thumb|Luchtfoto van verschillende gletsjers op de Puncak Jaya in 1936. Van links naar rechts: Northwall Firn, Merengletsjer en de Carstenszgletsjer. Veel van het ijs van deze gletsjers is ondertussen verdwenen. De Puncak Jaya ("Overwinningsberg") of Carstenszpiramide is een berg in de Indonesische provincie Papua-Tengah (Centraal-Papoea). De berg is 4884 meter hoog en ligt op de grens van het Sudirmangebergte en het westelijkste deel van het Maokegebergte. Het is de hoogst gelegen bergtop van Oceanië en hij staat vermeld op het lijstje van de zogenoemde "zeven toppen".
Beschrijving De berg ligt in het voormalige Nederlands-Nieuw-Guinea (het westelijke deel van het eiland). In de Nederlandse koloniale tijd, en nu nog door veel bergbeklimmers, werd de berg de "Carstenszpiramide" genoemd. Het was een van de pieken van het "Carstenszgebergte", deel van het "Nassaugebergte" dat nu het Sudirmangebergte heet. Het hele centrale bergland heette in de koloniale tijd het "Sneeuwgebergte" en nu het Maokegebergte. Samen met de Ngga Pulu (die in de koloniale tijd als hoogste piek werd beschouwd) en enkele andere pieken maakt de Puncak Jaya deel uit van een bergmassief, dat tot de hoogste van de wereld behoort. Ook is het een van de weinige gebergten rond de evenaar waarop een gletsjer ligt. De gletsjer is de laatste vijftig jaar echter aanzienlijk in omvang gekrompen. Toen Nederlands-Nieuw-Guinea nog bij Nederland hoorde was dit het hoogste punt van het rijk.
Eerste beschrijvingen Ontdekking en naamgeving Het gebergte behoort tot het stamgebied van de Amungme, een Papoea-volk, in welke taal de berg "Nemangkawi" heet. Volgens Charles Le Roux werd de Carstenszpiramide in 1910 door de kustbewoners "Tyakwa" genoemd en de oostelijke Carstensztop "Mommeya". Ngga Pulu was de naam gegeven door de bergbevolking ten noorden van de kam aan de hoogste noordwandtop.Charles C.F.M. Le Roux, De Bergpapoeas van Nieuw Guinea en hun omgeving, Deel 1, Leiden 1948, pp. 40 & 45 De berg is in 1908 door G.P. Rouffaer genoemd naar de Nederlander Jan Carstensz, de eerste Europeaan die de berg zag (in 1623). Toen in 1963 West Nieuw Guinea werd ingelijfd door Indonesië werd de hoogste top eerst "Puntjak Soekarno" genoemd, en later uiteindelijk Puntjak Djaja (na 1973 Puncak Jaya gespeld). De Wollaston-expeditie 1912-1913 De Britse arts Alexander Wollaston leidde in de periode 1912 tot 1913 een wetenschappelijke expeditie naar de berg. Ze kregen van de Nederlandse overheid, net als bij een eerdere Britse expeditie, een escorte mee van 132 KNIL-militairen onder het commando van luitenant Abraham van de Water. De overige deelnemers waren Indonesische dragers, voornamelijk Dayaks uit Borneo. Deze expeditie volgde nu de route van de Nederlandse militairen en sloeg het basiskamp op waar de Utakwa en Setakwa samenkomen. Van daar kon men met kano's verder stroomopwaarts tot de rivier onbevaarbaar werd. Op weg naar de bergtoppen werd een aantal kleinere depotbivaks aangelegd. Gaandeweg kwamen honderden Amungme (papoea's) de expeditieleden begroeten en leidden hen verder. Zij waren bekend met de routes naar toppen en wisten wat sneeuw was. Op 30 januari 1913 leidden drie Amungme-mannen Wollaston, Van de Water en enkele Dayaks naar de rand van een gletsjer, die slechts bereikt kon worden via een steile klip. Van de Water was de eerste die de sneeuw bereikte en juichte 'Leve de Koningin', waarmee hij te kennen gaf dat de expeditie in Nederlands-Nieuw-Guinea niet helemaal een Britse aangelegenheid was. Het hoogste punt dat ze bereikten lag op 4531 meter boven zeeniveau.,2001.Race to the Snow; Photography and the Exploration of Dutch New Guinea, 1907-1936. Amsterdam: KIT Publishers, 2001.
