miniatuur|Standaard van Willem V zoals deze is gebruikt op de auto waarmee in 1958 zijn lichaam naar Delft is vervoerd

Willem V, zichzelf noemend Willem Batavus ('s-Gravenhage, 8 maart 1748 – Brunswijk, 9 april 1806), prins van Oranje, vorst van Nassau, was de laatste erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1751-1795).

Van Willem V wordt gezegd dat hij een zeer goed geheugen had, filosofisch van aard en goed van karakter was, echter ook besluiteloos, legalistisch en detaillistisch. Hij was niet bereid het oligarchische regeringssysteem te hervormen en kwam daardoor steeds meer onder vuur te liggen.Erfstadhouder Willem V, prins van Oranje en Nassau, Parlement & Politiek Hij raakte tijdens de patriottentijd diep in de problemen door zijn halsstarrigheid. Hij raakte diverse functies kwijt en trok zich terug naar Nijmegen. In september 1787 kwam hij terug naar Den Haag, dankzij de steun van een Pruisisch leger. In februari 1793 verklaarde het revolutionaire bewind in Parijs hem de oorlog. In januari 1795 ging hij in ballingschap in Londen, waarna de Bataafse Republiek werd uitgeroepen. Willem beval de koloniale bestuurders in Oost-Indië zich over te geven aan de Britten. In 1801 deed hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder. Zijn vroegere medestanders liet hij weten dat zij weer bestuursfuncties mochten bekleden.

Jeugd en opleiding WillemHij werd gedoopt als Willem maar noemde zich later Willem Batavus. Jansen, H.P.H. en anderen, Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis, A.W. Sijthoff 1979, pagina 227 werd geboren in 's-Gravenhage als zoon van erfstadhouder Willem IV en Anna van Hannover. Willem was drie jaar oud toen zijn vader overleed. Hij werd opgevoed door zijn moeder en Douwe Sirtema van Grovestins en vanaf 1759 door zijn voogd, de hertog van Brunswijk.

De prins liep mank en miste waarschijnlijk twee voortanden, nadat hij in zijn jeugd van zijn paard was gevallen. Het gevolg was een pruillip. In 1754 ontstond onenigheid over het jaar waarin hij meerderjarig verklaard zou worden. In 1763 werd hij ernstig ziek, men vreesde voor zijn positie als opvolger. Het was zaak een geschikte huwelijkskandidaat te zoeken. De prins had zijn oog laten vallen op zijn nicht Caroline Mathilde van Wales, maar zij werd uitgehuwelijkt aan een Deense prins. Frederik V van Denemarken beval zijn dochters aan en Frederik de Grote bracht enkele van zijn nichten onder de aandacht.

Stadhouder Op 8 maart 1766, meerderjarig verklaard, trad hij aan als erfstadhouder. Van elke provincie had hij hiervoor een aparte aanstelling gekregen. De tien jaar oude Mozart, die zich op dat moment nog in Holland bevond vanwege de rondreis met zijn vader langs Europese hoven, was uitgenodigd en componeerde speciaal ter gelegenheid van de festiviteiten een quodlibet met de titel Galimathias musicum (KV 32), dat op 11 maart werd uitgevoerd.H.C. Robbins Landon (2001, red.) Wolfgang Amadeus Mozart. Volledig overzicht van zijn leven en muziek, p. 97. (zie ook: Grand tour van de Mozarts door Europa). Willem werd door de Staten-Generaal benoemd tot admiraal-generaal van de vloot en kapitein-generaal van het leger. Achter de schermen was het echter zijn voormalige voogd, Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, die aan de touwtjes bleef trekken. Dit was geregeld in de Akte van Consulentschap.

Het was ook de "dikke hertog" die een huwelijk regelde voor de jonge stadhouder. Op 4 oktober 1767 huwde de prins in Berlijn Wilhelmina van Pruisen (1751-1820), een nicht van Frederik de Grote, die in 1768 de stadhouderlijke familie bezocht op Het Loo.

