Humanum genus (Latijn voor ‘het menselijk geslacht’) is een encycliek van paus Leo XIII, gedateerd op 20 april 1884 en gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en bisschoppen die in gemeenschap stonden met de Heilige Stoel.Leo XIII, Humanum genus, encycliek over de vrijmetselarij, 20 april 1884, inleiding en § 38, Heilige Stoel. De encycliek handelt over de verhouding tussen de Katholieke Kerk en de vrijmetselarij en plaatst die verhouding in een bredere kritiek op het negentiende-eeuwse naturalisme, religieuze onverschilligheid, secularisering en bepaalde opvattingen over staat, onderwijs, huwelijk en moraal.

Leo XIII presenteert de vrijmetselarij in de encycliek als een belangrijke drager van denkbeelden die volgens hem onverenigbaar zijn met het christelijk geloof en met een op de natuurwet gebaseerde katholieke maatschappelijke orde. Hij bevestigt daarbij eerdere pauselijke veroordelingen van maçonnieke organisaties. Historisch onderzoek beschouwt Humanum genus als een belangrijke tekst binnen het negentiende-eeuwse katholieke antimasonisme en de omvangrijke antimasonieke publicistiek die in de jaren na 1884 ontstond.José Antonio Ferrer Benimeli, La masonería, Madrid: Alianza Editorial, 2019, , pp. 123–134.José-Leonardo Ruiz Sánchez, “Reflexiones sobre la controversia clerico-masónica en la Restauración y Segunda República”, Studia Historica. Historia Contemporánea 23 (2005), pp. 153–176.

De encycliek spreekt veelal in algemene termen over “de vrijmetselarij”. Historici benadrukken echter dat de vrijmetselarij in de negentiende eeuw geen uniforme internationale organisatie vormde. Verschillende obediences en maçonnieke tradities namen uiteenlopende religieuze en politieke posities in, onder meer ten aanzien van geloof in God, secularisme en antiklerikalisme.Ferrer Benimeli, La masonería, pp. 85–91.

Historische achtergrond De katholieke veroordeling van de vrijmetselarij begon niet met Humanum genus. Leo XIII verwijst zelf naar een reeks eerdere pauselijke documenten, beginnend met de constitutie In eminenti van Clemens XII uit 1738. Ook Benedictus XIV, Pius VII, Leo XII, Pius VIII, Gregorius XVI en Pius IX hadden zich tegen geheime genootschappen of de vrijmetselarij uitgesproken.Leo XIII, Humanum genus, §§ 4–6. Leo XIII plaatste zijn eigen encycliek nadrukkelijk in deze traditie.

De publicatie vond plaats tegen de achtergrond van sterke spanningen tussen de Katholieke Kerk en verschillende liberale en seculariserende stromingen in het negentiende-eeuwse Europa. De Romeinse kwestie, ontstaan na de inlijving van Rome bij het Koninkrijk Italië in 1870 en het verlies van de Kerkelijke Staat, speelde een belangrijke rol in de politieke context van Leo's pontificaat. Tegelijkertijd waren in verschillende Europese landen conflicten ontstaan over onder meer kerkelijk onderwijs, burgerlijk huwelijk, kerkelijke privileges en de verhouding tussen kerk en staat. In katholieke kringen werden vrijmetselarij, liberalisme, secularisme en antiklerikalisme daarbij geregeld met elkaar in verband gebracht.Ferrer Benimeli, La masonería, pp. 114–130.Cristóbal Robles Muñoz, “Iglesia y Masonería en la Restauración. En torno a la Humanum genus”, in José Antonio Ferrer Benimeli (red.), Masonería, política y sociedad, deel II, Zaragoza, 1989, pp. 809–824.

Tegelijk bestonden aanzienlijke verschillen tussen maçonnieke organisaties. In de loop van de negentiende eeuw waren vooral de zogenoemde Angelsaksische en Latijns-continentale tradities uit elkaar gegroeid. Zo schrapte het Grand Orient de France in 1877 de verplichting om het bestaan van God en de onsterfelijkheid van de ziel te erkennen, terwijl dergelijke religieuze voorwaarden bij verschillende Angelsaksische obediënties gehandhaafd bleven.Ferrer Benimeli, La masonería, pp. 85–90. Het algemene beeld van de vrijmetselarij in Humanum genus weerspiegelt daarom niet zonder meer de volledige institutionele en ideologische verscheidenheid van de negentiende-eeuwse vrijmetselarij.

