Belastingparadijs is een informele aanduiding voor een jurisdictie die een relatief gunstig belastingstelsel bezit. Het begrip is sterk ingekleurd door de fiscale doctrine van ieder land. Er is geen overeenstemming over de criteria, waarbinnen landen als belastingparadijs moeten worden beschouwd. De term wordt vaak in een politiek gekleurde context gebruikt en heeft een negatieve lading.

Met name door de ring-fencing (scheiden van activiteiten) is het ook geheel afhankelijk van de situatie van het belastingsubject of een land een belastingparadijs is. Het is mogelijk dat werknemers en het lokale bedrijfsleven hoge (progressieve) tarieven betalen in een land, terwijl holdings van buitenlandse bedrijven en SPV's (Special Purpose Vehicle, een soort van dochteronderneming) een symbolisch bedrag betalen waardoor de belastingdruk minder dan een procent is.

Aan belastingparadijzen verwante (en vaak deels overlappende) verschijnselen zijn:

Offshore financiële centra (OFC's), die buitenlandse investeerders aantrekken met gunstige financiële wetgeving maar niet noodzakelijk belastingwetgeving. Voorbeelden zijn gunstige wetgeving voor verzekeraars en investeringsfondsen. Voor zover er gunstige belastingwetgeving is, ziet deze voornamelijk op belastingneutraliteit en niet zozeer op ontwijking van belastingheffing. Jurisdicties met relatief lichte regulering op niet-financiële gebieden. Dit kan zodanig zijn dat zaken die in nabije landen verboden zijn, in het land zelf zijn toegestaan. Voorbeelden zijn scheepsregistraties (goedkope-vlaglanden) en gokken (o.a. Gibraltar).

Soms worden in dit verband ook termen als offshoreconstructie en offshorebank gebruikt, ook als het geen eiland betreft.

Geschiedenis Met het Middeleeuwse leenstelsel en de latere opkomst van steden, ontstond decentralisatie en machtsversnippering. Wanneer de omstandigheden gunstig waren, konden deze eenheden zich profileren als belastingparadijs avant la lettre, door met gunstige regelgeving en belastingen handel en investeringen aan te trekken. Deze belastingparadijzen avant la lettre vond men in heel Europa, maar met name de versnippering in Duitsland en Italië werkten dit proces in de hand, omdat er ook concurrentie ontstond. Niet begon hiermee de geschiedenis van moderne belastingparadijzen als Andorra, Monaco en San Marino, maar ook de huidige economische positie van onder andere Hamburg en Frankfurt vindt zijn wortels in hun geschiedenis als vrije stad. In de Nederlanden was IJsselstein een voorbeeld, hoewel ook andere enclaves als Doornik, Mechelen, Culemborg en de Baronie van Breda soortgelijk beleid hanteerden. Overigens betrof het hier niet slechts belastingvoordelen, maar ook andere wetgeving die economische activiteit, bijvoorbeeld scheepshandel, bevorderde.

Eind 19e eeuw-begin 20e eeuw werden de fundamenten voor de moderne belastingparadijzen gelegd. Amerikaanse staten, met name Delaware, begonnen vennootschapsrecht in te voeren waarbij men makkelijk nieuwe vennootschappen kon oprichten. Begin 20e eeuw werd in het Britse Rijk middels een aantal rechterlijke uitspraken erkend dat een vennootschap in een jurisdictie gevestigd kon zijn zonder er belasting te betalen, mits er geen inkomen in die jurisdictie verdiend werd. Het sluitstuk volgde toen Zwitserland in 1934 het bankgeheim invoerde en het bankwezen in Zürich begon samen te werken met een aantal verarmde kantons (met name Zug). Luxemburg, Panama en Bermuda begonnen ook te experimenteren met gunstige fiscale wetgeving.

