thumb|King Lear, schilderij door Lilly Martin Spencer Koning Lear (Engelse titel: King Lear) is een toneelstuk van Shakespeare dat voor het eerst op 26 december 1606 werd opgevoerd in Whitehall Palace voor de Engelse koning Jacobus I. Shakespeare schreef het kort na Othello (1603/1604) en voor Macbeth (1606). Samen met Hamlet worden deze stukken genoemd als zijn vier grootste tragedies.
Na het herstel van de monarchie in Engeland in 1660 (zie Restauratie) werd het toneelstuk dikwijls door theatermakers gewijzigd omdat die niet hielden van de donkere, deprimerende toon. Sinds de Tweede Wereldoorlog is men het echter gaan beschouwen als een van Shakespeares grootste prestaties. De rol van Koning Lear is door vele grote acteurs gespeeld, waarbij vaak de opvatting werd nagevolgd dat deze alleen door een oudere acteur mocht worden vertolkt.In Nederland is de rol onder andere gespeeld door John Kraaijkamp sr. Het stuk was een belangrijke inspiratiebron voor Akira Kurosawa bij het schrijven van het scenario voor Ran (1985).
Verhaalbronnen Shakespeares stuk is gebaseerd op verschillende verhalen over Leir of Lear, de legendarische pre-Romeinse koning van Brittannië die in de 8e eeuw v.Chr. geleefd zou hebben. Zijn voornaamste bron was waarschijnlijk een uitgave uit 1587 van The First Volume of the Chronicles of England, Scotland and Ireland, van Raphael Holinshed. Dát boek was weer gebaseerd op de Historia regum Britanniae van Geoffrey van Monmouth uit de 12e eeuw.
Het subplot over Gloucester en zijn zonen is gebaseerd op een gedicht dat tijdens het leven van Shakespeare werd geschreven: Arcadia (Chapter X) van Philip Sidney. Het verhaal wordt ook kort verteld in een episode van The Faerie Queene van Edmund Spenser (Book 2, Canto 10). Daarnaast ontleende hij aan een religieus pamflet uit 1603 de namen van de demonen die Edgar schijnbaar plagen in de vierde scène van het derde bedrijf.Sidney Lamb (ed.), Shakespeare's King Lear, CliffsComplete. New York: Wiley Publishing, Inc, 2000, , p.19
Tekst Het stuk werd ingeschreven in het Stationers' Register op 26 november 1607, met een vermelding over de eerste opvoering: "... upon S. Stephans night at Christmas last", dus op 26 december 1606. Hoeveel eerder Shakespeare de tekst schreef is niet met zekerheid te zeggen. Dat wordt gekozen voor 1605 is gebaseerd op de registratie op 13 mei 1606 van het toneelstuk The Fleer van Edward Sharpham, waarin een scène voorkomt die sterk gelijkt op wat Shakespeare schrijft over koning Lear die de vermomde Kent in dienst neemt.Act I, scene 4:Follow me, thou shalt serve me.
King Lear verscheen eerst in druk als kwartotekst ('Quarto') in 1608. Een aanzienlijk verschillende tekst verscheen in 1623 in de First Folio. Volgens onderzoek vertegenwoordigt de eerste tekst het stuk zoals Shakespeare het oorspronkelijk schreef, en de tweede een herziening die hij later doorvoerde. Het was niet ongewoon dat hij zijn teksten reviseerde door veel kleine aanpassingen te maken, maar in het geval van King Lear zijn de wijzigingen bijzonder ingrijpend. The Oxford Shakespeare (second edition, 2005) publiceert om die reden beide versies: de Quarto Text en de Folio Text, hoewel andere uitgevers nog steeds verkiezen om op basis van de twee versies een gecompileerde tekst te publiceren.
De eerste kwarto wordt Pied Bull Quarto genoemd. Een tweede kwarto werd samen met een aantal andere Shakespearestukken gepubliceerd in 1619, drie jaar na de dood van de auteur. Die second Quarto bevat enkele pagina's gekopieerd uit de eerste kwarto en enkele gecorrigeerde pagina's, mogelijk door Shakespeare zelf. In de First Foliotekst van 1623, mogelijk afkomstig uit een prompt book van het stuk, ontbraken 300 geschrapte regels quartoteksten, en werden er 100 nieuwe regels aan toegevoegd. Tot de verwijderde scènes behoren Lears schertsproces van Goneril en Regan, Kents kennisname van Cordelia's leed, en de dialoog van de dienaren van Gloucester nadat hij werd blind gemaakt.