Adressering en opbouw Humanum genus is als encycliek in de eerste plaats gericht aan de katholieke hiërarchie. De officiële tekst telt 38 genummerde paragrafen. Het betoog kan globaal worden verdeeld in een theologische opening, een beschrijving en veroordeling van aan de vrijmetselarij toegeschreven beginselen, een uiteenzetting van een katholiek alternatief en ten slotte een aantal pastorale en maatschappelijke tegenmaatregelen.

De titel is ontleend aan de eerste woorden van de Latijnse tekst, Humanum genus. De opening formuleert onmiddellijk het theologische raamwerk van het document: de menselijke geschiedenis wordt voorgesteld als een strijd tussen twee tegenover elkaar staande geestelijke “rijken”. Leo XIII verwijst daarbij uitdrukkelijk naar Augustinus van Hippo en diens De civitate Dei.Leo XIII, Humanum genus, §§ 1–2; verwijzend naar Augustinus, De civitate Dei, XIV, 28.

Inhoud De twee steden Leo XIII begint met de augustiniaanse tegenstelling tussen de civitas Dei, de stad of het rijk van God, en de aardse stad die voortkomt uit een van God afgewende eigenliefde. Hij past dit schema vervolgens toe op zijn eigen tijd. Volgens de encycliek worden de tegenstanders van de Kerk in de negentiende eeuw in belangrijke mate “geleid of geholpen” door de vrijmetselarij.Leo XIII, Humanum genus, §§ 1–3.

Dit is zowel een theologische als een polemische voorstelling. De strijd met de vrijmetselarij wordt niet uitsluitend voorgesteld als een institutioneel conflict tussen de Kerk en bepaalde genootschappen, maar als onderdeel van een veel bredere tegenstelling tussen een christelijke en een niet-christelijke ordening van mens en maatschappij. Religiehistoricus Jean-Philippe Schreiber heeft erop gewezen dat in Humanum genus theologische voorstellingen over de strijd tussen goed en kwaad worden verbonden met een politieke interpretatie van maatschappelijke veranderingen en van de rol die de vrijmetselarij daarin zou spelen.Jean-Philippe Schreiber, “Satan, l’esprit du complot? Du théologique au politique dans l’encyclique Humanum Genus (1884)”, in Emmanuelle Danblon en Loïc Nicolas (red.), Les rhétoriques de la conspiration, Parijs: CNRS Éditions, 2010, pp. 171–193, .

Leo XIII maakt tegelijk een voorbehoud ten aanzien van individuele vrijmetselaars. Hij verklaart dat zijn oordeel betrekking heeft op de vrijmetselarij “in het algemeen” en op verwante organisaties. Volgens de paus kunnen individuele leden niet op de hoogte zijn van bepaalde doelstellingen of er persoonlijk niet mee instemmen.Leo XIII, Humanum genus, § 11. De collectieve beoordeling van de organisatie in de encycliek mag daardoor niet zonder meer worden gelezen als een identieke beoordeling van iedere individuele vrijmetselaar.

Naturalisme, geloof en rede Het filosofische kernbegrip van de encycliek is het naturalisme. Leo XIII gebruikt dit begrip voor een levens- en wereldbeschouwing waarin de menselijke natuur en de natuurlijke rede als voldoende worden beschouwd en waarin bovennatuurlijke openbaring en het gezag van de Kerk worden afgewezen. Hij stelt dat dit naturalisme de fundamentele intellectuele positie vormt die achter de door hem bestreden maçonnieke denkbeelden ligt.Leo XIII, Humanum genus, §§ 12–14.

De encycliek verwerpt de menselijke rede echter niet als zodanig. Leo XIII betoogt juist dat de natuurlijke rede volgens de katholieke leer tot bepaalde waarheden kan komen, waaronder het bestaan van God, de geestelijke natuur van de ziel en objectieve morele verplichtingen. Zijn bezwaar geldt een autonomie van de rede waarbij openbaring, bovennatuurlijke bestemming en kerkelijk leergezag principieel buiten beschouwing worden gelaten.Leo XIII, Humanum genus, §§ 12–19.

Daarmee staat Humanum genus in een breder negentiende-eeuws katholiek debat over de verhouding tussen natuur en bovennatuur, geloof en rede en religieuze en politieke moderniteit. Schreiber ziet de kritiek op het naturalisme als een centraal verbindend element in het document: Leo XIII interpreteert verschillende politieke, morele en religieuze ontwikkelingen vanuit dezelfde vermeende verschuiving van een christelijke naar een uitsluitend natuurlijke maatschappelijke orde.Schreiber, “Satan, l’esprit du complot?”, pp. 178–187.

