Cyril Michael (Mike) Mora (Takamatua, Nieuw-Zeeland, 26 april 1921 – New Plymouth, 10 juli 2000) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Nieuw-Zeelands marconist bij de RAF.

Levensloop Cyril Michael Mora werd geboren in Takamatua nabij Christchurch. Op 18-jarige leeftijd trad hij in dienst bij de Koninklijke Nieuw-Zeelandse luchtmacht (RNZAF) en volgde een opleiding aan de Wireless School in Montréal (Québec, Canada). Hij vervolgde zijn opleiding aan de Bombing and Gunnery School in Jarvis, Ontario, voordat hij naar het Verenigd Koninkrijk vertrok om te dienen bij het 75e Squadron.

Tweede Wereldoorlog miniatuur|Een Short Stirling Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Mora radiotelegrafist bij de Nieuw-Zeelandse luchtmacht. Zijn Short Stirling bommenwerper BK657 was in de nacht van 26 op 27 april 1943 onderweg van de Britse vliegbasis in Mildenhall onderweg naar Duisburg, toen ze bij Portengen in de provincie Utrecht door een nachtjager werden neergeschoten. Van de bemanning was Mora de enige die na zijn parachutesprong aan de zoektocht van de Duitsers ontsnapte. Vijf bemanningsleden werden gevangengenomen. De boordschutter Gordon Whittaker kwam om en werd enkele dagen later in Oud-Leusden begraven.

Een lokaal Nederlands gezin nam hem in huis nadat hij bij hen had aangeklopt. Zij hielpen hem contact te leggen met het Nederlandse verzet en de verzetsleider Anton Schrader uit Schipluiden. Schrader en Gerard Bruyne, voormalig chauffeur van koningin Wilhelmina, zouden Mora ophalen en naar een onderduikadres in Schipluiden brengen. Op de terugweg werden ze bij Woerden aangehouden.

De Duitse politie eiste Schraders auto op, omdat de auto van zijn commandant pech had en deze naar Den Haag moest. Schrader bood aan om hem te vergezellen, aangezien Schrader hoofd Bureau Voedselvoorziening was en zei dat hij zelf ook naar Den Haag moest. De commandant kwam naast Schrader op de achterbank zitten, en met een militaire escorte gingen ze naar Den Haag.

Mora ging op 5 mei 1943 met hulp van Anton Schrader met een kleine boot met een stel anderen terug naar Engeland. Het vrachtschip Nooit Volmaakt sleepte hun vluchtbootje tot voorbij Goudswaard. Duitse patrouilleschepen zag hen. De Engelandvaarders negeerden lichtseinen, waarna ze onder mitrailleurvuur werden genomen. Op hoge snelheid voeren ze noordwaarts. Na zestien uur kruisten ze een Engels konvooi en werden ze opgepikt. In de middag van 6 mei 1943 arriveerden ze in Harwich.

De rest van de oorlog deed Mora dienst in Azië. Met zijn kennis van het Nederlandse verzet wilde hij uit Duitse handen blijven.

Na de oorlog Na de oorlog keerde Mora terug naar Nieuw-Zeeland, trouwde en begon een gezin. Ze verhuisden van Christchurch naar New Plymouth op het Noordereiland, waar hij als havenarbeider in Port Taranaki werkte. Naast zijn werk presenteerde hij een radioprogramma dat in 1959 en 1960 op de nationale radio werd uitgezonden en hij had er een biljartcafé.

In 1986 werden delen van de bommenwerper uitgegraven. Daarbij werd ook het identiteitsplaatje van het vliegtuig gevonden door iemand die als kind in de buurt woonde. Met hulp van de RAF wist hij Mora op te sporen als enige overlevende en bracht hem in december 1988 het serieplaatje. In de daaropvolgende jaren werd het toestel geheel geborgen.

In 1989 keerde Mora voor het eerst sinds de oorlog terug naar Nederland voor een reünie en ontmoette Anton Schrader, wat hun vriendschap hernieuwde. Ze zagen elkaar in 1992 opnieuw, toen Schrader in Nieuw-Zeeland was. Mora kwam in 1995 naar Nederland voor de herdenking van de 50ste verjaardag van het einde van de oorlog. In juli 2000 overleed Mora op 79-jarige leeftijd.

Eerbetoon In 2022 werd een herdenkingsplaquette in Portengen onthuld ter herinnering aan de crash van de Short Stirling.

Bronnen

Categorie:Nieuw-Zeelands militair in de Tweede Wereldoorlog