Vooruit (voorheen Socialistische Partij (SP) en Socialistische Partij Anders (sp.a)) is een Vlaamse sociaaldemocratische politieke partij. Ze wordt beschouwd als een centrumlinkse bestuurspartij.Patrick Vander Weyden, Koen Abts en Sophie Colpaert, "De sp.a leden doorgelicht", SamPol, december 2008, online geraadpleegd op 24 augustus 2021. Sinds 18 juli 2024 wordt ze voorgezeten door Conner Rousseau, nadat hij opnieuw verkozen werd als voorzitter.
Vooruit stamt af van de Belgische Werkliedenpartij uit 1885. In 1978 splitste de Belgische Socialistische Partij zich op in twee zelfstandige partijen in Vlaanderen en Wallonië. In 1980 ging de Vlaamse partij verder als de Socialistische Partij (SP). SP werd in 2001 de sp.a (Socialistische Partij Anders) en heet sinds 2021 Vooruit. Naar stemmenaantal is het de derde partij van Vlaanderen (2024) en naar ledenaantal de vierde (2017).
Ze is vertegenwoordigd in het Brussels, Vlaams, Federaal en Europees Parlement, zetelt in vijf provincieraden en komt op in ongeveer 270 van de 300 Vlaamse gemeenten. Sinds de lokale verkiezingen van 2018 zit ze in een derde van de gemeenten in het bestuurhttps://www.standaard.be/cnt/DMF20120421_00151411 en levert ze 13 van de 300 Vlaamse burgemeesters. Sinds 30 september 2024 is Vooruit vertegenwoordigd in de Vlaamse regering-Diependaele. Melissa Depraetere is viceminister-president en minister voor Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd. Caroline Gennez is minister voor Welzijn, Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen. Sinds 3 februari is de partij ook op het federale niveau vertegenwoordigd in de regering-De Wever. Frank Vandenbroucke (politicus) is naast derde vicepremier ook minister voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding. Rob Beenders maakte zijn rentree in de politiek en is minister voor Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen. De partij en haar voorlopers hebben sinds 1911 vaak deelgenomen aan federale regeringen en bestuurden van 1988 tot 2014 onafgebroken mee op Vlaams niveau.
Geschiedenis Voorgeschiedenis De partij is de Vlaamse afstammeling van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) die in 1885 werd gesticht. Voordien bestonden er in Vlaanderen andere, kortdurende socialistische partijen, zoals de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij en de Belgische Socialistische Arbeiderspartij. De BWP werd tijdens de Tweede Wereldoorlog de Belgische Socialistische Partij (BSP). In 1978 splitste de partij in de Parti Socialiste (PS) en een Vlaamse partij, die nog twee jaar BSP heette en in 1980 SP werd gedoopt.
1978–2001: Socialistische Partij In 1978 splitste de unitaire BSP-PSB zich in twee onafhankelijke partijen in Wallonië en Vlaanderen. Terwijl de Waalse vleugel de naam Parti Socialiste (PS) aan nam, bleef de Vlaamse vleugel de oude naam Belgische Socialistische Partij (BSP) voeren. Pas in 1980 liet de partij de "b" uit haar naam vallen en ging ze verder als Socialistische Partij (SP). Thema's als vrouwenemancipatie, milieu en hulp aan de derde wereld werden ook deel van het programma.
Achter partijkopstuk Karel Van Miert schaarde zich in het begin van de jaren tachtig een generatie zogenaamde 'jonge Turken', partijvernieuwers. Hun optreden in de oppositieperiode van 1981 tot 1987 bracht een andere manier van politiek bedrijven. Het Doorbraakmanifest werd onder hun invloed vergezeld van een interne partijvernieuwing: pragmatisch radicalisme en levenbeschouwelijke openheid en diversiteit werden statutair verankerd in de organisatie van de partij.
