Fabio Capello (San Canzian d'Isonzo, 18 juni 1946) is een Italiaans voormalig voetballer en voetbaltrainer.

Spelerscarrière SPAL left|thumb|Capello als speler van SPAL (1966). Fabio Capello begon bij de jeugd van Pieris, een bescheiden voetbalclub in de buurt van zijn geboorteplaats San Canzian d'Isonzo. Zijn vader Guerrino was er jeugdcoach. In 1962 werd de stevige middenvelder ontdekt door oud-voetbalcoach Paolo Mazza, die hem naar SPAL 1907 leidde. De club betaalde 2 miljoen lire (zo'n €1.000) voor Capello, die al snel indruk maakte bij de jeugd. Op 29 maart 1964 maakte hij zijn officieel debuut in het eerste elftal. De 18-jarige middenvelder mocht toen meespelen in een duel tegen Sampdoria.

In 1965 degradeerde SPAL naar de Serie B, maar een jaar later keerde de club terug op het hoogste niveau. Vanaf dan werd Capello een vaste waarde. Met zijn enorme duelkracht en uitstekende passing groeide hij uit tot de spelverdeler van het team.

AS Roma Een blessure aan de linkerknie zorgde ervoor dat hij in het seizoen 1966/67 minder aan spelen toekwam. Desondanks nam AS Roma hem in de zomer van 1967 voor een bedrag van 260 miljoen lire (zo'n €134.000) over van SPAL. Capello maakte meteen indruk bij Roma en loodste het team in de eerste acht wedstrijden van het seizoen naar de eerste plaats. Nadien raakte hij opnieuw geblesseerd aan de linkerknie waardoor hij de rest van het seizoen miste. Roma zakte vervolgens terug naar de tiende plaats. In 1968 nam coach Helenio Herrera het roer over en won Capello met Roma zijn eerste grote trofee. De club veroverde in 1969 voor de tweede keer in haar geschiedenis de Coppa Italia. Een seizoen later bereikte Roma de halve finale van de Europacup II, waarin het na het tossen van een muntstuk werd uitgeschakeld door het Poolse Górnik Zabrze.

Juventus In 1970 werd de inmiddels 24-jarige Capello verkocht aan Juventus. De middenvelder kende er een moeilijke start nadat hij coach Armando Picchi bekritiseerd had op dezelfde dag dat er bij Picchi kanker was vastgesteld. Op aandringen van de trainer zelf werd Capello niet geschorst door de club en hoefde hij enkel een boete te betalen. In 1971 werd Picchi opgevolgd door Cestmír Vycpálek en kreeg Capello een belangrijkere rol binnen het team. Zo mocht hij mee de tactiek bepalen voor de finale van de Jaarbeursstedenbeker, waarin Juventus na twee gelijke spelen zijn meerdere moest erkennen in het Engelse Leeds United. Capello scoorde in de heenwedstrijd in Turijn ook een doelpunt.

De club domineerde begin jaren 70 het Italiaanse voetbal en veroverde in vier jaar drie landstitels (1972, 1973, 1975). In 1973 bereikte de club ook de finale van de Europacup I. In die finale verloor Juventus met het kleinste verschil van Ajax, dat zo voor de derde keer op rij de beker met de grote oren in ontvangst mocht nemen. Datzelfde jaar verloor Juventus na strafschoppen ook de finale van de Coppa Italia. Twee jaar later leek Juventus op weg om de UEFA Cup aan haar erelijst toe te voegen, maar Capello en zijn ploegmaats werden in de halve finale uitgeschakeld door FC Twente.

AC Milan Na zes succesvolle seizoenen bij Juventus begon het bestuur zich zorgen te maken over de knieblessures van Capello. De 30-jarige middenvelder mocht in 1976 naar AC Milan vertrekken. In ruil kreeg Juventus oud-speler Romeo Benetti terug en een bedrag van 100 miljoen lire (zo'n €52.000). Capello veroverde in zijn eerste seizoen voor de Rossoneri meteen de beker. Vanaf 1978 kwam Capello door blessureleed nog amper aan spelen toe. In 1979 veroverde hij met Milan zijn laatste landstitel, een jaar later zette hij een punt achter zijn spelerscarrière.

