Er is een tovenaar in Rommelgem (oorspronkelijke Franstalige titel: Il y a un sorcier à Champignac) is een verhaal uit de stripreeks Robbedoes en Kwabbernoot.
Het verhaal is bedacht door Henri Gillain en getekend door André Franquin. In albumvorm werd voor het eerst uitgegeven in 1951 bij uitgeverij Dupuis, als tweede volledige album uit de reeks; het eerste album bevatte vier individuele verhalen. Het verhaal was het jaar daarvoor in afleveringen verschenen in het tijdschrift Spirou, in de nummers 653 (19 oktober 1950) tot en met 685 (31 mei 1951).
Het is tevens het eerste lange verhaal uit de reeks.
Omslagtekening De kaft van het album is in de loop van de jaren gewijzigd. Oorspronkelijk had het geen volgnummer. In de jaren zeventig werd de tekening op de voorzijde vervangen door een volledig geüpdatete versie in de toenmalige stijl van Franquin.
Voor de Portugese vertaling van dit album uit 1967 maakte Franquin een andere omslagtekening, die ook zou worden gebruikt bij een Duitse vertaling uit 2002. De alternatieve omslagtekening werd niet gebruikt bij een Nederlandstalige uitgave.Weetje v/d week: Weetje 303 Speciale Robbedoes-cover voor Portugal door André Franquin, Stripspeciaalzaak.be
Achtergrond miniatuur|left|Het kasteel van Skreuve, de inspiratiebron voor het kasteel van Rommelgem miniatuur|left|Renault AG, waarop de wagen van de graaf van Rommelgem gebaseerd is miniatuur|left|Sugar Ray Robinson stond model voor Reg Cougar Bangbingson In 1950 kwam Franquins leermeester Jijé (Joseph Gillain) terug uit de Verenigde Staten, waar hij zelf ook enige tijd in diens gezelschap vertoefde. Jijé werd vaak vergezeld door zijn broer Henri. Henri Gillian was een wiskundeleerkracht die voor Jijés reeks Blondie en Blinkie het verhaal De blanke neger had bedacht. Franquin had na de eerdere avonturen in de stad en het wilde westen zin om verhaal te maken dat zich op het platteland afspeelde. Henri beloofde Franquin dat hij zo'n verhaal zou proberen te schrijven. Terwijl hij toezicht hield bij examens, zag hij aan de muur een afbeelding van een paddenstoel en kwam zo op het idee om een verhaal rond magische paddenstoelen te maken. Voor het plattelandsdorp baseerde hij zich op herinneringen uit zijn jeugd aan vakanties bij zijn grootvader in Corbion. Hij schreef het verhaal op in een schriftje en legde zo de basis voor het fictieve plattelandsdorp Rommelgem, dat ook later meermaals de plaats zou worden waar de verhalen van Robbedoes en Kwabbernoot zich afspelen. Hij verzon ook de Franse naam voor het dorp, Champignac, een verwijzing naar het Franse woord voor paddenstoel, champignon. Franquin nam het verhaal van Henri aan, maar moest het inkorten; Franquin vond er genoeg stof in voor drie scenario's. Henri Gillain gebruikte als pseudoniem "Jean Darc", omdat het beroep van leraar combineren met dat van stripauteur toen niet geapprecieerd werd. Hun samenwerking beperkte zich tot dit ene album.
Er is een tovenaar in Rommelgem leverde niet alleen het plattelandsdorp op, maar was eveneens het verhaal waarin een van de belangrijkste nevenpersonages uit de stripreeks zijn optreden maakte: de graaf van Rommelgem. In dit verhaal is hij aanvankelijk de tegenspeler van de hoofdrolspelers, later groeit hij uit tot een goede vriend. Om inspiratie op te doen voor alle voornamen van de graaf, doorbladerden Franquin en zijn vrouw Liliane een kalender. Behalve de graaf was dit verhaal ook het debuut voor andere personages die in de reeks terugkeren: gemeenteambtenaar Frunnik en de burgemeester met de hoogdravende woorden. Voor de retoriek van de burgemeester baseerde Franquin zich op het Franse humoristische tijdschrift L'Os à moelle van Pierre Dac, die daarin absurde teksten schreef, en op het breedsprakige personage Joseph Prudhomme van schrijver Henri Monnier.
