De Atlantaveldtocht was een reeks van veldslagen die plaatsvonden tussen 7 mei en 2 september 1864 in het noordwesten van Georgia en rond Atlanta tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. De Noordelijke legers onder aanvoering van generaal-majoor William T. Sherman vielen Georgia binnen vanuit Chattanooga, Tennessee. Het Zuidelijke leger van generaal Joseph E. Johnston probeerde deze invasie af te slaan.

Johnstons Army of Tennessee werd in een reeks van flankeerbewegingen gedwongen om zich terug te plooien op Atlanta. In juli werd Johnston vervangen door John Bell Hood die de Noordelijken in enkele frontale aanvallen probeerde op de knieën te dwingen. Hoods leger werd uiteindelijk belegerd in Atlanta tot de stad viel op 2 september 1864.

Achtergrond De Atlantaveldtocht volgde de Chattanoogaveldtocht op die plaatsvond in november 1863. Chattanooga stond bekend als de "Poort tot het zuiden" en de Noordelijke overwinning bij Chattanooga stond bekend als de "Opening van de poort". Nadat Ulysses S. Grant was gepromoveerd tot General of the Army verliet hij zijn favoriete luitenant, Sherman, die het bevel had over de westerse legers. Terwijl hij George G. Meade, Benjamin Butler, Franz Sigel, George Crook, en William W. Averell en hun eenheden naar Virginia stuurde, stuurde hij Nathaniel P. Banks eropuit om Mobile, Alabama in te nemen. Ondertussen werd Sherman eropuit gestuurd om Johston en zijn leger te verslaan, de Atlantaveldtocht.

Samenstelling van de Strijdkrachten Noordelijke bevelhebbersZuidelijke bevelhebbers

Noordelijken Bij het begin van de veldtocht telde het leger van Sherman drie legers: Generaal-majoor James B. McPhersons Army of the Tennessee (dit was Shermans leger in 1863 toen het onder bevel van Grant stond) met de korpsen van generaal-majoorJohn A. Logan (XV Korps), generaal-majoor Grenville M. Dodge (XVI Korps) en generaal-majoor Francis Preston Blair, Jr (XVII Korps). Toen McPherson sneuvelde in de Slag bij Atlanta werd hij vervangen door generaal-majoor Oliver O. Howard. Generaal-majoor John M. Schofields Army of the Ohio met Shofield's XXIII Korps en een cavalerie divisie onder bevel van generaal-majoor George Stoneman. Generaal-majoor George H. Thomas' Army of the Cumberland met de korpsen van generaal-majoor Oliver O. Howard (IV Korps), generaal-majoor John M. Palmer (XIV Korps), generaal-majoor Joseph Hooker (XX Korps) en het cavaleriekorps van brigadegeneraal Washington L. Elliott. Toen Olivier O. Howard McPherson moest vervangen kreeg generaal-majoor David S. Stanley het bevel over het IV Korps.

In het begin van de veldtocht had Sherman een overwicht van 98.500 tegen 50.000.Later in de veldtocht kreeg Johnston er 15.000 man bij die ter versterking vanuit Alabama gestuurd werden. Tegen begin juni telde het leger van Sherman 112.000 soldaten door een regelmatige aanvoer van nieuwe eenheden.McKay, p. 129.

Zuidelijken Als tegenstander van Sherman werd het Army of Tennessee aangevoerd door luitenant-generaal Joseph E. Johnston, maar ongeveer in de helft van de veldtocht, in juli, werd Johnston vervangen door Luitenant-generaal John Bell Hood. De vier korpsen in dit leger van ongeveer 50.000 soldaten werden aangevoerd door: Luitenant-generaal William J. Hardee bestaande uit de divisies van de generaal-majoors Benjamin F. Cheatham, Patrick Cleburne, William H.T. Walker en William B. Bate. Luitenant-generaal John Bell Hood bestaande uit de divisies van de generaals-majoor Thomas C. Hindman, Carter L. Stevenson en Alexander P. Stewart. Luitenant-generaal Leonidas Polk, ook bekend als de Army of the Mississippi, met de infanteriedivisies van de generaals-majoor William W. Loring, Samuel G. French en Walthall en een cavalerie divisie onder brigadegeneraal William Hicks Jackson. Wanneer Polk sneuvelde op 14 juni, werd hij tijdelijk vervangen door Loring. Op 23 juni werd Alexander P. Stewart bevelhebber van het Army of the Mississippi. Generaal-majoor Joseph Wheeler,(Cavalry Korps) met de divisies van generaal-majoor William T. Martin en de brigadegeneraals John H. Kelly en William Y.C. Humes.