Statistieken Seizoen Club Competitie Wed. Goals 1963/64 SPAL 1907 Serie A 4 0 1964/65 Serie B 9 0 1965/66 Serie A 20 1 1966/67 16 2 1967/68 AS Roma 11 1 1968/69 25 6 1969/70 26 4 1970/71 Juventus 27 5 1971/72 29 9 1972/73 27 3 1973/74 27 4 1974/75 28 3 1975/76 27 3 1976/77 AC Milan 26 1 1977/78 28 3 1978/79 8 0 1979/80 3 0TOTAAL 341 45

Nationale ploeg In 1972 werd Capello, die toen voor Juventus uitkwam, voor het eerst geselecteerd voor het Italiaans voetbalelftal. De centrale middenvelder kwam vanaf dan regelmatig in actie voor de Azzurri. Op 14 november 1973 versloeg Italië voor het eerst in haar geschiedenis Engeland. In Wembley Stadium werd het 0-1 voor Italië na een doelpunt van Capello. Hij noemde het later het hoogtepunt van zijn carrière.

Een jaar later mocht Capello ook mee naar het WK 1974 in West-Duitsland. Italië overleefde de groepsfase niet en mocht al na de eerste ronde naar huis. Capello scoorde een doelpunt in het duel tegen groepswinnaar Polen, dat door Italië met 2-1 verloren werd.

Italië plaatste zich ook voor het WK 1978 in Argentinië. Maar Capello mocht van bondscoach Enzo Bearzot niet mee naar Zuid-Amerika. Bearzot gaf de voorkeur aan onder meer de verdedigend ingestelde middenvelder Marco Tardelli.

Capello speelde in totaal 32 interlands voor Italië, waarin hij 8 keer trefzeker was.

Trainerscarrière Beginjaren Na het beëindigen van zijn spelerscarrière ging Capello aan de slag als jeugdcoach van AC Milan. In die functie kreeg hij talentvolle jongeren als Paolo Maldini en Alessandro Costacurta onder zijn hoede. In die dagen was hij ook voetbalanalist voor zender TV SPW. Vanaf 1987 maakte hij de overstap naar het eerste elftal van Milan, waar toen clublegende Nils Liedholm hoofdtrainer was. Capello werd de assistent van Liedholm, die van 1977 tot 1979 ook coach was van Capello bij Milan. Aan het einde van het seizoen 1986/87 werd Liedholm aan de deur gezet. Capello werd vervolgens gepromoveerd tot interim-coach en loodste Milan door de zes laatste wedstrijden van het seizoen. Onder zijn leiding veroverde de club een Europees ticket.

Ondanks die prestatie moest Capello een stap opzij zetten. Clubeigenaar Silvio Berlusconi stelde Arrigo Sacchi aan als nieuwe trainer. Capello was in de jaren 80 ook werkzaam in Coverciano, het sportcentrum van de Italiaanse voetbalbond. Als algemeen directeur had hij er de leiding over tal van sporten, waaronder hockey, honkbal en rugby.

AC Milan

In 1991 werd Arrigo Sacchi, die met Milan onder meer een landstitel en twee keer de Europacup I had gewonnen, aan de deur gezet. De succesvolle coach was op het gebied van transfers en financiën te veeleisend geworden en werd vervangen door Capello, die een goede band had met Berlusconi en volgzamer was dan Sacchi. Capello veranderde weinig aan de speelwijze van Milan, maar gaf de aanvallers van de Rossoneri wel meer vrijheid. Op het middenveld verving hij de 32-jarige Carlo Ancelotti door opkomend talent Demetrio Albertini. In zijn eerste seizoen als hoofdcoach werd Milan meteen kampioen.

Met spelers als Marco van Basten, Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Paolo Maldini, Jean-Pierre Papin, Daniele Massaro, Marco Simone en Marcel Desailly beschikte Capello over zoveel topspelers dat hij als een van de eerste coaches een rotatiesysteem invoerde. Op tactisch vlak koos Capello steevast voor een 4-4-2, met twee verdedigend ingestelde centrale middenvelders zodat de flanken meer aanvallend konden denken. Deze twee centrale middenvelders waren Albertini en Rijkaard. Na het vertrek van Rijkaard in 1993 nam Desailly zijn plaats op het middenveld over. Capello's aanpak rendeerde en leverde de club ook in 1993 en 1994 de landstitel op. De club bereikte begin jaren 90 ook drie keer op rij de finale van de UEFA Champions League. In 1993 verloor Milan met 1-0 van het Olympique Marseille van Raymond Goethals. Een jaar later versloeg Milan in de finale het FC Barcelona van Johan Cruijff met 4-0. In 1995 stond het team van Capello opnieuw in de finale, maar verloor het met 1-0 van Ajax. In 1996 veroverde Milan zijn vierde landstitel onder Capello.

