De kwakstralen is het achtenvijftigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en grotendeels getekend door Willy Vandersteen. Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 14 juli 1962 tot en met 20 november 1962.
De eerste albumuitgave was in 1963, in de toenmalige Vlaamse tweekleurenreeks met nummer 47. In 1969 verscheen het verhaal opnieuw in de Vierkleurenreeks met albumnummer 99. In 1998 kwam het in zijn geheel oorspronkelijke vorm nog eens uit in Suske en Wiske Klassiek.
Locaties vliegveld Antwerpen, Madurodam
Personages Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Jerom, mijnheer Albert (van de speelgoedwinkel), Gladde en andere boeven, G.Ouden en K.Alf, Pamora, Mamora en de Bébamoras (wezentjes van de exoplaneet Kwakurnus)
Het verhaal
Volgens een radiobericht heeft agentschap T. Ruter een onbekend vliegend voorwerp boven de kusten gezien. Lambik gaat naar een speelgoedwinkel om een nieuw radiografisch bestuurbaar vliegtuigje te kopen voor Suske en Wiske, nadat hij het vorige per ongeluk heeft vernield. Even later lijkt het of er een winkelraam breekt, maar er is geen schade. Het nieuwe speelgoedvliegtuigje vliegt ’s nachts uit zichzelf weg door Suskes dichte slaapkamerraam, dat echter meteen daarna uit zichzelf weer heel wordt.
Lambik neemt Suske en Wiske de volgende dag mee naar de Royal Antwerp Aviation Club om hun wat afleiding te geven. Jerom landt ook op het vliegveld en vertelt de mensen over metalen bollen die hij op zijn vlucht heeft gezien. Op de terugweg krijgen de vrienden motorpech en landen. Dan zien Suske en Wiske het vliegtuigje weer en ze volgen het. Als ze opnieuw motorpech krijgen, redt het vliegtuigje hen. Het vliegt dwars door een muur en door een soort zwevende tros in de lucht heen, waarna alles zichzelf direct weer herstelt. Lambik gelooft het verhaal nog steeds niet. Ze gaan naar het vliegtuig waar een man veel interesse toont in het verhaal van Jerom. Lambik en Jerom zien hoe een taxichauffeur en een verkoper van tweedehands auto’s publiekelijk opbiechten dat ze hun klanten opzettelijk misleiden.
Suske en Wiske maken een foto van de tros in een bunker. Als de foto wordt ontwikkeld, zien ze vreemde kleine wezentjes. Wiske belt met de krant om over de tros te vertellen, maar het telefoongesprek wordt door een onbekende afgeluisterd. ’s Nachts worden de foto’s gestolen. Suske en Wiske zien op straat een Vlaming opbiechten dat hij alleen Frans spreekt en een sergeant vraagt vergeving aan een soldaat. Ze vinden het vliegtuigje dat is neergeschoten en redden Pamora, een wezentje van de planeet Kwakurnus. Pamora vertelt dat hij samen met zijn gezin – dat bestaat uit zijn vrouw Mamora en hun kinderen – de mensen op Aarde wilde verlossen van hun nare eigenschappen. Bébamora 11 en 18 gaan ’s nachts de bunker uit en verraden daarmee hun schuilplaats.
Suske en Wiske repareren het vliegtuigje. Als Pamora bij de bunker komt waarin Pamora's vrouw en kinderen zich nog bevinden, wordt die opgeblazen door G.Ouden en K.Alf, twee schurken die aan het hoofd staan van de Bende van het Gouden Kalf. Zij willen de kwakstraal bemachtigen om er zelf munt uit te slaan. Als Sidonia, Lambik en Jerom terugkomen van een reis door Noord- en Zuid-Holland, treffen ze Pamora ziek van verdriet over zijn verlies aan, waarna ze hem verzorgen. Ze bekijken ook hun vakantiedia's uit Nederland. Pamora ziet ineens het vliegtuigje van Mamora op de Madurodam-miniatuurversie van Luchthaven Schiphol; zijn gezin is dus aan de ontploffing ontsnapt. Lambik brengt Suske en Wiske hierheen. Op hun vlucht maken ze het vliegtuig van G.Ouden en K.Alf onklaar, ook herenigen ze Mamora met Pamora. Korte tijd later wordt Pamora echter met zijn vliegtuigje ontvoerd door G.Ouden en K.Alf, die eisen dat hij hun het geheim van de kwakstraal vertelt.
Op het kantoor van de twee bandieten maakt Pamora een van hen met behulp van zijn kwakstraal tot een goed mens. De ander weet echter te ontsnappen op het moment dat Lambik en Jerom aankomen. Suske en Wiske zijn in Madurodam samen met Pamora's gezin overmeesterd door G.Ouden en K.Alf. De miniatuurstad blijkt te zijn ondermijnd. Lambik vliegt samen met Jerom naar Madurodam. Jerom weet de bom onschadelijk te maken, zodat Madurodam en iedereen die daar is zijn gered. De wezentjes willen nu terug naar hun eigen planeet, waar iedereen wèl goed voor elkaar is en rijkdom niet belangrijk is. Het blijkt onmogelijk om alle mensen op Aarde ook te bestralen. De tros stijgt weer op en vertrekt. De vrienden vliegen terug naar huis.
Achtergronden bij het verhaal In het verhaal wordt verwezen naar de interland België-Nederland. G. Ouden en K. Alf zijn een woordspeling op Gouden Kalf. Dit verhaal werd gemaakt rond de tijd van de Vlaamse Mars op Brussel, op het hoogtepunt van de Taalstrijd in België. De taalstrijd ging de flamingant Willy Vandersteen zeer aan; zodoende is De kwakstralen een van de meest politieke Suske en Wiskeverhalen. Vandersteen laat Wiske zeggen dat de franskiljons zaagsel in hun hoofd hebben, en een ambtenaar roept onder invloed van de kwakstralen op zich te laten stenigen omdat hij Vlamingen in het Frans aanspreekt.
Uitgaven
Externe link Samenvatting
Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1963