Zen of chán is een vorm van boeddhisme die sterk de nadruk legt op dhyana en introspectie. Hiermee wordt inzicht verkregen in de eigen ware aard, om zo de weg te openen naar een bevrijde manier van leven. Chán is een van de grotere Chinese scholen in het mahayana-boeddhisme. In Japan en het westen is de school bekend onder de naam zen (Japans 禅).
Chán in China Ontstaan thumb|left|Mahakasyapa|150px
Volgens de overlevering is zen in India ontstaan, toen de Boeddha een bloem omhooghield en Kasyapa glimlachte. Hiermee liet hij zien de essentie van de dharma, die niet in woorden wordt uitgedrukt, te hebben begrepen. Hiermee werd de leer aan Kasyapa overgedragen, de tweede patriarch van zen.The Record of Transmitting the Light. Zen Master Keizan's Denkoroku, 2003. vertaald door FD Cook, Boston: Wisdom Publications
In deze legende wordt de sterke invloed van het taoïsme op de totstandkoming van zen genegeerd. Zen is sterk beïnvloed door de op meditatie gerichte 'leer zonder woorden' van Laozi en Zhuang Zi. Zo geeft Thomas Hoover in het boek Meesters van Zen duidelijk aan dat taoïsme en boeddhisme de beide wortels van Ch'an, het latere zen zijn: De vroege Chinese leermeesters van meditatie, dhyana in het Sanskriet, Ch'an in het Chinees, namen de taoïstische traditie van de intuïtie over en de latere zenmeesters gebruikten vaak taoïstische wijsheden.
Het zenboeddhisme zoals dat zich eerst in China als Ch'an en later in Japan als zen zou ontwikkelen werd sterk door het confucianisme beïnvloed en vooral door het taoïsme. Ray Grigg betoogt in zijn boek The Tao of Zen (1994, 1999), dat wat bekend is als het traditionele Chinees-Japanse zenboeddhisme, eigenlijk bijna volledig op de Chinese taoïstische filosofie was gegrondvest, aangepast met onderdelen van het Mahayana-boeddhisme.
Bodhidharma thumb|Bodhidharma door Miyamoto Musashi
Het boeddhisme werd in de eerste eeuw CE geïntroduceerd in China.Whalen Lai: Buddhism in China: A Historical Survey Ch'an is de Chinese verbastering van Indische dhyana-meditatie (ध्यान), die beïnvloed werd door het Chinese taoïsme. Het taoïsme kende al een aantal vormen van meditatie zoals zitmeditatie en 'zitten in vergetelheid' maar volgens de legende werd Ch'an rond 475Red Pine (vertaler)(1993), Bodhidharma. De oorsprong van Zen. Amsterdam: Uitgeverij Karnak of 520Snelling, John (1987), The Buddhist Handbook. A Complete Guide to Buddhist Teaching and Practice. London: Century Paperbacks geïntroduceerd door Bodhidharma, een Indiase of Perzische monnik. Hij was de 28ste Indiase patriarch van zen en de eerste Chinese patriarch. Rond die tijd waren in het zuiden zo'n 2.000 tempels en 36.000 monniken en in het noorden 6.500 tempels en 80.000 monniken.
Het boeddhisme dat Bodhidharma propageerde was sterk gebaseerd op de Lankavatara-sutra,Lankavatara Sutra: inleidingLankavatara Sutra: tekst waarin de tathagatagarba of boeddha-natuur en de alijvijnana gecombineerd worden.Gregory, Peter N. (1991), Sudden Enlightenment Followed by Gradual Cultivation: Tsung-mi's Analysis of Mind. In: Peter N. Gregory (editor)(1991), Sudden and Gradual. Approaches to Enlightenment in Chinese Thought. Delhi: Motilal Banarsidass Publishers Private Limited. Pagina 289-290 Hierdoor werd de nadruk gelegd op het direct zien van de ware aard van de geest, namelijk leegte: de ware aard van de mens heeft geen kenmerken die kunnen worden beetgegrepen. Het zien hiervan doet de mens ontwaken en doorbreekt de illusies die de geest schept. Dit inzicht opent de weg naar een bevrijde manier van leven, ongehinderd door de passies, verlangens en angsten die ons leven beheersen.
Het is de vraag in hoeverre de verhalen over Bodhidharma historisch correct of apocrief zijn. In de Overdracht van de lamp (t'eng shi, Transmission of the lamp), samengesteld door de Japanse zenmeester Keizan (geb. 1253), zelf geen accuraat historisch verslag, worden aspecten van de Bodhidharma-legende gerelativeerd. Er wordt verteld dat Bodhidharma niet op een rietstengel maar op een klein bootje de Yangtze-rivier overstak.
