The French Connection is een Amerikaanse misdaadfilm uit 1971 onder regie van William Friedkin. De hoofdrollen worden vertolkt door Gene Hackman, Fernando Rey en Roy Scheider.

Het scenario van de film is gebaseerd op het boek The French Connection: A True Account of Cops, Narcotics, and International Conspiracy (1969) van Robin Moore. Het boek van Moore is gebaseerd op een echt onderzoek van twee rechercheurs, Eddie Egan and Sonny Grosso, van de narcoticabrigade van de politie van New York. Het onderzoek was gericht op het onderscheppen van een heroïnelevering uit Frankrijk.

The French Connection was een gigantisch succes in de bioscopen. In 1973 was alleen al in de VS 51,7 miljoen dollar omgezet op een budget van 1,8 miljoen. Tijdens de uitreikingen van de Oscars 1972 ontving de film vijf prijzen, waaronder die van Beste Film. De film lanceerde zowel de carrière van Friedkin als die van acteur Gene Hackman.

In 2005 werd de film vanwege de culturele, historische en esthetische waarde voor conservering opgenomen in het National Film Registry van het Amerikaanse Library of Congress.

Verhaal

Twee rechercheurs van de narcoticabrigade van New York, "Popeye" Doyle en "Cloudy" Russo houden een bar in de gaten in Bedford-Stuyvesant, Brooklyn. Ze doen een inval en verhoren een verdachte op een agressieve manier om zijn contacten te achterhalen. Na dit incident gaan ze wat drinken in The Copacabana, een bar waar veel criminelen komen. Doyle ziet hoe een jonge Italiaan, Salvatore "Sal" Boca, een aantal maffialeden in de watten legt. De rechercheur kent de gangsters die bij Boca aan tafel zitten, ze zijn allemaal betrokken bij verdovende middelen.

Samen met Russo gaat Doyle de jonge Italiaan en diens vrouw Angie volgen. Het blijkt dat de Boca's er een dure levensstijl op na houden, die ze nooit kunnen betalen van de broodjeszaak die ze drijven. Ook blijkt dat Sal in het verleden misdrijven heeft gepleegd. Al snel merken ze dat Sal een ontmoeting heeft met Joel Weinstock, een advocaat met connecties met heroïnesmokkel. Een van de informanten van Doyle meldt tegelijkertijd dat het gerucht in de straten gaat dat er een grote partij heroïne aan zit te komen. Ze krijgen toestemming om Sal Boca's telefoon af te tappen. Al snel blijkt dat ze beet hebben, maar tot afgrijzen van Doyle moeten ze nu samenwerken met agent Mulderig, van de BNDD (Federal Bureau of Narcotics and Dangerous Drugs). Beide mannen haten elkaar vanwege incidenten uit het verleden, zoals de dood van een politieman vanwege vermeende nalatigheid van Doyle.

Ondertussen komt de heroïne het land in, verstopt in de auto van de Franse televisieacteur Henri Devereaux. De laatste is de handlanger van drugssmokkelaar Alain Charnier. Niet lang daarna heeft Charnier een ontmoeting met Sal en Weinstock. Een monster van de heroïne wordt getest en blijkt van meer dan uitstekende kwaliteit. De waarde is 32,5 miljoen dollar en Boca wil de deal nu snel sluiten. Maar de meer ervaren Weinstock, die inmiddels heeft gemerkt dat Sal in de gaten wordt gehouden door de politie, benadrukt dat ze beter voorzichtig kunnen zijn en geduld moeten hebben. Dit lijkt te werken want Popeye en Russo krijgen te horen dat de zaak wordt stopgezet. Maar Charnier heeft de rechercheurs ook in de gaten gekregen en hij geeft zijn lijfwacht Nicoli de opdracht om Doyle te vermoorden. De aanslag mislukt, en Doyle zet de achtervolging in op Nicoli. Na een dolle rit door de straten van New York, vlucht Nicoli naar een bovengronds metrostation waar hij een trein kaapt. Doyle volgt de trein, die op een talud rijdt, met de auto totdat de trein door het veiligheidsmechanisme tot stilstand komt. Als Nicoli probeert de vluchten, wordt hij door Doyle doodgeschoten. De aanslag zet de rechercheurs weer terug op zaak.