left|thumb|Willem V als kind

Willem V begon met voorstellen tot verkleining van de vroedschappen in de Friese steden Stavoren (1768), Workum (1772) en Bolsward (1773). De stadhouder beschikte over goede contacten ("premiers") in Friesland, onderdeel van het stadhouderlijk stelsel. Ook in Gelderland en Overijssel hadden kleine steden moeite om hun vroedschapszetels op te vullen en waren aanpassingen noodzakelijk; Zwolle telde bijvoorbeeld zestien burgemeesters.Jan Wagenaar, Vaderlandsche Historie, deel XXII, p. 207 De voorstellen tot hervorming, die willekeurig kunnen worden genoemd, omdat hij niet overal over dezelfde bevoegdheden en invloed beschikte, werden hem niet in dank afgenomen. Het probleem van de opvulling van vroedschapszetels speelde bovendien in steden met een aanzienlijke katholieke bevolking, zoals Haarlem, Arnhem, Nijmegen, Oldenzaal, 's-Hertogenbosch, etc. Nog voor de patriottentijd in Bolsward, toen een stadje met 2600 inwoners, maar met een aanzienlijke katholieke bevolking (30%), ontstond in 1778 protest, waarop de stadhouder besloot het voorstel te laten rusten.

In 1774 werd de Galerij Prins Willem V voor het publiek geopend. Josina van Boetzelaer en haar leermeester Francesco Pasquale Ricci componeerden diverse werken voor het hoforkest. Op het Haagse Binnenhof werd tegenover het oorspronkelijke stadhouderlijk paleis (waarvan de Mauritstoren en aanpalende vertrekken als deel van het huidige gebouw van de Eerste Kamer der Staten-Generaal bewaard zijn gebleven) in 1777 naar ontwerp van Friedrich Ludwig Gunckel voor Willem V een nieuw, representatief onderdeel van zijn paleis gebouwd. Dit deel van het paleis is slechts korte tijd als residentie van de stadhouder in gebruik geweest. De balzaal van het paleis fungeerde vanaf 1796 als vergaderzaal van de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. Van 1815 tot 1992 was deze zaal de vergaderzaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voormalige balzaal wordt nu de Oude Zaal genoemd.

Patriottentijd thumb|Hendrik Pothoven: Kermis op het Buitenhof, 1781Links de Gevangenpoort, rechts het Binnenhof. In het midden staat prins Willem V met zijn gezin, met twee zwarte bedienden.De Oranjes en Zwart verbeeld: Stadhouder Willem V en Cupido en Cedron, Esther Schreuder

In september 1781 – de Republiek was sinds december 1780 in oorlog met de Engelsen, vanwege de wens tot vrijhandel en vanwege wapensmokkel naar de opstandige Verenigde Staten – kwam er steeds meer kritiek op het functioneren van Willem V. Het pamflet “Aan het Volk van Nederland”, waarin een aantal zaken op een rijtje was gezet die moesten aantonen dat de malaise aan de stadhouder te wijten was, vond – hoe gechargeerd ook – gretig aftrek.In Overijssel had de schrijver van het pamflet, Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die zich baron noemde, zich uitgesproken voor steun aan de Verenigde Staten en voor versterking van de verwaarloosde en in het slop geraakte Admiraliteit die de handelsvloot moest beschermen. Tot zijn dood inspireerde de republikein Van der Capellen tot den Pol de patriotten. Willem V werd beschuldigd van heulen met de vijand: zijn volle neef George III, de koning van Engeland. Bovendien speelde de affaire met freule Constantia van Lynden hem parten. De Vierde Engels-Nederlandse Oorlog verliep door eerdere verwaarlozing van de vloot desastreus, op de Slag bij de Doggersbank na en al in 1783 is een Vrede van Parijs (1783) gesloten. Toen in 1784 bekend werd dat Lodewijk Ernst de stadhouder in het geheim adviseerde, zonder voor de gevolgen verantwoordelijk te kunnen worden gesteld, is die zaak door de patriotten in pamfletten uitgebuit. De gehate hertog werd de Republiek uitgezet. De in het slop geraakte economie werd bedreigd, toen keizer Jozef II, die ook heer van de Oostenrijkse Nederlanden was, opening van de Schelde eiste. De Keteloorlog die daarop volgde was aanleiding voor de patriotten tot het oprichten van nog meer exercitiegenootschappen. Daardoor zou de invloed van Willem V op de benoeming van buitenlandse officieren in het Staatse leger afnemen.