Johnston was een ervaren zuidelijke generaal en had in de eerdere jaren van de oorlog George McClellan en zijn Army of the Potomac in de Schiereilandveldtocht en de Zevendagenslag in 1862 teruggedreven. Maar in Georgia, botste hij op de meer agressieve generaal Sherman. Johnstons leger trok zich terug naar posities die sterker en beter te verdedigen waren. In de plaats van suïcidale frontale aanvallen uit te voeren, koos Sherman ervoor om de vijand te verdrijven met flankeerbewegingen. Wanneer Sherman Johnston geflankeerd had (meestal langs de linkerflank), trok Johnston zich terug naar nieuwe stellingen. Beide partijen gebruikten het middel van spoorwegen om hun leger te bevoorraden. Beide generaals maakten optimaal gebruik van de spoorwegen als aanvoerlijnen. Johnston had het voordeel dat zijn toevoerlijnen korter werden omdat hij zich terugplooide op Atlanta. Shermans aanvoerlijnen werden langer en langer.

De veldslagen tussen Sherman en Johnston thumb|400px|Kaart van de Atlantaveldtocht

De Slag bij Rocky Face Ridge 7 mei tot 13 mei 1864 Johnston had zijn leger laten ingraven langs de Rocky Face Ridge en verder in oostelijke richting naar Crow Valley. Toen Sherman de Zuidelijke stellingen naderde, besliste hij om met twee colonnes op te rukken naar de vijand om ze bezig te houden. Een derde colonne stuurde hij via de Snake Creek Gap om de Western and Atlantic Spoorweg bij Resaca aan te vallen. De twee colonnes vielen de Zuidelijken aan bij Buzzard Roost (Mill Creek Gap) en Dug Gap. Ondertussen marcheerde de derde colonne onder leiding van McPherson op via de Snake Creek Gap. Op 9 mei arriveerden ze bij de buitenwijken van Resaca. Op 10 mei trok Sherman met het merendeel van zijn leger eveneens via Snake Creek Gap om McPherson te ondersteunen in zijn aanval op Resaca. Toen Johnston de volgende morgen ontdekte dat Shermans leger vertrokken was, trok hij zijn eigen eenheden terug in zuidelijke richting naar Resaca.NPS, Rocky Face Ridge. Gearchiveerd op 13 mei 2021.

De Slag bij Resaca 13 mei tot 15 mei 1864 De Noordelijke eenheden testen de Zuidelijke linies rond Resaca om de sterkte van de vijand te achterhalen. Op 14 mei voerden de Noordelijken een grootscheepse aanval uit. Deze aanval werd afgeslagen uitgezonderd op Johnstons rechterflank. Daar kon Sherman echter zijn succes niet verder uitbuiten. Op 15 mei behaalden geen van beide partijen de overhand. Dit veranderde toen Sherman een strijdmacht over de Oostanula-rivier stuurde via Lay’s Ferry om Johnstons aanvoerlijn aan te vallen. Johnston werd hierdoor gedwongen om zich opnieuw terug te trekken.NPS, Resaca. Gearchiveerd op 18 november 2021.

De Slag bij Adairsville 17 mei 1864 Johnston trok zich terug in zuidelijke richting met Sherman die hem volgde. Omdat er ten zuiden van Calhoun, Georgia geen goede defensieve stellingen voorhanden waren, trok Johnston verder naar Adairsville. De Zuidelijke cavalerie hield Sherman met succes op afstand. Op 17 mei botste Howards IV Corps op de ingegraven infanterie van Hardees korps op ongeveer 3 km ten noorden van de stad. Drie Noordelijke divisies vormden een slaglinie. Thomas stelde de aanval uit door de invallende duisternis. Sherman concentreerde zijn leger om de volgende dag Johnston aan te vallen. Johnston dacht eerst om zijn leger in een vallei bij de stad op te stellen. Deze vallei was echter te breed met alle gevaar voor flankeerbewegingen. Daarom trok Johnston zich opnieuw terug.NPS, Adairsville. Gearchiveerd op 18 mei 2021.

De Slag bij New Hope Church 25 mei tot 26 mei 1864 Tussen 19 mei en 20 mei trok Johnston zich terug via de Allatoona Pass. Een aanval op deze pas zou volgens Sherman te veel slachtoffers eisen. Daarom probeerde hij via de vijandelijke linkerflank als eerste Dallas te bereiken. Johnston had echter dit manoeuvre voorzien en wachtte de Noordelijken op bij New Hope Church. Sherman dacht met de achterhoede te maken te hebben en stuurde Hookers XX Corps erop af. Hookers soldaten kregen het zwaar te verduren. Op 26 mei groeven beide legers zich in.NPS, New Hope Church. Gearchiveerd op 30 oktober 2021.