Om zich te documenteren voor een dorp, nam Franquin foto's in het Franse Laon. De "Franse provincestijl" die er volgens hem heerste, beviel Franquin. De keuze voor een Frans dorp was enigszins ingegeven door het beleid van uitgeverij Dupuis. De uitgever wou zich niet beperken tot de Belgische markt en richtte zijn pijlen op de Franse markt. Daarom vroeg het bedrijf van zijn tekenaars om niet al te "Belgisch" te tekenen. Ondanks dat verwerkte Franquin toch ook plaatselijke kenmerken. Zo duiken er typische Brusselse agenten van die tijd op, met zwarte cape en witte helm en stok. Een ander Brussels kenmerk is het beeldenpark in het verhaal. Dat is gebaseerd op het Warandepark. Franquin was er overigens niet van overtuigd dat een sterk verhaal in een Brusselse setting slecht zou verkopen.
In het verhaal belandt een van de beelden in het park op een step. Franquin tekende het beeld naar een afbeelding in de Petit Larousse. Het stelt Mercurius voor, die als enige kledingstuk een druivenblad had. Dupuis stuurde de tekening terug met de vraag het beeld aan te kleden. Een andere interventie vanuit Dupuis betrof de kleding Robbedoes. Op de tweede plaat is Robbedoes aan het fietsen in korte broek, maar Dupuis zag hem liever in zijn vertrouwde tenue. Verderop in het verhaal trekt Robbedoes zijn lange broek weer aan.
Voor het kasteel van Rommelgem baseerde Franquin zich op het kasteel van Skreuve in Natoye, dat hij naar eigen zeggen kende dankzij zijn schoonvader, die in de buurt een vriend had waardoor Franquin en zijn vrouw daar vaak kwamen. Volgens de latere eigenaar had Franquin het gebouw op dat moment enkel gezien op foto's die zijn vrouw als kind had gemaakt. Franquin nam de mankementen van het gebouw dat hij op de foto's zag over. De Duitse bezetters hadden het kasteel tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet. Bij de bevrijding vluchtten ze en lieten het gebouw exploderen. Nadien werden enkele ramen dichtgetimmerd, wat in de tekeningen te zien is. Ook de deuren van het bijgebouw werden nauwkeurig overgenomen.
De aftandse wagen waarmee de graaf in het verhaal rondrijdt, is een Renault AG 1, een bekend model van de Taxis de la Marne.
In het verhaal gaat de graaf van Rommelgem een bokswedstrijd aan tegen een zekere Reg Cougar Bangbingson. Deze bokser is gebaseerd op Sugar Ray Robinson, een van de bekendste boksers uit de 20ste eeuw.
Verhaal
Robbedoes en Kwabbernoot gaan kamperen in Rommelgem. In het dorp komen ze allerlei vreemde dingen tegen: een varken in blauw met zwarte stippen en een koe die in één nacht graatmager is geworden en geen melk meer geeft. In de wei groeien bovendien vreemde paddenstoelen. De twee vrienden maken zich er niet druk in en zetten hun tent op nabij een kasteel.
Tijdens een nachtelijk onweer gaat Robbedoes nog even buiten. Bij een bliksemschicht ziet hij een zigeuner lopen die een reuzenkonijn draagt. Kwabbernoot gelooft het verhaal van Robbedoes niet. Even later blijkt de tent te zijn vernield. De twee besluiten aan te bellen bij het kasteel om daar onderdak te vragen. Er hangt een bordje met de melding "onnodig te bellen". Robbedoes trekt toch aan de bel, die echter niet werkt. De boodschap op het bordje is plots veranderd in "Vlucht! Het is hier onveilig!". Als ze vervolgens een reuzenslak zien opduiken, weten ze zeker dat het op deze plek niet pluis is en ze vluchten weg.