Zen-lineage De traditie van de overdracht van de leer via een opeenvolging van meesters ontstond in de 6e en 7e eeuw CE. Voorgangers waren collecties van verhalen over vooraanstaande monniken. De Ch'an-scholen gebruikten deze literaire vorm om hun school legitimiteit te verlenen, door zijn ontstaan terug te voeren op Shakyamuni Boeddha zelf. Het eerste als zodanig gecomponeerde werk is de Ch'uan fa-pao chi (Geschiedenis van de overdracht van de Dharma-schat) uit 710 CE. Hierin wordt Bodhidharma beschreven als de eerste patriarch. De zesde patriarch is Fa-ju (637-689). De zevende patriarch is Shen-hsiu (606?-706).Yampolski, Philip (1999), Ch'an. A Historical Sketch. In: Yoshinori, Takeuchi (editor)(1999), Buddhist Spirituality. Later China, Korea, Japan and the Modern World. Delhi: Motilal Banarsidass Publishers Private Limited. Pagina 3-23
In een ander werk uit deze periode wordt de overdracht van de Lankavatara-soetra beschreven. Hierin is Gunabhadra, de vertaler van de Lankavatara-soetra, de eerste patriarch, Hui-Neng de zesde en Shen-hsiu de zevende. Deze indelingen wijken af van de bekende indeling, met Bodhidharma als eerste patriarch en Hui-Neng als zesde.
Tang-dynastie De Tang-dynastie (618-907) wordt gezien als de Gouden Tijd van Ch'an. In deze periode leefden de legendarische Ch'an-meester Hui-Neng (638-713), Ma-tsu (709-788), Huang Po (Obaku, overleden na 850)Dun, Ad van (vertaler)(1996), Huang Po. In eenheid zijn. Scholing in Zen-bewustzijn. Heemstede: Altamira. Nederlandse vertaling van oorspronkelijke Engelse vertaling door John Blofeld en zijn leerling Lin-Chi (Rinzai, overleden 866).
Hui-Neng wordt gezien als de zesde zen-patriarch. Deze status verkreeg hij pas na zijn dood. Oorspronkelijk werd Shen-hsiu gezien als de zesde patriarch. Hij genoot een hoge status aan het Chinese hof. Shen-hui, geboren in 670 of 672, was een leerling van Hui-Neng. In 732 begon hij een grote aanval op de leringen van Shen-hsiu's school, de Noordelijke School. Hij veroordeelde diens leeringen als geleidelijke verlichting, in tegenstelling tot de plotselinge verlichting van de Zuidelijke School. Shen-hsiu zou op oneigenlijke wijze de overdracht hebben verkregen, die eigenlijk Hui-Neng toekwam. De details van dit apocriefe verhaal staan in de bekende Platform-soetra van Hui-Neng.Platform Sutra Vroege versies van deze soetra, ontdekt in Dunhuang, laten zien hoe deze soetra in de loop van een langere periode ontwikkeld en aangepast is. Hieruit blijkt dat de Platform-soetra geen geschiedkundig werk is, maar een religieus werk dat een specifieke interpretatie van het boeddhisme wil overbrengen.McRae, John (2005), Introduction. In: Dumoulin, Heinrich (2005), Zen Buddhism: A History. Volume 1: India and China. World Wisdom Books. . Pagina xxxii - xxxiii Hoewel de beschuldiging van "gradualisme" niet correct was, heeft het een diepgaande invloed gehad op Ch'an. Plotselinge verlichting werd de normFaure, Bernard (1991), The Rhetoric of Immediacy. A Cultural Critique of Chan/Zen Buddhism. Princeton, New Jersey: Princeton Universitu Press. en Hui-neng werd de archetypische zesde patriarch, waarop alle daaropvolgende scholen zich beriepen.
Halverwege de achtste eeuw, na de An Lu-shan opstand van 756, begon de Tang-dynastie in te storten. Het stedelijke Ch'an, dat bescherming genoot van de keizers, verloor aan invloed. Er ontstonden nieuwe scholen, die zich wel beriepen op Hui-Neng, maar geen partij meer kozen in het debat over plotselinge of geleidelijke verlichting. De school van Ma-tsu (709-788), de zogeheten Hongzhou School, was een van deze scholen.Whalen Lai: Ma-Tsu Tao-I And The Unfolding Of Southern Zen Het Ch'an wat nu ontstond was aards en nuchter en minder geïnteresseerd in leerstellige discussies.
