miniatuur|Protest tegen homoseksuelen van de controversiële Westboro Baptist Church. Antihomoseksueel geweld is het fysiek mishandelen of verbaal bedreigen van homoseksuelen. Ook wordt wel de term antihomogeweld gebruikt, maar die is minder correct, aangezien het slachtoffer niet altijd homoseksueel hoeft te zijn. In de omgangstaal wordt ook wel gesproken van potenrammen, waarbij de dader wordt aangeduid als een potenrammer. In het Engels wordt de term gaybashing gebruikt. Antihomoseksueel geweld kan een uiting zijn van homofobie.

Verschijnsel Antihomoseksueel geweld is de gewelddadige uiting van discriminatie op grond van seksuele voorkeur en is daarmee vergelijkbaar met racistisch en religieus geweld, waarbij het feit dat iemand tot een andere groep behoort voldoende aanleiding is tot het uitoefenen van geweld. Een extreme vorm is homofobe of correctieve verkrachting met als doel het slachtoffer heteroseksueel te maken of te dwingen zich aan de traditionele geslachtsrollen te conformeren.

Als gekeken wordt naar verbaal geweld (pesten en treiteren), dan blijkt dit voornamelijk voor te komen op de werkplek of op scholen. Hier zijn de daders bijna altijd autochtoon. Ruim een derde van de geweldplegers zijn bekenden van de slachtoffers. Bij pesten ligt dit boven de 80%. Vaak gaat het hier om collega's.

Uit een onderzoek uit 2006 door het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap (een zelfstandig onderdeel van het Kennisnetwerk van de Politieacademie) gebaseerd op een enquête onder drieduizend leden van het COC en Expreszo, bleek dat de 776 respondenten bij bijna de helft (47%) van alle soorten geweldsdelicten daders met een blank uiterlijk aangaven. Van de daders had 40% een allochtoon uiterlijk. Van deze groep had iets meer dan de helft een Marokkaans uiterlijk. Dertien procent betrof meerdere daders met een gemengd uiterlijk. Vierentwintig van de respondenten waren ooit fysiek mishandeld.M. van San en J. de Boom, "Geweld tegen homosexuelen", P&W-Verkenningen 18, 2006.

In 2021 liet de gemeente Amsterdam een onderzoek uitvoeren naar discriminatie en geweld jegens lhbti-personen, gebaseerd op 15 diepte-interviews met slachtoffers en interviews met hulpverleners en politiemedewerkers. De slachtoffers ervoeren met regelmaat uiteenlopende vormen van agressie, terwijl Roze in Blauw als slecht functionerend werd ervaren.Parool.nl: Uitgescholden, bedreigd en niemand die iets doet: voor lhbtq’s is het ‘gewoon’ geworden, 20 juli 2021; zie ook het onderzoeksrapport Actieonderzoek Anti-Discriminatie LHBTIQ+, 1 februari 2021.

Cijfers voor Amsterdam In 2007 deden zich in Amsterdam 201 gevallen van antihomoseksueel geweld voor: 38 gevallen van serieuze bedreiging, 17 gevallen van beroving en 67 gevallen van fysiek geweld. Omdat veel van dergelijke incidenten niet gemeld worden, wordt vermoed dat de werkelijke aantallen aanmerkelijk hoger liggen. 42% van deze gevallen vond plaats binnen het homo-uitgaansleven en op homo-ontmoetingsplaatsen.Laurens Buijs, Gert Hekma, & Jan Willem Duyvendak, "Als ze maar van me afblijven - Een onderzoek naar antihomoseksueel geweld in Amsterdam", Amsterdam University Press, 2009, p. 125 e.v. Gebaseerd op enquêtes op scholen, gesprekken met risicogroepen en interviews met plegers van antihomoseksueel geweld uit 2007 en 2008. Vanaf 2008 zijn er voor Amsterdam de volgende cijfers beschikbaar:

Antihomogeweld in Amsterdam Jaar Totaal aantalmeldingen Waarvan metfysiek geweld 2008COCAmsterdam.nl: Veiligheid 300 54 2009Nu.nl: Nieuws in cijfers: Meer meldingen homogeweld , 6 augustus 2011 371 82 2010 487 182 2011Gaylegal.nl: Homogeweld, en nu? 564 176 2012Parool.nl: Meer homogeweld in Amsterdam, 29 juli 2014 488 176 2013 535 189 2014 ? ? 2015Zie de video met politiewoordvoerder Ellie Lust op NOS.nl, 5 augustus 2016. ca. 550 ca. 185 2016AT5.nl: Vijftienhonderd mensen lopen mars tegen homogeweld, 5 april 2017. 600 180

