thumb|right|300px|Schaalmodel van de Higashi Sanjō-dono, een gebouw kenmerkend voor de Shinden-zukuristijl De shinden-zukuri (寝殿造) of Shinden-stijl is een architecturale stijl, die in Japan werd ontwikkeld tijdens de Heianperiode in Heian-kyō (平安京), het huidige Kioto. Ze werd vooral ontwikkeld in de tiende eeuw.

Geschiedenis De shinden-zukuri wordt geassocieerd met de Heia-periode die loopt van 794-1185. De stijl ontwikkelde zich echter al iets eerder, namelijk vanaf 782. Deze ontwikkeling loopt door tot 946 en vanaf dan wordt het de typische bouwstijl voor de aristocratische paleizen in de toenmalige hoofdstad van Japan. Deze stijl werd vervolgens overgenomen door de welgestelden in de provincies.

In de Kamakuraperiode (1185-1333), met de opkomst van het bakufu, verschuift de macht van de adel naar de militairen. Zij bouwen huizen geïnspireerd op de shinden-zukuri, maar met enkele aanpassingen om in de noden van een militair te voorzien. Dit wordt bukezukuriBuke (武家) staat voor militaire familie. (武家造)genoemd.

In de Muromachiperiode (1333-1573), evolueert dit verder naar shoin-zukuri. Dit zijn de residentiële verblijfplaatsen van de aristocraten tijdens deze periode. De naam is afgeleid van het woord shoin, wat studeeralkoof met ingebouwde bureau betekent. Andere kenmerken zijn tokonoma en chigai-dana (ingebouwde schappen). Ook kenmerkend is de grote soberheid. Dit is vooral te wijten aan het dalende inkomen van de aristocratie en niet uit esthetische overwegingen. Bovendien gebruikt men eerder vaste muren met schuifdeuren in plaats van de verplaatsbare schermen die typisch waren bij de shinden.

Structuur Algemeen Hoewel de bouwstijl in de Heianperiode oorspronkelijk beïnvloed is door zowel Chinese concepten als boeddhistische tempels, is de stijl in de negende en het begin van de tiende eeuw zich steeds meer gaan distantiëren van buitenlandse invloeden. Zo geeft de shinden blijk van een Japanse eigenheid. De gebouwen hebben aflopende daken die bovenaan samenkomen in het bekende Japanse zadeldak, bedekt met boomschors of takken,Ondanks de elegantie die geassocieerd wordt met de dakpannen die in China worden gebruikt, worden ze zelden gebruikt voor private huizen omdat ze de kamer te warm maken in de zomer. ronde pilaren gemaakt van ongeschilderd hout en houten palen die de gebouwen ongeveer dertig centimeter boven de grond verheffen ter bescherming tegen vochtigheid. Het is zeer uitzonderlijk dat een huis meerdere verdiepingen heeft. De kamers hebben een hoog plafond, wat ze zeer aangenaam maakt in de warme, vochtige zomers. In de winter is dit echter een nadeel, mits ze niet genoeg verwarmd konden worden door de inefficiënte kolenbranders van die tijd.

De shinden-zukuri wordt gekenmerkt door een bijzondere symmetrie van de verschillende groepen van gebouwen. Het bestaat uit de shinden, de tai no ya (對屋, de secundaire gebouwen, paviljoenen aan weerszijden van de shinden), de wataridono (渡殿, overdekte gangen tussen de verschillende gebouwen), de sukiwatadono (透渡殿, overdekte bruggen tussen de verschillende gebouwen), de rou(廊, smalle wandelgangen) en de tsuridono (paviljoenen om te vissen). Vermits het een aristocratisch bouwwerk betreft, zijn er natuurlijk nog vele anderen bijgebouwen zoals keukens of stallen, maar deze gebouwen maken geen deel uit van de architecturale eenheid van de shinden-zukuri.

De eenvoud van de architectuur wordt weerspiegeld in de weloverwogen soberheid van het interieur en de meubelen. Men vindt in een kamer zelden meer dan wat schermen en gordijnen om de vertrekken van elkaar te scheiden, een paar kisten of eenvoudige kastjes, wat schrijfgerei, bloemlezingen uit de poëzie, kleine toiletartikelen en spiegels, een brander voor wierook, een armsteun, een lampstaander, wat matjes en kussens en ten slotte een kleine alkoof,dit wordt chōdai genoemd, wat letterlijk gordijn-verhoogje betekent. afgesloten met een gordijn, zowel gebruikt als slaap- en als zitkamer. De meeste meubelen en gebruiksvoorwerpen zijn vervaardigd uit hout, dat gelakt wordt, zowel uit esthetische overwegingen als ter bescherming van het hout tegen insecten en verrotting.

