Die dekselse Sophie is het twaalfde album in de Sophie-reeks. Het album bundelt 6 kortverhalen die allemaal zijn verschenen in Robbedoes. Het album werd door Dupuis uitgegeven in 1977. Dit album werd niet in herdruk uitgegeven.
Afstandsbediening Dit verhaal van 9 pagina's verscheen in Robbedoes nummer 1971 (1976). Een scène uit dit verhaal staat op de cover van dit nummer. Personages Sophie Bertje Jan en zijn vriend Gabbe Charly Gangsterbaas Verhaal
Sophie en Bertje zijn in een weide aan het genieten van het mooie weer. Verderop zien ze twee jongens zich amuseren met een vliegtuigje dat een van hen radiografisch bestuurd. De jongen die het vliegtuigje bestuurt heet Jan. Hij verliest plotseling de controle over het vliegtuigje dat in de tuin van een villa landt. De controle van het tuig werd overgenomen door een andere zender, met name die van een jonge man genaamd Gabbe. Gabbe was net zijn radiografisch bestuurbare helikopter uit aan het testen.. Hoewel hij eigenlijk geen misdadig karakter heeft, werkt hij voor een criminele organisatie die hem omwille van zijn technische capaciteiten heeft ingehuurd. De baas van de organisatie doet ook beroep op een echte gangster, Charly. Charly vindt van zichzelf dat hij over een portie stalen zenuwen beschikt. Zonder blikken of blozen plaatst hij een lading nitroglycerine in het helikopter. De bedoeling van de boeven is een aanslag te plagen op de bestuurder van een Rolls Royce. Gabbe die te voet de wagen van de baas moet volgen, moet de helikopter besturen en dit laten crashen met de Rolls Royce als deze in de buurt komt. De kinderen hebben vanuit de struiken het duivelse plan gehoord en willen dit verhinderen. Terwijl de baas en Charly plaats nemen in hun wagen, maakt Gabbe zich klaar om zijn helikopter te laten opstijgen. Sophie treedt nu in actie. Ze kietelt Gabbe in zijn zij. Gabbe schrikt en laat hierdoor zijn zender vallen. Sophie kan de zender net op tijd vangen en gooit deze naar Jan. Jan laat de helikopter opstijgen terwijl Gabbe uit schrik wegvlucht. Jan stuurt de helikopter naar de auto van de baas. Charly haalt zijn pistool boven en schiet in een reflex op de helikopter. De explosie die daarop volgt doet de wagen van de weg afraken en crashen. De boeven overleven de klap en worden later ingerekend door de politie.
Sophie en de Smurfen Dit verhaal van 6 pagina's verscheen in Robbedoes nummer 1973 (1976). Personages Sophie Bertje Lolsmurf Brilsmurf Moppersmurf Smulsmurf Grote Smurf Edgar Gamel mijnheer Duitendief Verhaal
Sophie en Bertje wandelen door de besneeuwde straten. Plots merken ze een tuinkabouter op in de vorm van een Smurf die een cadeautje met een lint eromheen voor zich uit houdt. Dolf, een jongen vol kattenkwaad, heeft het ook gezien. De kwajongen richt zijn katapult op het Smurfje en schiet. Het keitje raakt de neus van de Smurf die prompt op Dolf begint te schelden. De Smurf is dus geen beeldje, maar een echt levend wezen. Het Smurfje is niet lang kwaad en biedt Dolf zijn cadeautje aan. Als Dolf het lintje eraf doet en het doosje opent ontploft het in zijn gezicht. De Smurf blijkt niemand anders te zijn dan de Lolsmurf, grappenmaker bij uitstek. Sophie en Bertje moeten net als de Lolsmurf hard lachen om het zwarte gezicht van Dolf. Lolsmurf wordt echter terug geroepen door Brilsmurf. Brilsmurf zegt in zijn typische betweterige toon dat Lolsmurf zich niet mag ophouden met mensen, want die zijn immers gevaarlijk heeft Grote Smurf gezegd. Later zijn Sophie en Bertje getuige van een gesprek tussen twee mannen die in een auto zitten. De bestuurder heet mijnheer Duitendief, een louche zakenman. Hij wil graag een Smurf hebben en er geld aan verdienen door ermee op kermissen te gaan staan. Hiervoor vraagt hij de hulp van Edgar Gamel, die als twee druppels water lijkt op zijn voorvader tovenaar Gargamel. Gamel is als afstammeling van een tovenaar