Tutoyeren (Frans tutoyer van tu = jij en toi = jou) of jij-zeggen is iemand aanspreken met jij, je of jou. Men gebruikt dus géén "u", de beleefdheidsvorm. Het tegenovergestelde (wél u zeggen) wordt wel vousvoyeren genoemd, naar het Franse woord vous (het overeenkomstige Franse woord is overigens vouvoyer zonder s).

Het Nederlands kent ook de woorden jijen, jouen en jijjouwen, die alle dezelfde betekenis hebben.

Gebruik Tutoyeert men iemand, dan spreekt men hem of haar meestal ook met de voornaam aan (of met de achternaam zonder "meneer" of "mevrouw" ervoor). Dit geldt niet voor oudere familieleden die doorgaans met de familierelatie ("mama", "opa" enz.) worden aangesproken, ook als ze getutoyeerd worden.

In veel talen, waaronder het moderne Engels, bestaat geen onderscheid tussen tutoyeren en vousvoyeren, maar men heeft ook daar de keuze iemand wel of niet met de voornaam aan te spreken, zodat er tóch een vorm van tutoyeren bestaat.

Tutoyeren kan als onbeleefd gelden, afhankelijk van de relatie en leeftijd van de sprekers. Volgens de etiquette wordt eenieder geacht om een ander met u aan te spreken, totdat een van beiden het initiatief neemt aan te geven dat het niet langer noodzakelijk is aangesproken te worden met u en/of met mijnheer of mevrouw. Het is de oudere of hogere in rang die daartoe het initiatief neemt. Bij bezoek is het de gastheer/gastvrouw, of alleszins degene die het initiatief voor het gesprek heeft genomen. In de praktijk wordt er echter spontaan getutoyeerd als men vindt dat men de ander goed genoeg kent.

In Vlaanderen is in de omgangstaal de oude vorm gij (ge), waarvan u de objectsvorm is, nog algemeen gebruikelijk, zowel in een vertrouwelijk als in een formeel register (hoewel voor dat laatste ook vaak "u" wordt gebruikt). In het onderwijs worden alleen de vormen "jij" en "je" aangeleerd, maar onder invloed van het dialect en de Vlaamse tussentaal blijft "gij"/"ge" dominant in de spreektaal.

Moderne lezers van oudere Nederlandse boeken krijgen weleens de indruk dat iedereen elkaar met "u" aanspreekt. Dit is echter een misvatting. De aanspreekvorm is in de nominatief "gij", wat tot in de 20e eeuw niet als beleefdheidsvorm werd gezien, en de objectsvorm daarvan is "u". Thans is "u" ook een subjectsvorm en in die zin een beleefdheidsvorm.

In de praktijk kent het Nederlands verschillende gradaties:http://ans.ruhosting.nl/e-ans/05/02/04/02/body.html formeelu, uwminder formeeljulliehiermee komt het meervoud beter tot uitdrukking jeklinkt minder nadrukkelijk dan jij/jou/jouw en is daardoor gemakkelijker te gebruikenfamiliairjij, jou, jouw

Verschillende vormen Vousvoyeren komt voor in de volgende vormen: Derde persoon: de spreker zegt niet "jij", maar "mijn heer" of "de koning" of "hij". Duits: "Sie" (met meervoudige verbuiging van het werkwoord), voorheen ook "Er" en "Sie" (het laatste tegen vrouwen met enkelvoudige verbuiging) Nederlands: "u" Italiaans: "Lei" Meervoud: de spreker spreekt iemand niet in het enkelvoud, maar in het meervoud aan. De aangesproken persoon is belangrijk – hij telt voor twee. Duits: "Sie" in plaats van "du" Frans: "vous" in plaats van "tu" Engels: "you" in plaats van "thou" ("thou" is in de standaardtaal geheel verdrongen – behalve in enkele bepaalde gebieden van Noord-Engeland – en geldt thans eerder als plechtig dan als tutoyeren) Nederlands: "gij" in plaats van "du" ("du" was reeds in de 15e eeuw geheel verdrongen, behalve in Noord-Nederland, zodat "gij" niet meer als beleefdheidsvorm werd herkend) Russisch: "вы" in plaats van "ты" Waals: "vos" in plaats van "ti" Nederigheid: de spreker zegt niet "ik" maar "uw knecht". Maleis: "saja" Nederlands: "uw dienaar" Engels: "your servant" Hoofdletters: dit is uiteraard alleen in geschreven teksten merkbaar. Nederlands: "U" en "Uw" (thans nog slechts voor God) Duits: "Sie" en "Du" (het laatste alleen in brieven en andere teksten die door de aangesprokene worden gelezen) Noors: "De" (slechts in zeer formele taal gebruikt) Een vorm van het tweede komt voor bij vorsten, die niet "ik", zeggen maar "wij". Zij spreken in de pluralis majestatis. Het spreekt vanzelf dat alleen een vorst zich een dergelijke onbescheidenheid kan veroorloven. In de praktijk komt dit alleen voor bij het afkondigen van wetten. Geheel anders is het pluralis modestiae, waarmee een schrijver vermijdt te veel aandacht op zichzelf te vestigen.

