thumb|280px|Merelmannetje op tuintafel Le merle noir (Frans voor: "De merel") is een kamermuziekwerk van de Franse componist Olivier Messiaen voor fluit en piano. Het bestaat uit een deel en is de kortste op zichzelf staande compositie van Messiaen, met een uitvoeringsduur van ruim vijf minuten. Het maakt inmiddels deel uit van het standaardrepertoire van Franse muziek voor fluit en piano.

Geschiedenis Messiaen schreef het werk in 1952, waarin het ook voor het eerst werd uitgevoerd.Niet 1951, het jaar dat Messiaen zelf opgaf. Zie Hill en Simeone, p. 199 Messiaen schreef het stuk in opdracht als concoursstuk voor het Parijse conservatorium waar Messiaen compositieles gaf.Hill & Simeone, p. 199 De winnaars van de Premier prix in het fluitconcours van dat jaar waren Daniel Morlier, Jean Eustache, Jean Ornetti, Régis Calle en de Britse fluitist Alexander Murray.Informatie van het Conservatoire national supérieur de musique.

De compositie Het stuk maakt een verbinding tussen het gezang van vogels en de twaalftoonsmuziek, en klinkt ondanks de strenge ordeningsprincipes van deze muziek toch geïmproviseerd. Het stuk combineert traditionele elementen, namelijk Messiaens transcripties van merelmotieven en elementen afgeleid uit de twaalftoonsrijen. De opbouw van het stuk is volgens het schema A-B-A'-B'-Coda. De verschillende onderdelen zijn door rusten van elkaar gescheiden. In het A-deel en de herhaling met variatie speelt de fluit een lange solo, geïnspireerd door het gezang van de merel. De B-delen hebben een meer ritmische structuur. Het laatste deel, het Coda is slechts gedeeltelijk beïnvloed door de merelzang en melodieën en ritmes staan hier in dienst van de compositietechniekIrna Priore: ''The Compositional Techniques of Messiaen's Le Merle Noir.

De piano begint met een korte sequens van negen chromatische tonen, bestaande uit vijf opgaande en vier dalende noten. Dit motief herhaalt zich meerdere malen, bijvoorbeeld oplopend aan het eind van de eerste fluitsolo, en aflopend aan het einde van het tweede solo. Aan het begin van het B-deel komt de piano met een frase die onmiddellijk door de fluit wordt overgenomen en verlengd.www.naxos.com: Flötenmusik aus Frankreich In dit deel speelt ritme een belangrijke rol.

Vogelgeluiden Paul Dukas, de leraar van Messiaen, motiveerde zijn leerlingen om naar vogels te luisteren. Messiaen had al zijn hele leven een grote interesse in vogels en vogelgeluiden, zodat deze raadgeving bij hem in goede aarde viel. De studie van vogelgeluiden was zeer grote invloed op het vroege werk van Messiaen. Le merle noir was niet zijn eerste werk waarin vogelgeluiden werden nagebootst. Het was wel het eerste dat voornamelijk op vogelzang was gebaseerd,Griffiths, Grove waarmee het vooruitblikt naar Messiaens latere, langere, vogel-geïnspireerde stukken en waarmee de tien jaar durende fase begon waarin Messiaen zich voornamelijk wijdde aan vogelgeluiden.www.musiktext.de: Le Merle noir (1951)

Externe links

Paul Griffiths: "Olivier Messiaen", Grove Music Online (toegang met abonnement), ed. L. Macy (geraadpleegd 31 maart 2007) Gegevens van het werk op de site van de IRCAM Irna Priore: The Compositional Techniques of Messiaen's Le Merle Noir. In: Flute Talk Magazine. 20: 11–13, april 2001 Roger Nichols: ‘Le merle noir’: The Case of a Blackbird in a Historical Pie. In: The Musical Times. 129: 648–650, december 1988

Categorie:Compositie voltooid in 1952 Categorie:Compositie van Olivier Messiaen Categorie:Compositie voor fluit en piano