Real Madrid In 1996 tekende Capello een contract bij Real Madrid. De Italiaanse trainer volgde er Arsenio Iglesias op en mocht tijdens de zomer kleppers als Roberto Carlos, Davor Šuker, Clarence Seedorf, Predrag Mijatović, Zé Roberto en Bodo Illgner verwelkomen. Tijdens de winterstop haalde hij ook nog Panucci weg bij zijn ex-club.

Capello moest in zijn team een plaats vinden voor drie aanvallers: Raúl, Šuker en Mijatović. Hij loste het probleem op door met een driemansaanval te spelen, hoewel hij bekendstond om zijn behouden aanpak. Een veel gebruikte tactiek onder Capello was de lange bal van verdediger Fernando Hierro, die zo de opkomende linksachter Roberto Carlos lanceerde. Real Madrid werd in 1997 kampioen, maar toch mocht Capello vertrekken. Hij had een slechte relatie met voorzitter Lorenzo Sanz en lag niet goed bij de supporters omdat hij publiekslieveling Raúl naar de linkerflank had verdrongen.

Terug naar Milan In 1997 keerde Capello terug naar AC Milan, dat in zijn afwezigheid geen prijzen had veroverd. Capello stelde vast dat heel wat spelers die begin jaren 90 aan de basis lagen van het succes van de club vertrokken waren of niet langer in topvorm verkeerden. In de zomer van 1997 haalde hij onder meer Patrick Kluivert, Winston Bogarde, André Cruz, Leonardo en Christian Ziege naar Milaan, maar ook de jonge talenten kregen het team niet op de rails. Milan won slechts 11 wedstrijden in het seizoen 1997/98, met als dieptepunt de 4-1 nederlaag tegen rivaal Juventus. Capello werd in dat duel naar de tribune verwezen omdat hij een scheidsrechterlijke beslissing had betwist. Milan bereikte nog wel de finale van de Coppa Italia, maar verloor daarin over twee wedstrijden met 3-2 van Lazio Roma. Na het seizoen mocht Capello opstappen. Zijn opvolger Alberto Zaccheroni veroverde in 1999 de landstitel, waarna Capello stelde dat zijn opvolger kampioen was geworden met "zijn elftal".

AS Roma Na zijn ontslag bij Milan zat Capello even zonder club en was hij werkzaam als co-commentator voor een Italiaanse televisiezender. In mei 1999 ging hij aan de slag bij zijn ex-club AS Roma, dat ook Franco Baldini aanstelde als sportief directeur.

Capello bouwde een elftal rond spits Marco Delvecchio, maar probeerde ook om nog een andere aanvaller aan te trekken. Ruud van Nistelrooy leek lange tijd op weg naar Roma, maar de transfer sprong af door een ernstige blessure van de Nederlander. In Capello's eerste seizoen bij Roma eindigde de club op een teleurstellende zesde plaats, terwijl stadsrivaal Lazio kampioen werd.

In 2000 haalde Capello met Gabriel Batistuta en Walter Samuel twee Argentijnse topspelers naar Rome, maar ook dat zorgde niet meteen voor een kentering. Er braken supportersrellen uit, maar Capello behield het vertrouwen van het bestuur. Onder impuls van de Braziliaanse middenvelder Emerson begon het team steeds beter te spelen. Roma won zo in 2001 alsnog de landstitel. In die dagen werd Capello ook meermaals genoemd als de opvolger van Alex Ferguson, toenmalig coach van Manchester United. De geruchten werden enkel sterker toen Capello ook een ontmoeting had met Martin Edwards, de voorzitter van de Engelse topclub. Ferguson ging uiteindelijk niet met pensioen en dus bleef Capello in Rome.

In 2002 streed Roma samen met Juventus om de titel. Na een geladen duel tussen beide clubs bekritiseerde Capello de familie Moggi, die aan het hoofd stond van de club uit Turijn, en hun omgang met spelersmakelaars. Juventus werd uiteindelijk kampioen met een punt voorsprong op Roma. In het daaropvolgende seizoen raakte Roma niet verder dan een achtste plaats. Het bereikte wel de bekerfinale, maar verloor daarin van AC Milan. In de heenronde van het seizoen 2003/04 haalde Roma een beter spelniveau. Het won de topwedstrijden tegen Internazionale en Juventus op overtuigende wijze. Daardoor werd Capello gelinkt aan Juventus, ondanks zijn slechte relatie met Luciano Moggi. Omdat Capello vond dat hij bij Roma het hoogst haalbare had bereikt, begon hij een overstap naar Turijn te overwegen. Roma zakte nadien weg en werd uiteindelijk vicekampioen met 11 punten achterstand op Milan.

Juventus