thumb|Hypnerotomachia Poliphili, eerste editie, 1499

Het boek Hypnerotomachia Poliphili uit 1499 is een van de meest curieuze boeken die ooit gepubliceerd zijn. De Griekse naam kan vertaald worden als De strijd van Poliphilo om liefde, in een droom.

Situering De Hypnerotomachia Poliphili werd uitgegeven in 1499, bij de bekende drukker Aldus Manutius, een Venetiaanse humanist. Het is opgedragen aan Guidobaldo da Montefeltro, graaf van Urbino (1472-1508).

De periode waarin het boek gesitueerd is, de vroeg Italiaanse renaissance, is een kantelmoment in de architectuurgeschiedenis, of zoals L. Lefaivre vermeldt: “Het is de tijd waarin een groot deel van onze eigen hedendaagse cultuur met zijn houding ten opzichte van innovatie - in het bijzonder met betrekking tot architectuur, een van de belangrijkste uitingen van cultuur in de vroegmoderne samenleving - werd bepaald.”LEFAIVRE, L., Leon Battista Alberti’s “Hypnerotomachia poliphili”: Re-Cognizing the architectural body in the early Italian Renaissance, Massachusetts, MIT Press, 1997, pg 10 Hypnerotomachia Poliphili is een voorbeeld van de evolutie die dat tijdperk kenmerkt. In het begin van de 15e eeuw werd het lichaam nog als iets duivels gezien, de bron van alle kwaad, maar geleidelijk werd het iets goed, mede door hoe Colonna het lichaam benadert. Hij schrijft namelijk volgens de gedachte van het humanisme, over open denken, risico’s nemen en een betere toekomst, en verdedigt die gedachtegang.

Andere belangrijke architectuurtraktaten uit dezelfde tijd en regio: Leon Battista Alberti’s ‘De Re Aedificatoria’ (1452), Filaretes ‘Trattato di architettura’ (1464), Francesco di Giorgio Martini’s ‘Trattati dell architettura, ingegneria e arte militare ’ (1482), en de vertalingen van Vitruvius door Fra Giocondo (1511) en Cesare Cesarino (1521). Vooral de vergelijking met Fra Giocondo’s vertaling, eigenlijk geen vertaling maar een correctie, is belangrijk. Met 136 houtsnedes om de tekst te verduidelijken, is het namelijk de eerste geïllustreerde Vitruvius-vertaling. Beide hebben een grote invloed op de architectuurtheorie gehad doordat ze de eerste geïllustreerde werken zijn, ondanks dat ‘Hypnerotomachia Poliphili’ geen architectuurtraktaat is, maar een roman.

Inhoud Het verhaal over Poliphilo’s zoektocht naar Polia ontwikkelt zich als een droom in een droom. De auteur vertelt zijn utopie namelijk als in een droom van zichzelf, waarin hij Poliphilo het verhaal ziet dromen. Poliphilo droomt dat hij aan het wandelen is op een kronkelend pad in een donker en angstaanjagend bos wanneer hij door een onaards geluid naar een vallei geleid wordt. Hier komt Poliphilo in aanraking met allerlei architecturale elementen, zoals obelisken, piramides en labyrinten, met dieren zoals draken en met een bijzondere vegetatie. Hij ontmoet onderweg vijf nimfen, die de vijf zintuigen Impuls, Fantasie, Herinnering, Rede en Wil verpersoonlijken. De twee nimfen Rede en Wil krijgen de opdracht om Poliphilo naar Polia te leiden. Zij brengen hem voorbij een waterlabyrint en laten hem daarna alleen achter.