In 845-846 vond er een grote vervolging van het boeddhisme plaats. Na de An Lu-shan opstand had de centrale regering haar macht niet meer goed weten te herstellen. De vervolging van het boeddhisme die plaatsvond was een manier om tempelrijkdommen te confisqueren en monniken, die waren vrijgesteld van belastingen, terug het burgerleven in te jagen. Het was een grote klap voor het stedelijke Ch'an, maar versterkte het Ch'an van de buitengebieden, dat zich wist te handhaven en het Chinese boeddhisme ging domineren. In deze tijd ontstonden ook de zogeheten vijf scholen, waaronder die van Lin-Chi (Rinzai) en Ts'ao-tung (Sōtō).
Song-dynastie Tijdens de Song-dynastie (960-1297) was het boeddhisme in China in verval. Er werd teruggekeken op het Ch'an van de Tang-dynastie als een gouden tijd van Ch'an. Overleveringen uit deze periode vormden de basis voor de zogeheten ontmoetingsverhalen, waarin vraag-en-antwoord dialogen tussen meesters en leerlingen worden beschreven. Het zijn deze ontmoetingsverhalen die sterk hebben bijgedragen aan het beeld van zen in het westen: "The anecdotes of middle Chan encounter dialogue represent the stories repeated most often in popular books on Chan/Zen as examples of paradoxical but enlightened behavior."Mcrae, John (2003), Seeing through Zen. Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism. The University Press Group Ltd. . Pagina 19 Deze ontmoetingsverhalen waren de voorlopers van de koans. Door het toepassen van literaire technieken werden deze ontmoetingsverhalen gestileerde teksten. De introductie van de boekdrukkunst maakte het mogelijk om boeddhistische teksten op grote schaal te verspreiden, waaronder Ch'an-teksten. Dit dus in tegenstelling tot het populaire idee van "Een directe overdracht, van geest op geest, buiten de geschriften om"!Mcrae, John (2003), Seeing through Zen. Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism. The University Press Group Ltd.
Een bekende uitspraak uit deze tijd, die apocrief werd toegeschreven aan Bodhidharma, is de directe overdracht:"Een eigen overdracht (van de leer) (jiaowai biechuan) Die niet plaatsvindt door middel van taal (buli wenzi) Het wijst direct naar de menselijke geest (zhizhi renxin) En veroorzaakt zo dat iemand zijn ware aard ziet en een Boeddha wordt (jianxing chengfo)".George A. Keyworth, vertaling van directe overdracht
De Song-dynastie controleerde de Ch'an-scholen door de instelling van Vijf Bergen en Tien Tempels, vijf hoofdtempels en tien minder belangrijke tempels. In lijn hiermee werden de koans door Ta-hui Tsung-kao (1089-1163) gesystematiseerd, om ze toegankelijker te maken voor monniken en leken. Dit was zo succesvol, dat Ta-hui houtblokken en afdrukken van de Pi-yen lu, ("Blauwe Rots") vernietigde, omdat hij ze zag als een hindernis voor werkelijke beoefening. Desondanks bleef dit systeem succesvol en verspreidde het zich ook naar Japan.
Na de val van de Song-dynastie werd Ch'an gesteund door de Mongoolse overheersers (1279-1368), maar veranderde ook van karakter. Tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) speelde het geen grote rol meer.
Zen in Japan Kamakura (1185-1333) In de zesde eeuw werd het boeddhisme geïntroduceerd in Japan. Tijdens de Kamakura-periode (1185-1333) won zen aan populariteit. Het sloot aan bij de levenshouding die de samurai nastreefden: zonder angst de dood onder ogen zien, en intuïtief en spontaan handelen.Snelling, John (1987), The Buddhist handbook. A Complete Guide to Buddhist Teaching and Practice. London: Century Paperbacks
Rinzai Zen (Chinees: Lin-chi) werd geïntroduceerd door Eisai (1141-1215). Sōtō Zen werd geïntroduceerd door Dogen (1200-1253).
Ashikaga (of Muramachi) (1336-1573) Tijdens de Ashikaga-periode verloor zen aan kracht en originaliteit.D.T. Suzuki, in: Snelling, John (1987), The Buddhist handbook. A Complete Guide to Buddhist Teaching and Practice. London: Century Paperbacks. Pagina 186
De Rinzai school had het meeste succes in deze periode, omdat het favoriet was bij de militaire heersers. Een bekende leraar uit deze periode is Ikkyu.
Azuchi-Momoyama en Edo (1573-1868)