De jaren 1960 tot 1990 vormden de hoogtijdagen voor belastingparadijzen. Luxemburg breidde zijn stelsel van fiscale voordelen uit en voerde eveneens het bankgeheim in, wat legitieme- en "zwartspaarders" uit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk aantrok. Singapore kwam op als belastingparadijs en profiteerde van de strategische ligging en stabiliteit in een instabiele regio. Verschillende kleinere landen die onafhankelijk werden, hoopten dit succes te imiteren, maar slaagden hier niet altijd in. Nauru, dat met economische problemen kampte na het opraken van de fosfaatvoorraden, moest zijn fiscale regime herzien na op de zwarte lijst van de OECD te zijn geplaatst en kritiek van broodheer Australië, maar dit had wel weer het gevolg dat alle investeerders het land verlieten.

Het definitieve keerpunt kwam met de eeuwwisseling. De War on Terror en de War on Drugs leidde tot zwaardere kritiek op belastingparadijzen en de rol die zij speelden in onder andere witwassen. Bovendien werd het weglekken van belastinginkomsten meer en meer als onethisch gezien. Vanuit de OECD en de EU liggen belastingparadijzen dan ook meer en meer onder vuur, en middels initiatieven als ATAD en BEPS proberen landen de belastingvoordelen van belastingparadijzen teniet te doen. Dit heeft in een aantal gevallen geleid tot een herpositionering van belastingparadijzen, onder andere als centrum voor toerisme of als offshore financieel centrum met een goedopgeleide bevolking voor niet-fiscaal gemotiveerde transacties.

Criteria Belastingparadijzen bieden een of meer fiscale voordelen om bedrijven of vermogende particulieren aan te trekken, zodat ze zich in het land vestigen. Vaak is sprake van een opzettelijk beleid van het creëren van belastingvoordelen en een gebrek aan transparantie, waardoor een economie ontstaat waarbij de internationale dienstensector de nationale economie veelvoudig overtreft. Deze economie is meestal sterk gebaseerd op financiële dienstverlening.

Vrijwel alle landen die aan deze definitie voldoen, kennen een flexibel vennootschapsrecht waarbij makkelijk en snel vennootschappen kunnen worden opgericht, een strict bankgeheim, en het niet in de belastingheffing betrekken van buitenlandse inkomsten en investeringen.

Hiertoe kunnen verschillende instrumenten worden gehanteerd. Elementen daarbij kunnen zijn: het ontbreken van heffingen op royalty's, rente en dividend het hebben van een ruime deelnemingsvrijstelling een ruime rulingpraktijk een uitgebreid verdragennetwerk met meerdere landen (hoewel veel staten niet geneigd zullen zijn zomaar een belastingverdrag met een belastingparadijs te sluiten) lage belastingtarieven voor bepaalde vennootschappen lage of in het geheel geen belasting op vermogen, vermogenswinst en inkomen uit vermogen van particulieren of algehele lage tarieven lage of geen belastingen op bepaalde zaken als benzine, alcohol en tabak ring-fencing: bepaalde categorieën belastingplichtigen (vaak buitenlandse investeerders, holdings van vermogende particulieren, orphan structures of dochtermaatschappijen van buitenlandse vennootschappen) worden anders (vaak beter) behandeld dan binnenlandse belastingplichtigen. Vaak kan een vennootschap om een bijzonder belastingregime verzoeken dat al dan niet middels kunstgrepen (veelal door vermindering van de belastinggrondslag) de belasting zeer gevoelig terugbrengt, soms tot feitelijk niets of tot een symbolisch bedrag. Veel belastingparadijzen staan ook bekend als goedkope-vlaglanden. Ook kan men soms een verblijfsvergunning of de nationaliteit verkrijgen wanneer men een bepaald bedrag in het land investeert (gouden paspoort), hetgeen weer vergemakkelijkt dat deze personen als inwoner van het land van de belastingvoordelen kunnen profiteren, ook in relatie tot hoogbelastende herkomst- of werklanden.

