miniatuur|Gedenkplaat voor Louis Bégault in zijn ereperk in de Derbylaan in Elsene
Louis Jules Amedée Bégault (Mortsel, 15 juni 1891 - concentratiekamp Dora, 19 februari 1945) was een Belgisch legerofficier, ondernemer en (postuum-)volksvertegenwoordiger.
Levensloop Louis Bégault werd in 1908, na zijn opleiding aan de Militaire School, officier bij de artillerie. Hij nam deel aan de Eerste Wereldoorlog en onderscheidde zich bij gevechten rond Antwerpen, in Pervijze, Diksmuide en Ieper. Hij werd gekwetst op 11 november 1916, maar keerde na enkele weken naar zijn eenheid terug. Hij werd verschillende malen vermeld op de dagorde van het leger.
Hij verliet het leger in 1920 met de graad van kapitein en nam leidende functies op in verschillende ondernemingen, zoals Marie Thumas, Le Soleil en Alibel. Hij werd voorzitter van de Kamer van Koophandel in Leuven en van de beheerraad van de Leuvense Maatschappij voor Goedkope Woningen. Hij werd ook rechter bij de handelsrechtbank in dezelfde stad.
In mei 1940 nam hij deel aan de Achttiendaagse Veldtocht, met de graad van luitenant-kolonel, als korpsoverste van het 34ste Regiment Artillerie. Na een korte gevangenschap in Duitsland hernam hij in augustus 1940 het burgerleven, en sloot spoedig aan bij het Geheim Leger.
Wanneer hij in het opgeëiste bedrijf waar hij de leiding van had onder druk werd gezet om de productie op te drijven om het Duitse leger te bevoorraden, vertraagde hij opzettelijk de werkzaamheden. Hij werd op 31 augustus 1943 na laf verraad gearresteerd door de Gestapo. Na drie maanden isoleercel in het kamp van Breendonk werd hij overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis. Van daar werd hij naar Duitse tuchthuizen gedeporteerd: Essen, Papenburg, Gross-Strelitz. Hij belandde op 1 november 1944 in het kamp van Gross-Rosen, en werd in februari 1945 naar het kamp Dora getransfereerd. Na vijf dagen zonder eten tijdens het transport, bij temperaturen beneden de dertig graden, kwam hij uitgeput in het kamp aan en overleed er enkele dagen later.
Plaatsvervangend Kamerlid Op de liberale lijst voor het arrondissement Leuven bij de wetgevende verkiezingen van 1939 werd Bégault verkozen als eerste opvolger voor het Kamerlid Charles De Jaegher. Toen deze op 14 april 1945 overleed, zou Bégault hem normaal zijn opgevolgd en hij werd dan ook op 24 april door de Kamer als dusdanig bevestigd.
Pas na een paar weken werd duidelijk dat hij al in februari van dat jaar in het concentratiekamp Dora was omgekomen. Men keerde zich dan tot de tweede opvolger, Paul Van de Velde, die op 2 mei 1945 beëdigd werd.
Hoewel Bégault, strikt genomen, nooit echt maar alleen virtueel parlementslid is geweest, wordt hij toch vermeld onder de Kamerleden, als herinnering aan zijn heldhaftig leven en werd hij in zitting van 2 mei 1945 door de rechtstaande Kamerleden plechtig herdacht. De voorzitter van de Kamer, Frans Van Cauwelaert, verklaarde onder meer: De dood van de heer Bégault is een ernstig verlies voor onze vergadering. Hij was niet alleen een hoogstaand man en een hartstochtelijk vaderlander. Hij was geroepen om door zijn veelzijdige kennis en grote werkkracht een gezaghebbend medewerker te worden van onze wetgevende arbeid.
Herdenking miniatuur|Bronzen gedenkplaat voor Louis Bégault op het familiegraf in Elsene In 1945 werd een bronzen herdenkingsmedaille met de beeltenis van Louis Bégault geslagen. Op het familiegraf op het kerkhof van Elsene is een bronzen gedenkplaat aangebracht met dezelfde afbeelding als de medaille, samen met de namen van de kampen waar hij werd opgesloten. In de Derbylaan te Elsene waar hij gewoond heeft is aan de hoek met de Simonaustraat op 19 mei 1988 een herdenkingsperk aangelegd ("le Clos Lieutenant-Colonel Louis Bégault") waar ook een dergelijke bronzen gedenkplaat is aangebracht. Hij staat ook vermeld op het monument in het Beluik van de 13 kolonels aan het Frère-Orbanplein in Brussel. Dit is tegelijk het nationaal monument voor alle leden van het Geheim Leger die zijn gesneuveld, terechtgesteld of gestorven in nazikampen. De Vaartdijk langs de Marie Thumasfabriek in Leuven, waar hij directeur was, heet sinds 1947 de Kolonel Bégaultlaan.
Kolonel Bégault was een van de tien gesneuvelde verzetsstrijders die na de oorlog door het gemeentebestuur van Wilsele (nu een deelgemeente van de stad Leuven in België) met een straatnaam werden herdacht. De negen andere zijn Henri Elsen, André Emond, Alfons Fierens, pastoor Karel Legrand, Armand Meys, Jules Persoons, Jan Van Avondt, Albert Wouters en Louis Wouters.
Op 30 juni 1950 werd Kolonel Bégault postuum erkend als “Gewapende Weerstander” voor de periode 1 januari 1942 tot 19 februari 1945. Op 13 mei 1952 werd hem postuum het "Statuut van Politieke Gevangene" toegekend voor de periode 31 augustus 1943 tot aan zijn overlijden op 19 februari 1945.
Literatuur Frans VAN CAUWELAERT, Rouwhulde Louis Bégault, in: Verslagen van de zittingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, vergadering van 2 mei 1945. Paul VAN MOLLE, Het Belgisch parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972. Istar Journal, Tijdschrift van het Bataljon Jagers te Paard, nr. 1, april 2012. https://monument.heritage.brussels/fr/Ixelles/Clos_Lieutenant-Colonel_Louis_Begault/10502025 Marnix BEYEN, Alleen nog maar een straatnaam? Verzetshelden in de Wilselse herinneringspolitiek, in Tijd-Schrift, jaargang 2, nummer1, 2012, pagina 23-35.
Categorie:Belgisch militair in de Eerste Wereldoorlog Categorie:Belgisch ondernemer Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Belgisch volksvertegenwoordiger Categorie:Kampgevangene in Gross-Rosen