Shinden Het hoofdgebouw van de villa is de shinden, wat letterlijk slaapzaal betekent. Dit gebouw bevindt zich op de noord-zuid as van het grondgebied, is onveranderlijk naar het zuiden gericht en kijkt uit op de tuin. Deze is naar Japanse gewoonte een kunstwerk op zich. Hij bestaat uit een artificiële vijver, compleet met eilandjes en bruggetjes die de stukken land met elkaar verbinden. Het hoofdgebouw van de shinden wordt moya of moya no hi no omoshi genoemd.

Moya De moya is gewoonlijk twee compartimentenMen rekent met de afstand tussen twee pilaren, een compartiment (aantal gelijke verticale verdelingen in een interieur) geheten. Deze maat bedraagt in de Heianperiode - of alleszins met betrekking tot de shinden-zukuri - één jô, wat ongeveer drie meter is. diep en vijf compartimenten breed. Deze ruimte is dan nog eens onderverdeeld in twee secties.

Een van de twee gedeeltes wordt de nurigome genoemd en is twee bij twee compartimenten groot. Deze kamer wordt als het meest private gedeelte van het huis beschouwd. In dit gedeelte worden meestal de familieschatten bewaard. Ook kan het dienstdoen als slaapkamer voor de eigenaar. Het is dan ook de enige kamer van de shinden die volledig omgeven is door onbeweegbare, beplijsterde muren. Er is ook maar één deur die uitkomt op dit vertrek.

Het overige gedeelte van de moya doet dienst als leefruimte van de eigenaar van de villa. Wanneer de stand van de heer van het huis dit gebiedt, wordt hier de staatszetel (michôdai) geplaatst. Het is mogelijk dat hij deze ook gebruikt om in te slapen. De ruimte wordt afgesloten met ondoorzichtige - vaak beschilderde - schuifpanelen (shôji).

Hisashi De moya wordt omringd door een ruimte van één compartiment breed. Deze gangen worden hisashi genoemd en bevinden zich een stap lager dan de moya. Naargelang de ligging van de hisashi ten opzichte van de moya krijgen ze namen die verwijzen naar de windrichtingen (kitabisashi (noorden), minamibisashi (zuiden), higashibisashi (oosten) en nishibisashi (westen)). Eventueel kunnen deze ruimten opgesplitst worden in kamertjes door beweegbare schermen of gordijnen te plaatsen.

De typische shinden is dus zeven compartimenten lang en vijf compartimenten diep. Het is mogelijk dat sommige shinden groter zijn. Dit is mogelijk door het aantal compartimenten te verhogen, hetgeen echter niet op een willekeurige manier gedaan wordt.

Soms is er nog een enkele, secundaire hisashi, magobisashi genoemd. Deze magobisashi is een compartiment breed en loopt over de volledige lengte van het gebouw. Deze gang is meestal aan de noordkant van de shinden gesitueerd. Eventueel kunnen ze ook gesitueerd zijn aan de andere zijden van de shinden, maar normaal gezien nooit aan de zuidkant met de binnenplaats. De gang kan gescheiden worden van de andere hisashi met shôji of tijdelijke schermen en gordijnen.

Het komt soms voor dat de secundaire hisashi twee compartimenten breed is bij een uitzonderlijk grote shinden. In dat geval wordt deze gang hirobisashi genoemd en neemt deze de plaats van de magobisashi in tussen de hisashi en de veranda.

Sunoko Deze gangen (hisashi, magobisashi of hirobisashi) zijn dan nog eens omringd door een veranda, sunoko genaamd. Deze ruimte bevindt zich nog een stap lager ten opzichte van de hisashi en ligt eigenlijk buiten het huis. Toch is het min of meer beschut door het overhangende dak. De planken van de vloer van de veranda zijn niet volledig tegen elkaar geplaatst zodat, in geval van regen, water dat eventueel via het dak op de veranda zou komen, tussen deze spleten kan weglopen. Wanneer er festiviteiten worden georganiseerd op de binnenplaats, dient de veranda als zitplaats om de gebeurtenissen te aanschouwen.