thuis in de zwarte kunsten en al even gemeen als zijn voorvader. Hij neemt het voorstel van mijnheer Duitendief om een Smurf te vangen aan. Sophie en Bertje willen dit verhinderen en besluiten om de Smurfen te waarschuwen doch weten niet waar deze zijn. Sophie krijgt het idee om ze te lokken met salsaparilla, want de Smurfen zijn immers verzot op de blaadjes van deze plant. De kinderen kopen enkele blaadjes bij de apotheek. De apotheker is verrast dat er weer een klant is die om salsaparilla komt. De vorige klant was Edgar Gamel die precies hetzelfde idee had als Sophie, maar dan wel om een Smurf te vangen. Gamel heeft de blaadjes gelegd als lokaas vlak bij een struik waarachter hij zich verborgen heeft. Moppersmurf is de eerste die de blaadjes heeft opgemerkt, maar geeft niet aan de verleiding toe. Hij houdt immers niet van salsaparilla. Hij vertelt dit aan enkele andere smurfen. Een andere Smurf gaat er meteen op af en wordt hierdoor gevangen door Gamel die hem in een doosje stopt. Ook de blaadjes van Sophie lokken een Smurf. De kinderen lopen snel naar het Smurfje en vertellen hem het gemene plan van Edgar Gamel en Duitendief. Het Smurfje brengt de kinderen naar Grote Smurf en de andere Smurfen die ook op de hoogte worden gebracht. Grote Smurf gaat na of er een van zijn Smurfen ontbreekt en ontdekt zo dat Smulsmurf er niet is. Sophie heeft een plan om Smulsmurf te bevrijden uit de handen van de schurken. Daarvoor heeft ze de hulp van Lolsmurf nodig. Gamel heeft het doosje met de gevangen Smulsmurf inmiddels in de koffer van de auto van Duitendief gelegd. Als de heren willen wegrijden, komt Sophie aangelopen met een groot cadeau in haar handen. Ze vraagt vriendelijk of Duitendief het pakje wil open maken, want ze beweert dat ze het lintje niet los krijgt. Duitendief willigt haar verzoek in. Wat volgt is een explosie van jeukpoeder. Duitendief en Gamel krabben zich te pletter en willen de auto verlaten. Dit kunnen ze echter niet want de Smurfen hebben beide portieren met zijn allen geblokkeerd door er stokjes tegen te houden. Sophie zegt dat ze hen er enkel uit zal laten als ze haar de sleutel van de autokoffer geven. Duitendief zwicht en Smulsmurf wordt bevrijd. De Smurfen besluiten om een groot banket in te richten voor Sophie en Bertje. De nog steeds krabbende boeven worden weggevoerd met een ambulance.
Opmerking: Gamel citeert in het laatste plaatje zijn voorvader door "Ik zal me wreken" te zeggen.
Sophie en de praatotl Dit verhaal van 8 pagina's verscheen in Robbedoes nummer 1913 (1974). Personages Sophie Starter de praatotl Flipper mijnheer Glapper
Verhaal
Sophie en Starter lopen door de winkelstraat. Als Sophie dieren in een etalage ziet, wil ze graag binnen een kijkje gaan nemen. Ondertussen beramen twee mannen in het huis aan de overkant van de straat een crimineel plan. Eens in de winkel ziet Sophie een mooie papegaai. Ze wil hem "Dag Sophie" laten zeggen, maar de vogel zwijgt in alle talen. Dan worden de woorden die Sophie de papegaai toefluisterde, herhaald door een sierlijke Chinese vis. Sophie en Starter geloven hun oren niet. Een pratende vis, zoiets kan toch niet! De eigenaar van de zaak komt en legt hen alles uit. De papegaai kan wel degelijk herhalen wat hem wordt ingefluisterd. De papegaai is van de soort "praatotl", de enige soort vogel die kan buikspreken. De praatotl kan woorden in de mond van andere mensen of dieren leggen zodat men gelooft dat die persoon of dier zegt wat de praatotl eigenlijk herhaalt. Dit grappige trucje werd ook in een ander Sophie-verhaal toegepast, met name Sophie en het pratende blok. In dit verhaal gaat het dan wel om een menselijke buikspreker die zijn buikspreken zelfs op voorwerpen kan toepassen. Ondertussen is er een van de mannen van de overkant de winkel binnengekomen. Hij draagt een T-shirt met zijn naam erop: Flipper. Onschuldig is hij helemaal