Mogelijke invloeden Niet lang voor Shakespeare King Lear schreef, was er sprake van een rechtszaak waarbij de oudste van drie dochters probeerde om haar vader Sir Brian Annesley krankzinnig te laten verklaren zodat ze zijn bezit in handen zou krijgen. Dit werd echter verhinderd door de jongste dochter, Cordell, die haar vader met succes verdedigde tegen de claim van haar zuster. Deze gebeurtenis zal Shakespeare mogelijk geïnspireerd hebben voor een deel van de plot. Een andere invloed kan het verhaal zijn van een burgemeester van Londen, William Allen, die na het verdelen van zijn bezit onder zijn drie dochters door hen in de steek gelaten werd.
Belangrijke thema's en motieven thumb|Cordelia, door William Frederick Yeames (1888) Rechtvaardigheid: het stuk is zo gewelddadig en vol rampen, dat zich bij de toeschouwer de vraag opdringt of er wel rechtvaardigheid bestaat op aarde. Er bestaat echter goedheid en deugdzaamheid in de persoon van Cordelia, ook al sterft ze op het einde. King Lear is geen opwekkend stuk, en zo er een boodschap in zit van rechtvaardigheid, dan is het dat het moeilijk te voorspellen zal zijn of waanzin en dood uiteindelijk over goedheid zullen triomferen. Autoriteit versus chaos: King Lear handelt zowel over politieke autoriteit (Lear als leider) als over de machtsverhoudingen binnen een familie (Lear als vader). Als Lears autoriteit faalt, dan zal chaos heersen over de natie en over zijn familie. Het thema van stabiliteit door autoriteit sprak Shakespeares tijdgenoten zeker aan. Elizabeth I had in 1603 haar rijk kinderloos achtergelaten, met onzekerheid over de troonopvolging als gevolg. Verzoening: Ondanks de duistere en ongelukkige sfeer, verzoent Lear zich uiteindelijk op een dramatische wijze met Cordelia.
Personages Koning Lear is de heerser over Brittannië. Hij is een patriarchaal persoon die door een verkeerde inschatting van zijn dochters zijn eigen teloorgang tekent. Goneril is Lears oudste dochter en vrouw van de hertog van Albany. Regan is Lears tweede dochter en vrouw van de hertog van Cornwall. Cordelia is Lears jongste dochter. De Hertog van AlbanyDeze titels zijn anachronistisch. Het eerste gebruik van de titel Duke of Albany/Hertog van Albany gebeurde in 1398. De eerst keer dat Duke of Cornwall/Hertog van Cornwall werd gebruikt is rond 1140. Voor Earl of Gloucester/Graaf van Gloucester was dit in 1122 en de titel Earl of Kent/Graaf van Kent werd voor het eerst gebruikt in 1067. Het verhaal speelt zich echter af voor de Romeinen in Brittannië kwamen, dus eerder dan 55 v.Chr. is Gonerils echtgenoot. Goneril veracht hem vanwege zijn zachte karakter. Later in het stuk keert hij zich tegen zijn vrouw. De Hertog van Cornwall is Regans echtgenoot. Hij laat Lear achter op het veld tijdens een storm en steekt Gloucesters ogen uit. Na zijn aanval op Gloucester valt een van zijn dienaars hem aan en brengt hem dodelijke verwondingen toe. De Graaf van Gloucester is Edgars vader. Hij heeft ook een bastaardkind, Edmund. Edmund stookt hem op tegen Edgar, en deze vlucht met een 'nieuwe naam', Tom of Bedlam. De Graaf van Kent is steeds trouw aan Lear maar hij wordt verbannen door de koning nadat hij protesteerde tegen Lears behandeling van Cordelia. Hij vermomt zich en dient de koning zonder dat deze zijn echte identiteit weet. Edmund is Gloucesters buitenechtelijke zoon. Hij werkt samen met Goneril en Regan om zijn ambities te bevorderen. Er ontstaat een driehoeksrelatie tussen hen drieën. Edgar is de zoon van de graaf van Gloucester. Vermomd als Tom of Bedlam, helpt hij zijn blinde vader. Aan het eind van het stuk neemt hij de heerschappij over. Oswald is Gonerils bediende en wordt beschreven als een "nuttige schurk". Hij probeert Gloucester te vermoorden maar hij wordt zelf vermoord door Edgar. de Nar is toegewijd aan Lear en Cordelia.