Clientele Belastingparadijzen zijn vaak interessant voor de volgende groepen bedrijven en personen:

Artiesten en houders van intellectuele eigendommen in verband met de lage tarieven en het ontwijken van heffingen op royalty's. Andere vermogenden. Soms wordt het gehele vermogensbeheer door een rentmeester of bank vanuit het belastingparadijs georganiseerd. Multinationals die hun geldstromen zo efficiënt mogelijk willen laten verlopen, met per betaling tussen vennootschappen zomin mogelijk kosten (waaronder belastingen). De motieven zijn hier vaak niet alleen fiscaal: de locatie van de moedermaatschappij en werkmaatschappijen kan hier een rol spelen, alsmede het blokkeren van juridische aansprakelijkheid of het spelen met stem- en winstrechten om voor kapitaalverschaffers een optimale kapitaalmix te verschaffen. SPV's en andere investeringsvehikels en de partijen daarachter. De motivering is hier veelal niet puur fiscaal, maar men wil wel een situatie waarin in de geldstromen van en naar het SPV zo min mogelijk kosten (waaronder belastingen) verloren gaan. Bedrijven en ondernemers die door specifieke voordelen in combinatie met de lage tarieven worden aangetrokken, zoals voordelige regelingen voor het aanbieden van online gokken of bepaalde rechtsvormen zoals de Nederlandse Stichting, de Angelsaksische trust, investeringsfondsen, of gecompartimenteerde entiteiten zoals in Luxemburg en Jersey. Consumptietoeristen die omwille van goedkope (laagbelaste of accijnsvrije) drank, sigaretten en benzine in bepaalde landen gaan tanken of winkelen. In verband met het bankgeheim en de flexibiliteit trekken (sommige) belastingparadijzen ook nogal eens mensen met minder zuivere motieven aan, met het oogmerk zwart geld te verbergen, belastingfraude te plegen, geld verborgen te houden voor crediteuren, het ontwijken van economische sancties, geld witwassen of financiering van terrorisme.

Substance Veel landen hanteren in hun belastingrecht het 'substance-over-formprincipe'. Dit betekent dat men naar de werkelijke omstandigheden kijkt en die laat prevaleren boven de juridische form. Voorbeelden zijn:

Een popster laat zich in Zug, Zwitserland, inschrijven. Hij verdient al zijn geld middels Nederlandse optredens, en dit komt binnen op Nederlandse bankrekeningen. Ook verblijft hij meestal in een pied-à-terre in Amsterdam. Aangezien het centrum van zijn activiteiten in Nederland is, komt de substantie van zijn verblijfplaats niet overeen met de juridische vorm. De Nederlandse belastingdienst zal hem in Nederland belasten (tegen Nederlandse tarieven). Een Luxemburgse holding is eigendom van een Duits bedrijf en heeft drie directeuren. Deze directeuren krijgen echter gedetailleerde instructies van de Duitse moedermaatschappij. Twee van hen wonen zelfs over de grens in Duitsland. De Duitse belastingdienst zal hier oordelen dat de feitelijke leiding zich niet in Luxemburg, maar in Duitsland bevindt, en dat substance en juridische vorm niet overeenkomen, en de holding in de Duitse belastingheffing betrekken.

Trustkantoren in belastingparadijzen (en soms ook banken en advocaten indien zij deze diensten aanbieden), proberen dit op te vangen door onder andere, naast het vestigingsadres, lokale directeuren en een bankrekening, de vennootschap zodanig te leiden dat beslissingen (formeel) binnen de grenzen van het belastingparadijs worden genomen zodat de feitelijke leiding aldaar plaatsvindt. Eventueel kunnen ze deze indruk versterken met naamplaatjes, een eigen telefoonnummer, en eigen kantoorruimte. De kritiek op deze constructies is dat de werkelijke besluiten nog steeds buiten het belastingparadijs worden voorbereid en dus feitelijk ook daar genomen worden, dat slechts de formele besluitvorming ter plaatse geschiedt, en dat de lokale directeuren er feitelijk niets over te zeggen hebben.

Vermogende individuen kunnen hun substance verhogen door in het belastingparadijs onroerend goed te kopen, een bankrekening aan te houden, en er ten minste de helft van het jaar ook echt te verblijven.

Kritiek en risico´s Belastingparadijzen worden vaak bekritiseerd vanuit andere landen. Deze kritiek betreft vaak de volgende punten:

De groei van belastingparadijzen geschiedt ten koste van andere landen. Ook grensstreken kunnen hinder ondervinden van concurrentie van de nijverheid in het belastingparadijs. Fiscaal sturingsbeleid wordt ondermijnd, omdat belastingplichtigen de belasting kunnen ontwijken via een belastingparadijs.