niet, want zonder dat iemand het ziet knipt hij met een tangetje de ketting door waaraan de papegaai is vastgemaakt. Flipper verlaat de winkel weer en eens buiten, snuit hij zijn neus. Dit is het teken aan zijn kompaan en opdrachtgever dat zijn opdracht volbracht is. De opdrachtgever is mijnheer Glapper, een voormalige notaris-klerk die geen cent meer heeft en woont in een bouwvallig huis. Glapper weet de praatotl te lokken door te blazen op een fluitje, want het imiteert het gezang van een vrouwtjes-praatotl. De praatotl vliegt naar het huis van Glapper en wordt gevangen door de twee boeven. De vogel wordt in een kooi gestopt. Glapper wil de vogel verkopen, want omwille van zijn zeldzaamheid en unieke eigenschappen levert hij veel geld op. Glapper heeft zelfs al een koper. Op vraag van de winkelier gaan Sophie en Starter naar het huis aan de overkant om de praatol terug te halen. Daar komen ze al snel in conflict met de boeven. Zowel Flipper als Glapper proberen hun vangst met alle middelen te verdedigen. Ze moeten echter tegen Sophie en Starter het onderspit delven mede door de verwarring die de praatotl veroorzaakt en het gammele houtwerk van het interieur van het huis. De boeven worden ingerekend door de politie.
Raadselachtige ziekte Dit verhaal van 6 pagina's verscheen in Robbedoes nummer 1977 (1976). Personages Sophie Bertje Vink inspecteur der gemeenteparken mijnheer Karapolie Paul Pest Verhaal
Sophie en Bertje zijn op wandel in het park. Ze vangen een gesprek op tussen parkwachter Vink en de inspecteur der gemeenteparken. Zoals zo vaak krijgt Vink weer de wind van voren. De inspecteur klaagt over het feit dat het park er zo bleek en slap bij ligt. Hoewel Vink zich verdedigt dat het om een raadselachtige ziekte moet gaan, eist de inspecteur dat binnen de twee dagen het park weer een gezonde groene kleur krijgt. Als Vink daar niet in slaagt, wordt hij ontslagen. Zoals steeds is Sophie de eerste die er alles aan wil doen om dit te voorkomen. Ze gaat op zoek naar wat de oorzaak zou kunnen zijn van die plantenziekte. Als zij samen met Bertje twee dagen achter elkaar al een grote vrachtwagen bij het park hebben zien passeren, merkt Sophie toch iets vreemds op op een bepaalde plaats in het park. In het gras staat er een grote driehoek afgetekend. Op die plaats is de natuur er veel slechter aan toe dan elders in het park. Sophie vermoedt iets en besluit dit fenomeen verder te onderzoeken samen met haar vader. Wachtend in de auto vlak bij de poort van het park zien Sophie en haar vader omstreeks drie uur in de nacht een grote vrachtwagen stoppen. Er stapt een man uit die aan de zijkant van de vrachtwagen een kraan open draait. Daarna gaat hij voor enkele uren op café. Als Sophie en haar vader dit onderzoeken, merken ze dat de man gas heeft laten ontsnappen. Dat is dus hetgeen de natuur in het park zo aantast. Sophies vader zet de veiligheidsklep op zodat er verder geen gas meer kan ontsnappen. Als de vrachtwagenchauffeur terugkomt, denkt hij dat al het gas uit de tank is (opdracht volbracht) en rijdt weg. Sophie en haar vader volgen de vrachtwagen tot aan zijn eindbestemming. Dit blijkt de firma van Paul Pest te zijn. Hoewel de louche zakenman nog probeert tegen te stribbelen als hij met de waarheid wordt geconfronteerd door Sophies vader, worden hij en zijn chauffeur toch ingerekend omdat Sophie bijtijds de politie heeft gebeld. Bewijzen zijn er immers genoeg voorhanden. Zijn motief om de natuur in het park te verpesten wordt ook snel duidelijk. Pest handelde namelijk in bomen, struiken en andere flora vervaardigd uit kunststof. Hij wilde de echte flora door zijn eigen creaties vervangen en er zo veel geld aan verdienen.
Wie de bal kaatst... Dit verhaal van 6 pagina's verscheen in Robbedoes nummer 2004 (1976). Personages Sophie Bertje mijnheer Grijpstuiver mijnheer Duitenkliever dronken man Verhaal