De volgende ochtend staan ze verkouden op en gaan op onderzoek uit. Ze gaan eerst bij de zigeuner kijken. Enkele dorpelingen betichten deze man van tovenarij en bedreigen hem. De burgemeester komt tussenbeide en laat de man opsluiten. Op dat moment arriveert de graaf van Rommelgem, die de eigenaar is van het kasteel. Robbedoes en Kwabbernoot spreken deze man over hun nachtelijk avontuur. De graaf zegt hierop van niets te weten en geeft hun een lift naar het dorp. Onderweg passeren ze de boer met de graatmagere koe, die nu plots onophoudelijk melk geeft. De melk blijkt echter te zijn betoverd; daar waar de melk op de wei terechtkomt, groeien plots paddenstoelen. In het dorp komt een andere boer aan de burgemeester zijn kalf tonen, dat in slechts een paar uur tijd een volwassen koe is geworden. Nog terwijl de boer zijn verhaal doet, valt het dier dood neer van ouderdom.
Plots wordt de burgemeester weggeroepen: de zigeuner is ontsnapt nadat het gemeentepersoneel in slaap werd gebracht. Er groeien nu overal paddenstoelen. Personeelslid Frunnik bevestigt dat ze in slaap werden gebracht door iets dat naar paddenstoelen rook. De dorpelingen nemen opnieuw het heft in handen en gaan gewapend met geweren, stokken en gereedschap op zoek naar de vermeende tovenaar. Een klein groepje vindt de zigeuner. Robbedoes en Kwabbernoot achtervolgen de mannen en vrezen het ergste voor de zigeuner, maar voor de dorpelingen hem kwaad kunnen doen, worden ook zij beneveld door een paddenstoelengas. Robbedoes en Kwabbernoot kunnen nog net ontsnappen en gaan een kijkje nemen in de woonwagen van de zigeuner. Ze vinden een reusachtige konijnenpoot, die moet zijn van het konijn dat Robbedoes eerder zag. Ook vinden ze een kookpot met daarin een brouwsel van paddenstoelen.
In de nacht wordt Kwabbernoot ontvoerd. De ontvoerder heeft een spoor van paddenstoelen gevolgd. Robbedoes volgt het spoor, dat hem leidt tot aan het kasteel. Hij breekt het poortje open en komt in de tuin terecht. Daar ontdekt hij een reusachtige paddenstoel en muis en een dwergkoe. Bij het kasteel komt de graaf Robbedoes tegemoet. De graaf doet zijn relaas: hij is inderdaad de tovenaar van Rommelgem. Omdat de zigeuner valselijk beschuldigd werd, heeft hij die man bevrijd. Zijn toverkunsten zijn bedoeld als wetenschappelijke experimenten met paddenstoelen. Omdat hij financieel aan de grond zit, werden de dieren van het dorp zijn proefdieren. Kwabbernoot is zijn eerste menselijke proefkonijn geworden. Robbedoes is aanvankelijk zeer verontwaardigd over de handelwijze van de graaf. De graaf injecteert een nieuwe stof bij Kwabbernoot, die ligt te slapen. Kwabbernoot wordt daardoor oersterk en verlaat in razernij het domein van de graaf.
Tijdens hun aftocht zien Robbedoes en Kwabbernoot dat de zigeuner weer belaagd wordt door dorpelingen. Kwabbernoot schakelt hen dankzij zijn superkrachten gemakkelijk uit. De zigeuner is dankbaar en legt de helden uit dat het grote konijn van de andere nacht door hem gestroopt was. In het dorp doen ze het relaas over de graaf aan de burgemeester, maar die durft de graaf niet aan te pakken. De inspuiting krijgt nog een ander effect op Kwabbernoot: in de nacht begint Kwabbernoot een fluorgeel licht uit te stoten. De volgende dag is zijn kracht wel volledig voorbij.