Synopsis Eerste bedrijf thumb|Cordelia in the Court of King Lear (1873) door John Gilbert De graaf van Kent, de hertog van Gloucester en zijn onwettige zoon Edmund bespreken aan het hof de verdeling van het landgoed van de koning. Zij beschouwen welke van Lears schoonzonen de voorkeur geniet: de hertog van Albany of die van Cornwall.
Gloucester introduceert zijn onwettige zoon Edmund; het publiek komt te weten dat hij ook een tweede zoon heeft (Edgar) die legitiem is en dat hij van beide zonen evenveel houdt.
Koning Lear komt binnen met de Hertogen van Cornwall en Albany, Goneril, Regan, Cordelia en suppoosten. Hij vraagt Gloucester om de koning van Frankrijk en de hertog van Bourgondië te halen, die beiden interesse hebben getoond om te trouwen met Lears favoriete dochter Cordelia.
Lear zet vervolgens zijn plan uiteen in een lange toespraak.
Lear, koning van Groot-Brittannië, vindt dat hij te oud wordt om te regeren en wil zich terugtrekken uit de taken van de monarchie. Hij besluit zijn rijk te verdelen onder zijn drie dochters. Hij verkondigt dat hij het grootste aandeel zal geven aan degene die het best duidelijk kan maken van hem te houden. Stilletjes is hij van plan om zijn jongste en favoriete dochter, Cordelia, het mooiste deel van zijn rijk te schenken. Maar dan moet Cordelia wel afdoende haar liefde bepleiten.
De oudste, Goneril, spreekt eerst en verklaart haar liefde voor haar vader in zwaar aangezette bewoordingen. Geroerd door haar vleierij en nog voordat Regan (de middelste dochter) en Cordelia een kans hebben om te spreken, zegt Lear Goneril een mooi aandeel in zijn koninkrijk toe.
Regan spreekt als tweede. Lear kent vervolgens aan Regan haar aandeel toe, zodra zij heeft gesproken. Wanneer ten slotte de beurt is aan zijn jongste en favoriete dochter, Cordelia, weigert ze aanvankelijk iets te zeggen ("Niets, mijn heer"). Na aandringen van Lear (“denk toch na, van niets komt niets”) verklaart ze: “Mijn liefde is nergens mee te vergelijken. Het is de liefde van een dochter voor haar vader, niets meer en niets minder.” Daarin is ze eerlijk, maar niet zo poëtisch en zeker minder vleiend dan haar zusters. "Ik kan niet zeggen dat al mijn liefde u toekomt. Mijn zussen zeggen dat wel, maar ze zijn getrouwd, dus dat is vreemd." Lear wordt woedend, maar Cordelia weigert om haar liefdesverklaring mooier te maken dan hij is. Lear verklaart briesend dat hij Cordelia onterft en dat haar deel wordt verdeeld tussen haar zussen. Vervolgens verbant hij haar uit zijn rijk.
De graaf van Gloucester en de graaf van Kent zien dit gebeuren. Zij beseffen dat, door het opdelen van zijn rijk tussen Goneril en Regan, Lear zijn rijk feitelijk in gelijke delen toegewezen heeft aan de echtgenoten: de hertog van Albany (Gonerils echtgenoot) en de hertog van Cornwall (Regans echtgenoot). De Graaf van Kent protesteert tegen de oneerlijke behandeling van Cordelia. Dit protest drijft hij net iets te ver door; ook hij wordt ter plekke door Lear verbannen.
De hertog van Bourgondië en de koning van Frankrijk hebben beiden een oogje op Cordelia en bij Lear om haar hand verzocht. Lear roept hen bij zich en legt de situatie uit. Als hij hoort dat Cordelia onterfd is, trekt de hertog van Bourgondië zijn huwelijksaanzoek in. De koning van Frankrijk echter, is onder de indruk van Cordelia’s eerlijkheid en verbaasd dat Lear zijn favoriete dochter zo tekort heeft gedaan. Hij herhaalt zijn verzoek om Cordelia te trouwen.
Lear kondigt aan dat hij, nu hij al zijn bezittingen heeft verdeeld over Goneril en Regan, afwisselend bij Goneril en Regan en hun echtgenoten zal wonen. Een gevolg van honderd ridders zal hem vanaf nu vergezellen. Hij meldt ook dat hij én zijn gevolg door de dochters zullen moeten worden onderhouden, omdat hij immers nu al zijn bezittingen heeft weggegeven.
Goneril en Regan spreken even onder vier ogen, waaruit blijkt dat ze weinig meenden van hun verklaringen van liefde; zij zien Lear als een dwaze oude man.