De Slag bij Dallas 26 mei tot 1 juni 1864 Shermans leger zocht naar zwakke plekken in de Zuidelijke stellingen. Op 28 mei zocht Hardee naar zwakke plaatsen in de Noordelijke linie en dan voornamelijk in de sector van Logans XV Corps. Op deze twee plaatsen braken er gevechten uit. De Zuidelijken werden teruggedreven en leden de zwaarste verliezen. Sherman probeerde om langs de vijandelijke flanken te glippen. Op 1 juni nam zijn cavalerie de Allatoona Pass in. Daar liep een spoorweg door die belangrijk was voor de bevoorrading van Shermans leger. Sherman verliet op 5 juni zijn stellingen bij Dallas en trok naar de Allatoona Pass. Johnston kon niet anders dan hetzelfde te doen.NPS, Dallas. Gearchiveerd op 7 maart 2021.

De Slag bij Pickett's Mill 27 mei 1864 Na de Noordelijke nederlaag bij New Hope Church kreeg Howard het bevel om Johnstons rechterflank aan te vallen. De Zuidelijken sloegen de aanval met gemak af. De Noordelijken leden opnieuw zware verliezen.NPS, Pickett's Mill. Gearchiveerd op 18 mei 2021.

De Operaties rond Marietta 9 juni tot 3 juli 1864 Op 9 juni bereikten de Noordelijken de Zuidelijke defensieve linie bij Marietta. Sherman liet eigen stellingen aanleggen die de Zuidelijke stellingen overvleugelde. Hierdoor dienden de Zuidelijken deels nieuwe posities in te nemen. Op 14 juni sneuvelde luitenant-generaal Leonidas Polk door een kanonbal toen hij samen met Hardee en Johnston de vijandelijke stellingen observeerde. Hij werd tijdelijk vervangen door generaal-majoor William W. Loring. Op 18 juni en 19 juni trok Johnston zijn leger terug naar een gloednieuwe linie langs de Kennesaw Mountain. Deze boogvormige linie ten westen van Marietta schermde zijn toevoerlijn af, namelijk de Western and Atlantic Spoorweg. Na enkele onsuccesvolle aanvallen bouwde Sherman zijn eigen linie uit langs zijn rechterflank. Dit dwong Johnston om zijn stellingen te verlaten op 2 juli en 3 juli.NPS, Marietta. Gearchiveerd op 25 januari 2021.

De Slag bij Kolb's Farm 22 juni 1864 Toen Sherman de Zuidelijke stellingen langs de Kennesaw Mountain zag, hield hij de Zuidelijken voor hem bezig. Hij bouwde zijn rechterflank verder uit om de Zuidelijke stellingen te overvleugelen en de spoorweg te bedreigen. Als antwoord hierop stuurde Johnston Hoods korps van zijn linker- naar de rechterflank op 22 juni. Toen Hood zijn nieuwe stellingen innam, besliste hij eigenhandig om tot de aanval over te gaan. Gewaarschuwd door verkenners van Hoods bedoelingen lieten de Noordelijke generaals Schofield en Hooker hun soldaten zich ingraven. De Noordelijke artillerie en de moerassige ondergrond bemoeilijkten Hoods aanval die zich uiteindelijk met zware verliezen diende terug te trekken. Shermans poging om de vijandelijke stellingen te overvleugelen was voorlopig mislukt.NPS, Kolb's Farm. Gearchiveerd op 26 november 2020.

De Slag bij Kennesaw Mountain 27 juni 1864 Deze slag was de enige uitzondering in de aanpak van Sherman om frontale aanvallen te vermijden en langs de vijandelijke flank te manoeuvreren. Sherman was ervan overtuigd dat de Zuidelijke stellingen te lang waren voor het aantal manschappen dat Johnston had. Daarom gaf Sherman het bevel tot een frontale aanval met afleidingsaanvallen op de flanken. Na een artilleriebombardement stuurde Sherman op 27 juni zijn infanterie naar voren. In het begin werden de Zuidelijke voorposten ten zuiden van de Burnt Hickory Road ingenomen. Verder raakten ze echter niet. Tegen de middag werd de aanval gestaakt. De Noordelijken verloren 3.000 soldaten tegenover 1.000 Zuidelijke slachtoffers.NPS, Kennesaw Mountain. Gearchiveerd op 30 oktober 2021.

De Slag bij Pace's Ferry 5 juli 1864