thumb|Poliphilo knielt voor Koningin Eleuterylida Een tijdje later verschijnt er een rijkelijke gedecoreerde nimf nabij Poliphilo, hij is op slag verliefd op haar. Ze begeleidt hem verder gedurende zijn tocht en samen passeren ze onderweg allerlei processies en cultussen, tot ze aan de tempel van Venus Physizoa arriveren. Hier houdt Poliphilo, volgens de orders van de priesteres, een ceremonie waardoor de nimf transformeert in Polia. Terwijl Polia op Amor wacht, bezoekt Poliphilo de antieke stad Polyandrion met tempels en tombes. Zodra Poliphilo Polia achterlaat, verandert de omgeving in een ruïne. Inscripties in de ruïnes beangstigen Poliphilo en al snel keert hij terug naar zijn geliefde Polia. Samen, in gezelschap van Amor, vertrekken ze naar het eiland Cythera. Daar wordt een ceremonie gevierd om hun liefde te bezegelen. Vervolgens vertrekken ze naar de tombe van Adonis, waar Polia het liefdesverhaal vanuit haar perspectief vertelt.Vrij vertaald en samengevat uit STEWERING R., Architectural Representations in the Hypnerotomachia Poliphili, The Journal of the Society of Architectural Historians, 2000, nr. 1, p. 6-9

Taalgebruik Binnen het fonds van Manutius, dat vooral uit Griekse en Latijnse teksten bestond, bekleedde de Hypnerotomachia een unieke positie als Italiaanstalig werk. De tekst is bovendien doorspekt met grote hoeveelheden Latijn en Grieks, aangevuld met Hebreeuwse en Arabische citaten. De titel is een neologisme, samengesteld uit de Griekse woorden hypnos (slaap), eros (liefde) en machè (strijd)., "Een telkens nieuwe oudheid; of: hoe Tiberius in New Jersey belandde," Amsterdam University Press 2016, hoofdstuk 11 "Lezen en dromen".

Auteur Een belangrijke focus bij het onderzoek over de ‘Hypnerotomachia Poliphili’, is de identiteit van de auteur. Zijn naam staat immers niet vermeld op het boek. Algemeen neemt men aan dat de onbekende Francesco Colonna het boek geschreven heeft. De eerste letters van de hoofdstukken vormen namelijk het acrostichon ‘poliam frater francivs colvmna peramavit’, wat vertaald zoveel betekent als ‘Broeder Francesco Colonna houdt van Polia’. Twee andere belangrijke denksporen beschouwen een Romeinse edelman of de bekende architect Leon Battista Alberti als auteur.

Liane Lefaivre zet in het boek Leon Battista Alberti’s “Hypnerotomachia Poliphili”: Re- Cognizing the architectural body in the early Italian RenaissanceLEFAIVRE, L., Leon Battista Alberti’s “Hypnerotomachia poliphili”: Re-Cognizing the architectural body in the early Italian Renaissance, Massachusetts, MIT Press, 1997 die laatste theorie uiteen. Argumenten voor deze stelling zijn in de eerste plaats de grondige kennis van Vitruvius en de beschrijvingen van de architecturale elementen in het boek, maar ook de duidelijke humanistische visie die in het boek naar voren komt. Als derde argument zijn er nog de beelden in het boek, die aantonen dat de auteur ook een grote interesse had in schilderkunst en Alberti’s ‘De pictura’ uit 1435 kende. De theorie over Alberti, waarbij de Hypnerotomachia dan het sluitstuk van zijn oeuvre zou zijn, is echter nooit bewezen. Het is ook mogelijk dat de auteur van de Hypnerotomachia Poliphili een geleerde humanist was, die vertrouwd was met deze traktaten. Deze hypothese komt aan bod in het boek ‘Een Venetiaans Geheim’ (2004) van Ian Caldwell en Dustin Thomason waarin twee studenten op zoek gaan naar de mysterieuze schrijver van de Hypnotomachia Poliphili. Bij hen zou het om een Romeinse patriciër gaan.

Toch blijft Francesco Colonna de meest waarschijnlijke auteur van de Hypnerotomachia Poliphili, omdat er in de vernaculaire roman veel Venetiaans dialect voorkomt en omdat er nagedacht wordt over architectuur vanuit een drift en lichamelijkheid, terwijl Alberti veel zuiverder, rationeler en wetenschappelijker was.