Mensbeeld, zonde en moraal Aan de kritiek op het naturalisme ligt een specifiek christelijk mensbeeld ten grondslag. Leo XIII verwijst naar de leer van de erfzonde en stelt dat de menselijke vrije wil daardoor niet vernietigd, maar wel verzwakt en tot het kwaad geneigd is. Daarbij verwijst de encycliek naar de leer van het Concilie van Trente.Leo XIII, Humanum genus, § 20, met verwijzing naar het Concilie van Trente, sessie VI, De iustificatione, hoofdstuk 1.

Volgens deze visie is morele vorming niet uitsluitend een kwestie van spontane menselijke ontwikkeling. De hartstochten moeten door de rede worden geordend, terwijl voor de bovennatuurlijke bestemming van de mens ook goddelijke genade noodzakelijk is. Moraal berust volgens de encycliek uiteindelijk op een objectieve orde die haar oorsprong in God heeft.

De antropologie van Humanum genus is daardoor tegelijk natuurlijk en bovennatuurlijk: de mens bezit rede, vrije wil en een natuurlijke morele orde, maar zijn uiteindelijke bestemming overstijgt volgens Leo XIII de aardse werkelijkheid. Vanuit dit uitgangspunt bestrijdt hij zowel moreel relativisme als een maatschappijopvatting waarin religie uitsluitend als privézaak wordt behandeld.Leo XIII, Humanum genus, §§ 18–20 en 24–29.

Huwelijk, onderwijs en politieke orde Een aanzienlijk deel van de encycliek behandelt maatschappelijke en politieke onderwerpen. Leo XIII schrijft aan naturalisten en vrijmetselaars onder meer opvattingen toe die volgens hem leiden tot het burgerlijk karakter van het huwelijk, de mogelijkheid van echtscheiding, niet-confessioneel onderwijs, de scheiding van Kerk en staat en een politieke orde waarin openbaar gezag uitsluitend aan de volkswil wordt ontleend.Leo XIII, Humanum genus, §§ 21–23.

Daartegenover verdedigt de encycliek een katholieke visie waarin het huwelijk een religieuze en sacramentele dimensie heeft, openbaar gezag uiteindelijk van God afkomstig is en godsdienst niet volledig uit het openbare leven kan worden verwijderd. Leo XIII erkent een fundamentele gelijkheid van mensen naar menselijke natuur en uiteindelijke bestemming, maar verwerpt een opvatting van gelijkheid die volgens hem iedere legitieme sociale of politieke gezagsverhouding uitsluit.Leo XIII, Humanum genus, §§ 24–29.

Deze passages moeten mede worden gelezen tegen de achtergrond van concrete negentiende-eeuwse conflicten over secularisering. Historisch onderzoek naar de katholiek-maçonnieke controverse laat zien dat kwesties als openbaar onderwijs, burgerlijk huwelijk, antiklerikalisme en de juridische positie van de Kerk een belangrijk deel vormden van de politieke omgeving waarin de encycliek werd ontvangen.

Voorgestelde maatregelen In het laatste deel van Humanum genus bevestigt Leo XIII de bestaande kerkelijke verboden met betrekking tot de vrijmetselarij. Hij roept bisschoppen en geestelijken op de katholieke leer over het onderwerp uiteen te zetten en gelovigen te waarschuwen voor organisaties die volgens de Kerk met die leer in strijd waren.Leo XIII, Humanum genus, §§ 30–31.

De voorgestelde reactie is echter niet uitsluitend repressief. De encycliek pleit eveneens voor godsdienstonderwijs, katholieke vorming van jongeren en de versterking van katholieke maatschappelijke organisaties. Leo XIII beveelt onder meer de Derde Orde van Sint-Franciscus aan en verwijst naar verenigingen die arbeiders en behoeftigen ondersteunen. Hij beschouwt dergelijke organisaties als middelen om sociale problemen binnen een christelijk kader aan te pakken.Leo XIII, Humanum genus, §§ 32–35.

De encycliek eindigt met een oproep tot gebed en beroept zich daarbij onder anderen op Maria, de aartsengel Michaël, Jozef en de apostelen Petrus en Paulus.Leo XIII, Humanum genus, §§ 36–38.