Inmiddels is de auto met de drugs van Charnier achtergelaten in de buurt van Sal Boca's winkel. Als autodieven proberen delen van de auto te strippen, wordt het vehikel in beslag genomen door de politie. Aangezien Devereaux de auto als gestolen heeft opgegeven, moet hij binnen een bepaalde tijd worden teruggegeven aan de eigenaar. Doyle en Russo weten dat de auto vol heroïne zit, maar een doorzoeking levert niets op. Aangezien blijkt dat de auto 60 kilo overgewicht heeft, moet de drugs er echt in zitten. Ze besluiten nu alles meer rigoureus te doorzoeken en strippen de auto bijna kaal. Uiteindelijk vinden ze heroïne onder de buitendrempels van de auto. De auto wordt vervolgens weer overgedragen aan Devereaux.

Niet lang daarna ontmoeten Boca en Weinstock de Franse drugsdealers onder leiding van Charnier in een verlaten fabriek op een eilandje in New York. Geld en drugs worden uitgewisseld en de bendeleden maken zich op om weg te rijden. Al snel stuiten ze op de politie die de omgeving heeft omsingeld. Charnier en Boca vluchten terug naar de verlaten fabriek. Sal wordt doodgeschoten en de andere gangsters geven zich over. Doyle zet samen met Russo de achtervolging in op Charnier. Als Doyle iemand in de verte ziet, schiet hij zonder waarschuwing. Het blijkt echter agent Mulderig te zijn, die door het schot wordt gedood. Kennelijk onaangedaan roept Doyle dat hij Charnier zal krijgen en rent naar een ander vertrek, terwijl Russo achterblijft bij de dode Mulderig. In de verte klinkt een schot. Charnier wordt echter nooit gepakt en Doyle en Russo worden na de zaak overgeplaatst van narcotica naar de gewone recherche.

Rolverdeling

|||Rechercheur Jimmy "Popeye" Doyle |- |||Alain Charnier |- |||Rechercheur Buddy "Cloudy" Russo |- |||Sal Boca |- |||Pierre Nicoli |- |||Devereaux |- |||Mulderig |- |||Marie Charnier |- |||Weinstock |- |||Angie Boca |- |||Simonson |- |||La Valle |- |||Klein |- |||Lou Boca |- |||Howard, de chemicus

Voorgeschiedenis In 1961 werd het grootste deel van de heroïne, afkomstig uit het Verre Oosten en bestemd voor de VS, via Marseille, Frankrijk de VS binnen gesmokkeld, de zogenaamde Franse connectie (French Connection). Twee rechercheurs van de afdeling Narcotica van politie van New York, Eddie Egan en Sonny Grosso brachten deze smokkel een gevoelige klap toe door in dat jaar 60 kilo heroïne met een waarde van 32 miljoen te onderscheppen. Het onderzoek liep van 7 oktober 1961 tot 24 februari 1962 en was een van de grootste successen van de Narcoticabrigade. Egan en Grosso vertelden over hun operatie aan schrijver Robin Moore die er het boek The French Connection: A True Account of Cops, Narcotics, and International Conspiracy over schreef. Het boek kwam uit in 1969 en was een groot succes.

De filmrechten waren al gekocht door producent Philip D'Antoni nog voordat het boek uitkwam. Hij verkocht ze op zijn beurt aan National General Pictures en werd aangesteld als producent van de film. Robin Moore werd ingehuurd als adviseur, al zou hij hier geen vermelding voor krijgen op de aftiteling. Aanvankelijk zou Robert E. Thompson het scenario schrijven, maar dat veranderde toen William Friedkin werd aangesteld als regisseur. Friedkin gaf aan scenarist Alex Jacobs opdracht om de eerste versie te schrijven. Maar Jacobs kwam er niet uit en in september 1969 werd hij vervangen door Ernest Tidyman. De scenarist kreeg slechts 5.000 dollar voor zijn moeite.

D'Antoni noemde in een persbericht een bedrag van 4,5 miljoen dollar als budget voor de film, dit gaf een schok bij National General dat niet van plan was zoveel uit te geven. Het bedrijf liet de productie vervolgens als een baksteen vallen, waarna D'Antoni met het scenario de studio's begon af te lopen. In de tussentijd waren de productierechten verlopen. Robin Moore had deze vervolgens weer verkocht aan producent G. David Schine, die ze vervolgens in oktober 1970 weer doorverkocht aan 20th Century Fox. Fox stelde een budget van 2 miljoen beschikbaar en waarschuwde dat Friedkin hier onder moest blijven, anders kon hij weer terug naar de televisie.