Andere vormen Men tutoyeert niet alleen in de 2e persoon van het persoonlijk voornaamwoord. Ook in andere woorden kan men formeel of informeel zijn. Dit onderscheid geldt ook in het Engels.

Een voorbeeld is het gebruik van een voornaam, roepnaam of koosnaam. Ook dit zou men tutoyeren kunnen noemen en meestal gaat het samen met tutoyeren. Vousvoyeert men iemand, dan spreekt men hem/haar aan met "meneer" of "mevrouw" of eventueel met "dokter", "professor", "Hoogheid" enz.

Vergelijkbaar is het gebruik van de woorden "dame" en "heer". Het neutrale "vrouw" en "man" wordt over het algemeen minder beleefd gevonden. Men spreekt tegenwoordig dan ook meestal van "herenschoenen", "damesfiets", "herenhorloge", "dameshockey" enz. In het begin van de 20e eeuw hadden de spoorwegen compartimenten in de 1e klas voor dames en heren, en in de 3e klas voor mannen en vrouwen, blijkens het opschrift. Hetzelfde onderscheid werd in bedrijven gemaakt tussen de toiletten op de werkvloer en die voor de directie. Tegenwoordig zal men nog slechts zelden toiletten voor "mannen" en "vrouwen" aantreffen.

Geschiedenis Historisch gezien is tutoyeren de gewone manier van aanspreken. Het tegendeel, het vousvoyeren, is betrekkelijk nieuw.

In de Bijbel komt vousvoyeren eigenlijk alleen voor als men een koning aanspreekt, of als de spreker achting wil uitdrukken. Voorbeelden zijn te vinden in Esther 5:8, Genesis 41:25-35, Genesis 33:13-14 (waar Jakob zijn eigen broer vousvoyeert), I Samuel 25:24-28. In moderne Bijbelvertalingen, zoals de NBV is dit niet altijd even duidelijk weergegeven, en worden bovendien de woorden "u" en "jij" gebruikt naar het inzicht van de vertaler.

In het Latijn werd aanvankelijk iedereen, tot aan keizers en goden toe, getutoyeerd. Vanaf de vierde eeuw werden de keizers gevousvoyeerd, maar het gebruik werd pas in de veertiende eeuw algemeen.

Het huidige tutoyeren is overigens ontstaan uit het vousvoyeren in de vroege middeleeuwen. De huidige vormen "jij" en "gij" waren in die tijd namelijk nog hoofdzakelijk beleefdheidsvormen, waarbij het oudere "du" de normale enkelvoudsvorm was. Deze vorm werd echter na verloop van tijd als te onbeleefd beschouwd, waardoor men ten slotte iedereen ging vousvoyeren en de oude vorm helemaal verdween. Zodoende werden "jij" en "gij" zowel voor het enkelvoud als het meervoud gebruikt. Ditzelfde gebeurde ook in het Engels, waar het oude thou al in de tijd van Shakespeare aan het verdwijnen was, en de oude meervoudsvorm ye en later you de normale vorm werd ongeacht het aantal toehoorders. In de laatste paar eeuwen ontstond in het Nederlandse taalgebied echter een behoefte aan een nieuwe beleefdheidsvorm, waardoor in sommige streken en in het Standaardnederlands het huidige "u" ontstond. Historisch gezien is "u" dus eigenlijk dubbel gevousvoyeerd.

Tutoyeren in verschillende talen Nederlands Het Nederlands heeft, vergeleken met andere talen, een tamelijk ingewikkelde historie van vousvoyeren. Het is vrij lastig de geschiedenis na te gaan, aangezien er maar weinig primaire bronnen van de vroegere spreektaal zijn. Het gebruik van schrijftaal voor dit doel is verre van ideaal, omdat die vaak vormelijker is dan spreektaal.

Oorspronkelijk was "gij" (of "ghi") een meervoud en "du" (of "doe") een enkelvoud. De objectsvormen waren respectievelijk "u" en "di".

