miniatuur|Willem III, koning van Engeland, Schotland en Ierland, stadhouder van Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel en Westerwolde De Glorious Revolution (in het Nederlands ook bekend als de Roemrijke omwentelingEncarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. 'Glorious Revolution'. Microsoft Corporation/Het Spectrum en de Glorieuze overtocht) was de machtsovername door de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland in 1688-1689.

Voorgeschiedenis Karel II van Engeland De Restauratie in 1660 van het Schotse huis Stuart na het republikeinse Protectoraat van Oliver Cromwell leidde wel tot een culturele opbloei, maar niet tot een nationale verzoening tussen protestanten en katholieken. In 1670 sloot de katholiekgezinde Karel II van Engeland het geheime Verdrag van Dover met de katholieke koning Lodewijk XIV van Frankrijk tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden, tegen de zin van de protestantse bevolking van Engeland. Men vreesde voor de toekomst, want Karel had geen wettige nakomelingen, en zijn broer Jacobus had een katholiek huwelijk gesloten en was zelf ook tot de Kerk van Rome overgegaan. Toen de koning in 1672 kwam met een Tolerantieverklaring, volgens welke katholieken en protestantse dissenters bijna volledige burgerrechten zouden krijgen, reageerde het Lagerhuis met de Test Act van 1673. Overheidsdienaren moesten voortaan belijdend lidmaat zijn van de Anglicaanse Kerk en dit bewijzen door de leer van de transsubstantiatie af te zweren. Er volgde een periode van spanningen, kamerontbindingen en verkiezingen, waarna alles zich herhaalde. Tussen 1679 en 1681 was er de Exclusion Crisis door een wetsvoorstel om Jacobus van de opvolging uit te sluiten. Angsten over een vermeend complot van katholieken om de macht over te nemen wist Karel tot bedaren te brengen en hij stelde de erfopvolging van zijn broer zeker.

Jacobus II van Engeland miniatuur|Jacobus II van Engeland, koning van Engeland & Jacobus VII, koning van Schotland, koning van Ierland en hertog van Normandië Gedurende koning Jacobus II zijn drie jaar durende regeerperiode, raakte hij in Engeland direct verwikkeld in de politieke gevechten tussen het katholicisme en het protestantisme, en tussen het goddelijk recht van de koning en de politieke rechten van het Parlement van Engeland. Jacobus' grootste politieke probleem was zijn katholicisme, dat hem vervreemdde van de beide belangrijkste partijen in Engeland. De low church Whigs waren er tussen 1679 en 1681 door middel van hun Exclusion Bill niet in geslaagd om Jacobus van de troonopvolging uit te sluiten. Jacobus' aanhangers waren toen high church anglicaanse Tories geweest. In Schotland voerden zijn aanhangers in het Parlement van Schotland hun pogingen op om de Covenanters te dwingen hun geloof op te geven en het episcopaalse bestuur van de kerk door de monarch te aanvaarden.

Toen Jacobus de Engelse troon in 1685 erfde, had hij aanvankelijk veel steun van het loyale parlement, dat voornamelijk uit Tories bestond. Ze gunden hem een ruimere toelage dan enige Engelse koning ooit verkregen had. Anders dan zijn broer hoefde hij dus niet afhankelijk te zijn van Franse subsidies. Zijn katholicisme was voor velen weliswaar een bron van zorg, maar het feit dat hij geen zoon had en dat zijn dochters uit zijn eerste huwelijk beide protestants waren, was vooralsnog een reddende genade.

Karel II was een sluwe manipulator geweest. Zijn broer was veel eerlijker, maar zeldzaam tactloos en kortzichtig. In korte tijd ondermijnde hij zijn machtsbasis. Jacobus' poging om de bepalingen in het strafrecht (penal law), die tot doel hadden om niet-anglicanen te discrimineren, af te zwakken, vervreemdde hem van zijn natuurlijke achterban. De anglicaanse Tories ervoeren deze politiek als een aanval op de Engelse staatskerk. Nu de band met de Tories losser was geworden, probeerde Jacobus als tegenwicht tegen de anglicaanse Tories een Kings party te vormen. Mede daarom ondersteunde Jacobus in 1687 een beleid van religieuze tolerantie en vaardigde hij de Tolerantieverklaring uit. Om deze redenen en ook vanwege zijn belofte om het Ierse parlement in de toekomst een grotere autonomie te geven, steunde de meerderheid van de Ierse bevolking Jacobus II. (2006), p. 440 Door een bondgenootschap te sluiten met katholieken, dissenters en non-conformisten hoopte Jacobus een coalitie te kunnen opbouwen die de katholieke emancipatie zou kunnen bevorderen. Door deze toenadering ontwaakten oude angsten van de protestanten wie de rol van Ierland in de Engelse Burgeroorlog nog vers in het geheugen lag.

Nog meer ontsteltenis en verontwaardiging riep een botte machtspolitiek op, gericht tegen de meest aanzienlijke leden van de maatschappij. In mei 1686 besloot Jacobus om van Engelse rechtbanken via de common law een uitspraak te verkrijgen inhoudende dat hij de Act of Parliament naast zich neer zou mogen leggen. Hij ontsloeg de rechters die het met hem over deze kwestie niet eens waren, alsmede de solicitor-general (de op een na hoogste procureur-generaal) Heneage Finch. Elf van de twaalf rechters oordeelden in zijn voordeel en gaven hem de vrijheid de handelingen te negeren. Toen Henry Compton, de bisschop van Londen, geen preekverbod gaf aan John Sharp, de latere aartsbisschop van York, nadat Sharp een anti-katholieke preek had uitgesproken, gaf Jacobus bevel hem uit zijn ambt te ontzetten.

