De narcismineervlieg (Norellia spinipes) is een vliegensoort uit de familie van de drekvliegen (Scathophagidae). De wetenschappelijke naam werd in 1826 door Johann Wilhelm Meigen gepubliceerd als Cordylura spinipes; de soort werd later in het geslacht Norellia geplaatst.
Kenmerken De narcismineervlieg is overwegend geelachtig tot roodbruin gekleurd en heeft opvallend sterk bedoornde voorpoten. De kop is grotendeels geel met donkere vlekken op het achterhoofd en de antennen zijn geel. Het borststuk is grotendeels dof en draagt vier donkere lengtestrepen. Het achterlijf is glanzend en heeft een donkere middenstreep.
Op de vleugels bevinden zich donkere vlekken rond de dwarsaders en een donkere vlek nabij de vleugeltop. De vleugellengte bedraagt bij mannetjes ongeveer 5,3–6,7 mm en bij vrouwtjes ongeveer 6,4–7,3 mm. De soort kan worden onderscheiden van de verwante Norellia tipularia door onder meer kenmerken van de borstels op de poten, de beharing van de arista, de tekening van het achterlijf en de geslachtsorganen.
Levenswijze De larven leven als mineerder in de bladeren van narcissen (Narcissus). Ze vreten gangen in de bladeren en verplaatsen zich daarbij naar de basis van de plant, waar de verpopping plaatsvindt. Bij een zware aantasting kunnen ook de bollen worden beschadigd. Volwassen vliegen worden vooral in het voorjaar op en rond narcissen aangetroffen.
Verspreiding De soort komt voor in verschillende delen van Europa. In Nederland is de narcismineervlieg opgenomen in de Checklist of the Diptera of the Netherlands.
De Jong meldde in 1985 verschillende Nederlandse vondsten, vooral uit de binnenduinrand ten zuiden van het Noordzeekanaal, waaronder waarnemingen uit Driehuis, Overveen, Heemstede, Vogelenzang en Lisse. Daarnaast waren exemplaren bekend uit Putten en Wageningen. In april 1984 werden tientallen exemplaren aangetroffen op bladeren van de wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) in de duinbossen ten zuidwesten van Haarlem.
Oudere Nederlandse vermeldingen van N. spinipes bleken gedeeltelijk op verwarring met Norellia tipularia te berusten. Zo werden exemplaren die in 1925 uit uit Hongarije geïmporteerde bollen waren gekweekt later door De Jong als N. tipularia gedetermineerd.
Categorie:Drekvliegen