Bij het totaal aantal meldingen in Amsterdam over het jaar 2007 was 96% van de slachtoffers man. Van de daders had 38% een Nederlandse, 28% een Marokkaanse, 7% een Surinaamse, 5% een Turkse, 15% een andere niet-westerse en 7% een andere etnische achtergrond. Bij fysiek geweld hadden 36% van de daders een Nederlandse en eveneens 36% een Marokkaanse achtergrond. De meeste verdachten waren tussen de 20 en 25 jaar oud en in 51% van de gevallen handelden zij in groepsverband.Laurens Buijs, Gert Hekma, & Jan Willem Duyvendak, "Als ze maar van me afblijven - Een onderzoek naar antihomoseksueel geweld in Amsterdam", Amsterdam University Press, 2009, p. 48-55.

Cijfers voor Nederland Begin 2014 publiceerde de politie een rapport dat voor het eerst inzicht gaf in de omvang van antihomoseksueel geweld in geheel Nederland. Het bleek dat er tussen januari 2009 en september 2013 769 gevallen van geweld en dreiging met geweld geregistreerd werden, waarvan 60% betrekking had op Amsterdam, waar de registratie beter wordt bijgehouden dan elders in het land. Ook bij dit landelijke cijfer geldt dat veel slachtoffers geen melding of aangifte gedaan zullen hebben.Politie.nl: Anti-homogeweld in Nederland, 22 januari 2014

Volgens dit landelijke onderzoek heeft 75% van de slachtoffers (alleen) de Nederlandse nationaliteit en is 84% man. Van de daders heeft 61,8% de Nederlandse, 16,6% de Marokkaanse (eventueel samen met de Nederlandse), 5,5% de Turkse, 2,5% de Roemeense en 11,5% een minder vaak voorkomende nationaliteit en is bijna 93% man. De meeste verdachten zijn tussen de 19 en 25 jaar oud.Politierapport: Anti-homogeweld in Nederland, januari 2014

In 2009 registreerde de politie voor heel Nederland 428 gevallen van discriminatie en geweld tegen lhbt'ers, wat in 2014 was gestegen tot 1403.NOS.nl: 'Homo's durven minder vaak hand in hand te lopen', 5 augustus 2016. In 2015 waren er 1574 meldingen en aangiftes, waarbij het stijgende aantal waarschijnlijk hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door een hogere aangiftebereidheid en niet zozeer doordat het voor homoseksuelen onveiliger is geworden. Blijkens een onderzoek uit 2016 wordt door hooguit 10% van de slachtoffers aangifte gedaan.Volkskrant.nl: Is het nu onveiliger voor homo's op straat? De feiten op een rij, 3 april 2017

Voor 2016 werden door de politie 1295 gevallen van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid geregistreerd.Discriminatie.nl: Discriminatiecijfers in 2016 Voor 2017 waren dat er 954, meestal betrof het uitschelden, maar in 239 gevallen ging het om fysiek geweld. 90% hiervan had betrekking op homoseksualiteit. Bij andere antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) kwamen in 2017 in totaal 195 meldingen van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid binnen.Politie.nl: Discriminatiecijfers in 2017, p. 21.

In 2018 registreerde de politie 847 meldingen van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid, waarvan 95% betrekking had op homoseksuele mannen en 4% op lesbische vrouwen. In 473 gevallen (56%) ging het om uitlatingen, 189 keer (22%) betrof het geweld.Rijksoverheid.nl: Discriminatiecijfers in 2018, 2 april 2019, p. 25.

Meldingen van homodiscriminatie in Nederland Jaar Totaal aantalmeldingen Waarvan metfysiek geweld 2014 1403 ? 2015 1574 ? 2016 1295 134 2017 954 239 2018 847 189

Cijfers voor Vlaanderen Uit onderzoek in 2022 bleek dat 89% van de Vlamingen vond dat het eenieder vrijstaat om zijn of haar seksuele voorkeur te beleven en te uiten. In het openbaar hand in hand lopen vond 73% vanzelfsprekend als het om twee vrouwen gaat, tegen 59% bij twee mannen. 62% van de Vlamingen zou hun kind volledig steunen als het als homoseksueel of lesbisch uit de kast zou komen. Wanneer een kind transgender zou zijn lag dat percentage op 40%. Van de lhbt-personen voelde de helft zich niet veilig om hun geaardheid of genderidentiteit te uiten en een kwart van hen zei om die reden fysiek bedreigd te zijn geweest.HLN.be: 1 op de 4 LGBTQ+-personen krijgt te maken met fysiek geweld: “Een verontrustend cijfer”, 10 augustus 2022.

