De adellijke ark is het honderdvierendertigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het verhaal is geschreven en getekend door Paul Geerts.

Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 23 juni 1979 tot en met 2 november 1979. De eerste albumuitgave in de Vierkleurenreeks was in maart 1980, met nummer 177.

Locaties Antwerpse Zoo met het standbeeldje van Suske en Wiske, Babylon (Irak aan de Perzische Golf en de Eufraat) met de Hangende Tuinen en het paleis van koning GigameshEen verwijzing naar Gilgamesj

Personages Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik, Jerom, professor Barabas, Ut Napishtim (de Noë van Babylonië), Babiloke (papegaai), vrouw en baby, P. Huttekens (archeoloog), Stoemper en Pitser, Lowie en Charel (oppassers in dierentuin), agent, lijfwachten van koning Gigamesh, Babyloniërs, Kaisi de gorilla, dierentandarts Van Tuyn

Uitvindingen de Teletijdmachine, de Gyronef, Vitamitje.

Het verhaal

Suske en Wiske gaan naar de ZOO Antwerpen, waar ook hun eigen standbeelden staan. Ze maken een opmerkelijke foto van een papegaai en een man in een vliegende ark, die eerder al door Lambik en Jerom werden gezien. De archeoloog P. Huttekens probeert hun de foto af te pakken, wat mislukt. Samen met Sidonia gaan de kinderen terug naar de dierentuin. Dan is Wiske ineens verdwenen; Huttekens en zijn twee handlangers Stoemper en Pitser hebben haar gegijzeld. Ze eisen de foto op, en dreigen Wiske anders te zullen doden.

Wiskes ontvoerders blijken op zoek te zijn naar het wrak van de ark van Ut NapishtimUt Napishtim is een verwijzing naar een figuur uit het Gilgamesj-epos, vergelijkbaar met Noach De foto willen ze voor veel geld willen verkopen aan een buitenlands museum, als bewijsmateriaal. Nu Wiske van deze plannen op de hoogte is, willen de ontvoerders haar als gijzelaar meenemen. Jerom en Lambik redden haar en vinden ook Ut Napishtim en Babiloke, maar de ontvoerders zijn ontsnapt en hebben de foto.

De vrienden gaan naar professor Barabas. Daar vertelt Ut dat hij in de prehistorie onsterfelijk is geworden, omdat hij tijdens een zondvloed in Babylon zoveel dieren heeft gered met zijn ark. Babylon lag aan de Perzische Golf, waar tegenwoordig de staat Irak is. Ut heeft de aanvullende taak gekregen om het gedrag van mensen tegenover dieren te blijven controleren. Er dreigt nu echter een groot gevaar: als het Huttekens en diens mannen lukt om de plek waar de ark nu is verborgen te vinden, zal de ark hierdoor ontheiligd worden, met als gevolg dat Ut zijn onsterfelijkheid zal verliezen.

Suske en Wiske reizen met de teletijdmachine naar het tijdperk dat de zondvloed net op het punt staat zich te voltrekken. Ze komen terecht in de hangende tuinen van Babylon en gaan daar naar een kroegje. Daar komen ze een lijfwacht van koning Gilgamesh tegen. Ze vernemen dat het leger de ark wil gaan aanvallen, en worden meegenomen. Lambik en Jerom arriveren ook via de teletijdmachine en ze redden de kinderen voordat die het paleis worden binnengebracht. De vrienden ontmoeten een man die hen naar de ark van Ut Napishtim brengt. Inmiddels trekken er enorme wolken samen boven het land; de zondvloed zal snel beginnen. Van alle diersoorten komen er twee naar de ark, een mannetje en een wijfje, soms ook nog met hun jongen. De vrienden brengen alle dieren in de ark, maar de volgende morgen staat de landmacht klaar voor de aanval. Net dan begint het te regenen en het leger slaat op de vlucht. Als het water uiteindelijk weer zakt, blijft de ark op een bergtop steken. Babilo komt met een jeneverbestakje naar de ark en de vrienden gaan aan wal.

Dan flitst Barabas de vrienden terug naar het heden en ze gaan met de Gyronef opnieuw op zoek naar de ark. Als ze stoppen voor proviand, raken ze slaags met Huttekens, Stoemper en Pitser. Toch bereiken ze de berg als eerste. Barabas heeft Vitamitje meegegeven en Suske en Wiske rijden de berg op. Daar ziet Wiske een lichtflits van de spiegel die ze eerder in het geheim heeft achtergelaten op de plek waar de ark zich bevindt. Jerom verstopt de ark in een grot en blokkeert de ingang met rotsen, zodat de ark onvindbaar zal blijven. De vrienden keren terug naar huis met de Gyronef, waar Ut hun vertelt dat er nog veel dierenleed bestreden moet worden.Ut vertelt over het neerknuppelen van zeehondjes en de walvisjacht. De jacht op zeehondjes is ook een onderwerp in De woelige wadden (1982). Lambik gaat in zijn vrije tijd dieren verzorgen in de dierentuin van Antwerpen.

Achtergronden bij het verhaal In Het drijvende dorp, een verhaal dat een jaar eerder uitkwam, vernamen Suske en Wiske dat ze een eigen standbeeld zouden krijgen. Aan het einde van Het statige standbeeld bezoeken ze dit beeld in het atelier van beeldhouwer René Rosseel. In ditzelfde verhaal gaan ze in de Antwerpse Zoo naar het beeld kijken, waar het ook in het echt nog steeds te bewonderen valt. De ark van Ut Napishtim en het gegeven dat er van elke diersoort twee exemplaren worden meegenomen, zijn een verwijzing naar het verhaal van de Ark van Noach uit het Oude Testament.

Uitgaven

Externe link De adellijke ark, Suske en Wiske op het WWW

Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1980