"Gij" wordt een beleefdheidsvorm In de zestiende eeuw ontstond de gewoonte om de meervoudsvorm te gebruiken als men beleefd wilde zijn. Dit is vergelijkbaar met het Frans. Men ging daarin zo ver dat "du" en "di" helemaal in onbruik raakten. Er werd dus vrijwel uitsluitend "gij" (subject) en "u" (object) gezegd. Dit is vergelijkbaar met het hedendaagse Engels.

Om toch het meervoud te kunnen uitdrukken, werd het woord "gijlieden" uitgevonden. Het gebruik daarvan is altijd optioneel geweest, dus "gij" kon ook in het meervoud worden gebruikt.

Het woord "jij" dateert waarschijnlijk ook uit deze tijd, maar het werd - zeker schriftelijk - slechts weinig gebruikt. Het is vermoedelijk ontstaan door afslijting van "gij". De objectsvorm van "jij" is "jou", maar de herkomst daarvan is niet duidelijk. Er ontstond ook een meervoud van "jij", namelijk "jelui" (vergelijkbaar met "gijlieden"), wat later werd tot "jullie".

"U" wordt een beleefdheidsvorm In de achttiende eeuw kwam er behoefte aan een nieuwe beleefdheidsvorm. Dit werd "Uwe Edelheid", wat al spoedig verkort werd tot "U.E.", "Uwee" en uiteindelijk "u". "Uwe Edelheid" kon natuurlijk in elke naamval gebruikt worden en zo werd "u" niet alleen een objectsvorm, maar ook een subjectsvorm.

De oorsprong van "u" impliceert dat het in de derde persoon vervoegd wordt: "u heeft", "u zal" enz. Meestal wordt het tegenwoordig echter in de tweede persoon vervoegd, net als "gij": "u hebt", "u zult".

"Gij" veroudert Van de zestiende tot het begin van de twintigste eeuw waren "gij" (subject) en "u" (object) vrijwel de enige mogelijkheid.

In de loop van de negentiende eeuw werden "u" (als subject) en "jij" populair in het Noord-Nederlands. Dat blijkt onder andere uit Woutertje Pieterse, dat grotendeels in spreektaal geschreven is en uit de tweede helft van de 19e eeuw dateert.

In de loop van de twintigste eeuw werd "gij" in het Standaardnederlands steeds minder gebruikelijk. Thans wordt "gij" als plechtig ervaren in Nederland en Suriname, wat te verklaren valt doordat het in beide landen alleen in plechtige teksten voorkomt. In Vlaanderen en grote delen van de Nederlandse provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg is het echter nog heel gebruikelijk. "Gij" wordt soms ook als zeer beleefd ervaren, beleefder dan "u". "Gij" bestaat alleen in de nominatief, in andere naamvallen is er geen onderscheid tussen "gij" en "u", en dat kan verklaren waardoor "gij" als beleefdheidsvorm wordt ervaren. In veel dialecten wordt "gij" echter nog altijd als niet-beleefdheidsvorm gebruikt.

Het Nederlands bevindt zich thans in de situatie dat men in elke tekst moet kiezen tussen "u" en "jij", want het algemene "gij" klinkt te archaïsch. Dit is bijvoorbeeld te merken in de Nieuwe Bijbelvertaling. In andere talen bestaat dit probleem niet, daar schrijft men steeds du of tu, zelfs als God de aangesproken persoon is. Dat is niet in overeenstemming met het hedendaagse gebruik in die talen, maar de Bijbellezers van die andere talen zijn dat zo gewend.

Terug naar informeel taalgebruik In de loop der geschiedenis zijn er dus steeds nieuwe beleefdheidsvormen ontstaan, men werd steeds beleefder. Omstreeks 1980 ging de trend in de omgekeerde richting: tegenwoordig zegt men al heel vaak "jij" tegen elkaar, bijvoorbeeld tegen ouders, werkgevers enz.

Onder ambtenaren en collega's, ook tegen chefs, is tutoyeren tegenwoordig gebruikelijk. Op veel scholen in Nederland wordt tegenwoordig soms getutoyeerd tussen (jonge) leerkrachten en leerlingen. Dit geldt zeker in het hoger onderwijs, waar de leerlingen immers ook (bijna) volwassen zijn. In Frankrijk en Duitsland is dit veel minder gebruikelijk. In de bovenbouw van het Duitse middelbaar onderwijs is het tamelijk gebruikelijk voor leraren om de scholieren met de beleefdheidsvorm aan te spreken (siezen), vooral naarmate de leerlingen ouder zijn (per school en leraar verschillend, maar vaak vanaf ca. 16 jaar of bij meerderjarigheid) en dit wordt soms ook door leerlingen als een recht of eer gevoeld.