De SP had inmiddels een lange periode van besturen achter de rug als coalitiepartner van de ogenschijnlijk eeuwige regeringspartij CVP. België werd in die dagen een CVP-staat genoemd waarin corruptie, politieke benoemingen en cliëntelisme hoogtij vierden. In die hoedanigheid kwam de partij in 1995 in opspraak met de zaak rond smeergeld voor Agusta-helikopters, een zaak die de toenmalige NAVO-secretaris-generaal Willy Claes de kop kostte. Louis Tobback kon een kleine winst boeken met de campagne 'Uw sociale zekerheid' ondanks het Agustaschandaal. De SP deed een regeringsdeelname onder Dehaene II. De affaire Dutroux in 1996, gevolgd door de Witte Marsen zetten het land en de politiek op z'n kop. In 1998 werd Louis Tobback Minister van Binnenlandse Zaken en werd opgevolgd door Fred Erdman als voorzitter. In 1999 volgt de dioxinecrisis. Ook de SP leed er zwaar onder: vele politieke kopstukken moesten opstappen. Later ging men voorzitter Fred Erdman beschouwen als een overgangsfiguur. De electorale nederlaag in 1999 door de dioxinecrisis zorgde voor zijn vroegtijdig vertrek, hij werd opgevolgd door Patrick Janssens. In 1999 kwam er een paarsgroene federale regering.
In de jaren 2000 kwam de partij, door Frank Vandenbroucke, onder invloed van de Derde Weg, een soort middenweg tussen liberalisme en sociaaldemocratie. Die tendens ontstond bij Anthony Giddens, Tony Blair en het New Labour in het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland noemde men deze beweging Neue Mitte (geassocieerd met Gerhard Schröder).
2001–2021: sp.a thumb|Partijlogo van 2001 tot 2010 Patrick Janssens startte een vernieuwing en generatiewissel. De partijnaam werd in 2001 herdoopt tot Socialistische Partij Anders (sp.a) met als ondertitel Sociaal Progressief Alternatief. In 2003 werd Janssens burgemeester van Antwerpen en werd als voorzitter opgevolgd door de Limburger Steve Stevaert. Onder Steve Stevaert werkte de partij verder aan de vernieuwing en verbreding die door diens voorganger was ingezet, onder meer met een ideologische herbronning (Het Groot Onderhoud) en de samenwerking met het links-liberale Spirit.
thumb|De grootste zes Vlaamse partijen en hun behaalde resultaten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers. Van 1978 tot en met 2014, uitgedrukt in procenten voor 'Het Rijk'. De partij trok onder leiding van Johan Vande Lanotte naar de verkiezingen met de projectlijst. Deze moest ervoor zorgen dat er meer arbeiders in het parlement zouden komen. Uiteindelijk verliest de partij 9 zetels in de kamer. De partij kiest daarop voor de oppositiebanken. Als gevolg van de verkiezingsnederlaag in juni 2007 trekt Johan Vande Lanotte zich terug als partijvoorzitter. Caroline Gennez stelt zich samen met Dirk Van der Maelen kandidaat voor het voorzitterschap. Tegenkandidaat was Erik De Bruyn, die tijdens de campagne door Gennez een 'communist' genoemd werd - een incident dat breed uitgesmeerd werd in de pers. Op het partijcongres van 21 oktober worden Gennez en Van Der Maelen overtuigend verkozen. Tegen alle verwachtingen in kreeg echter ook De Bruyn de steun van heel wat partijafdelingen, waaronder de grootste sp.a-afdeling: Antwerpen. Erik De Bruyn en zijn running mate Elke Heirman behaalden 33,6 procent van de stemmen.Erik De Bruyn stapt uit sp.a en gaat met Rood! verder; De Morgen; 24 april 2011 Aan deze nederlaag is een fors prijskaartje van 1,3 miljoen euro per jaar verbonden en ontslag van ongeveer 300 medewerkers. De wegvallende ministeriële afdrachten aan de partijkas moeten ook in mindering gebracht worden.Nederlaag kost geld