Oorzaken Uit onderzoek in 2008 blijkt dat geweld tegen homoseksuelen vooral voortkomt uit afkeer van gedragingen die afwijken van traditionele rolpatronen. Met name gaat het dan om (passieve) anale seks, vrouwelijk of "nichterig" gedrag, zichtbare uitingen van homoseksualiteit en de angst om door homo's als lustobject gezien te worden. Dat laatste aspect was een directe aanleiding voor 40% van de geweldsincidenten. Voor jongeren van Marokkaanse komaf bleek passieve anale seks het meest aanstootgevend, voor autochtone jongeren zijn dat meestal vrouwelijke gedragingen. Religieuze overtuigingen bleken geen rechtstreekse aanleiding te zijn voor antihomoseksueel geweld.

Geweld tegen homo's wordt in de meeste gevallen niet vooraf gepland, maar vindt spontaan plaats, al komt het wel voor dat daders uit nieuwsgierigheid bewust homo-uitgaansgebieden of -ontmoetingsplaatsen opzoeken. Groepsdruk speelt vaak een belangrijke rol om tot geweld over te gaan: jongeren willen op die manier laten zien dat zij stoer en mannelijk zijn, en niet zwak en vrouwelijk zoals homo's in hun ogen zijn. Zulk gedrag kan dan een gebrek aan maatschappelijke status compenseren, aangezien daders relatief vaak een lage opleiding, geen werk en een problematische thuissituatie hebben.

36% van de geweldsincidenten in Amsterdam werden door jongeren van Marokkaanse komaf gepleegd, terwijl zij in hun leeftijdscategorie slechts 16% van de bevolking uitmaken. Het genoemde onderzoek uit 2008 vond hier geen eenduidige verklaring voor, maar noemt factoren als relatief slechtere sociaaleconomische omstandigheden, vaker dan andere jongeren in groepen op straat hangen en de stigmatisering van Marokkanen in het maatschappelijk debat, waarbij de acceptatie van homoseksualiteit als voorwaarde voor integratie wordt gesteld.

Ontwikkeling Van oudsher vindt antihomoseksueel geweld plaats in de buurt van homo-ontmoetingsplaatsen, veelal op buitenlocaties zoals natuurgebieden, parkeerplaatsen en parken. Omdat het geweld vaak 's nachts plaatsvindt en de aangiftebereidheid van homo's niet groot is (een aanzienlijk deel van de bezoekers van homo-ontmoetingsplaatsen leidt een dubbelleven), is de pakkans voor de daders relatief laag. Een extreem voorbeeld werd in 1976 bezongen door Rod Stewart in zijn The killing of Georgie (part I & II).

Jaren 80 In Nederland was er in 1984 ophef over 'potenrammerij', nadat een groepje jongemannen naar de homo-ontmoetingsplaats in het Amsterdamse Vliegenbos waren gegaan om homo's te molesteren. Daarbij kwam een gehuwde homoseksuele man om het leven. Als reactie daarop volgde een grote demonstratie tegen antihomogeweld en betuigde burgemeester Ed van Thijn zijn medeleven tijdens een bezoek aan het COC, waarbij hij ook aankondigde maatregelen te zullen nemen.Gert Hekma, Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd, Amsterdam 2004, p. 138.

In Amsterdam werd in de jaren tachtig zo'n twee keer per jaar een oudere homoman door een prostitué beroofd en om het leven gebracht, vaak met excessief geweld, wat vermoedelijk op homofobie bij de dader duidt. Een vergelijkbaar misdrijf deed zich voor in juli 2005, toen de van oorsprong Thaise transseksueel Irene, bekend als entertainer uit de Reguliersdwarsstraat, na een beroving in haar woning werd vermoord.Volkskrant.nl: Twaalf jaar cel voor moord op transseksueel, 22 februari 2006.

Dergelijk geweld tegen homo's kwam ook elders in Nederland voor en het was COC Groningen dat in 1985 als eerste een samenwerking met de politie aanging om dit tegen te gaan, onder meer door middel van een voorlichtingscampagne. Dit project kreeg navolging in andere steden.Floor Bremer, "Pronkjewail in roze raand. Vijftig jaar COC in Groningen", Uitg. Geschiedeniswinkel RUG, Groningen 1999, p. 53.

21e eeuw