Scenario

Ernest Tidyman bewerkte het boek The French Connection: A True Account of Cops, Narcotics, and International Conspiracy van Robin Moore tot een filmscenario. Probleem was dat Moores boek geen roman was, maar non-fictie gebaseerd op ware gebeurtenissen. Een romantisering was echter uitgesloten want regisseur William Friedkin eiste dat het scenario dicht bij de werkelijkheid zou blijven, hem stond een documentaireachtige film voor ogen, zoals de Franse film Z van Costa-Gavras uit 1969. Om die reden bevat het scenario ook geen details uit het privéleven van de rechercheurs, geen liefdesrelaties of andere subplots die niets met de drugzaak te maken hebben.

Wat Tidyman aan de andere kant ook niet kon overnemen was de overvloed van details van het originele onderzoek van Egan en Grosso. In het boek wordt uitvoering beschreven hoe de rechercheurs vier maanden nodig hadden om de zaak af te handelen. Vijf maanden met surveillances, achtervolgingen, huiszoekingen en ander speurwerk. Tidyman brengt dat in de film terug tot enkele weken. Ook miste het boek de spanning van wilde achtervolgingen en schietpartijen. Rechercheur Eddie Egan, die optrad als acteur in de film en tevens adviezen gaf, zei later dat hij in zijn hele carrière minder zijn revolver had getrokken dan acteur Gene Hackman (Popeye Doyle) in de hele film.

Desondanks wist Tidyman de sfeer van de Franse connectie goed weer te geven. Een deel van het scenario, de dialoog, werd uiteindelijk niet gebruikt. Een belangrijk deel van de dialoog werd door de acteurs op de set geïmproviseerd. Dit was het gevolg van Friedkins obsessie om de film zo realistisch en documentair mogelijk te maken. Eddie Egan en Sonny Grosso kenden de straattaal en de taal die echte rechercheurs en politiemensen gebruikten. De manier waarop bijvoorbeeld Gene Hackman in zijn rol als Popeye Doyle een verdachte afsnauwt komt regelrecht uit de "praktijk" van de echte rechercheur Eddie Egan, bijvoorbeeld de zin, Do you pick your feet in Poughkeepsie?. Dit was bedoeld om de verdachte uit zijn evenwicht te brengen met schijnbare zinloze vragen.

Acteurs De film wordt vooral gedragen door de sterke acteerprestaties, maar toch had Friedkin vanaf het begin problemen met de selectie van acteurs.

Jimmy "Popeye" Doyle Voor de rol van ruwe bolster Popeye Doyle had regisseur William Friedkin zo zijn voorkeuren. Hij wilde het liefst een ster zoals Paul Newman of Steve McQueen, maar de studio maakte al in vroeg stadium duidelijk dat de salariseisen van deze acteurs veel te hoog lagen. Dus week Friedkin uit naar de minder bekende acteur Peter Boyle. Maar Boyle was niet enthousiast. Hij had net gespeeld in de film Joe uit 1970 waarin een schijnbaar brave burger een groep hippies doodschiet. De film was bedoeld als hetze tegen zinloos geweld, maar het bleek dat het bioscooppubliek juist afkwam op het geweld. Boyle was hierdoor zo geschokt dat hij weigerde nog langer in films te spelen die geweld verheerlijkten. Hij vond het scenario van The French Connection hier ook onder vallen.

De volgende keuze van Friedkin, acteur Jackie Gleason, viel niet in goede aarde bij de studio. Zijn film Gigot uit 1962 was zo geflopt dat de studio de acteur beschouwde als vergif voor de bioscoopomzet. Na het vertrek van Gleason selecteerde Friedkin de columnist Jimmy Breslin. Breslin leek de juiste keuze en repeteerde zelfs drie weken met Roy Scheider ter voorbereiding van de film. Uiteindelijk moest ook hij vertrekken, voornamelijk omdat Breslin niet kon autorijden, terwijl de rol dat vereiste.