De hoofdtrap met vijf treden begint recht in het midden van de sunoko. Deze trap is een compartiment breed, loopt uit op een platform op de grond en wordt kizahashi genoemd. Het is aan de voet van deze trap dat belangrijke gasten uit hun rijtuig of draagstoel komen.

Hashigakushi no ma In het verlengde van deze trap, in het midden van de tegenoverliggende hisashi, is er een ruimte die hashigakushi no ma wordt genoemd. Deze doet dienst als een soort van ontvangstkamer waar de huiseigenaar in vol ornaat zijn gasten begroet. Vanaf hier kan hij alle activiteiten op de binnenplaats overschouwen. Hij zit dan op enkele tatami en wordt geflankeerd door een combinatie van gordijnen, schermen of rekken.

Tsumado Waar de hisashi en sunoko samenkomen, zijn verschillende compartimenten voorzien van deuren. Deze deuren, tsumado genoemd, zijn hardhouten, dubbele deuren die naar buiten toe openen met scharnieren. De tsumado worden aan de oost- en westkant geplaatst en verbinden op die manier, via een open wandelgang, de shinden met de tai no ya. Soms is er ook een tai no ya aan de noordkant. In dat geval is er een tsumado aan de achterkant van de shinden.

Koushi De andere compartimenten (zonder tsumado) hebben geen vaste muren. Ze kunnen afgesloten worden van de veranda door luiken, kôshi of shitomido genaamd. Deze zijn vervaardigd uit houten planken die bepleisterd zijn en van een zwartgelakt, houten raamwerk worden voorzien. Er worden twee soorten onderscheiden, afhankelijk van de plaatsing van de luiken. De ichimai koushi (lettlijk: één blad koushi) bestaat uit één stuk en sluit de ruimte af van de vloer tot plafond. De tweede versie wordt nimai kôshi (letterlijk: twee bladeren koushi) genoemd en bestaat uit twee stukken. Deze zijn horizontaal verdeeld en bestaan dus uit een bovenzijde en een onderzijde. De bovenzijde is met scharnieren bevestigd aan het plafond en kan naar buiten geopend worden en daar aan het dak boven de sunoko worden vastgemaakt. De onderzijde kan worden vastgezet met pinnen of verwijderd worden. Op deze manier kan men ofwel de bovenzijde ofwel de onderzijde ofwel allebei openen en sluiten. Wanneer deze luiken gesloten zijn, kan men alleen het gebouw binnengaan via de tsumado. Om licht binnen te laten, maar de gebeurtenissen in het gebouw toch privé te houden, worden soms bij de koushi schermen neergelaten, misu genoemd. Deze zijn min of meer te vergelijken met de moderne sudare.

Tai no ya Vervolgens zijn er de tai no ya (letterlijk tegenoverstaand huis, maar gewoonlijk vertaald als paviljoen). Dit zijn secundaire gebouwen die verbonden zijn met de shinden via overdekte gangen (wataridono, sukiwatadono of een combinatie van beide). Ook deze paviljoenen worden benoemd naargelang de plaats die ze ten aanzien van de windrichtingen innemen. Zo is er de higashi no tai (oostelijk paviljoen), nishi no tai (westelijk paviljoen) en kita no tai (noordelijk paviljoen). Door de specifieke structuur van shinden-zukuri is het onmogelijk een zuidelijk paviljoen te bouwen.

De oostelijke en westelijke paviljoenen liggen gewoonlijk negentig graden gedraaid ten opzichte van de shinden. Dit wil zeggen dat hun korte kant naar het zuiden is gericht. Het noordelijke paviljoen ligt dan weer parallel met de shinden. Op overgeleverde tekeningen zijn echter alle soorten plaatsing te zien, wat erop wijst dat dit geen rigide regel is.

De tai no ya die negentig graden gedraaid zijn, zijn bovendien geopend aan de zuidkant. De luiken bevinden zich één compartiment dieper in de tai no ya. Hierdoor wordt een soort van proscenium gecreëerd, dat wederom uitkijkt op de binnenplaats.

Naargelang de rijkdom worden er meer of minder tai no ya gebouwd. Wanneer er slechts één tai no ya wordt gebouwd, is dat wel gewoonlijk aan de oostkant. Vervolgens volgt de westkant en bijna steeds als laatste de noordkant. Dit is opmerkelijk, vermits het noordelijke paviljoen ook kita no kata (letterlijk voor de vrouw des huizes) genoemd wordt. Men kan dus vermoeden dat het noordelijke paviljoen haar eigen domein was.

Wataridono