Houtsneden De Hypnerotomachia Poliphili is een van de twee belangrijkste geïllustreerde boeken van het Venetië in de renaissance, samen met de Malermi Bijbel. Die waarde ligt vooral bij het beeld. In de Hypnerotomachia wordt het verhaal met 172 houtsneden aangevuld. Men denkt dat de ontwerpen van die snedes van de hand zijn van Andrea Mantegna, die meer dan enig ander de nieuwe klassieke graveerstijl vorm gaf. Dit is echter nooit bewezen. Andere theorieën voeren Colonna zelf als ontwerper op, of zelfs Alberti. De snedes herinneren ook aan het werk van Fra Giocondo, Vittore Carpaccio en Gentile BelliniGnoli vermeldt Fra Giocondo in Il Sogne di Poliphilo. Er zijn opmerkelijke gelijkenissen tussen Carpaccio’s Droom van Ursula en de houtsnede van Polia in haar kamer, eerst opgemerkt door M. T. Casella en G. Pozzi in Francesco Colonna: Biografia e opere (Padua, 1959), 2:74. Hind haalt in A History of Woodcut, 2:492, Bellini aan.. In de illustraties van de Hypnerotomachia komt duidelijk een nieuw classicisme naar boven, vooral in de meesterlijke details van de klassieke overblijfselen zoals vazen, kleren en zo verder. Ook het ontwerp van de architecturale omgeving en het gevoel voor ritme in de tekeningen spreken hiervan. Vele van de beelden tonen een grote kennis van het werk van Botticelli aan. De houtsnedes tonen een nieuwe aanpak en moderne technieken van antiquarisch tekenen. Zo wordt er onder meer gebruikgemaakt van projecties, topografische zichten en worden er een soort van scènes gecreëerd.

Toch vinden de onderzoekers de grootste artistieke waarde van de werken niet in de afzonderlijke houtsnedes, of de typografie. Het is de compositie van de tekst en afbeeldingen tot een harmonisch geheel, dat ook tot vandaag de grote meerwaarde van het boek vormt. Deze laat een continue wisselwerking tussen beeld en tekstbeschrijvingen toe, wat de fantasie stimuleert en het boek tot leven roept. Naast het uitzonderlijk niveau op visuele cultuur en klaarheid, moet de Hypnerotmachia ook als een uitzonderlijk avontuurlijk en innovatief voorbeeld van vormgeving gezien worden. Hypnerotomachia is bijvoorbeeld het eerste boek waarin voorbeelden van beelden over een dubbele pagina weergegeven worden, bijvoorbeeld bij de overwinningsprocessies, om de grootsheid ervan grafisch weer te geven.

De relatie tussen tekst en afbeelding, en de waarde van de afbeeldingen voor de tekst is bestudeerd door Giovianni PozziCASELLA M. T., Pozzi G., Francesco Colonna: Biografia e opere, die de houtsnedes als verhalende en beschrijvende elementen beschouwt, naargelang hun functie. De verhalende figuren dienen om de belangrijke episodes te verbinden, en zorgen op die manier voor een heldere verhaallijn binnen de uitgebreide, maar vaak verwarrende tekst van Colonna. Rosemary Trippe pleit voor een meer complexe benadering van de afbeeldingen. Ze onderzoekt hen in relatie met de literaire traditie waaruit het onderwerp kwam, de liefde tussen de held (Poliphilo) en zijn geliefde (Polia) is een centraal onderwerp in de Italiaanse vernaculaire romantiek en lyrische poëzieTRIPPE R., The “Hypnerotomachia Poliphili” uit Image, Text, and Vernacular Poetics, uit Renaissance Quarterly, Vol. 55, No. 4 (Winter, 2002), pg 1225.

Receptie en invloed De Hypernotomachia is een bekend boek, maar toch niet zoveel gelezen. Dit is wellicht te wijten aan de moeilijke taal die Colonna hanteert. Hij gebruikt immers een vocabularium bestaand uit een mengeling van Latijn, Grieks, Toscaans en zelf gevormde woorden. Dit dwong de lezers van het boek een filologische analyse te maken tijdens het lezen waardoor het lezen vertraagd werd en ze de betekenis beter konden determineren. Hierdoor was het voor Toscaanse lezers bijna even moeilijk om de tekst te begrijpen als voor andere Italiaanse lezers. Omwille van het gecompliceerde taalgebruik, maar ook door de vele verwijzingen naar de humanistische filosofie, is het boek gericht aan een select publiek van geleerde humanisten.

Bovendien beantwoordt het boek door zijn vermenging van gelaagde vertelling en uitweiding niet aan het 19de-eeuwse standaardbeeld van de Renaissance als bakermat van strakke compositie en rechtlijnige verhalen.