De patriotten stelden bij monde van Pieter Paulus inmiddels voor een raad in te stellen waarin ook zijn vrouw, die hem al sinds 1776 inzake politieke kwesties terzijde stond, zitting zou hebben. De besluiteloze prins liet niets van zich horen en voerde een beleid dat uitging van handhaving van de oude, gevestigde posities. In maart 1785 deed Willem Gerrit Dedel, raad bij de Admiraliteit van Amsterdam, een voorstel het recommendatierecht van de stadhouder af te schaffen.Habermehl, N.D.B. (2000) Joan Cornelis van der Hoop (1742—1825). Marinebestuurder voor stadhouder Willem V en koning Willem I, p. 249 Bijna was er een akkoord bereikt, maar niet lang daarna sloeg de stemming om en volgens Willem Bilderdijk ontstond een breuk tussen de aristocraten en de democraten. Quint Ondaatje en Von Liebeherr reisden diverse malen naar Den Haag om in contact te komen met de stadhouder. Begin september 1785, enkele dagen nadat het dragen van oranje verboden was, verloor Willem V zijn militaire positie in 's Gravenhage. De stadhouder raakte in een steeds zwaardere crisis en dronk veel wijn. Een wanhopige Willem vertrok naar de grens bij Breda om de troepen te inspecteren. Het liefst had hij afstand gedaan en zich teruggetrokken op een van zijn Duitse bezittingen. Hij schreef: "Ik wenschte dat ik dood waere, dat mijn vader nimmer stadhouder was geworden. Ik voel ik ben daertoe niet bekwaem. 't Hooft loopt mij om."

thumb|Willem met zijn vrouw en kinderen

Twee weken later reisde Willem V af naar Friesland, zijn vrouw en kinderen achterna, die al waren vertrokken om aanwezig te zijn bij het tweehonderdjarig bestaan van de Universiteit van Franeker. Onder de Friese regenten en aristocraten was de stemming omgeslagen, velen kozen nu voor de stadhouder om het land van de ondergang te redden: in oktober werd besloten de regeringsreglementen in Friesland aan te scherpen, maar de stadsregering zou voortaan bestaan uit magistraat én vroedschap. Via Groningen trok de stadhouder naar het jachtverblijf Het Loo bij Apeldoorn.

Escalatie De Amsterdamse burgemeester Joachim Rendorp legde op 1 februari 1786 de Staten van Holland een plan voor waarmee de terugkeer van de prins naar Den Haag weer mogelijk zou worden, maar het plan leed schipbreuk. De patriotten in de stad Utrecht gingen nu op 2 augustus 1786 over tot het zelf op democratische wijze benoemen van nieuwe vroedschapsleden, dat wil zeggen dan maar zonder de goedkeuring van de stadhouder. De prinsgezinde statenleden verlegden daarop de vergaderingen naar Amersfoort. Daarmee waren de Provinciale Staten van Utrecht opgedeeld. Op 27 augustus 1786 besloten de Staten van Holland met een krappe meerderheid (negen tegen tien stemmen) de prins definitief het commando over het Haags garnizoen te ontnemen.Knoops, W.A. & F.Ch. Meijer (1987) Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda, p. 24. Begin september 1786 werd een poging gedaan om de patriotten een halt toe te roepen, want er dreigde een burgeroorlog te ontstaan. Hattem en Elburg, waar de 24-jarige Herman Willem Daendels het exercitiegenootschap aanvoerde en zijn benoeming in de vroedschap opeiste, werden enige dagen bezet door stadhouderlijke troepen. Enkele weken later werd het aan de exercitiegenootschappen en de vrijkorpsen in Gelderland en Friesland verboden petities in te dienen en elkaar steun te bieden. In november 1786 verhuisde de stadhouderlijke familie van Apeldoorn naar Nijmegen, om in geval van lijfelijke bedreiging over de grens naar Pruisisch Kleef te kunnen vluchten. Op 12 april 1787 reisde Abraham Calkoen voor geheime onderhandelingen naar Nijmegen.P.J.H.M. Theeuwen: Pieter 't Hoen en de Post van den Neder-Rhijn (1781-1787) De pensionarissen van Dordrecht, Haarlem en Amsterdam stonden erop dat de burgemeesters op een andere manier gekozen zouden worden. De zaak laaide opnieuw op toen in Amsterdam en Rotterdam eind april, begin mei een aantal prinsgezinde vroedschapsleden en burgemeesters werden vervangen.

thumb|Artikel uit het stadsregeringsreglement van Workum, dd. 1 juni 1787

Aanhouding bij Goejanverwellesluis