Eind november 2008 werd het kartel met de VlaamsProgressieven (Vl.Pro.) opgezegd. Dit gebeurde na het ontslag van Bettina Geysen als voorzitter van Vl.Pro. en na het voorstel van Geert Lambert om met zijn partij een zelfstandige koers te varen. Vl.Pro.-oprichter Bert Anciaux dacht hier anders over: hij wilde bij de regionale en Europese verkiezingen van juni 2009 nog een laatste keer in kartel met de sp.a opkomen. Daarna moest er volgens hem worden gezocht naar een nieuwe formule. Dat kwam in de praktijk neer op een samensmelting van Vl.Pro met sp.a. Tijdens een partijraad van Vl.Pro. schaarde 68% zich echter achter het voorstel van Lambert. Daarmee had het progressief kartel sp.a/Vl.Pro formeel ophouden te bestaan. Daardoor trok toenmalig Vlaams minister Anciaux volledig de deur dicht met de VlaamsProgressieven. Hij begon daarop te onderhandelen met de sp.a tot een mogelijke aansluiting. Vrij snel werd duidelijk dat de socialisten hem niet zonder slag of stoot zouden aanvaarden. Vooral sp.a Rood vreesde dat de komst van Anciaux de partij enkel nog meer zou vervagen. Uiteindelijk stapte Anciaux midden januari 2009 toch over. Hij deed dat nadat de partij haar baseline wijzigde van Sociaal Progressief Alternatief naar Socialisten en Progressieven Anders. Voorzitter Caroline Gennez stelde voor om de partijnaam te veranderen in Socialisten en Progressieven Anders maar werd teruggefloten door enkele prominente partijleden.Ook Louis Tobback pikt naamsverandering sp.a niet Enkele zwaargewichten binnen de partij, waaronder Louis Tobback en Freddy Willockx, stelden dat dit niet kon zonder goedkeuring van een algemeen ledencongres. Het partijbureau kwam tot het compromis om enkel de baseline te veranderen.Gennez overleeft oorlog in sp.a Anciaux was trouwens niet de enige ex-Vl.Pro'er die de overstap maakte. Onder anderen Brussels parlementslid Fouad Ahidar, Stijn Bex, Joris Vandenbroucke en Jan Roegiers gingen hem vooraf. Het sp.a-partijbureau keurde tezelfdertijd ook een koepeltekst goed die de inleiding moest worden voor het verkiezingsprogramma van de Vlaamse socialisten, dat op 8 maart definitief zou worden vastgelegd op een algemeen ledencongres. In de tekst stond onder andere dat de partij openstond voor nieuwe progressieve kandidaten.
In de aanloop naar de regionale en Europese verkiezingen weigerde Caroline Gennez haar mandatarissen PVDA de nodige handtekeningen te verschaffen om deel te kunnen nemen.PVDA krijgt geen steun van sp.a om deel te mogen nemen aan stembusgang; Gazet van Antwerpen; 13 maart 2009 (gearchiveerd) sp.a werd in Vlaanderen bij de regionale verkiezingen van 7 juni 2009 de op twee na grootste partij met slechts 712 stemmen verschil met Vlaams Belang. De partij behaalt een resultaat van 15,27% (627.852 stemmen) en haalt 19 zetels binnen.Vlaams Parlement:Lijst Resultaten 7 juni 2009 Formateur Kris Peeters vormde een coalitieregering met CD&V, N-VA en sp.a in juli 2009 waarbij de sp.a drie ministers leverde aan de Regering-Peeters II, met name Ingrid Lieten, Freya Van den Bossche en Pascal Smet. Bij de Federale verkiezingen 2010 werd ze de derde partij in Vlaanderen en samen met de PS de grootste politieke familie in het parlement. De partij verloor licht ten opzichte van de federale verkiezingen in 2007. In de kieskringen Antwerpen en Limburg ging elk één zetel verloren voor de Kamer. In West-Vlaanderen boekte ze één zetel winst en in de kieskring Leuven werd ze met lijsttrekker Bruno Tobback de tweede partij. Ze behaalde 14,6% (659.043 stemmen) en haalde daarmee dertien zetels binnen voor de Kamer. In de Senaat behield de partij haar zeven zetels met een resultaat van 15,31% (613.091 stemmen). (Geert Lambert werd onafhankelijke na de breuk van het kartel sp.a-Spirit. Daardoor had de partij slechts zes zetels voor de verkiezingen.) De sp.a kreeg 15.000 euro extra federale overheidstoelagen voor haar verkozenen in Kamer en Senaat wat het totaal op 3,01 miljoen euro bracht. Ze kreeg ook 4,4 meer personeelsleden dan voorheen, wat het totaal op 41,14 bracht.laatste zin in: N-VA krijgt nu 4,6 miljoen euro en 63 werknemers De formatieonderhandelingen liepen moeizaam - ze waren de langstdurende formatie in de geschiedenis van België en duurde 541 dagen. De formatie werd uiteindelijk op 6 december 2011 afgerond met de eedaflegging van de regering-Di Rupo, waarin sp.a twee ministers (Johan Vandelanotte en Monica De Coninck) en één staatssecretaris (John Crombez) had.