Eerste beklimming In 1936 is het bergmassief voor het eerst beklommen tijdens de zogeheten Carstensz-expeditie onder leiding van de Nederlandse amateur-bergbeklimmer Anton Colijn. Colijn en zijn metgezellen, geoloog Jean Jacques Dozy en marinepiloot Frits Wissel, besloten elk van de drie mogelijk hoogste toppen te beklimmen. Begin december bereikten ze zowel de oostelijke Carstensztop en Ngga Pulu, het hoogste punt van de Noordwandgletscher. Voor de laatste berekenden zij barometrisch een hoogte van 5030 m, overeenkomstig met eerdere metingen vanuit het noorden door Charles Le Roux in 1926. Vier pogingen om de kale Carstenszpiramide te beklimmen, die zij nu meenden de hoogste piek te zijn, faalden mede door slecht weer en lawines.Colijns kaart van de Carstenszexpeditie.
De Carstenszpiramide werd, met behulp van over 100 dragers, uiteindelijk op 13 februari 1962 beklommen door de alpinisten Heinrich Harrer, Philip Temple, en Russell Kippax en de Nederlandse missiepater Bert Huizenga. Harrer berekende een hoogte van 5211 m voor de top.Heinrich Harrers schetskaart uit Ich komme aus der Steinzeit. Pinguin, Innsbruck 1976, .
Latere expedities Een Australische topografische expeditie in 1973 kon uiteindelijk een definitieve hoogte berekenen van de bergen. De Puncak Jaya kwam daarbij met 4884 m als hoogste top uit, gevolgd door Ngga Pulu met 4862 m. Door vergelijkingen van verschillende punten gemeten door Colijn, Dozy en Wissel berekende deze groep wel dat Ngga Pulu in 1936 misschien meer dan 4900 m hoog was en daarmee de hoogste top van Nieuw Guinea, maar dat zij in 1973 door smelten meer dan 40 meter was geslonken.Edward G. Anderson, Topographic survey and cartography, in Hope, Geoff S, et al (Editors) 1976, The Equatorial Glaciers of New Guinea (Results of the 1971-1973 Australian Universities' Expeditions to Irian Jaya: survey, glaciology, meteorology, biology and palaeoenvironments), Rotterdam: A.A. Balkema. 1976, pp. 19-23Interview met Jean Jacques Dozy in 2002.Jean Jacques Dozy, Vom höchsten Gipfel bis in die tiefste Grube., Bull. angew. Geol. 7:S.67-80. 2002 Toestand na de eeuwwisseling Klimaatverandering De gletsjers op de Carstenszberg smelten in hoog tempo. Onderzoek uit 2018 wees uit dat de kans aanzienlijk is dat de gletsjers binnen tien jaar verdwenen zijn. SRTM-data lijken er op te wijzen dat Ngga Pulu nu lager dan 4800 m is.
Menselijke beïnvloeding Bijna 9 km westelijk van de top ligt de Grasbergmijn waar tussen 1990 en 2019 in dagbouw koper en goud gewonnen werd. In 2019 werd overgeschakeld naar ondergrondse mijnbouw. thumb|none|265px|Grasbergmijn, hier werd tussen 1990 en 2019 in dagbouw erts gewonnen.
Referenties
Literatuur Colijn, Anton, Naar de eeuwige sneeuw van tropisch Nederland: de bestijging van het Carstenszgebergte in Nederlandsch Nieuw Guinee. Amsterdam: Scheltens & Giltay, 1937 (5e druk: 1949, pdf)
Colijn, Anton., "De Nederlandsche expeditie naar de Cartensztoppen", in: De Berggids, 1937, nr.3. Harrer, Heinrich, Ich komme aus der Steinzeit. Pinguin, Innsbruck 1976, Hope, Geoff, The Equatorial Glaciers of New Guinea. Results of the 1971–1973 Australian Universities' Expeditions to Irian Jaya: Survey, Glaciology, Meteorology, Biology and Palaeoenvironments. Rotterdam 1976. Temple, Philip, "Schnee über dem Regenwald. Mit Heinrich Harrer auf den Gipfeln Neuguineas", in: National Geographic Magazine, 2003 (Duitstalige editie).
Categorie:Berg in Indonesië Categorie:Geografie van Papoea Categorie:Vierduizender