In april 1687 beval Jacobus de fellows (bursalen) van Magdalen College, een constituerend college van de Universiteit van Oxford, om de katholiek Anthony Farmer tot hun president te kiezen. De fellows waren echter van mening dat Farmer hier volgens de statuten van het college niet voor in aanmerking kwam. Zij verkozen John Hough in zijn plaats. Ook verplichtten de statuten van het college hen om de vacature binnen een bepaalde tijd te vervullen. Zij konden dus niet wachten op een andere koninklijke nominatie. Jacobus weigerde echter Houghs verkiezing te erkennen en droeg de fellows op om de bisschop van Oxford te kiezen. Jacobus reageerde verder door een aantal kerkelijke commissarissen naar Oxford te sturen om daar een visitatie te houden en de bisschop van Oxford als president te installeren. De fellows accepteerden vervolgens de bisschop van Oxford als hun president, maar Jacobus eiste nu van hen dat zij zouden erkennen dat zij verkeerd waren geweest. Hij eiste dat zij hem om vergiffenis zouden vragen. Toen zij dit weigerden werden de meeste van de fellows van Magdalen College verwijderd en vervangen door katholieken.

In 1687 trof Jacobus ook voorbereidingen om het nieuwe parlement zoveel mogelijk bevolkt te krijgen met zijn aanhangers. Hij wilde namelijk de Test Act en de discriminerende strafwetten tegen niet-anglicanen (penal law) intrekken. Jacobus werd er door aanhankelijkheidsbetuigingen van de dissenters van overtuigd dat hij hun steun had en dat hij dus kon afzien van het verwerven van steun bij de Tories en de anglicanen. Jacobus voerde nu een grote zuivering door in alle ambten die onder de kroon vielen en die tegen Jacobus' plannen waren. In augustus werd het luitenantschap opnieuw ingericht en in september werden meer dan duizend leden van de livery companies (de gilden en handelsorganisaties) van de City of London uit hun ambten gezet. In oktober gaf Jacobus orders aan de Lord-lieutenants in de provincies om drie standaardvragen voor te leggen aan alle leden van de Commission of the Peace of zij zouden instemmen met de intrekking van de Test Act en de discriminerende strafwetten, kandidaten die hier mee akkoord gingen zouden bijstaan en bereid waren om de Tolerantieverklaring te accepteren. In december werd bekendgemaakt dat alle ambten van de adjunct-luitenants en de vrederechters zouden worden herzien. Tijdens de eerste drie maanden van 1688 werden honderden van de ondervraagden die op een of meer van de bovenstaande drie vragen het verkeerde antwoord hadden gegeven, ontslagen. In de steden werden verdergaande zuiveringen uitgevoerd: in november werd een regelgevend comité opgericht om de zuiveringen daar uit te voeren. De stedelijke corporaties werden gezuiverd door agenten met ruime discretionaire bevoegdheden, dit in een poging om een permanente koninklijke electorale machine te creëren. Uiteindelijk beval Jacobus op 24 augustus 1688 om writs uit te vaardigen voor een landelijke verkiezing.

miniatuur|rechts|200px|Groepsportret van de zeven bisschoppen die Jacobus in 1688 liet opsluiten in de Tower of London, maar die werden vrijgesproken van de beschuldiging van opruiende smaad Jacobus bracht ook een groot staand leger op de been. Hierin benoemde hij katholieken in machtsposities. Voor zijn tegenstanders in het Parlement rook dit naar een eerste stap naar een arbitrair bestuur. Daarop verdaagde Jacobus het parlement zonder dat het parlement zijn goedkeuring voor zijn besluiten had gegeven. Op dat moment waren de Engelse regimenten van het leger in Hounslow gelegerd, in de buurt van de hoofdstad. Men vreesde dat deze locatie was bedoeld om de hoofdstad te intimideren. Het leger in Ierland werd gezuiverd van protestanten. Zij werden vervangen door katholieken. Zo rond 1688 had Jacobus in zijn drie koninkrijken meer dan 34.000 mannen onder de wapenen.

In april 1688 vaardigde Jacobus opnieuw zijn Tolerantieverklaring uit. Hij beval alle geestelijken deze verklaring in hun kerken voor te lezen. Toen de aartsbisschop van Canterbury, William Sancroft, en zes andere bisschoppen (de zeven bisschoppen) een brief aan Jacobus schreven, waarin zij hem vroegen om zijn politiek te heroverwegen, werden ze gearresteerd op beschuldiging van opruiende smaad, maar tijdens het proces werden zij vrijgesproken, dit tot grote vreugde van het Londense publiek dat in gejuich uitbrak.

De gebeurtenissen kwamen tot een climax in juni 1688, toen de koning vader werd van een zoon en opvolger, Jacobus; tot dan toe was zijn protestantse dochter, Maria, zijn aangewezen opvolgster. Het vooruitzicht van een katholieke dynastie in de koninkrijken van Engeland, Schotland en Ierland was nu waarschijnlijk.

Samenzwering om Jacobus II af te zetten Ontstaan van de samenzwering De oudste dochter van Jacobus, Maria Stuart was getrouwd met haar neef, de stadhouder Willem III van Oranje. Beiden waren protestant en beide waren kleinkinderen van koning Karel I van Engeland. Voor de geboorte van Jacobus' zoon op 10 juni was Willem, na Maria's zuster Anna, derde in de lijn van erfopvolging.Deze volgorde van troonopvolging werd doorkruist door de Bill of Rights van 1689; zie Lijn van de Britse troonopvolging Er bestond echter een sterke factie aan het Engelse hof, onder leiding van Robert Spencer, de 2e graaf van Sunderland, die wilde bewerkstelligen dat Maria en Willem vanwege hun antikatholieke standpunten als troonopvolgers vervangen zouden worden door een katholieke Franse erfgenaam.