in 2022 wezen Mallon e.a. het alsnog toe aan Torosaurus latus.Jordan C. Mallon, Robert B. Holmes, Emily L. Bamforth, Dirk Schumann, 2022, "The record of Torosaurus (Ornithischia: Ceratopsidae) in Canada and its taxonomic implications", Zoological Journal of the Linnean Society, 2022: zlab120, C.R. Stelck vond in 1964 specimen UALVP 1646, een wandbeen, bij de Red Deer River in Alberta. Het werd in 1979 aan Torosaurus toegewezen,Lerbekmo J.F., Singh C., Jarzen D.M. & Russell D.A. 1979. "The Cretaceous–Tertiary boundary in south-central Alberta – a revision based on additional dinosaurian and microfloral evidence". Canadian Journal of Earth Sciences 16: 1866–1869 maar verder grotendeeld verwaarlaasd. Mallon bevestigde in 2022 de toewijzing.
In 1998 werden aanvullende fossielen aan Torosaurus utahensis toegewezen.Lucas, S.G., Mack, G.H., Estep, G.W., 1998, "The Ceratopsian dinosaur Torosaurus from the Upper Cretaceous McRae Formation, Sierra County, New Mexico", New Mexico Geological Society Guidebook, 49th Field Conference, Las Cruces County II In 2005 herzag Robert Sullivan deze soort, waarbij vastgesteld werd dat het materiaal in 1946 door Charles Whitney Gilmore beschreven wellicht elf verschillende individuen vertegenwoordigde.Sullivan, R.M., A.C. Boere, and S.G. Lucas, 2005, "Redescription of the ceratopsid dinosaur Torosaurus utahensis (Gilmore, 1946) and a revision of the genus", Journal of Paleontology, 79: 564–582 Reeds in 2008 kwam Rebecca Hunt opnieuw tot een revisie van deze soort. Daarbij werden hieraan nieuwe vondsten toegewezen, de specimina TMM 41631 1-37 in 1970 door Wann Langston opgegraven in het Big Bend National Park in Texas, welke de resten van minstens twee jongere dieren en een meer volgroeid dier vertegenwoordigen. Ook fragmenten uit vindplaats TMM 41480 werden toegewezen. Bij elkaar is nu een belangrijk deel van het skelet van de soort bekend maar geen volledige of zelfs maar enigszins in verband liggende schedel.R.K. Hunt and T.M. Lehman, 2008, "Attributes of the ceratopsian dinosaur Torosaurus, and new material from the Javelina Formation (Maastrichtian) of Texas", Journal of Paleontology 82(6): 1127-1138
Beschrijving thumb|ANSP 15192 Torosaurus is een reusachtige ceratopide. De grootste gevonden specimina wijzen op individuen die de grootste exemplaren van Triceratops in omvang evenaren. Omdat er geen volledige skeletten bekend zijn, moet de totale lengte geschat worden. Meestal noemde men in de Engelstalige literatuur het getal van vijfentwintig voet: dus een zeven à acht meter, waarbij men het dier dus iets kleiner dan Triceratops zag. In feite zijn voor dit laatste geen aanwijzingen. Het gewicht van de grootste individuen moet op zo'n negen ton gelegen hebben.
Torosaurus heeft vanwege het lange nekschild lange tijd de reputatie gehad de grootste schedel van enig landdier uit de wereldgeschiedenis te hebben bezeten. Hatcher schatte de schedellengte van het holotype op 2,2 meter, van YPM 1831 op 2,35 meter; de eerste heeft een vaststelbare lengte van het squamosum van 145 centimeter. In 1933 werden die schattingen door Richard Swann Lull verhoogd tot een lengte van 2,57 meter voor YPM 1831 en 2,4 meter voor YPM 1830. Thomas Lehman stelde echter in 1998 dat specimen OMNH 10165 van Pentaceratops, in een museumopstelling gereconstrueerd met een schedel van 3,2 meter lang, in het echt minstens een kop van 2,9 meter lengte bezeten zou hebben. Dit is echter weer onzeker geworden doordat op basis van dit fossiel een nieuw geslacht benoemd is, Titanoceratops, waarvan de schildvorm veel korter zou zijn geweest dan de reconstructie toont. Daarbij zijn de door Farke gemelde schedels nog weer langer dan die welke door Marsh beschreven werden: MOR 1122 is 252 centimeter lang en MOR 981 277 centimeter. Kijken we echter naar de lengte van de schedel zonder de kraag, is OMNH 10165 toch het langst met 103 centimeter: MOR 981 is dan 816 millimeter lang en MOR 1122 955 millimeter. De enorme lengte van de schedelkraag van Torosaurus gaat samen met een aanzienlijke breedte: YPM 1831 is bijna 1,7 meter breed over de achterrand gemeten. De zaak wordt verder gecompliceerd door de vondst van Eotriceratops waarvan de schedel ongeveer drie meter lang is. left|thumb|350px|MPM VP6841 in Milwaukee Farke stelde in 2006 een lijst van onderscheidende kenmerken van Torosaurus op. Het nekschild is zeer lang in verhouding tot de rest van de schedel. Het wandbeen draagt op de achterrand tien of meer osteodermen, epiparietalia in de vorm van driehoekige uitsteeksels. Er ligt geen epiparietale op de middenlijn van het schild en ook niet op de grens van het wandbeen en het squamosum. Het wandbeen is dun. Het wandbeen heeft pariëtaalvensters, de openingen, in de vorm van cirkels of overdwars liggende ovalen. Het wandbeen is minstens twintig procent breder dan lang. Farke stelde ook een kenmerk vast waarin Torosaurus latus zich zowel van Torosaurus utahensis als van Triceratops onderscheidde: het squamosum droeg zowel een opvallende richel op de grens met het wandbeen als daarnaast in de lengterichting een diepe trog.